Genesis - Bijbelstudie van versen
Hoofdstuk
We staan aan het begin van alles. Dit deel van het boek behandelt de oorsprong van het universum, de oorsprong van de orde op aarde, de oorsprong van het leven, de oorsprong van de mens, de oorsprong van zonde, geweld, wanorde en de oorsprong van nationale en taalkundige verschillen.
Deze schets van de schepping is ongeëvenaard in zijn beknoptheid en de schoonheid van compositie en stijl. God de Schepper domineert het tafereel. Hij spreekt, en onmiddellijk wordt er orde gevormd, waardoor een prachtige woonplaats en overvloedige voorzieningen worden geboden voor de meest verheven schepping van allemaal: de mens. Majesteit en macht kenmerken elke zin.
In antwoord op de vraag: "WIE HEEFT ALLE DINGEN GEMAAKT?", verklaart de Bijbel stoutmoedig: GOD... HEEFT GESCAHPEN. In antwoord op de vraag: "WIE IS ER VOOR EN GROTER DAN ALLE DINGEN?", verkondigt de Bijbel met dezelfde stoutmoedigheid: IN HET BEGIN... GOD. Hemel en aarde zijn niet God of goden; God is ook niet gelijk aan de natuur. God is de Schepper, en de natuur is zijn schepping.
Genesis 1:2-5

Hoewel door God geschapen, was de aarde niet gereed voor de mens. Ze was nog steeds in wanorde, woest en ledig, en er was geen licht. Toch was er activiteit. De Geest van God bewoog zich voortdurend over het wateroppervlak.
De Bijbel vermeld geen reden waarom de aarde woest en ledig was. Mogelijk ten gevolge van de strijd tussen God en Satan, toen Satan in opstand kwam tegen God en hij uit de Hemel werd geworpen (op de aarde, hij en zijn gevallen engelen leven immers nu in de hemelen, de atmosfeer boven de aarde).
DE DAG VAN LICHT EN DUISTERNIS..
Energie is een essentiële noodzaak voor de menselijke leefomgeving, en licht is energie. Daarom was Gods eerste gebod: LAAT ER LICHT ZIJN (vs 4-5). De nadruk op Gods gesproken woord is zo groot dat elke scheppingsdag begint met een gebod of een uiting van de goddelijke wil. Dan volgt de uitvoering van het gebod en de afsluitende verklaring: HET WAS GOED..
Waar verwarring, leegte of duisternis in je leven heerst, heeft God de macht om te spreken en helderheid en orde te brengen. Gods licht transformeert chaos in doelgerichtheid..
God is niet afhankelijk van natuurlijke instrumenten om Zijn wil te volbrengen. Hij is de primaire bron van verlichting, glorie en waarheid. Net zoals God licht deed schijnen in de duisternis van de schepping, schijnt Hij in onze harten om ons de kennis van Zijn glorie te geven..
We zijn geroepen om in het licht te wandelen, Gods Woord onze beslissingen, ons gezin en onze daden te laten verlichten en de duisternis te verwerpen..
God zegt ook vandaag de dag nog: "Er zij licht." Hij verlangt ernaar je pad te verlichten, je hoop te vernieuwen en een nieuw begin te brengen. Geef je "chaos" aan Hem over en laat het licht van Christus op je schijnen.
Genesis 1:6-19

DE DAG VAN DE GESCHEIDEN WATEREN
De wateren werden gescheiden, en boven de aarde was een uitgestrektheid. Het woord uitgestrektheid of firmament geeft het idee van vastheid weer. God is de Schepper, en vanuit deze uitspraak begint het Oude Testament te laten zien dat de natuur een schepsel en een werktuig is.
TOEN ZEI GOD: "En God zeide: Dat de wateren onder de hemel op één plaats samenvloeien en het droge te voorschijn kome; en het was alzo. En God noemde het droge aarde, en de samengevloeide wateren noemde Hij zeeën. En God zag, dat het goed was" (vs 9-10). Toen zei God: "Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas, vruchtbomen, die naar hun aard vruchten dragen, welke zaad bevatten". Dit was de derde dag (vs 11-13). Op de derde dag vormde God een toekomstige woonplaats voor de mens, die een schepsel van de aarde is. Op Gods bevel scheidden land en zee zich, waardoor leven en schoonheid ontstonden en de aarde werd verfraaid. De tekst beschrijft niet hoe deze scheidingen plaatsvonden, noch wordt er een lijst gegeven van de dynamische en natuurlijke krachten die daarbij betrokken waren.
Toen zei God: "Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren; 15en dat zij tot lichten zijn aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde; en het was alzo" (vs 14-15). En God maakte de beide grote lichten, het grootste licht tot heerschappij over de dag, en het kleinere licht tot heerschappij over de nacht, benevens de sterren..." (vs 16-19) Dit was de vierde dag. De heidenen aanbidden de zon, de maan en de sterren als goden en godinnen met ontzagwekkende macht. Maar voor God hebben ze een functie en niets meer.
We weten dat de maan op zich geen licht energie is, maar een reflector van het zonlicht. Maar zijn unieke plaats bewijst dat het dat God is gemaakt en geplaatst op deze kritische positie.
In hoeverre de sterren en welke sterren op dat tijdstip zijn geschapen is niet van belang. Door wetenschappers wordt het heelal momemteel geschat met een totaal aantal sterren van 10²⁰ tot 10²² (een 1 met 22 tot 24 nullen), wat meer is dan alle zandkorrels op aarde.
Genesis 1:20-30

Op de vijfde dag sprak God tot het water, dat leven voortbracht, en de lucht vulde zich met vogels. In vers 21 zien we een andere drie-eenheid: de grote walvissen... elk levend wezen dat zich beweegt... en elke gevleugelde vogel.
De tekst vertelt ons niet hoe het water met de Schepper samenwerkte, maar om de nauwe band tussen God en zijn schepselen te benadrukken, wordt het werkwoord 'schepte' gebruikt. In het Oude Testament is een goddelijke zegen een scheppingsdaad en een bekrachtiging, zodat degene die haar ontvangt zijn bestemming vervult volgens Gods wil. In dit geval is Gods wil dat de schepselen zich overvloedig voortplanten... naar hun soort. Deze daad diende om de voorgaande toestand van 'leegte' op te heffen.
TOEN ZEI GOD: "Dat de aarde voortbrenge levende wezens naar hun aard, vee en kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard; en het was alzo."
Maar deze dag zou de bekroning van de scheppingsdaad zijn. De godheid zei na beraad: LATEN WE DE MENS SCHEPPEN. Dit schepsel moest anders zijn. God zei dat de MENS NAAR ONS BEELD moest worden geschapen, met een zekere gelijkenis met de werkelijkheid, maar zonder volledigheid. De mens moest NAAR ZIJN GELIJKENIS zijn, met een algemene gelijkenis met God, maar geen exacte kopie. Hij mocht geen kleine God zijn, maar moest onmiskenbaar verwant zijn aan God en de drager zijn van de specifieke geestelijke eigenschappen die hem uniek maken als een wezen dat superieur is aan dieren.
Zo hebben we: "DE MENS GESCHAPEN NAAR HET BEELD VAN GOD".
1- Een geestelijk wezen geschikt voor sterfelijkheid, vers 26.
2- Een moreel wezen dat de gelijkenis van God heeft, vers 27.
3- Een intellectueel wezen met het vermogen tot redeneren en besturen, vers 28-30.
In de Tien Geboden dient de relatie tussen Gods zes werkdagen en materiële zaken en een rustdag als basis voor de naleving van een rustdag door de mens (Exodus 20:8-11). Dit is een door God ingestelde dag die gerespecteerd moet worden. Op deze dag wordt Gods gebod aan de mens om de natuur te overwinnen terzijde geschoven en erkent de mens een hogere wet, waarin hij zich aan God overgeeft. Zes dagen mag de mens werken, maar hij heeft een rustdag nodig om opnieuw zes dagen te werken.
In tegenstelling tot de Babylonische sabbat, waarop gevaarlijke demonen vrij rondzwierven, werd de hier ingestelde sabbat door God geheiligd. Het is bedoeld als een dag van vreugde en tevredenheid, van innerlijke vernieuwing en van lofprijzing aan een barmhartige God. In het heidense geloof werden bepaalde natuurkrachten, dingen, plaatsen, dieren of mensen als intrinsiek heilig, zelfs goddelijk beschouwd; maar nergens in dit scheppingsverhaal wordt heiligheid toegeschreven aan iets dat uit de natuur voortkomt. God reserveerde de sabbat zodat de mens zijn relatie met zijn Schepper kon verdiepen.
De basis van de sabbat werd verschoven van de schepping naar de opstanding; Bijgevolg werd de tijd verplaatst van zaterdag naar zondag. Het onderliggende principe blijft echter hetzelfde: zes dagen zijn gegeven voor de heerschappij van de mens over de natuur, maar de zevende dag is de dag des Heren. Het is het begin van nieuw leven door de Opstanding van de Here Jezus Christus. En daarmede het BEGIN van de week.
Genesis 2:4-6

In de eerste hoofdstukken van de Bijbel maakt God duidelijk dat Hij wil dat ons leven vruchtbaar is. Twee dingen zijn essentieel voor een vruchtbaar leven: evenwicht en snoeien. Om evenwicht te bewaren, moeten we ervoor zorgen dat we de juiste hoeveelheid gezonde voeding, rust, werk, plezier, tijd alleen met God en tijd om te genieten van heilige relaties hebben.
Snoeien is niet altijd prettig, maar het zorgt er wel voor dat situaties, activiteiten of relaties die ons uitputten, dat effect niet langer op ons hebben. Dit betekent dat er iets uit ons leven moet worden verwijderd, maar God belooft een grote beloning als gevolg daarvan: meer vruchtbaarheid dan ooit tevoren!
Blijf in balans door God, de wijze Meesterlandbouwer, je leven te laten snoeien zoals Hij dat goedvindt, en je zult overvloedige tijden en grote voldoening ervaren.
Genesis 2:7

De mens wordt voorgesteld als een schepsel van de aarde. Hij is gevormd uit stof. Met diepe belangstelling blies God leven in de mens, een daad die benadrukt dat de vitaliteit en innerlijke dynamiek van de mens rechtstreeks van God komen. Elk ander object van menselijke genegenheid en hoop is een illusie. Hij is gemaakt uit twee werelden; daarom is gescheiden zijn van God hetzelfde als verdorren als de vrucht van een afgesneden wijnstok.
1- Materie (Aardse stof): Vertegenwoordigt de menselijke kwetsbaarheid en verbondenheid met de aarde. De mens werd fysiek gevormd, wat duidt op goddelijke zorg en ontwerp.
2- De Goddelijke Adem (Levensadem): In tegenstelling tot de schepping van dieren blies God rechtstreeks in de mens. Deze "adem" vertegenwoordigt het fysieke, mentale en spirituele leven, waardoor de mens uniek is, naar Gods beeld.
3- Levende Ziel: De combinatie van het lichaam (stof) met de goddelijke adem resulteert in een mens, een levende ziel.
4. Theologische betekenis: Genesis 2:7 benadrukt dat mensen niet slechts materie zijn, maar geestelijke wezens die gemeenschap met de Schepper nodig hebben en geschapen zijn om in een relatie met Hem te leven.
Verband met het Nieuwe Testament: Paulus contrasteert in 1 Korintiërs 15 Adam (het eerste levende wezen) met Christus (de laatste Adam, die leven geeft), waarmee hij aantoont dat de mens voor eeuwig leven afhankelijk is van God.
Kortom, Genesis 2:7 herinnert ons eraan dat we stof zijn, bezield door Gods eigen leven, en benadrukt onze waardigheid en onze diepe afhankelijkheid van Hem.
Genesis 2:18-27

Genesis 1:27 vertelt dat God de mensheid schiep met een binair gendersysteem, bestaande uit man en vrouw. Aan het einde van de scheppingsweek verklaart God dat Zijn hele schepping zeer goed was (Genesis 1:31). Omdat God een binair gendersysteem had bedacht en omdat Hij het zeer goed noemde, blijkt uit het Genesisverhaal duidelijk dat het onderscheid tussen man en vrouw belangrijk is. We beseffen echter misschien pas hoe belangrijk dit is als we het meer gedetailleerde en uitgebreide verslag lezen van hoe God de eerste man en de eerste vrouw schiep in Genesis 2. In deze context verklaart God dat het niet goed is voor de man om alleen te zijn (Genesis 2:18). Dit is de eerste keer dat iets als 'niet goed' wordt bestempeld. Het eerste slechte dat wordt genoemd, is dat de vrouw nog niet op het toneel was verschenen! Dit zegt veel over het belang van vrouwen in Gods plan.
Toen liet God Adam in slaap vallen en voerde een soort operatie uit, waarbij Hij een van zijn ribben verwijderde en de wond genas (Genesis 2:21). Uit die rib vormde God de eerste vrouw (Genesis 2:22). Toen God haar naar Adam bracht, erkende Adam haar waarde (misschien omdat hem eerst werd getoond dat hij alleen was). Adam begreep dat zij van hem was weggenomen en dat zij op een unieke manier met elkaar verbonden waren (Genesis 2:23). Hoewel gelijkwaardig in waarde, verschilden ze in hun ontwerp. God voltooide Zijn scheppingswerk, met de vrouw als de laatste penseelstreek, en de fundamentele ingrediënten van gender, seksualiteit en huwelijk werden geïntroduceerd (Genesis 2:24-25). God ontwierp man en vrouw als gelijkwaardig en toch zeer verschillend. In zekere zin waren ze elkaars tegenpolen, en beiden waren nodig om Zijn plan te volbrengen.
De instelling van het huwelijk – verzen 22-24.
Deze Bijbelse passages bewijzen dat het huwelijk een goddelijke instelling is. God voltrok persoonlijk het eerste huwelijk. Sterker nog, het huwelijk was de enige instelling die bestond vóór de zondeval van de mens. Hoe treurig heeft de zonde van de mens Gods plan verstoord. Gods bedoeling is dat het huwelijk een onverbreekbare en gezegende verbintenis is. Een man en een vrouw verenigd en exclusief van alle anderen. Zonde bracht echtscheiding, polygamie, concubinaat, polyandrie, overspel, promiscuïteit en perversie met zich mee.
De slang sloop stiekem de vredige tuin binnen als een sinistere bezoeker. Naarmate het verhaal vordert, wordt de slang overal voorgesteld als een instrument van een verborgen geestelijke macht. In het Nieuwe Testament verbindt Jezus de slang met de duivel (Johannes 8:44), net als Paulus (Romeinen 16:20, 2 Korintiërs 11:3, 1 Timoteüs 2:14) en Johannes (Openbaring 12:9, 20:2).
De slang begon verbaasd te spreken: "U zult niet eten van elke boom in de tuin?" en citeerde vervolgens op onjuiste wijze Gods oorspronkelijke gebod, waardoor het absurd werd. Het oorspronkelijke verbod had betrekking op slechts één boom, maar de slang zei "van elke boom". Merk op dat deze techniek van woordverdraaiing al sinds het begin der tijden wordt gebruikt. Het is een vorm van taalvervalsing die al vanaf de vroegste tijden voorkomt. De zinsnede in 2:16 staat in de toelatende volgorde en niet in de ontkennende volgorde (2:17). De slang stelt Gods goedheid ter discussie: Hij was te restrictief en onthield onnodig waardevolle zegeningen.
Deze eerste vraag leek onschuldig, maar misleidde de vrouw, waardoor ze het gebod verkeerd citeerde. Ze maakte het verbod veel strenger dan het in werkelijkheid was. God zei niet: RAAK DE VRUCHT VAN DIE BOOM NIET AAN (v 3). Maar zij maakte de dreiging van straf veel ernstiger dan ANDERS ZULT STERVEN. Ze maakte het gebod onbewust irrationeel en de straf slechts een mogelijkheid in plaats van een onvermijdelijk gevolg. De vrouw miste een gouden kans om de suggestie van de slang te dwarsbomen. Als ze het gebod correct had geciteerd en zich eraan had gehouden, had de vijand zijn plan niet kunnen uitvoeren. De vrouw had zich bewust moeten zijn dat dieren niet spreken en dus bewust moeten zijn van het kwaad.
De slang zag zijn kans schoon en ontkende categorisch de waarheid van Gods strafbelijdenis, door stellig te verklaren: JULLIE ZULLEN GEENSZINS STERVEN (vers 4). Hij richtte zijn aanval op het aanwakkeren van wrok tegen de beperkingen en het opwekken van een verlangen naar macht.
Genesis 3:4-5

De slang richtte haar aanval op het aanwakkeren van wrok tegen beperkingen en het aanwakkeren van een verlangen naar macht. God gebruikte de dood als middel om de mensheid de ontdekking van iets te onthouden – HUN OGEN ZULLEN WORDEN GEOPEND. Voorkwam Hij niet dat de mens een goed bezat waar hij recht op had? De slang beschuldigde God van oneigenlijke motieven, van het egoïstisch vasthouden van de mens op een lager bestaansniveau. De ware bestemming van de mens, zo suggereerde de slang, was OM ALS GOD TE ZIJN. Het belangrijkste kenmerk van het goddelijke wezen was het vermogen om GOED EN KWAAD te kennen. Deze kennis was geen abstracte kennis, maar het praktische vermogen om alle dingen te kennen, inclusief de intelligentie om ethische normen te bedenken en vast te stellen.
Ingenieus suggereerde de slang dat ongehoorzaamheid aan Gods gebod niet tot de dood zou leiden, maar tot een vol en rijk leven voor de mens. Er werden geen concrete beloftes gedaan, slechts suggesties van mogelijkheden die fascinerend en mysterieus waren. Dit was de kern van de aantrekkingskracht van het heidendom: het geloof dat grote prestaties, diepgaande gedachten of zorgvuldig nageleefde rituelen iemand toegang zouden geven tot het goddelijke rijk. Dit is tevens de fundamentele zonde van de mens: het bereiken van een staat van absolute vrijheid en zelfvoorziening.
We hebben dus: DE AANTREKKINGSKRACHT VAN DE SLANG:
1- Lichamelijk verlangen
2- Intellectuele nieuwsgierigheid
3- De neiging tot zelfbevestiging.
Het was zeer triest dat de vrouw naar de slang luisterde. En de duivel slaagde erin om in de harten van de mensen hetzelfde verlangen te planten dat hijzelf had: gelijk aan God te zijn, of beter dan God, of boven God te staan. Vandaag de dag, met de opkomst van internet en podcastkanalen, zijn oude filosofieën en misleidingen aan het licht gekomen en een bron van nieuwsgierigheid geworden voor velen, zoals de leugens over God in het gnosticisme. Het is noodzakelijk om voorzichtig te zijn, want net zoals de vijand Eva misleidde met listige woorden en drogredenen, brengen veel hedendaagse leringen dezelfde misleiding met zich mee. Wees gewaarschuwd! Waak, bid en bestudeer de Bijbel, want dat is het Woord van God.
Genesis 3:9-13

De vraag "WAAR ZIJT GIJ?" werd niet door God gesteld om hun verblijfplaats te achterhalen, maar omdat Hij een antwoord wilde uitlokken en de man en vrouw door hun eigen bekentenis uit hun schuilplaats wilde laten komen.
Adams antwoord, "WERD IK BEVREESD," verduidelijkt de reden voor hun schuilplaats. De leugen van de duivel werd ontmaskerd; het eten van de vrucht van de boom maakte de mens niet gelijk aan God, zoals de slang suggereerde, maar bracht zijn ware wezen als mens voor God in gevaar.
God kent goed en kwaad vanuit het perspectief van goddelijke en soevereine goedheid. Maar de mens, die afhankelijk is van God, kan goed en kwaad alleen kennen vanuit het perspectief van ongehoorzaamheid aan Gods wil. De kennis van goed en kwaad ging gepaard met schuldgevoel en angst.
De eerste vraag werd rechtstreeks aan de man gesteld: "HEBT GIJ VAN DE BOOM GEGETEN, WAARVAN IK U VERBODEN HAD TE ETEN?" (vers 11). Adam had geen excuus, want hij wist wat het gebod inhield. Het was een eenvoudig en duidelijk verbod. Maar Adam kwam zijn verantwoordelijkheid niet onder ogen; hij schoof de schuld af op zijn vrouw – ZIJ HEEFT VAN DE BOOM AAN MIJ GEGEVEN – en had God haar niet aan hem gegeven? Zij was toch zeker een betrouwbare gids voor zijn handelen?
Ook de VROUW probeerde de verantwoordelijkheid te ontlopen door te zeggen: DE SLANG HEEFT MIJ VERLEID (vers 13). Toen besefte ze dat de slang haar voor de gek had gehouden.
Dus we hebben:
1- Zonde veroorzaakt persoonlijke schuld
2- Zonde scheidt God en mens
3- God zoekt de zondige mens
4- God vergeeft de schuld van de mens.
Genesis 3:14-15a

UITSPRAAK VAN HET VONNIS
De begane zonden worden weerspiegeld in de straffen, die gedeeltelijk werden toegepast.
De SLANG werd vervloekt. De slang deed zich voor als opperste wijsheid, maar zijn manier van bewegen zou altijd een symbool zijn van zijn vernedering.
De straf zou VIJANDSCHAP inhouden, vijandschap tussen u en de mensen. Het ZAAD van de slang, dat Jezus in verband brengt met de goddelozen (Matteüs 13:38-39; Johannes 8:44), en het ZAAD van de vrouw, hebben beide een sterk persoonlijke betekenis. God zei tegen de slang: Het zaad van de vrouw ZAL JE VERMORZELEN (v. 15). Vergelijk Paulus' verwijzing hiernaar in Romeinen 16:20 - DE GOD NU DES VREDES ZAL WELDRA DE SATAN ONDER UW VOETEN VERTREDEN. De slang kon slechts de hiel van het zaad van de vrouw verwonden. Sterker nog, "vermorzelen" is niet sterk genoeg om de Hebreeuwse term te vertalen, die kan betekenen vermalen, verpletteren, vernietigen. Een verbrijzeld hoofd dat tot de dood leidt, wordt gecontrasteerd met een verbrijzelde hiel die kan genezen. Vers 15 wordt het 'proto-evangelie' genoemd omdat het een boodschap van hoop bevat voor het zondige echtpaar. Het kwaad is niet voorbestemd om voor eeuwig te zegevieren; God had een overwinnaar voor de mensheid voor ogen. Dit vers heeft een sterk messiaans karakter.
Genesis 3:14-19

Voor sommigen is dit de eerste profetie in de Bijbel. Toen God Adam en Eva schiep, plaatste Hij ze op een prachtige plek, de hof van Eden. Hij creëerde veel verschillende bomen en zei dat ze van elke boom in de tuin mochten eten, behalve de boom van de kennis van goed en kwaad. Ze waren ongehoorzaam, dat is een zonde: zonde heeft altijd een prijs. God vaardigde zeven oordelen uit vanwege zonde.
- Satan is voor altijd vervloekt.
- Satans hoofd zal uiteindelijk worden verpletterd.
- Door de geschiedenis heen zal er een conflict zijn tussen de slang en de gevallen engelen en het nageslacht van de vrouw, tussen goed en kwaad.
- Door de geschiedenis heen zullen vrouwen pijn ervaren tijdens de bevalling.
- Door de geschiedenis heen zal een vrouw zich moeten onderwerpen aan haar echtgenoot.
- Door de geschiedenis heen zal de mens moeten werken om zichzelf te voeden.
- Door de geschiedenis heen zullen mensen sterven.
Deze profetie is altijd vervuld, maar zal pas na het millennium volledig vervuld worden. Satan leed een grote nederlaag toen Jezus stierf aan het kruis om onze zonden weg te nemen.
Het is bemoedigend te weten dat Jezus uiteindelijk satan zal verslaan, en wat God in de hof van Eden begon, zal in de eeuwigheid worden voltooid. De val van Adam en alles wat satan in het verleden heeft gedaan of in de toekomst zal doen, zal Gods oorspronkelijke plan niet frustreren.
Dus blijf sterk!
Genesis 3:16

Hier in Brazilië wordt deze week (zondag) Moederdag gevierd. Ik zou het dus graag willen hebben over enkele bijbelse moeders. En te beginnen met haar die de MOEDER VAN ALLE LEVENDEN was, Eva.
De stem van Eva is als een waarschuwing uit de oudheid voor iedere vrouw om het pad van gehoorzaamheid te volgen. Het klinkt als een teken van hoop als de vrouw faalt; ze ontmoet Gods gerechtigheid, maar ze ervaart ook zijn genade.
Zuiverheid en onschuld werden verbrijzeld toen de slang het toneel betrad. Eva koos ervoor om Satans leugen te geloven. Ze was vrij om haar wil boven die van God te stellen en dat deed ze ook.
Eva werd uit haar aangename huis verdreven, werd zwanger en kreeg kinderen. Haar vreugde bij hun geboorte veranderde in pijn, zoals door God voorzegd. Kaïn doodde Abel en werd verbannen en Eva bleef kinderloos totdat de genade van God haar opnieuw bezocht en haar nog een zoon gaf, Seth, die de voorouder van de Messias werd.
De straf voor de vrouw was 'lijden tijdens de zwangerschap'. Zwangerschap op zichzelf is geen veroordeling. Kinderen zijn de erfenis en beloning van de Heer (Ps 127:3). Bij de bevalling heeft een vrouw de mogelijkheid om de handen ineen te slaan met de Schepper in de vermenigvuldiging van de mensheid. Het is moeilijk om je een zwangerschap zonder problemen voor te stellen, maar blijkbaar was dit het oorspronkelijke plan van de Schepper.
Genesis 3:17

God legde een vloek rechtstreeks op de aarde in plaats van op de mens. Adam kreeg de opdracht het land te bewerken, maar niet langer voor zijn plezier. De mens gaf zo gemakkelijk toe aan de verleiding van de vrouw dat hij van de verboden vrucht at. Nu zou zijn werk op het land gepaard gaan met pijn (vers 17). Aan alle kanten zou hij geconfronteerd worden met concurrenten: doornen en distels (vers 18), die zonder bewerking welig tieren en geen voedsel voor de mens opleveren.
De fysieke dood zou niet onmiddellijk intreden, maar wel onvermijdelijk zijn, want stof en tot stof zult u terugkeren (vers 19). De dood die de mens onmiddellijk leed, was een geestelijke dood: scheiding van God, de (Heilige) Geest werd onmmiddellijk weggenomen: Spreken en directe communicatie met God was niet meer mogelijk.
Genesis 3:20-23

Adam noemt zijn vrouw Eva, wat 'leven (werkwoord)' betekent. Letterlijk noemde Adam zijn vrouw 'leven' (zelfstandig naamwoord), omdat zij de moeder van alle levende zielen zou zijn. God maakte kleding van dierenhuiden (volgende keer meer) en bekleedde hen daarmee. Dit wordt door velen gezien als het eerste dieroffer. Tot dan toe had de mensheid geen toestemming gekregen om dieren te eten, alleen planten; de toestemming om dieren te eten wordt pas in Genesis 9 gegeven. Bloed werd vergoten voor de dood van een ander om de kleding te kunnen aanbieden die God door Zijn genade had verschaft. Later zou Israël dieroffers brengen om hun zonden te herstellen.
God beloofde dat Adam en Eva op de dag dat ze zondigden zouden sterven. Wat voor soort dood ervaren ze hier? Dood betekent scheiding. Fysieke dood treedt op wanneer de menselijke geest zich van het lichaam scheidt. Adam en Eva zijn nu gescheiden van het paradijs, gescheiden van onsterfelijkheid. Ze zijn gescheiden van de bijzondere relatie met God, ze zijn gescheiden van onschuld, ze zijn gescheiden van het eeuwige leven en de schepping. Ze zijn zelfs van zichzelf gescheiden, en proberen de schuld op elkaar af te schuiven in plaats van verantwoordelijkheid te nemen voor hun daden. Ten slotte, nadat ze uit de tuin zijn verbannen, worden ze veroordeeld tot de fysieke dood.
En de Here God zeide: Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven. Toen zond de Here God hem weg uit de hof van Eden om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was (vs 22-23).
De man en de vrouw hadden ernaar gestreefd om net als God, die goed en kwaad kent, soevereine wezens te zijn. Maar ze konden deze status nooit bereiken. Ze bezaten slechts de adem en het beeld van God. Als gevolg van hun indringing in een rijk dat niet het hunne was, ontkenden ze hun status als schepsel en kwamen ze in opstand tegen de uniekheid van de Schepper. De mens moest worden belet om toegang te krijgen tot de boom des levens, zodat hij niet geobsedeerd zou raken door rebellie en eeuwig zou leven in de zonde, eeuwig gescheiden van God, maar de kans door Jezus Christus zou krijgen zich te verzoenen met God.
Genesis 3:21

Satan gebruikte het lichaam van een slang en sprak halve waarheden om Eva te verleiden. Eva bood de verboden vrucht aan aan Adam. Nu had hij een vrije keuze:
- Of voor zijn vrouw te kiezen en TEGEN God
- Of vóór God te kiezen en niet te eten van de verboden vrucht.
Adam koos verkeerd door zijn BEWUSTE keuze wordt de zonde doorgegeven via het zondige mannelijke zaad, terwijl de eicel zondeloos is (de eicel van de MAAGD Maria was zondeloos).
De bedekking met vijgenbladeren, die verteren, hielpen niet.
Het was God Zelf die een ONSCHULDIG dier(en) slachtte om klederen te maken, want zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving.
Jezus bracht het VOLMAAKTE offer. Het bloed (en water medisch bewijs van Zijn dood) spoot uit Zijn lichaam toe de soldaat de peer in Zijn zijde stak.
Voor een ieder die in dit offer van Jezus Christus gelooft, is de mogelijkheid van eeuwig leven in de Hemel. Het is een persoonlijke keuze, zoals Adam de eerste mens moest kiezen. De keuze die men makt, heeft elk zijn eigen consequenties.
Genesis 3:7 en 21

Vers 7 Hun ogen werden geopend; ze wisten meteen het verschil tussen goed en kwaad. Ze werden zich bewust van hun naaktheid. En nu gingen de eerste mensen over tot eigen handelen. Ze probeerden hun naaktheid te verbergen. Hoe? Door een daad van EIGEN macht. Ze hakten bladeren. Bladeren die, na het hakken, doodgingen en verdorden en hun bedekking wegnamen. Dus voortdurend hakken was nodig om hun naaktheid te blijven bedekken. De mens is NIET in staat een eeuwige oplossing te bieden voor de scheiding tussen God en mens. De OPLOSSING vindt in eerste instantie plaats in vers 21 en de definitieve oplossing door de dood en opstanding van Gods Zoon, Jezus Christus.
De mens werd niet gelijk aan God. In zijn domheid maakte hij een bedekking van verdorrende bladeren. De mens verkreeg niet de alwetende kennis van God!
Vers 21 Velen lezen deze tekst oppervlakkig, maar het is een van de twee belangrijkste gebeurtenissen in de Bijbel. De basis voor de tweede.
In vers 7 hadden de mensen bladeren gebruikt om hun naaktheid te bedekken, een daad van eigen menselijke macht! De mens denkt dat hij zichzelf kan bevrijden, maar met een oplossing die snel vergaat.
Het is duidelijk in dit vers dat God deze oplossing niet accepteert. De bladeren verdorren en bedekken niet langer. God Zelf doodt een dier, doodt een onschuldig dier in de plaats van de mens. Zo werd Jezus onschuldig aan het kruis genageld en geslacht voor de zonden van de mens. Het dier had geen schuld; Jezus had geen schuld. De schuld van de mens werd hier overgedragen op het dier; de schuld van de gelovige wordt overgedragen op Jezus aan het kruis. Adam en Eva moesten de huid van het dier de rest van hun leven dragen. Waarschijnlijk werd voor ieder van hen een dier geslacht, want de Bijbel spreekt over kleding van dierenvellen. Maar wijzend naar Jezus, is Zijn ENIGE offer voldoende voor de HELE MENSHEID en voor eeuwig!
Het vel van een dier gaat een leven lang mee, geen tijdelijke bedekking van verdorrende bladeren. Jezus bracht voor eens het offer, dat geldt voor het gehele leven van de mens.
De rest van hun leven zullen Adam en Eva zich bewust zijn van hun verkeerde keuze, van hun zonde tot het bekleden van het onschuldig geslachte dier. Zonder bloedvergieten is er geen vergeving van zonden; Hebreeën 9:22 wordt hier vervuld.
De menselijke daad van het bedekken met bladeren wordt tenietgedaan. De arme mens die denkt zijn verlossing door eigen werk te kunnen bewerkstelligen. Zijn of haar lot door Gods oplossing te verwerpen is een eeuwige scheiding van God na de dood.
Een verschrikkelijk aspect van de zonde is dat ze niet gemakkelijk te isoleren of uit te wissen is. Ze voltrekt zich geleidelijk aan in de samenleving, van generatie op generatie. De zonde van Adam en Eva bracht niet alleen in hun eigen leven ongeluk; ze werd doorgegeven van vader op zoon, van generatie op generatie. Het verhaal in hoofdstuk 4 illustreert dit op pijnlijke wijze, en de geslachtsregisters tonen de gevolgen van het kwaad aan voor alle generaties.
Het verhaal van de eerste twee zonen van Adam en Eva benadrukt de gevolgen van de zonde binnen het gezin. De jongens, Kaïn en Abel, hadden opmerkelijk verschillende karakters. Kaïn werkte graag met gecultiveerde planten. Abel was graag bij levende dieren. Beiden waren religieus ingesteld. De zonen van Adam en Eva brachten offers aan de Heer, het eerste offerincident dat in de Bijbel wordt beschreven.
Dat Abel ook de beste delen van de eerstgeboren lammeren bracht, betekent dat hij erkende dat "Zonder bloedvergieten er geen vergeving van zonden is" Hebreeën 9:22. Dit was zeer duidelijk gemaakt in Genesis 3:21 aan zijn ouders en ongetwijfeld hadden hun ouders dit doorgegeven. Op deze grond dat Kain dit 'zonder bloedvergieten' niet wenste te erkennen, maar een offer van EIGEN werken bracht, werd zijn offer door God verworpen. Dit geofferde dier was immers een heen wijzing naar het offer van Jezus, die voor de zonde stierf.
De eerste aanwijzing dient zich bijna direct aan. Kaïn kon er niet tegen dat God het offeren van een ONSCHULDIG dier had ingesteld. De voorkeur van de Heer voor Abel, die voldeed aan Gods eisen, vervulde Kaïn met woede. Kaïn wenste "de eerste" te zijn en een offer van EIGEN werken te brengen.
Heden is het niet anders, mensen willen door eigen kracht en werken verzoenen bewerkstelligen. Zij verwerpen het werk van Jezus Christus en wensen Hem niet te erkennen als Verlosser en Heer.
De Heer was niet afwezig tijdens de aanbidding. Hij benaderde Kaïn en waarschuwde hem. God veroordeelde hem niet rechtstreeks, maar maakte Kaïn door middel van een woordspeling duidelijk dat hij in reëel gevaar verkeerde.
Genesis 4:7

God veroordeelde Kaïn niet rechtstreeks, maar maakte hem door middel van een woordspel duidelijk dat hij in reëel gevaar verkeerde. In het Hebreeuws betekent het woord voor 'opheffen' letterlijk 'verheffen'. Een neerslachtige blik past niet bij een zuiver geweten of rechtvaardig handelen. Gods vragen waren bedoeld om Kaïn tot zelfonderzoek en berouw te brengen.
Als Kaïn het goed had gedaan, zou God hem ongetwijfeld groots hebben ontvangen. Maar wat als Kaïn het niet goed had gedaan? Dat was de werkelijke vraag die Kaïn negeerde, want hij schoof de schuld op Abel. De bedreiging voor zijn geestelijk leven was niet ver weg. De zonde stond op de loer, klaar om Kaïn ten gronde te richten.
De tekst beschrijft de zonde als een kwaadaardige demon, klaar om Kaïn aan te vallen als hij Gods aanwezigheid verlaat zonder berouw te tonen. God bood Kaïn genadig de kracht om de zonde te overwinnen: JE MOET HAAR BEHEERSEN.
De laatste zin kan als volgt worden geparafraseerd: "JE LAAT HET VUUR VAN WOEDE IN JE BRANDEN; DAAROM, WANNEER JE MIJN AANWEZIGHEID VERLAAT, ZAL DE ZONDE JE VERTEREN. JE KUNT JE WOEDE BEHEERSEN, ZODAT DE VERNIETIGING JE NIET OVERWINT."
Genesis 4:8-16

Helaas verliet Kaïn Gods aanwezigheid, en zijn woede sloeg om in jaloezie, wat op zijn beurt moorddadige haat en een sluw plan inhield. Op een dag werd de misdaad voltrokken – Kaïn… doodde opzettelijk en zonder aanleiding Abel.
Maar Kaïn kon niet aan de HEER ontkomen (vers 9). Al snel ontvouwde zich het oordeel. HOOR! HET BLOED VAN UW BROER ROEPT TOT MIJ VANUIT DE AARDBODEM! (vers 10).
De aardbodem, dat wil zeggen de planten bomen, zijn in staat om met God te praten. Zie Marcus 11:12-20, waarbij Jezus de vijgeboom vervloekt, die dus kennelijk een verantwoordelijkheid had.
Deze uitdrukking is treffend en betekent: "Je mag je gewelddadige daad proberen te vergeten, maar ik kan dat niet. Wat er met mijn kinderen gebeurt, is voor mij een persoonlijke zaak." Het recht om planten te bewerken werd Kaïn ontnomen en hij werd verbannen naar de woestijn, om een vluchteling en zwerver te worden (vers 12).
De onthulling van zijn zonde veranderde Kaïn. Arrogante haat maakte plaats voor laffe angst vermengd met zelfmedelijden. Hij zou hetzelfde lot ondergaan dat hij zijn broer had aangedaan. Hij kon de gedachte zelfs niet verdragen. Maar God spotte niet met hem. Opnieuw verzachtte zijn genade de straf. DE HEER STELDE EEN TEKEN AAN KAÏN (vers 15). Merk op dat Kaïn reeds broers en zussen had, die in staat waren de dood van hun broer Abel te wreken.
Zo vertrok Kain om een compleet nieuw leven tegemoet te gaan, ver van God. De aanduiding LAND VAN NOD (vers 16) betekent land van zwerven en lijkt niet de naam van een specifieke regio te zijn.
Genesis 4:16

DE NAKOMELINGEN VAN KAÏN: CREATIEF EN MEEDOGENLOOS (4:17-24)
Het belang van Kaïn is uitgeput en de afstamming van zijn opstandige nakomelingen wordt onvolledig weergegeven in een verkorte genealogische vorm.
Vers 17 zegt dat Kaïn gemeenschap had met zijn vrouw. Kaïns vrouw was, impliciet, een zus die met hem meeging in ballingschap. Kaïn begon een versterkte woning te bouwen, een stad, en noemde die trots Henoch, naar zijn eerste zoon.
De nakomelingen van Kaïn, zoals beschreven in Genesis 4, vertegenwoordigen de goddeloze afstamming die zich ver van Gods aanwezigheid ontwikkelde, gericht op materiële en culturele vooruitgang en geweld, culminerend in de polygamie van Lamech en wijdverspreide goddeloosheid. Deze technologische afstamming, waartoe de uitvinders van de veeteelt, muziek en metallurgie behoren, werden ook door de zondvloed uitgeroeid.
Terwijl Kaïns nageslacht zich richt op aardse vooruitgang, wordt dat van Seth (na de dood van Abel) beschreven als een nageslacht dat de naam van de Heer begon aan te roepen (Genesis 4:26), wat een contrast vormt tussen goddeloosheid en vroomheid.
Dit hoofdstuk bespreekt de afstammelingen van Adam.
Het eerste wat we kunnen vaststellen, is dat zelfs na de zondeval het beeld van God in de mensheid niet volledig werd vernietigd. Het laat ons ook zien dat Gods plan intact blijft, zelfs in een wereld die door de zonde is aangetast.
De geslachtslijn volgt een vast patroon:
1- Naam van de patriarch
2- De leeftijd waarop de betreffende zoon werd verwekt
3- Levensduur na de geboorte van de zoon
4- Vermelding van andere zonen en dochters
5- Totale leeftijd
6- Refrein: "en hij stierf".
Adam verwekt Seth naar zijn eigen beeld en gelijkenis. Deze formulering is opzettelijk en wijst op de continuïteit van Gods beeld door de lijn van de belofte, niet via Kaïn, maar via Seth.
VAN SETH TOT JARED
Elke generatie volgt het vastgestelde patroon, waarbij de nadruk ligt op een lang leven, de zegen van vruchtbaarheid en uiteindelijk de onvermijdelijke dood. De buitengewone levensduur van deze patriarchen is opmerkelijk. Sommige geleerden wijzen erop dat in de vroege stadia van de mensheid, voordat langdurige en aanhoudende zonde de menselijke vitaliteit verminderde en ziekten ontstonden, ouderdom en kracht heel goed mogelijk waren. Toch kan geen enkel aantal jaren op aarde de dood veranderen. Dit is het gevolg van zonde, fysieke dood, en de enige die dit lot ontliep was Henoch. Hij wandelde... met God; en hij was er niet meer, want God nam hem tot zich (vers 24). Wat duidelijk is, is dat het zelfs in een verdorven wereld mogelijk is om in gemeenschap met God te leven. Er is geen excuus.
Genesis 5:29

Lamech was de vader van Noach. De naam Noach betekent troost of rust. En wanneer we deze passage lezen, stellen we ons voor welke pijn, moeilijkheden of lijden Lamech heeft moeten doorstaan om zijn zoon deze naam te geven? Jezus zei dat de mond spreekt wat het hart vol is. Lamech was wellicht uitgeput door het zware werk op het land, onder de zon, het ploegen van de grond. Dus gaf hij, bij de geboorte van zijn zoon, hem deze naam als hoop op betere dagen. Maar de vraag is: profeteerde Lamech over het leven van zijn zoon? Sommige geleerden zeggen van wel. Maar ze zijn erg kortzichtig door te stellen dat wat van toepassing is op alle ellende van het menselijk leven, voortkomend uit Gods vloek en vruchten van de zonde, alleen van toepassing is op de landbouw. Want onder één soort werk omvat hij de hele ellendige toestand waarin de mensheid is vervallen.
We moeten immers niet vergeten wat Mozes hierboven vertelde over het zware, droevige en angstige leven waartoe Adam veroordeeld was: en naarmate de goddeloosheid van de mens dagelijks toenam, kon er geen verzachting van de straf verwacht worden, tenzij de Heer onverwachte hulp zou bieden. Waarschijnlijk zochten zij oprecht Gods genade; hun geloof was immers sterk en de nood dreef hen er vurig toe om hulp te verlangen. Maar aangezien de naam Noach niet overhaast werd gegeven, kunnen we hieruit afleiden dat deze naam zeker een betekenis heeft.
Lamech zag duidelijk de vervulling van de goddelijke beloften. Hij sprak over zijn zoon Noach: "Deze zal ons troost bieden". Terwijl de eerste Lamech herinnerd zal worden om zijn arrogantie, zal de tweede herinnerd worden om zijn verlangen naar hoop. Hij wachtte op wat God in Genesis 3:15 had beloofd en had zich zeker nooit kunnen voorstellen dat de missie van zijn zoon cruciaal was voor het behoud van een menselijk nageslacht en daarmee voor de toekomstige geboorte van de Messias. Niemand van ons kan de impact meten die onze toewijding aan het Koninkrijk van Christus kan hebben op de samenleving waartoe we behoren. Wanneer we Gods beloften met betrekking tot Zijn eeuwige verlossingsplan duidelijk zien, kunnen onze kleinste daden van gehoorzaamheid vrucht dragen die generaties lang invloed zal hebben. Durf Christus te gehoorzamen!
De interpretatie van Genesis 6:1-4 is moeilijk en controversieel. Het debat draait om de interpretatie van de uitdrukking "zonen van God". Wie zijn zij? De cruciale vraag is of de uitdrukking verwijst naar mensen of naar geestelijke wezens (demonen).
Optie 1: Zonen van God = Zonen van Seth
Een interpretatie is dat de "zonen van God" afstammelingen van Seth zouden zijn. Volgens deze interpretatie waren de vrome afstammelingen van Seth verblind door de schoonheid van de vrouwen die afstamden van Kaïn, en trouwden ze vervolgens met vrouwen die God verwierpen, wat leidde tot grotere goddeloosheid.
Het sterkste bewijs voor dit standpunt is te vinden in Genesis 4-5, dat twee geslachtslijnen van Adam beschrijft: een van Kaïn en de andere van Seth. Het Oude Testament verwijst soms naar Gods verbondsvolk als zonen van God (Deuteronomium 14:1, Jeremia 3:19), hoewel de exacte uitdrukking "zonen van God" niet in verband met hen wordt gebruikt. Als deze opvatting correct is, zou het kunnen verklaren waarom God de Israëlieten later verbood met Kanaänitische vrouwen te trouwen (Exodus 34:16, Deuteronomium 7:3).
Optie 2: Zonen van God = Gevallen Engelen
De oudste, en waarschijnlijk meest gangbare, interpretatie is dat de "zonen van God" gevallen engelen (demonen) zijn. Dit was de meest gangbare interpretatie in het oude Jodendom en de vroege kerk (vgl. 1 Petrus 3:19-20; 2 Petrus 2:4; Judas 6). De uitdrukking "zonen van God" wordt elders duidelijk gebruikt met betrekking tot de engelen in Gods hemelse hof (vgl. Job 1:6; 2:1; 38:7). Bovendien lijkt de verteller in Genesis 6:1-2 een contrast te schetsen tussen "de mens" en "de dochters van de mens" en de "zonen van God".
Welke interpretatie ook juist is, de kern van de zaak is duidelijk: de mensheid verviel steeds dieper in zonde en dreef steeds verder van God af.
Genesis 6:3

NIET VOOR LANGE TIJD
Genesis 6:3 ("Mijn Geest zal niet altoos in de mens strijden... zijn dagen zullen 120 jaar zijn") markeert de grens van Gods geduld vóór de zondvloed. Het verwijst niet naar de algemene levensduur van de mens, maar naar de tijd van genade (120 jaar) die gegeven werd voor bekering terwijl Noach de ark bouwde en de mensheid in verdorvenheid leefde.
De kern van Genesis 6:3 is dat de Heer niet voor onbepaalde tijd met de mensheid zal blijven afrekenen. Omdat de mens van vlees en bloed is, is er een grens aan Gods geduld: de tijd tot het oordeel is vastgesteld op 120 jaar. Deze waarschuwing vormt de aanleiding voor de zondvloed en voor Noachs redding, en toont zowel de ernst van de zonde als Gods genade in het geven van tijd voor een geloofsreactie.
In essentie wijst het vers op de noodzaak van een reactie in het licht van het naderende oordeel. De uitdrukking benadrukt de menselijke zwakheid en Gods soevereiniteit in het stellen van een deadline. Vervolgens beschrijft de tekst de instructies voor de ark en het leven van Noach als een voorbeeld van geloof en gehoorzaamheid te midden van de verdorvenheid van zijn generatie.
Net zoals Noach gered werd door zijn gehoorzaamheid en genade vond in Gods ogen, kunnen ook wij gered worden van de tragedies die in de eindtijd zullen komen. Als je in ongehoorzaamheid en rebellie tegen God leeft, heroverweeg dan jouw opvattingen en wend je tot Jezus. Hoe kun je, te midden van de verdorvenheid en het kwaad dat je vandaag de dag omringt, net als Noach rechtvaardig leven voor God in jouw generatie? Door rechtvaardig te leven, zoals Noach, kunnen mensen om je heen weliswaar misdaden begaan, maar je moet oprecht blijven. Vandaag en altijd worden mensen vernietigd door de zonde; ze koesteren slechtheid in hun hart, laten onzuivere gedachten toe en hebben kwade bedoelingen. En God kent het hart, het diepste wezen van de mens; Hij ziet ons van binnenuit, onze gedachten zijn voor Hem zichtbaar. Streef er daarom naar een zuiver hart voor God te hebben, en je zult overvloedig leven oogsten in plaats van vernietiging.
Genesis 6:5-8

NIET VOOR LANGE TIJD
Gods reactie op de gebeurtenissen in de menselijke samenleving werd steeds heviger naarmate zondige corruptie op universele schaal de overhand kreeg. De mens was innerlijk volledig verdorven; ze waren volkomen slecht.
De uitdrukking "De Heer had berouw" in vers 6, en andere soortgelijke passages (zie Exodus 32:14; 1 Samuël 15:11; Jeremia 18:7-8; 26:3, 13, 19; Jonas 3:10), baart veel Bijbelgeleerden zorgen. Het gangbare begrip van berouw houdt in dat men zich afkeert van immorele daden. Een verandering van richting, karakter en doel is dus inherent aan de daad. Twee passages in het Oude Testament bevestigen ondubbelzinnig dat God niet liegt en berouw heeft zoals de mens (Numeri 23:19; 1 Samuël 15:29). Een studie van de bovengenoemde passages laat zien dat goddelijk berouw niet voortkomt uit verdriet over begane kwade daden. Veranderingen in de relatie van de mens met God leiden tot veranderingen in Gods omgang met de mens. Wanneer de mens zich van God afkeert en in zonde vervalt, verandert God de relatie van gemeenschap naar een relatie van oordelende berisping. Wanneer de mens zich van de zonde tot God wendt, vestigt Hij een nieuwe relatie van gemeenschap. Dit is goddelijke bekering. In onze tekst verandert God van gemeenschap naar oordeel (vers 6).
De veranderingen in de relatie die God teweegbrengt, worden in het Oude Testament nooit beschreven als iets onpersoonlijks of passiefs. God is altijd diep betrokken. Omdat de verandering in de relatie persoonlijk is, welke menselijke termen zouden beter gebruikt kunnen worden dan diep emotionele uitdrukkingen? Zo was God bedroefd in zijn hart.
Wanneer de mens zondigt, oordeelt God; maar Hij lijdt ook intens.
God roemde niet in de daaropvolgende daad van oordeel. Elk woord van de uitspraak is doordrenkt van pijn.
Vers 8. MAAR NOACH VOND GENADE IN DE OGEN VAN DE HEER. In die tijd was er slechts één man (en zijn gezin) die God aanbad.
Genesis 6:9

Aan het begin van het verhaal van Noach worden een aantal dingen over hem heel duidelijk. We zien al snel dat hij ongewoon was, hoewel de kenmerken die met hem worden geassocieerd niet ongebruikelijk zijn onder dienaren van God in het Oude en Nieuwe Testament.
1. Hij was rechtvaardig, dat wil zeggen, hij leefde volgens een bepaalde norm en kenmerkte zijn leven door gehoorzaamheid aan God en zorg voor de mensheid.
2. Hij was oprecht, dat wil zeggen, hij was onvoorwaardelijk loyaal, gericht op een duidelijk doel en gedreven door een vurige passie.
3. Hij wandelde met God – Net als Henoch (5:24) wandelde Noach met God, dat wil zeggen, hij genoot van een ononderbroken en intieme gemeenschap met God. Deze wandel doordrenkte de eerdergenoemde kenmerken met een tederheid en diepgang van een persoonlijke relatie met God die de formele religie overstijgt.
De morele toestand van Noachs generatie staat niet alleen in contrast met Noachs eigen leven, maar maakt ook duidelijk dat de verdorvenheid van het volk het tegenovergestelde was van Noachs rechtvaardigheid. Noach toonde trouw aan en gehoorzaamde Gods wil; het volk niet. Noachs authenticiteit, zijn gezonde levenswijze, stond in schril contrast met het geweld dat de samenleving in zijn tijd doordrong. Een vergelijking van vers 11 en 12 met vers 5 laat zien dat dit geweld innerlijk was, ernstig besmet met immorele gedachten en verdorven neigingen.
In Matteüs 24:38 waarschuwde Jezus dat in de eindtijd, de tijd waarin wij NU leven, wanneer Hij terugkeert, de aarde zal zijn zoals in Noachs tijd; goddeloosheid, corruptie, geweld, God en Zijn Woord verwerpen, zullen de mensen overheersen. En wij, als dienaren van God, moeten, hoe moeilijk het ook is, trouw aan God blijven. We moeten net als Noach rechtvaardig, oprecht en intiem met God zijn.
Genesis 6:11-13

De zonde van Adam en Eva was het begin van een morele crisis op aarde. Kaïn, hun zoon, doodde zijn eigen broer, Abel. Kaïn trok zich terug uit de aanwezigheid van God en de samenleving verslechterde. Toen Lamech, zoon van Kaïns achter-achterkleinzoon, ten tonele verscheen, was hij een polygamist, getrouwd met twee vrouwen. En in de dagen van Noach, bijna tweeduizend jaar na Adam, bedekte een groot kwaad het land. Dus besloot God zijn schepping te vernietigen met een vloed.
Zonde is niet alleen een degeneratieve ziekte, ze is ook besmettelijk. Omdat het erg serieus is, mag worden verwacht dat het niet ophoudt een negatieve invloed te hebben op individuen en de samenleving. Het duurde niet lang voordat de gevallen mens de wegen van de zonde ontdekte.
God is erg liefdevol, maar Hij is ook heilig. Hij is erg geduldig, maar de mens is niet vrij om te doen wat hij wil. God kan en wil de zonde van een corrupte samenleving niet voor altijd negeren. Hij zal de schuldigen straffen.
Het vloedgedeelte van deze profetie ging in vervulling, maar Jezus maakte een vergelijking tussen de goddeloosheid in het land tijdens de dagen van Noach en dat wat zal bestaan tijdens de eindtijd, in de verdrukking. Hij zei: "Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals zij in [die] dagen vóór de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn." (Mattheüs 24:37-39). Het slechte nieuws is dat het met de mensheid steeds erger zal worden. Maar het goede nieuws is dat Jezus zal terugkeren en er een einde aan zal maken.
Genesis 6:17-18

Aan het begin van het verhaal van Noach worden een aantal dingen over hem heel duidelijk. We zien al snel dat hij ongewoon was, hoewel de kenmerken die met hem worden geassocieerd niet ongebruikelijk zijn onder dienaren van God in het Oude en Nieuwe Testament.
1. Hij was rechtvaardig, dat wil zeggen, hij leefde volgens een bepaalde norm en kenmerkte zijn leven door gehoorzaamheid aan God en zorg voor de mensheid.
2. Hij was oprecht, dat wil zeggen, hij was onvoorwaardelijk loyaal, gericht op een duidelijk doel en gedreven door een vurige passie.
3. Hij wandelde met God – Net als Henoch (5:24) wandelde Noach met God, dat wil zeggen, hij genoot van een ononderbroken en intieme gemeenschap met God. Deze wandel doordrenkte de eerdergenoemde kenmerken met een tederheid en diepgang van een persoonlijke relatie met God die de formele religie overstijgt.
De morele toestand van Noachs generatie staat niet alleen in contrast met Noachs eigen leven, maar maakt ook duidelijk dat de verdorvenheid van het volk het tegenovergestelde was van Noachs rechtvaardigheid. Noach toonde trouw aan en gehoorzaamde Gods wil; het volk niet. Noachs authenticiteit, zijn gezonde levenswijze, stond in schril contrast met het geweld dat de samenleving in zijn tijd doordrong. Een vergelijking van vers 11 en 12 met vers 5 laat zien dat dit geweld innerlijk was, ernstig besmet met immorele gedachten en verdorven neigingen.
In Matteüs 24:38 waarschuwde Jezus dat in de eindtijd, de tijd waarin wij NU leven, wanneer Hij terugkeert, de aarde zal zijn zoals in Noachs tijd; goddeloosheid, corruptie, geweld, God en Zijn Woord verwerpen, zullen de mensen overheersen. En wij, als dienaren van God, moeten, hoe moeilijk het ook is, trouw aan God blijven. We moeten net als Noach rechtvaardig, oprecht en intiem met God zijn.
MAAR GOD VERGEET HET NIET! De uitspraak GOD VERGEET HET NIET (vers 1) is als een lichtstraal in een donkere scène. Geweld en corruptie brengen een oogst van vernietiging voort, maar de trouwe gehoorzaamheid van enkelen roept uitingen van goedheid op bij de Hemelse Rechter. De vloed zou niet eeuwig duren, en degenen die in de ark waren, zouden er ook niet eeuwig in blijven. Al snel liep de ark vast op de bergen van Ararat, een bergketen in Oost-Turkije.
Nadat Noach de ark had verlaten, richtte hij zijn gedachten en daden in de eerste plaats op God. Hij offerde reine dieren en vogels op het altaar, en God reageerde. De uitdrukking 'ROOK DE LIEFELIJKE GEUR' (vers 21) duidt hier niet op dat God hongerig was, maar dat Hij zich bewust was van Noachs daad en deze goedkeurde. God neemt zich innerlijk voor om nooit meer een vloed als strafmiddel te gebruiken. De redenen voor een dergelijke straf bleven bestaan, OMDAT DE VERBEELDING VAN HET MENSELIJK HART VANAF ZIJN KINDERTIJD SLECHT IS, maar Gods genade zou een zondvloed als straf voorkomen. Dit betekent niet dat er geen straffen meer zouden komen. Zolang de zonde onder de mensen blijft bestaan, zal er straf komen, zij het op een andere manier, zie de straffen in het Bijbelboek Openbaring. Als teken van zijn besluit stelde God een regelmaat van natuurlijke gebeurtenissen in die de mens hoop zou geven voor de toekomst.
God is jou ook niet vergeten! Net zoals Noach in die ark zat en dagenlang de donkere hemel zag, het geluid van de aanhoudende regen hoorde, het schommelen van de golven de ark deed schudden, en pas na 150 dagen, dat wil zeggen vijf maanden, de ark op de bergen strandde. Wees niet bedroefd, de zon der gerechtigheid zal nog steeds in je leven schijnen, God vergeet de zijnen niet.
Genesis 8:22

EEN BELOFTE OM TE HERINNEREN
Na de zondvloed was Noachs eerste handeling het bouwen van een altaar en het offeren van een offer aan God. Hij vernederde zichzelf vooral door God te danken voor het redden van hem en zijn gezin en het bekendmaken van zijn geloof. God was hier blij mee en beloofde dat zolang de aarde zal bestaan, er altijd verschillende seizoenen zouden zijn.
Deze profetie gaat altijd in vervulling en zal in vervulling blijven gaan totdat de aarde ergens na het Millennium wordt vernietigd.
Wat God belooft, vervult Hij!
God zegende Noach en zijn zonen, en zoals in Genesis 1:28-29 staat, kregen zij een gelijkwaardige opdracht om de aarde te bevolken. Zij moesten heerschappij hebben over alle andere schepselen op aarde. Naast groenten mochten zij nu ook vlees eten, zij het met bepaalde beperkingen. Het was hen niet toegestaan vlees met bloed te eten (vers 4). Bloed is een symbool van leven en ziel en mag bij de mens niet lichtvaardig worden behandeld. God schiep de mens naar zijn eigen beeld en daarom had het een bijzondere positie.
Noachs ervaringen met de zondvloed zijn impliciet, maar duidelijk. De oorsprong van de moeilijkheid ligt in de rebellie van de mens tegen God, zijn verbeelding en zijn neiging tot het kwaad. God tolereert zonde niet boven een bepaalde grens. Er is een eindpunt dat leidt tot oordeel voor de mens, maar niet zonder pijn voor God. God zette de eerste stap in de voorbereiding op het oordeel door te voorzien in levensonderhoud voor hen die gehoorzaam in zijn aanwezigheid leven. De anderen werden geoordeeld omdat zij God uit hun leven hadden geweerd. De ervaringen van Noach tonen God als de volkomen Heer van alle natuurkrachten, waarvan Hij sommige gebruikt als instrumenten voor oordeel of verlossing. Gods zorg te midden van het oordeel wordt benadrukt in de uitspraak dat Hij degenen die in de ark waren, niet vergat. Hoe gevaarlijk de situatie ook was, zij waren nooit uit Gods gedachten. Hij is de Schepper die rechtvaardigheid eist en corruptie bestraft. Zijn omgang met de mens is zeer persoonlijk.
Genesis 9:18-29

Zelfs met de lessen van de zondvloed waren de mensen niet volledig trouw aan God.
DE LICHTHEID VAN NOACHS FAMILIE - Noach was een boer, net als Kaïn. Het verzorgen van planten werd zijn grote passie, waaronder de wijnstok. Dit is de eerste keer dat wijnbouw in de Bijbel wordt genoemd, en het is veelbetekenend dat het in verband wordt gebracht met een situatie van tegenspoed.
Noach was wellicht onschuldig en wist niet wat de gevolgen van fermentatie voor druivensap waren, noch wat de gevolgen van gefermenteerde wijn voor de menselijke hersenen waren. Toen sloeg de schaamte toe in de familie. Noach verloor het bewustzijn, trok zijn kleren uit en ging naakt liggen.
Een van Noachs zonen, Cham (vers 22), kwam de tent binnen. Toen hij zijn vader zag, hielp hij hem niet, maar spotte hij oneerbiedig met Noachs toestand tegenover zijn broers. De andere twee zonen bedekten onmiddellijk de naaktheid van hun vader (vers 23) en gingen onopvallend, achterstevoren (niet ziende), de tent binnen.
Toen Noach weer bij zinnen kwam, begreep hij wat er gebeurd was en sprak hij met zijn zonen. Hij liet Cham zonder zegen achter en richtte zijn berisping op Kanaän, wiens nakomelingen historisch gezien gekenmerkt werden door verdorven zeden en een belangrijke bron van corruptie voor de Israëlieten vormden. De Kanaänitische verering van Baäl daalde af tot de diepste krochten van moreel verval.
De zegen die aan Sem werd gegeven, heeft een sterke religieuze betekenis, en deze afstammingslijn van Noach speelde een belangrijke rol in het overbrengen van de boodschap van verlossing aan de wereld. De meest prominente was Israël, aan wie de openbaring van God, zoals die in de Bijbel bewaard is gebleven, werd gegeven.
De zegen van Jafet (vers 27) bevatte een woordspel, aangezien de naam "dat wat zich vermenigvuldigt" betekent. Jafets afstammingslijn vermenigvuldigde zich en speelde een rol als politieke macht onder de Perzen, Grieken en Romeinen. Er vonden weinig belangrijke gebeurtenissen plaats in Noachs laatste dagen. Net als zijn voorgangers stierf hij (vers 29).
LESSEN DIE WE KUNNEN LEREN VAN DE TOREN VAN BABEL:
De Toren van Babel (Genesis 11) leert ons over de gevaren van menselijke trots, het belang van afhankelijkheid van God en de goddelijke soevereiniteit over menselijke plannen. Het verhaal laat zien dat het nastreven van roem en macht, ten koste van Gods wil, leidt tot verwarring, verdeeldheid en mislukking.
Belangrijkste lessen van de Toren van Babel:
1. Het gevaar van trots en arrogantie: De bouw werd ingegeven door de wens om de eigen naam beroemd te maken en de hemel te bereiken, wat getuigt van arrogantie en een poging om God te evenaren.
2. Goddelijke soevereiniteit en ingrijpen: God toont zijn soevereiniteit door het menselijke project te onderbreken, dat het gebod om zich uit te breiden en de aarde te vullen negeerde. Dit laat zien dat plannen zonder God zinloos zijn.
3. Eenheid zonder goddelijk doel: Menselijke eenheid, gebaseerd op zelfzuchtige ambitie, is destructief; ware harmonie hangt af van afstemming op Gods doelen.
4. Het doel van Babel (Verwarring): De verwarring van talen fungeerde als een oordeel, maar ook als een middel om de mensheid te verspreiden en zo het oorspronkelijke goddelijke plan te vervullen.
5. Menselijke beperkingen: Het verhaal benadrukt de menselijke zwakheid en de noodzaak van nederigheid en gehoorzaamheid, en herinnert ons eraan dat menselijke kracht en wijsheid beperkt zijn.
Kortom, het verhaal is een waarschuwing om levensprojecten af te stemmen op goddelijke waarden en nederigheid boven ongebreidelde persoonlijke ambitie te stellen.
Genesis 11:27-28

ABRAHAM, DE MAN DIE GOD UITKOOS
Hier begint het verhaal van een van de meest bijzondere mannen uit de oudheid, die hier centraal staat. Abraham wordt in drie grote wereldreligies – het jodendom, het christendom en de islam – verheerlijkt als een man van God. In zijn jonge jaren heette hij ABRAM, wat 'verheven vader' betekent.
Veel namen uit deze korte stamboom leven nog steeds voort in de namen van steden in de bovenste Mesopotamische vallei. Ur der Chaldeeën was een van de rijkste stadstaten die ooit zijn opgegraven. De maangod Nanar werd er vereerd. Jozua 24:2 vermeldt dat de familie van Terah afgoden aanbad. De stad werd rond 2100 v.Chr. verwoest en kort daarna vond er een grote migratie naar het westen plaats. De familie van Terah behoorde tot de migranten. Ze waren van plan naar het land Kanaän te gaan (vers 31), maar werden tegengehouden omdat Terah in Haran stierf (vers 32).
In hoofdstuk 12 roept God Abram. DE HEER HAD TEGEN ABRAM GEZEGD: "VERLAAT JE VADERLAND, JE FAMILIELID EN JE VADERGEZIN EN GA NAAR HET LAND DAT IK JE ZAL WIJZEN."
Abrams reactie op de goddelijke roep om naar een ander land te verhuizen spreekt tot de verbeelding van veel onderzoekers als de wil van God. Zijn geloofsreis was geen fantastisch sprookje, maar een realistische strijd in een vijandige wereld. Abram kende tegenslagen, maar hij hield vol in zijn streven naar wat hij geloofde dat Gods wil was.
En over Gods wil gesproken, ik heb wel eens mensen horen zeggen dat deuren vanzelf opengaan als iets Gods wil is. Uit Abrams verhaal blijkt echter dat dit niet helemaal klopt; hij heeft veel moeten doorstaan. Dus, als God je iets heeft opgedragen of je een belofte heeft gedaan, zullen de dingen niet altijd gemakkelijk zijn; er kunnen vijandige krachten tegen je opstaan. Maar houd vol, en door jouw kracht, doorzettingsvermogen en geduld zal God de weg openen.
- GELOOF IS EEN VOORBEELD DOOR HET LEVEN VAN ABRAHAM. Een vriend van God (Jakobus 2:23).
- We hebben geleerd dat geloof geen volmaakt karakter of integriteit is. Integendeel, geloof is zich God en zijn Woord toe-eigenen.
- Door dit te doen, werd Abraham het model van geloof voor de gelovige.
VREES NIET wanneer Gods leiding een richting inslaat die je niet begrijpt. Hij weet wat |Hij doet. - GELOOF IN GODS BELOFTEN AAN JOU. Hij weet hoe Hij ze moet vervullen, hoewel je het misschien niet weet (Gen 15:6).
VERMIJD het vervullen van Gods beloften op eigen kracht (Gen. 16:1-4).
VERTROUW erop dat God zal voorzien in overeenstemming met zijn beloften. Voor jou zorgen maakt deel uit van Zijn natuur (Gen. 22.1-17). - Gods voorzienigheid is strategisch gelegen langs het pad van trouwe gehoorzaamheid.
Genesis 12:1-7

ABRAHAM: EEN VOORBEELD VAN GELOOF:
1- HET GEBOD EN DE GODDELIJKE BELOFTE - verzen 1-3
De structuur is eenvoudig. Er is een gebod vermengd met een belofte, de daad van gehoorzaamheid van Abram (v. 4-6) en de theofanie, of verschijning van God aan Abraham, gekenmerkt door een belofte, waarop Abram reageerde door Hem te aanbidden (v. 7-9).
Het gebod is duidelijk, maar streng. Abram moest zijn huis en familie verlaten en naar een nieuw land verhuizen. Toen hij in dat land aankwam, werd het bewoond door de Kanaänieten, maar God beloofde: "Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven" (v. 7). De andere belofte betrof zijn nakomelingen, die een groot volk zouden worden (v. 2). Abram zou een bron van zegen voor anderen zijn. Naast het gehoorzamen van Gods stem, zou Gods leiding in zijn leven de levens van velen zegenen. En zo, wanneer Jezus in ons leven komt, en Jezus is God. Hij zegent ons door ons redding voor onze ziel te schenken, maar ons leven verandert ook, onze focus, onze richting, en we worden ook kanalen van zegen in het leven van onze familie, vrienden en buren. Jezus in ons moet ook het leven van onze naasten bereiken; als dit niet gebeurt, is er iets mis. We moeten gehoorzaam zijn aan Gods leiding. Het kan niet zo zijn: "Oh! God heeft me gezegd het zo te doen, maar ik denk dat het beter is om het zo te doen". Broeders en zusters, dat is geen gehoorzaamheid.
Dan zou Abraham Gods zegeningen kennen en bekendstaan als een groot man. God zou hem zo zegenen dat het lot van mensen bepaald zou worden door hoe ze hem behandelden. "Ik zal hen zegenen die jou zegenen, en Ik zal hen vervloeken die jou vervloeken". God zou genadig zijn voor hen die hem hielpen en zou hen straffen die hem vervloekten. Abrahams invloed zou wereldwijd zijn, een goddelijke genade en een zegen voor vele volken.
Genesis 12:11-13

ABRAHAM ZIET DE TOEKOMST IN DE OGEN
Het lijkt erop dat Abram de beslissing om naar Egypte te gaan nam zonder na te denken over de gevolgen. Nauwelijks was hij de grens overgestoken of hij begon na te denken over de gevaren die hem te wachten stonden.
Sarai was een zeer mooie vrouw; er was goede reden om te vrezen voor het lot van een buitenlander wiens vrouw zo aantrekkelijk was. De echtgenoot werd in zulke situaties gemakkelijk aan de kant geschoven. Daarom stelde Abram voor dat ze zijn oplossing voor het veiligheidsprobleem zou accepteren. Hij vroeg haar zich voor te doen als zijn zus, zodat hij niet dood zou zijn. Zij was zijn half-zus, dus halve waarheid.
Het plan was werkelijk geniaal. Een van de lokale mannen zou naar Abram komen om de hand van zijn zus te vragen. Hij zou toestemmen, maar eiste een lange verloving (lang genoeg tot de hongersnood voorbij was). Gedurende deze periode zou Sarai in Abrams huis verblijven, waar hun huwelijk in het geheim zou worden voortgezet en zijn veiligheid gegarandeerd zou zijn. De voordelen van deze regeling waren aanzienlijk en de risico's gering. Om verschillende redenen was het plan echter verschrikkelijk.
Abrams plan was een vergissing, omdat het de reinheid van zijn vrouw en Gods belofte in gevaar bracht. God had beloofd hem tot een groot volk te maken. Van hem zou een grote overwinning voor alle volken komen, de Messias. Nu was hij bereid het risico te nemen dat een andere man Sarai tot vrouw zou nemen. Hoe kon zij dan de moeder van Abrams nakomeling zijn?
Abraham klampte zich vast aan de rokken van zijn vrouw voor overwinning en bescherming, in plaats van aan Gods beloften. Abraham had gelijk om de mogelijkheid te overwegen dat iemand gecharmeerd zou raken van zijn mooie vrouw en haar als een begeerde vrouw zou beschouwen. Evenmin had hij ongelijk om te veronderstellen dat iemand hem zou vermoorden om met haar te trouwen. Zijn fout was dat hij aannam dat dit zou gebeuren en dat de enige manier om het te voorkomen was om het te benoemen. In plaats daarvan hield hij geen rekening met Gods belofte en bescherming. Het zondige plan werd dus al beraamd voordat er enig reëel gevaar dreigde.
Genesis 12:10-20

IN PLAATS VAN EEN ZEGEN, EEN PROBLEEMVEROORZAKER (v. 12:10-20)
God beloofde dat Abraham een zegen zou zijn en dat alle families op aarde door hem gezegend zouden worden. Maar toen hij vanwege de hongersnood naar Egypte ging, was hij geen zegen voor de mensen van dat land.
Broeders, God nam Abraham, laten we zeggen, als een ruwe rots. Een man die uit een heidense cultuur kwam en bepaalde gewoonten had. Wij, die de situatie vandaag de dag bekijken, zouden kunnen zeggen: "Abraham miste geloof!" Ja, hij miste het misschien, maar dit is het begin van alles; geloof groeit wanneer het beproefd wordt, dus we begrijpen dit als een eerste beproeving.
De hongersnood was ernstig en dit bracht Abraham en zijn volk naar de goed geïrrigeerde Nijldelta op zoek naar voedsel voor hun vee en gezinnen. Omdat hij verantwoordelijk was voor zoveel mensen en dieren, moest hij op de een of andere manier handelen. Het lijkt erop dat hij had gehoord van de wijdverbreide immoraliteit onder de Egyptenaren, en daarom vreesde hij zijn vrouw te verliezen en zelfs gedood te worden.
Ik vermoed dat hij, als onvolwassen heilige, nog niet had begrepen dat lijden en handelen deel uitmaakten van Gods leerplan in de school van het geloof. Hoewel hij in God geloofde, wist Abram weinig over Hem. In zijn ogen was de God die hem had geroepen misschien niet in staat de natuur te beheersen. In het heidense pantheon hadden de "goden" verschillende beperkte machten. Misschien was zijn "god" iemand die zich niet bezighield met triviale zaken zoals regen of oogst. Het lijkt erop dat hij zich niet realiseerde dat God niet alleen boven hongersnood staat, maar ook Degene is die het geeft, als een beproeving van het geloof.
In plaats van ergens wordt Abram direct veroordeeld voor zijn beslissing om naar Egypte te gaan, maar de latere verteller van het verhaal maakt duidelijk dat zijn daden niet voortkwamen uit geloof. Hij raadpleegde God niet, maar handelde onafhankelijk. Voor zover bekend werd er in Egypte geen altaar gebouwd, noch staat er geschreven dat hij daar de naam van de Heer aanriep. Zijn verzoek aan Sarai weerspiegelt ook zijn geestelijke gesteldheid. Het is daarom aannemelijk dat hij, geconfronteerd met hongersnood, een gebrek aan geloof had.
Genesis 12:14

ABRAHAMS ANGSTEN WERDEN WERKELIJKHEID
Sommigen zouden ongetwijfeld zeggen: "Maar Abrams angsten waren niet hypothetisch. Wat hij vreesde, is daadwerkelijk gebeurd." Helemaal niet! Hij was geen slachtoffer; hij was de oorzaak van wat er gebeurde. Zijn angst voor de toekomst en zijn ongelovige plan van aanpak waren de werkelijke oorzaken van wat volgde. Veel van onze angsten zijn zelfgekozen.
Het is inderdaad zo dat Sarai's schoonheid werd opgemerkt en aan de farao werd gemeld. Het belangrijkste in wat volgde was echter de bewering van zowel Abram als Sarai dat zij zijn zus was en dus beschikbaar voor een huwelijk. Hoewel we ons kunnen voorstellen hoe de farao zou hebben gereageerd als hij de waarheid had geweten, voelde hij zich volledig gerechtvaardigd om Abrams zus in zijn harem op te nemen.
Alles was zeer goed doordacht en gepland. Sarai zou zich voordoen als zijn zus en Abram zou het huwelijk uitstellen tot de hongersnood voorbij was en ze konden vertrekken. Zijn plan hield echter alleen rekening met de mannen van Egypte: "Wanneer de Egyptenaren je zien, zullen ze zeggen: 'Dit is zijn vrouw,' en ze zullen mij doden, maar jou laten leven" (Genesis 12:12).
Het kwam niet eens in Abrams op dat de farao misschien wel interesse in Sarai zou hebben. Hoewel Abram het plan voor anderen verborgen kon houden, accepteerde de farao geen nee. Hij nam Sarai mee naar het paleis en wachtte op het juiste moment om hun huwelijk te voltrekken.
Kun je je de angstige en eenzame nachten voorstellen die Abram moet hebben doorgebracht, zich afvragend wat er zich in het paleis afspeelde (seksuele gemeenschap)? Hij had Sarai gevraagd te liegen, zodat het hem goed zou aflopen (vers 13). En alles liep goed af. De farao stuurde hem vele geschenken en behandelde hem als een koning. Het enige dat Abram ervan weerhield van deze behandeling te genieten, was zijn begrip van de betekenis ervan. De farao gaf hem dit alles als bruidsschat. Alles ging goed met Abram, maar zonder Sarai, zijn vrouw. Welvaart is nooit een overwinning zonder de vrede die voortkomt uit een directe ontmoeting met God.
Genesis 12:17-19

Goddelijke bevrijding en de koninklijke berisping (12:17-19)
Opvallend is dat God pas in vers 17 bij deze gebeurtenis wordt genoemd. Abram had kunnen falen en uitglijden tot de situatie hopeloos leek. We weten niet of hij Gods hulp heeft ingeroepen.
Plotseling, zonder waarschuwing, grijpt God in. Farao en zijn hofhouding worden getroffen door een soort plaag. De symptomen suggereren mogelijk dat de aard van de zonde verband houdt met seks. We hebben geen details over de plaag, noch over hoe ze de betekenis ervan begrepen.
Abraham werd door Farao geconfronteerd en streng berispt. Hij had geen excuus of verklaring. Volgens wat er geschreven staat, zei hij geen woord ter verdediging. Ongetwijfeld was dat het verstandigste om te doen in die omstandigheden. Farao was niet iemand die onnodig uitgedaagd of boos gemaakt moest worden.
De ironie van de situatie is duidelijk. Hier zien we een berisping die een profeet corrigeert (vgl. Genesis 20:7). Het was een flinke berisping die Abram zich pijnlijk zou herinneren. Wat was het echter triest dat hij niet kon spreken, want dit verhinderde ongetwijfeld dat hij getuigde van zijn geloof in de levende God die hem geroepen had. Het gedrag van een christen heeft grote invloed op zijn getuigenis.
En de farao gaf zijn mannen opdracht hem te begeleiden; en zij begeleidden hem, zijn vrouw en al zijn bezittingen. Zo trok Abram uit Egypte naar de Negev, hij en zijn vrouw en al zijn bezittingen, en Lot met hem. Abram was zeer rijk; hij bezat vee, zilver en goud (Genesis 12:20 - 13:2).
Enkele lessen:
1- Wanneer God de "doelen" belooft, voorziet Hij ook in de middelen.
2- Er zijn geen kortere wegen naar heiligheid.
3- Wanneer ons geloof faalt... faalt God niet.
We kunnen niet anders dan glimlachen als we deze verzen lees, want God werkt op vreemde, en soms zelfs humoristische, manieren om Zijn wil te volbrengen. Lang daarvoor had God Abram opgedragen zijn vaderland en zijn familie te verlaten. Destijds was het verlaten van Lot vooral een principiële kwestie. Abram moest hem verlaten omdat God het hem had opgedragen. Nu, jaren later, erkent hij met tegenzin dat scheiding noodzakelijk is, niet uit principe, maar uit praktische overwegingen. Lot meenemen gaf problemen, die tot op heden voortduren.
Mijn vriend, hoe dan ook, Gods wil zal geschieden. Het had in Ur kunnen gebeuren, maar dat was niet zo. In Zijn voorzienigheid bracht God onenigheid en rivaliteit tussen Abram en Lot teweeg, wat de scheiding afdwong. Vroeg of laat zullen Gods plannen worden vervuld. Als wij geen noodzaak tot gehoorzaamheid zien, zal God die scheppen. Daar kun je op rekenen.
Het was blijkbaar duidelijk dat ze uit elkaar moesten gaan. Het enige probleem was: wie moest vertrekken, en waarheen? Abram liet de beslissing aan Lot over. Wat zijn keuze ook was, Abram zou ernaar handelen. Het aanbod gaf Lot een voordeel en liet Abram kwetsbaar achter.
Zo koos Lot zijn deel, duidelijk een slimme beslissing en blijkbaar een optie die hem een doorslaggevend voordeel gaf in de concurrentie met Abram. Het was een egoïstische beslissing – het beste nemen en Abram achterlaten met wat waardeloos leek.
Een eenvoudigere en eerlijkere scheiding zou zijn geweest om de Jordaan als grens te gebruiken. Zou het niet eerlijker zijn geweest als Lot aan de ene kant van de Jordaan had gewoond en de andere kant voor Abram? Lot koos echter voor "de hele Jordaanvlakte" (vers 11). Hij deed het meesterlijk door alleen aan zichzelf te denken. Hij had er een boek over kunnen schrijven.
En zo gingen hun wegen uiteen. Abram bleef in Kanaän, terwijl Lot steeds verder oprukte richting Sodom.
Lots keuze
Toen Abram Lot een aanbod deed, bevonden de twee zich blijkbaar op een hoge plek vanwaar ze het hele land om zich heen konden overzien. Lots beslissing was koelbloedig berekend. Met de ogen van een taxateur bekeek hij het land en woog de voor- en nadelen van de opties af.
De Jordaanvlakte was letterlijk een paradijs. Het was precies zoals "de tuin van de Heer" (13:10). En het leek ook te worden bevloeid door irrigatie, niet door regen (Genesis 2:6, 10 e.v.). Het leek ook op het land Egypte. Het was niet nodig om op geloof te leven in zo'n gebied, want er was water in overvloed, het was niet nodig om op God te wachten voor regen.
En zo koos Lot zijn deel, duidelijk een slimme beslissing en blijkbaar een optie die hem een doorslaggevend voordeel gaf in de concurrentie met Abram. Het een egoïstische beslissing – een beslissing waarbij hij nam wat het beste was en Abram achterliet met wat waardeloos leek.
Een eenvoudigere en rechtvaardigere scheiding zou zijn geweest om de Jordaan als grens te gebruiken. Zou het niet eerlijker zijn geweest als Lot aan de ene kant van de Jordaan had gewoond en de andere kant aan Abram? Lot koos echter voor "de hele Jordaanvlakte" (vers 11). Hij deed het meesterlijk door alleen aan zichzelf te denken.
En zo scheidden ze zich. Abram bleef in Kanaän, terwijl Lot steeds verder oprukte richting Sodom.
Abram woonde in het land Kanaän en Lot woonde in de steden van de vlakte en sloeg zijn tenten op tot aan Sodom (Genesis 13:12).
Lot had de economische aspecten van zijn beslissing zorgvuldig overwogen, maar had de spirituele dimensies volledig genegeerd. God had beloofd Abram te zegenen, en andere mensen door hem, wanneer zij hem zegenden (Genesis 12:3). Mozes voegt echter een opmerking tussen haakjes toe die deze schoonheid in een heel ander licht plaatst: "voordat de HEER Sodom en Gomorra verwoestte" (Genesis 13:10).
Genesis 13:14-17

De Heer verscheen voor de tweede keer aan Abraham en vertelde hem bij die gelegenheid dat Hij het land Kanaän voor altijd aan hem en zijn nakomelingen zou geven.
God vertelde Abraham ook dat hij een groot aantal nakomelingen zou hebben, zoveel dat niemand ze kon tellen.
God heeft dit land aan Israël gegeven, maar er is een probleem. Moslims geloven niet dat de God van Israël de ware God is. Ze aanbidden Allah en geloven dat hij hun het land heeft gegeven. Dit maakt het conflict over land tot een theologisch conflict. De vraag is: wie aanbidt de ware God? De media en de menigte staan in de rij tegen Israël en TEGELIJKERTIJD TEGEN GOD. Er is een periode van Grote Verdrukking en de Tweede Wederkomst van Christus voor nodig voordat het probleem wordt opgelost. Maar vergis je niet: Gods Woord zegt Wat Hij precies zal doen.
Het volk van Israël bewoonde het land verschillende keren, maar vanwege de zonde stond God toe dat ze een paar keer tijdelijk werden verwijderd. Het deel van deze profetie met betrekking tot de aarde wordt dus altijd vervuld, maar het zal pas in het Millennium volledig worden vervuld.
Genesis 13:14-17

GOD HERSTELT HET VERTROUWEN VAN ABRAHAM (GENESIS 13:14-17)
Het is interessant dat God pas tot Abram spreekt (althans, voor zover de Schrift dat aangeeft) nadat hij de beslissing heeft genomen zich van Lot af te scheiden. Dit was geen toeval, maar fundamenteel, want we lezen: "De HEER zei tot Abram, nadat Lot zich van hem had afgescheiden..." (Genesis 13:14).
Voor zover we kunnen zien, was Gods roeping tot Abram (12:1-3) alleen voor hem bedoeld. Net als de bevestiging in hoofdstuk 13. God zei hem zijn familie te verlaten (12:1). De zegen kon niet komen zonder gehoorzaamheid aan Zijn geopenbaarde wil; evenmin het herstel. In menselijke termen was het enige dat de goddelijke zegen in de weg stond, menselijke ongehoorzaamheid. God verwijdert deze barrière door Lot van Abram te scheiden en bevestigt vervolgens Zijn belofte.
God verzekerde Abram dat al het land dat hij op het oog had, aan hem zou worden gegeven. Lot had ervoor kunnen kiezen om in Sodom te blijven wonen, maar God had hem het land niet in bezit gegeven, en zou dat ook niet doen. Lot zou een vreemdeling in Sodom zijn (vgl. 19:9), en slechts voor een zeer korte tijd. Door Lot het voordeel te geven, werd de hoop voor de toekomst niet opgegeven, want uiteindelijk is het God die de mensen zegent door Zijn soevereine keuze.
De belofte "want u zal IK het geven" (vs. 17) is toekomstig. Deze werd pas vervuld toen de Israëlieten, onder leiding van Jozua, het land in bezit namen. Het kost tijd om Gods beloften in bezit te nemen, want zo heeft Hij het bedoeld.
In Genesis hoofdstuk 14 wordt gesproken over een oorlog tussen vier koningen en vijf koningen. Een internationale oorlog, om zo te zeggen. Waar ging deze oorlog over? Waarom vond hij plaats? Het was een handelsoorlog, een oorlog om de controle over de handelsroutes van die tijd.
Het eerste blok van naties werd gevormd door de vier Mesopotamische koningen uit het oosten (14:1). Chedorlaomer, koning van Elam (het huidige Iran), lijkt de leider te zijn geweest. Shinar was de regio van het oude Babylon (vgl. Genesis 10:10). De tweede coalitie bestond uit vijf koningen, waaronder de koningen van Sodom en Gomorra (14:2).
Na twaalf jaar als vazallen van de oosterse koningen, beraamden de vijf koningen uit het zuiden een plan om zich van hun heerschappij te bevrijden. De oosterse koningen konden zo'n opstand niet ongestraft laten. De vijf koningen uit het zuiden beheersten het gebied waar "de koninklijke weg" zich bevond. Dit was de landroute waarlangs de handel tussen Egypte en de vier oosterse koningen moest plaatsvinden. Wie dit stuk land beheerste, zou een monopolie op de internationale handel hebben. En in deze chaos werden Lot, zijn familie en hun bezittingen gevangengenomen (vers 13).
Abram sloot zich aan bij enkele bondgenoten en ging Lot te hulp, en slaagde erin hem te redden. Uiteindelijk ontmoet Abram Melchizedek. Melchizedek is een cruciale figuur in dit verhaal, omdat hij Abrams overwinning in het juiste theologische perspectief plaatst. Er was geen sprake van zelfvoldaanheid of politieke spelletjes. Melchizedek was koning en priester, geen koning en politicus. Zijn woorden waren bedoeld om Abram eraan te herinneren dat de overwinning aan God toebehoorde en dat het succes het resultaat was van Zijn overwinning. Sterker nog, Melchizedeks woorden waren een herinnering aan Gods verbond met Abram toen Hij hem in Ur riep om naar Kanaän te gaan.
Abrams reactie was een getuigenis van zijn geloof in de ene God, die door hem en Melchizedek werd aanbeden. Zijn tiende was tastbaar bewijs dat God de eer verdiende.
We worden ertoe gebracht te geloven dat Abraham Melchizedek een tiende gaf van al zijn bezittingen. Maar wanneer Mozes schrijft: "...hij gaf hem een tiende van alles," wat bedoelde hij dan met alles – alles wat?
Genesis 14:20c

Veel mensen halen vers 20 aan als bewijs voor het geven van tienden: "...En Abram gaf hem een tiende van alles." Ze zeggen dat dit de eerste tiende was en dat deze plaatsvond vóór de wet werd gegeven. Daarom zou de praktijk ervan buiten de wet vallen en dus verplicht zijn voor christenen vandaag de dag.
Dit is misschien een schok voor je, maar Abram gaf geen tiende van zijn bezittingen. Ten eerste was hij niet thuis met zijn goederen, maar op de terugweg met de goederen van de koning van Sodom en zijn bondgenoten. De schrijver van de Hebreeënbrief vertelt ons wat Abrams tiende inhield:
"Bedenk hoe groot deze man was, aan wie zelfs Abraham, de patriarch, een tiende van de buit gaf" (Hebreeën 7:4).
Stel je een scène voor: Abram wordt gevonden door de koning van Sodom, die hem ongetwijfeld overlaadt met lof. De koning van Salem arriveert en spoort Abram aan om God te verheerlijken. De koning van Sodom kijkt vervolgens vol verbazing en met grote ogen toe hoe Abram een tiende van de buit van Sodom aan Melchizedek geeft. Wat een getuigenis van Gods glorie en de zondigheid van Sodom!
De koning van Sodom wist heel goed dat "de overwinnaar de buit krijgt". Bovendien was hij getuige geweest van het geven van een tiende van zijn bezittingen aan de koning van Salem (Jeruzalem). De beste deal die deze koning kon sluiten, was het volk terug te krijgen en de goederen aan Abram te geven:
Toen zei de koning van Sodom tegen Abram: "Geef mij het volk en houd de goederen voor uzelf" (Genesis 14:21).
Abrams woorden moeten een veel grotere schok voor de koning van Sodom zijn geweest dan de daad van het verdelen van de buit met Melchizedek:
Maar Abram antwoordde: Doch Abram zeide tot de koning van Sodom: Ik zweer bij de Here, bij God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde: Zelfs geen draad of schoenriem, ja niets van het uwe zal ik nemen, opdat gij niet kunt zeggen: Ik heb Abram rijk gemaakt! (Genesis 14:22-23).
Ik geloof dat de komst van de koning van Salem een beslissend moment voor Abram was, omdat het zijn overwinning in het juiste perspectief plaatste. Hoewel mensen, mensen eer mogen geven, moeten de heiligen God eer geven, want elke overwinning is uiteindelijk van Hem, niet van ons.
Waarom zou Abram bang zijn? Hij had net een grote overwinning behaald op Chedorlaomer en de andere drie oosterse koningen (Genesis 14:14-15). Daardoor had hij ongetwijfeld veel erkenning gekregen, zelfs van de heidense koning van Sodom (14:17, 21-24). Welke angst zou zijn geloof op zo'n moment kunnen ondermijnen?
Misschien vreesde hij toekomstige militaire represailles van Chedorlaomer en zijn bondgenoten. Hij had de slag gewonnen, maar had hij ook de oorlog gewonnen? Gods woord, "Ik ben uw schild", was wellicht bedoeld om de angst voor een mogelijke militaire confrontatie te sussen.
Maar dit kon niet zijn grootste zorg zijn geweest, zeker niet in het licht van de volgende verzen. Zijn overwinning leek niet zo zoet in het licht van een vraag die alles leek te overschaduwen: "Wat baat succes zonder opvolger?"
De bevestiging vinden we in Abrams antwoord aan God: "Abram zei: 'Here Here, wat zult Gij mij geven, daar ik kinderloos heenga en de bezitter van mijn huis, dat zal deze Damascener Eliëzer zijn.' Abram zei ook: 'Zie, mij hebt Gij geen nakroost gegeven, en nu moet een onderhorige mijn erfgenaam zijn" (v. 3).
In het oude Nabije Oosten bestond een gangbare praktijk om een erfgenaam te verzekeren, zelfs als een man geen kinderen had. Een kinderloos echtpaar adopteerde een van de dienaren die in hun huis geboren waren. Deze 'zoon' zou voor hen zorgen op hun oude dag en al hun bezittingen erven na hun dood. In deze tijd van geloofscrisis dacht Abram dat dit het beste was waarop hij kon hopen.
Toen antwoordde de Heer: "Deze zal uw erfgenaam niet zijn, maar uw lijfelijke zoon, die zal uw erfgenaam zijn." (v. 4).
Om Abram gerust te stellen, nam God hem mee naar buiten en liet hem de sterren aan de hemel zien. Zijn nakomelingen, die via zijn zoon zouden komen, zouden net zo talrijk zijn als zij.
Vers 6 beschrijft Abrams reactie op de goddelijke openbaring: "Hij geloofde in de HERE, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid" (v. 6). In vers zes wordt voor het eerst het woord "geloofde" gebruikt.
Genesis 15:6

- Abraham is de vader van degenen die geloven. Geloof wordt jouw hele leven lang geïllustreerd.
- Van deze "vriend van God" (Jakobus 2:23) leren we dat geloof geen volmaakt karakter of integriteit is. Het geloof is veeleer het zich toe-eigenen van God in zijn woord.
- Door dit te doen werd Abraham een voorbeeld van geloof voor de gelovige. Zijn leven laat zien hoe we er baat bij hebben als we geloven wat God zegt, ondanks het bewijs van het tegendeel.
- Wees niet bang wanneer Gods leiding een richting uitgaat die je niet begrijpt. HIJ WEET WAT HIJ DOET! (Gen. 12: 1-9).
- GELOOF IN GODS BELOFTEN AAN JOU. Hij weet hoe Hij ze moet vervullen, hoewel je het misschien niet weet (Gen. 15:16).
- VERTROUW DAT GOD VOLGENS ZIJN BELOFTEN ZAL VOORZIEN. Voor de jouwe zorgen maakt deel uit van je natuur (Gen. 22: 1-14).
- Gods voorzienigheid is strategisch gelegen langs het pad van getrouwe gehoorzaamheid!
God zegene je! Hij riep je en zette je waar je bent! Dus, GELOOF ALLEEN.
Genesis 15:6

In vers 6 wordt voor het eerst het woord 'geloven' gebruikt. Het is ook de eerste keer dat Abram als rechtvaardig wordt erkend.
Maar waarom wachtte Mozes tot dit punt om te zeggen dat Abram geloofde en door het geloof gerechtvaardigd werd? Luthers antwoord lijkt mij het meest bevredigend. Zijn geloof was nog niet eerder genoemd om te benadrukken dat reddend geloof gericht is op de persoon en het werk van Jezus Christus. Hier beleed Abram het geloof in de belofte van een zoon, door wie de hele wereld gezegend zou worden. Hoewel we niet precies kunnen vaststellen in hoeverre Abram dit alles begreep, kunnen we de woorden van de Heiland hierover niet negeren: Uw vader Abraham heeft zich erop verheugd mijn dag te zien en hij heeft die gezien en zich verblijd" (Johannes 8:56).
Toen Mozes zei dat het geloof dat Abram beleed hem als rechtvaardigheid werd toegerekend, bedoelde hij niet dat het op de een of andere manier voor rechtvaardigheid werd ingeruild. Zijn geloof, net als dat van ons vandaag, was niet iets dat werd opgeroepen door mentale of geestelijke kracht. Geloof is op zichzelf een gave (Efeziërs 2:8-9). Het geloof dat Abram beleed, was in de Zoon die zou komen en in zijn nakomelingen, van wie er één de Messias zou zijn. Omdat Abram vertrouwde op Degene die hem rechtvaardiging kon verschaffen, verklaarde God hem rechtvaardig. Technisch gezien is redding (en geloof) een gave; rechtvaardigheid komt echter voort uit een wettelijk proces van toerekening. Abram werd door God wettelijk rechtvaardig verklaard omdat hij vertrouwde op Degene die rechtvaardig was. De rechtvaardigheid van Christus, die Abram werd toegerekend vanwege het geloof dat God hem had gegeven, redde hem.
Gods manier om mensen te redden is niet nieuw. Er is niets veranderd van de tijd van het Oude Testament tot het Nieuwe Testament. God heeft de mensheid altijd gered door genade, door geloof. Er is geen andere manier. Terwijl Abraham werd gered door geloof in Degene die zou komen, worden wij gered door geloof in Degene die al gekomen is. Dat is het enige verschil.
Genesis 15:7-12

Nadat God Abrams grootste zorg – die van een erfgenaam – had aangepakt, versterkte Hij zijn geloof in het land dat hem ooit toebehoorde: "Toen zei God tegen hem: 'Ik ben de HEER, die u uit Ur der Chaldeeën heb geleid om u dit land in bezit te geven'" (Genesis 15:7).
Abrams vraag lijkt geen ongeloof te weerspiegelen, maar eerder verbijstering over hoe dit zou gebeuren: "Abram zei: 'Here Here, waaraan zal ik weten, dat ik het bezitten zal?'" (Genesis 15:8).
God berispt Abram niet voor zijn vraag, maar bevestigt Zijn belofte met een verbond.
Hij antwoordde: "Haal Mij een driejarige jonge koe, een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif en een jonge duif." Hij haalde die alle voor Hem, deelde ze middendoor en legde de stukken tegenover elkander, maar het gevogelte deelde hij niet. Toen de roofvogels op de dode dieren neerstreken, joeg Abram ze weg (Genesis 15:9-11).
In Abrams tijd waren juridisch bindende overeenkomsten geen documenten die door advocaten werden opgesteld en door de betrokken partijen werden ondertekend. In plaats daarvan bereikten de twee partijen een wederzijds aanvaardbare overeenkomst die vervolgens werd geformaliseerd in de vorm van een verbond.
Het verbond werd bezegeld door een dier (of dieren) in tweeën te delen. De technische term betekent letterlijk "een verbond doorsnijden". Het dier werd doorgesneden en de betrokken partijen liepen tussen de twee helften door. Het lijkt erop dat de mannen met deze eed erkenden dat het lot van het dier hun lot zou zijn als ze de voorwaarden van de overeenkomst zouden schenden.
Er lijkt enige tijd te zijn verstreken tussen de voorbereiding van de dieren en de bekrachtiging van het verbond (vgl. vers 11). Door deze vertraging raakte Abram in een diepe trance: "Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis" (Genesis 15:12).
De essentie van het geloof dat Abram beleed, was zijn tevredenheid met Gods aanwezigheid terwijl hij wachtte op de belofte van toekomstige zegeningen. Hij kreeg niet het ergste. Zijn grote beloning was God zelf: "Vrees niet, Abram, Ik ben uw schild; uw loon zal zeer groot zijn" (Genesis 15:1).
Genesis 15:13-16

Er lijken twee redenen te zijn voor de vierhonderd jaar lange wachttijd tot de inbezitname van Kanaän. Ten eerste waren Abrams nakomelingen nog niet in staat (of talrijk genoeg) om het land in bezit te nemen. Ten tweede waren de inwoners van het land nog niet goddeloos genoeg om verdreven te worden: "Het vierde geslacht echter zal hierheen wederkeren, want eerder is de maat van de ongerechtigheid der Amorieten niet vol" (Genesis 15:16).
Hier ligt een belangrijk principe ten grondslag aan de inbezitname van het grondgebied van Kanaän. God is de eigenaar van het land (Leviticus 25:23) en Hij laat het na aan hen die rechtvaardig leven. Toen Israël hun God vergat en de gruwelen van de Kanaänieten beoefende (vgl. 2 Kronieken 28:3; 33:2), verdreef God hen ook uit het land.
De doorslaggevende factor voor Abram was dat Gods belofte nu veel concreter was. Hij zou een eigen zoon krijgen, door wie de zegeningen zouden worden uitgestort. Zijn nakomelingen zouden zeer talrijk zijn en te zijner tijd het land in bezit nemen. Maar daarvoor zouden ze een lange periode van wachten en veel ontberingen moeten doorstaan.
Abraham werd niet misleid of bedrogen wat betreft Gods timing en de moeilijkheden die hij en zijn nakomelingen ondervonden. Hij werd gezegend, want God is ons deel, en dat was genoeg.
Genesis 15:17

Een rokende oven. Het woord betekent eigenlijk de ronde vuurpot die Oosterlingen in hun huizen gebruiken om zich aan te warmen. De rookoven en de vurige fakkel symboliseren de rook van vernietiging en het licht van verlossing (Jesaja 62:1). Beide symboliseren God.
Opmerking: De patriarch Abram ging niet tussen de offergaven door, omdat hij in deze transactie aan niets gebonden was.
Normaal gesproken gingen beide partijen door de verdeelde offergaven heen. Hier is het ALLEEN God, omdat alleen God in staat is het verbond van vers 18-21 te vervullen. Het is God die het land bezit. Niet Abram, geen mens kan dit land in bezit geven.
Ezechiël 37 wordt NU vervuld: de vallei met de droge beenderen (de beenderen van de 6 miljoen Joden die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen) en het groeien van de pezen en de huid (de terugkeer van de Joden naar Israël). Het was de Verenigde Naties die het land Israël aan de Joden gaf.
Het verbond duidt echter op veel meer land dan de huidige staat Israël. Merk op dat er tegenwoordig slechts twee stammen, de Joden, wonen.
Om de tien stammen in Israël te laten wonen, is het land van dit verbond nodig. Waarschijnlijk zal God dit vervullen in het duizendjarige Koninkrijk. Tijdens de Grote Verdrukking zouden de tien stammen onder de volken kunnen blijven wonen om het Koninkrijk van God te verkondigen.
Genesis 15:18-21

Het beloofde land strekt zich uit van de "rivier van Egypte" (vaak geïnterpreteerd als de Wadi el-Arish of een zijtak van de Nijl) tot aan de "grote rivier, de Eufraat". Dit beloofde land is dus een gebied veel groter dan ht huidige Israël. Niet de Israelieten behoeven dit land in bezit te nemen, het is God die dit land aan de Israeliten zal schenken krachtens dit verbond (covenant). Het is GEEN mensenwerk! Geen mens kan God tegenhouden! Wanneer? Dat vermeldt de Bijbel niet, mogelijk in het 1000-jarig Koninkrijk van Christus.
- Kenieten: Woonden in het uiterste zuiden en zuidoosten, voornamelijk in de noordoostelijke Negev-woestijn, vaak rond de stad Arad en in de regio Edom en Midian.
- Kenizzieten: Een nomadische of pastorale groep die voornamelijk in de Negev en de randen van Edom leefde.
- Kadmonieten: Ook wel bekend als de "Kinderen van het Oosten". Zij leefden in het uiterste oosten en noordoosten, in de Syrische woestijn tussen het beloofde land en de rivier de Eufraat.
- Perizzieten: Verspreid over het centrale en vruchtbare laagland van Kanaän, voornamelijk in het open land en de heuvels ten zuiden en zuidwesten van de Karmel.
- Refaïeten: Een volk van reuzen dat leefde in het bergachtige gebied aan weerszijden van de Jordaan, waaronder de landstreken Basan en de streek rond Hebron.
- Amorieten: Een machtig volk dat heerste over grote delen van het bergland van Kanaän (zowel oostelijk in Transjordanië als westelijk in de centrale heuvels).
- Hettieten: In Bijbelse context woonden zij voornamelijk in het bergland van Judea, rondom Hebron. (Dit zijn de Bijbelse Hettieten, niet te verwarren met het grote Hettitische Rijk in Anatolië).
- Kanaänieten: De verzamelnaam voor de inheemse bevolking van de kuststrook (Fenicische kust) en de valleien langs de rivier de Jordaan. Zij zijn afstammelingen van Kanaän, de zoon van Cham (die Noach's naaktheid zag en daardoor vervloekt werd) en de kleinzoon van Noach.
- Girgasieten: Een volk waarvan de precieze locatie lastig is vast te stellen, maar dat waarschijnlijk in het noorden, in de regio van Galilea en rond het Meer van Tiberias, woonde.
- Jebusieten: Een specifieke, machtige stam die heerste over de stad Jebus, het huidige Jeruzalem.
Sarai voelde zich persoonlijk verantwoordelijk voor de afwezigheid van dit kind. Ze besefte dat, omdat ze zelf nooit een kind had gebaard en haar hoge leeftijd dat leek te belemmeren, er iets anders moest gebeuren zodat Abram een kind kon krijgen met een andere vrouw. Ze dacht: "Zie toch, de Here heeft mij niet vergund te baren" (Genesis 16:2).
Abram kon dus de vader van het kind zijn, ook al was Sarai niet de moeder.
De cultuur van die tijd bood de middelen om Sarai's belangen te behartigen. Oude documenten onthullen dat wanneer een vrouw haar man geen kind kon schenken, ze hem een van haar slaven als vrouw kon geven en het kind uit die verbintenis als haar eigen kind kon claimen.
De gevolgen van Sarai's plan laten echter zien dat dit voorstel een ernstige vergissing was.
Wanneer Sarai zegt: "De Here heeft mij niet vergund te baren...", begaan we hier de zonde van overmoed. Omdat ze God niet vertrouwde om haar een zoon te schenken, forceerde Sarai de situatie door Abram op te dragen Hagar tot vrouw te nemen. Verderop in het boek Genesis ging het hebben van meer dan één vrouw altijd gepaard met conflicten en concurrentie (vgl. Genesis 29:30 e.v.).
Misschien hield ze vol bij Abram totdat hij haar voorstel accepteerde. Geloof probeert God niet te dwingen tot handelen, noch handelt het in Zijn plaats, laat staan dat het bovennatuurlijke dingen doet in de kracht van het vlees.
Nu baarde Sarai, Abrams vrouw, hem geen kinderen; maar ze had een Egyptische dienstmeid, Hagar genaamd (Genesis 16:1).
Is het louter toeval dat Hagar Egyptisch was? Het is zeer waarschijnlijk dat Hagar een geschenk van de farao aan Abram was, als onderdeel van Sarai's bruidsschat (Genesis 12:16).
In hoofdstuk 16 is Abram meer een dwaas dan een patriarch.
Wat een kans voor Abram om zijn kracht te tonen! Maar in plaats daarvan maakte hij zichzelf belachelijk. Kennelijk gehoorzaamde hij passief, zonder veel of zelfs maar te protesteren, de instructies van zijn vrouw. Zij wilden een erfgenaam. En Abram deed precies wat ze hem had opgedragen.
Genesis 16:2b

Vanuit het perspectief van een vrouw bekeken: Toen Sarai Abram dit voorstel deed, wilde ze toen echt dat hij het zonder meer zou accepteren?
Vroeg ze hem te zeggen dat hij van haar hield, zelfs als hij haar geen kind kon geven? Vroeg ze hem zijn vertrouwen in Gods liefde en oneindige macht te herstellen? Moest ze herinnerd worden aan Gods belofte? Wilde ze dat hij nee zou zeggen? Misschien gehoorzaamde Abram wel zonder te begrijpen wat ze hem probeerde te vertellen.
Hagar droeg ook een deel van de schuld. Voor zover ik kan nagaan, handelde ze niet verkeerd door met Abram naar bed te gaan. Ze was een slavin, onderworpen aan de wil van haar meesteres. Ze had weinig tot geen beslissingsbevoegdheid. Ze maakte echter een fout door trots en minachting voor Sarai te voelen.
Hij nam bezit van haar en ze werd zwanger. Toen ze zag dat ze zwanger was, behandelde haar meesteres haar met minachting (Genesis 16:4). Het lijkt erop dat ze Abrams gunst won, vooral toen hij hoorde dat ze zijn kind droeg. Ze voelde zich superieur aan haar meesteres, maar ze was nog steeds haar slavin. Ze schepte op over iets waar ze geen reden tot trots voor had. En zo zien we een reeks zonden, beginnend in Egypte en eindigend in het bed van een Egyptische slavin.
Genesis 16:5-6

Ieder van hen – Sarai, Abram en Hagar – raakte verstrikt in het web van de zonde. Sarai handelde overmoedig; Abram verviel in passiviteit; en Hagar werd het slachtoffer van hoogmoed. En in een nieuwe ronde van zonde reageerde ieder van hen slecht op het dilemma dat door hun eigen fouten was ontstaan.
Sarai ontdekte dat het plan mislukte. Er werd een kind geboren, maar hoewel Abram van haar hield (17:18, 20; 21:11), verachtte ze hem (21:10). Ismaël bracht onenigheid tussen hen, geen eenheid. Zelfs Hagar, die eens trouw was geweest, verachtte nu haar meesteres.
Ik heb mijn slavin in uw schoot gegeven, en nu zij ziet, dat zij zwanger geworden is, ben ik verachtelijk in haar ogen; de Here doe recht tussen mij en u (v. 5).
Ondanks alle vrome woorden die Sarai sprak, verbergen ze haar schuldgevoel over wat er gebeurd is niet. Hoewel ze woedend was op Abram, moest ze weten dat ze zelf het bed voor Hagar had gespreid. Er komen geen woorden van bekentenis of verdriet van haar lippen, alleen bittere wroeging.
Ook Abram veranderde niet van koers. Hij had moeten leren dat passiviteit niet hetzelfde is als vroomheid. Door Sarai haar gang te laten gaan, verloochende hij zijn eigen leiderschap. Hij was medeplichtig aan Sarai's zonde door haar geen nee te zeggen of haar terecht te wijzen. Sarai's felle uitbrander dreef hem alleen maar verder van zich af. Hij erkende zijn eigen zonde niet, noch confronteerde hij Sarai met de hare. In plaats daarvan bleef hij haar haar gang laten gaan.
Abram antwoordde Sarai: Uw dienstmaagd is in uw handen; doe met haar wat u het beste lijkt. Sarai vernederde haar, en zij vluchtte van haar weg (v. 6).
Eerder had hij ingestemd met haar plan om een erfgenaam te verwekken. Nu geeft hij haar de vrijheid om met Hagar te doen wat ze wil. Sarai lijkt binnen de wettelijke grenzen te hebben gehandeld, hoewel ze de morele normen wellicht heeft overdreven. Hagar, moe van Sarai's tirannie, vlucht uiteindelijk naar Egypte.
Genesis 16:7-12

WANNEER GOD MOET INGRIJPEN
Aanvankelijk, wanneer Abram en Sarai besluiten een kind te krijgen via hun slavin, zien we geen overleg met God. Pas wanneer de zaken mis beginnen te lopen, noemt Sarai God. Het is triest om te bedenken dat wij vandaag de dag ook zo zijn; we hebben onze "briljante ideeën" zelf, we vragen God niet om leiding, toestemming of iets anders. Het lijkt erop dat wanneer de mens ervoor kiest zijn eigen weg te volgen, God zich terugtrekt en hem de gevolgen van zijn ongehoorzaamheid laat dragen. God spreekt alleen tot Hagar. Hij zoekt haar op terwijl ze vlucht. De reden voor deze goddelijke tussenkomst wordt uitgelegd in de verzen 7 tot en met 16.
Vluchten verandert niets aan relaties, noch ontslaat het iemand van verantwoordelijkheid. Jona, zelfs in de buik van de vis, was nog steeds Gods profeet met een boodschap voor de Ninevieten. Hagar bleef Sarai's dienstmaagd en had nog steeds de plicht haar meesteres te dienen. De vraag "Waarheen gaat gij?" Het lijkt erop dat dit opzettelijk was om Hagar terug naar de realiteit te brengen. God stelt ernstige vragen over Hagars beslissing en herinnert haar vervolgens aan haar verplichtingen. Hij gebiedt haar terug te keren naar degene die gezag over haar heeft: "Keer naar uw meesteres terug en verneder u onder haar hand" (vers 9).
1 Petrus 2:18-20 spreekt over dienaren die zich aan hun meesters onderwerpen, zelfs als die slecht zijn. Dit behaagt God. In onze tijd praten we veel meer over plezier en prestaties dan over plichten en verplichtingen. Maar wat zei God tegen Hagar? Dat ze haar plicht moest vervullen, ook al was die buitengewoon moeilijk en verontrustend.
Naast het gebod kwam echter ook een belofte. Sterker nog, het gebod was een voorwaarde voor de vervulling van de belofte in vers 10-12.
Ismaël zou vrij leven, zonder beperkingen, zonder boeien, en zou een doorn in het oog van zijn broers zijn (vers 12) en dodelijk voor zijn broers. Voor Hagar, Sarai's radeloze dienstmeid, was dit een bron van grote hoop en troost. Zelfs onder de wrede hand van haar meesteres leek ze te mompelen: "Je verliest er niets mee door te wachten, Sarai."
Genesis 16:13

HAGAR - AFGEWEZEN MAAR NIET VERLATEN - Wie was Hagar? Ze was een Egyptische slavin die door Sarai en Abraham werd overgenomen toen zij samen met Lot van Kanaän naar Egypte verhuisden om aan de hongersnood te ontsnappen. De relatie tussen een bediende en de vrouw van haar meester bestond uit eer, gehoorzaamheid en loyaliteit. Omdat Sara onvruchtbaar was, kon Hagar als draagmoeder optreden, wat volkomen legaal was, hoewel het een duidelijke overtreding van Gods wet was (zie Genesis 2:24) en een bewijs is van het gebrek aan geloof van Abraham en Sara.
Stel je nu voor dat Hagar als slaaf nooit iets heeft gehad, geen familie, geen bezittingen, geen echtgenoot... niets. En toen werd ze uitgekozen om het kind van de baas te krijgen, ze kon zichzelf niet inhouden... zoals ze tegenwoordig zeggen, trots en eigenwaarde gingen haar naar het hoofd stijgen. Misschien dacht ze dat ze beter was dan haar meesteres, omdat ze haar baas een zoon kon geven, iets wat Sara, met al haar rijkdom, niet kon. Misschien dacht ze zelfs dat ze Sara's plaats kon innemen! Er zijn mensen die zo zijn als ze niet veel levenservaring hebben, ze handelen met trots als ze iets bereiken.
Sara reageerde en liet zien wie de meesteres was. Ze begon te klagen bij Abraham en hij zei dat ze de verantwoordelijkheid voor haar dienstmaagd op haar plaats te wijzen. Dus Sara handelde hardvochtig, en vanwege Sara's mishandeling vluchtte Hagar.
En het was in deze situatie dat God zichzelf openbaarde aan deze weggelopen slaaf (Gij zijt een God des aanziens). Dit vertelt dat God goed is en dat Hij ons te midden van onze grootste beproevingen ziet en in ons voordeel komt.
Hagar vertegenwoordigt wellicht het grote aantal hulpbehoevende en achtergestelde vrouwen van vandaag. Ze vallen onder geen enkele omstandigheid buiten de waakzame zorg van God. Net zoals God voorzag in wat Hagar nodig had, zal Hij voorzien in wat jij nodig hebt. Tweemaal kwam de engel van de Heer haar bijstaan (Gen 16:7; 21:17). God was met Hagar en haar zoon in tijden van crisis en ook in andere tijden (Gen. 21:10).
Hagar kan ook veel verlaten alleenstaande moeders vertegenwoordigen die door zo'n bijna-dood-wanhoop overkomen als Ismaël, en er is niemand om je te helpen, het zijn alleen jij en God. Bij de God die alle dingen ziet, vond Hagar toevlucht en leven. En hetzelfde kan God ook voor jou doen.
Genesis 16:13-16

Het overheersende thema in de verzen 7-16 wordt door Hagar in vers 13 verwoord: "Gij zijt een God des aanziens".
De naam van haar zoon diende als bewijs van Gods mededogen met de verdrukten. Ismaël betekent letterlijk "God hoort". Zelfs wanneer God haar uitkoos als bron van lijden, hoort en bekommert Hij zich om de onderdrukten. Deze waarheid hielp Hagar enorm in de moeilijke jaren die volgden.
Nog een opmerking: God sprak in dit hoofdstuk tot Hagar, maar niet tot Abram of Sarai. Mozes vertelt ons zelfs dat (althans voor zover de historische bronnen reiken) God dertien jaar lang niet tot Abram sprak (vgl. 17:1). Wanneer we handelen op basis van omstandigheden, spreekt God mogelijk alleen tot ons door middel van die omstandigheden – luid, duidelijk en pijnlijk.
Het lijkt erop dat Abram er de voorkeur aan gaf om het leiderschap dat hij van God via zijn vrouw ontving uit te oefenen, aangezien hij haar mening niet in twijfel trok en geen goddelijke leiding zocht (althans in onze passage). Is het niet interessant dat Abram pas wist welke naam hij zijn zoon moest geven door de woorden die God tot Hagar sprak (16:11, vgl. vers 15)? Wanneer we ervoor kiezen ons door anderen te laten leiden in plaats van door God, laat Hij ons misschien een tijdje onze eigen gang gaan. Maar wee ons, wat zullen we dan eenzaam zijn! Wat zullen we Zijn gezelschap en de intimiteit met Hem missen!
Nog een laatste opmerking. Veel mensen willen God helpen hen te redden. Ze willen een systeem van verlossing dat hen in staat stelt deel te nemen aan het verlossingsproces. Vriend, er is niets wat je zelf kunt bijdragen aan je redding. Zoals de Schrift leert:
...zoals er geschreven staat: Er is niemand rechtvaardig, zelfs niet één (Romeinen 3:10).
Net zoals Abram God niet kon helpen een zoon te verwekken door menselijke inspanning, kun jij God ook niet helpen je ziel te redden. Redding is een geschenk van God, door geloof in wat Jezus Christus voor verloren zondaren heeft gedaan.
De woorden van God in hoofdstuk 17 doorbreken de dertien jaar durende stilte.
God openbaart Zichzelf op een zeer intieme manier aan Abram. Hij openbaart Zich ook vollediger met betrekking tot Zijn karakter en eigenschappen. Hij noemt Zichzelf de "Almachtige God", El Shaddai. Dit is de eerste keer dat God met deze naam wordt aangesproken.
Net zoals Abram God over Zichzelf hoort spreken met een nieuwe naam, ontvangt ook hij een nieuwe naam, een symbool van zijn bestemming:
"Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden; en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb" (Genesis 17:4-5).
De verplichting die rust op Abraham en zijn nakomelingen is dat zij besneden worden:
"Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde" (Genesis 17:10).
Op een bepaalde manier lijkt besnijdenis een heel eenvoudige zaak. Hoe kon God alleen dat van Abraham eisen? Het is belangrijk om te onthouden wat God tegen hem zei: "Wandel voor mijn aangezicht en wees onberispelijk" (vers 1). Besnijdenis is niet het enige wat God van Abraham eist – het is bovenal een symbool van zijn relatie met God en geeft aan hoe zijn morele gedrag zou moeten zijn. Besnijdenis betekent voor Abraham dat hij door dit verbond aan God gebonden is. Hij verlangt naar Zijn overwinningen, maar onderwerpt zich ook aan de voorwaarden ervan.
Verder zeide God tot Abraham: "Wat uw vrouw Sarai betreft, gij zult haar niet Sarai noemen, maar Sara zal haar naam zijn. En Ik zal haar zegenen, en ook zal Ik u uit haar een zoon schenken, ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal; koningen van volken zullen uit haar voortkomen" (Genesis 17:15-16).
Sara zal inderdaad een zoon baren, en geestelijke overwinningen zullen door hem komen. U en ik kunnen geen statische relatie met God hebben. Nee, als we werkelijk wedergeboren zijn, zal God dat niet toestaan. Misschien zal Hij ons laten falen, net zoals Abraham vaak faalde. Misschien zal Hij ons aan ons lot overlaten, zoals Hij met Abraham deed, door dertien jaar lang te zwijgen. Maar vroeg of laat zal Hij ingrijpen in ons lethargische leven en zullen we dichter tot Hem komen. In het christelijke leven draait het daar allemaal om.
Genesis 17:23

ONMIDDELLIJKE gehoorzaamheid is het enige type gehoorzaamheid dat bestaat aan God.
UITGESTELDE GEHOORZAAMHEID IS ONGEHOORZAAMHEID
- Telkens wanneer God ons tot een taak roept, biedt Hij ons een verbond met Hem aan, het is ons deel om die taak te vervullen en hij zal Zijn deel doen om ons rijkelijk te zegenen.
- De enige manier om te gehoorzamen is om op 'diezelfde dag' te gehoorzamen, zoals Abraham deed.
- Luther zei dat "de ware gelovige zal de vraag kruisigen: Waarom?" Hij zal gehoorzamen zonder te vragen.
- Ik wil niet iemand zijn die, als ze geen tekenen en wonderen ziet, niet zal geloven. Ik wil zonder vragen gehoorzamen.
- Gehoorzaamheid is de vrucht van het geloof; geduld is de kracht van die vrucht.
Genesis 18:1-8

Het Hemelse trio en Abrahams gastvrijheid (18:1-8)
Hoewel dit niet de eerste verschijning van onze Heer aan Abraham is, is het zeker uniek. Eerder had God rechtstreeks tot Hem gesproken (12:1-3; 13:14-17), via een woordvoerder (14:19-20), door middel van een visioen (15:1 e.v.) en in een verschijning, die mogelijk gepaard ging met glorie en pracht (17:1 e.v.). Nu verschijnt God aan Abraham als een gewone man, vergezeld door twee anderen die later worden geïdentificeerd als engelachtige wezens (vergelijk 18:2, 22; 19:1). Er wordt niets gezegd dat deze drie 'reizigers' onderscheidt van andere reizigers.
De timing maakte gastvrijheid des te belangrijker, aangezien deze gasten dorstig en vermoeid zouden zijn door de hitte. Abrahams gastvrijheid zou op de proef worden gesteld, omdat zijn 'dutje' onderbroken moest worden om zijn gasten te bedienen.
Abraham zei: "Mijn heer, indien ik uw genegenheid gewonnen heb, ga dan niet aan uw knecht voorbij. 4Laat toch een weinig water gehaald worden, en wast uw voeten en vlijt u neder onder de boom; 5dan wil ik een bete broods gaan halen, opdat gij uw hart versterkt; daarna kunt gij verder trekken" (vs. 3-5).
Ieder van ons zou met plezier zo'n feestmaal hebben bereid als we wisten wie de gasten waren, maar het lijkt vrijwel zeker dat Abraham dat nog niet wist. De auteur van de brief aan de Hebreeën verwees hier ongetwijfeld naar toen hij schreef:
"Vergeet de herbergzaamheid niet, want daardoor hebben sommigen, zonder het te weten, engelen geherbergd" (Hebreeën 13:2).
Wat een tafereel moet dat geweest zijn! Abraham, staand, zijn Hemelse bezoekers bedienend, zonder te weten wie ze waren. Ondertussen lagen beneden en verderop de steden Sodom en Gomorra, te midden van rumoer en feestelijkheden, genietend van de laatste dag van de tijd van de zonde, en Lot ergens daar, nog onbewust van wat die dag zou brengen.
Genesis 18:9-14

Toen vroeg de bezoeker: "Waar is uw vrouw Sara?" Hij antwoordde: "Daar, in de tent". Een van hen zei: "oorzeker zal Ik over een jaar tot u wederkeren, en dan zal uw vrouw Sara een zoon hebben". En Sara luisterde bij de ingang der tent, die zich achter Hem bevond. Abraham nu en Sara waren oud en hoogbejaard; het ging Sara niet meer naar de wijze der vrouwen. Dus lachte Sara in zichzelf, denkende: Zal ik wellust hebben, nadat ik vervallen ben, terwijl mijn heer oud is? Toen zeide de Here tot Abraham: Waarom lacht Sara daar en zegt: Zal ik werkelijk baren, terwijl ik oud geworden ben? Zou voor de Here iets te wonderlijk zijn? Genesis 18:9-14
Toen verzekerde de Here hem dat zij binnen een jaar een zoon zou krijgen. De essentie van deze belofte verschilt enigszins van de vorige belofte, zoals beschreven in hoofdstuk 17 (verzen 19, 21). Voor Abraham moet dit de vraag over de identiteit van zijn bezoekers hebben beantwoord.
Menselijkerwijs gesproken was een kind voor zowel Abraham als Sarah ondenkbaar. Hun gelach was een mengeling van verbazing, schok, vreugde en ongeloof.
Hier ligt een fundamenteel probleem. De enige reden voor dergelijk wantrouwen is een gebrek aan begrip van de omvang van Gods vermogen om in ons en door ons te werken.
Sara lijkt de tent te hebben verlaten toen Abraham werd ondervraagd over zijn wantrouwen. Uit angst ontkende ze dat ze in zichzelf had gelachen. Merkwaardig genoeg, ontkende zij de gedachten die de Here had niet. Haar ontkenning werd al snel als vals bestempeld.
De volwassen christen wordt minder afhankelijk van spectaculaire manifestaties van God en meer betrokken bij de dagelijkse, intieme communicatie met Hem. Eerder had God Zich aan Abraham geopenbaard met grotere pracht en glorie. Deze keer zou God niet herkend zijn zonder de voorafgaande kennis van Hem en de ogen van het geloof. God werd herkend door Zijn beloften, door Zijn woord, niet door een spectaculaire of schitterende aanwezigheid.
Kun je een intiemere gemeenschap ervaren dan het delen van een maaltijd met God?
Veel echtparen willen kinderen in hun huwelijk. In feite maken kinderen deel uit van Gods plan voor een man en vrouw verenigd in het huwelijk, sinds God Adam en Eva de opdracht gaf om "vruchtbaar" te zijn en zich te vermenigvuldigen (Gen. 1:28).
Steriliteit wordt door de medische gemeenschap gedefinieerd als het onvermogen om zwanger te worden na een jaar of langer geslachtsgemeenschap zonder het gebruik van voorbehoedmiddelen of het onvermogen om herhaalde zwangerschappen vol te houden.
Onvruchtbare echtparen werden niet door God in de steek gelaten. God geeft niet aan alle echtparen kinderen. Maar dit betekent niet dat Hij geen andere zegen voor jouw leven heeft. Opmerkelijke vrouwen in de Bijbel werden niet geassocieerd met de zegening van het krijgen van kinderen: Midian, Esther, Priscilla, Maria en Martha, Maria Magdalena.
Sara had een goed huwelijk met Abraham, het lijkt erop dat ze een gemeenschappelijke geest hadden, affiniteiten, ze wilde moeder worden, een gezin stichten, hij wilde haar dit geluk schenken en stemde in met de komst van een zoon via Hagar. Hoe zou Abraham weten dat dit niet de zoon van de belofte zou zijn? In hoofdstuk 15:4 zei de Heer dat Eliëzer niet de erfgenaam zou zijn, maar iemand zou zijn die door Abraham verwekt zou zijn. MAAR HIJ DIE UIT U VERWORPEN ZAL WORDEN, ZAL UW ERFGENAAM ZIJN. Hij sprak niet over Sara. Hij dacht dat Sara's idee misschien een goed idee was.
Na het verhaal zien we dat het mis ging, Sara en Agar pasten zich niet aan, er was geen harmonie. Wat er gebeurde was jaloezie, intriges en afgunst tot het punt dat Hagar het toneel moest verlaten met Abrahams langverwachte zoon.
Terug naar af. De tijd verstreek en Abraham en Sara kwamen natuurlijk in het stadium van onmogelijkheid terecht. Sara dacht misschien dat ze iets verkeerd had gedaan, dat ze Gods werk hinderde en dat God haar nu niet langer zou zegenen. Allemaal verloren. Haar ervaring als moeder verandert van gevoelens van scepticisme, schaamte, afgunst en wrede kritiek naar een gevoel van intense vreugde en extase. Ook al viel Sara in zonde, God hield zich trouw aan de belofte dat zij "de moeder van vele volken" zou zijn (Gen. 17:16).
De naam Isaac is gekoppeld aan lachen. Isaak ("Hij lacht") laat niet alleen het lachen van Abraham en Sara zien, maar dat God ook naar Zijn kinderen lacht.
Genesis 18:17-18

- De inwoners van twee steden die bestonden toen Abraham nog leefde, waren bijzonder slecht, dus besloot God ze te vernietigen. Maar God had een speciale band met Abraham, en dit riep de vraag op: "Zal Ik Mijn bedoelingen voor Abraham verbergen, aangezien Ik beloofde dat hij een groot volk zal worden en een bron van zegen voor alle mensen?
- Hoe mooi is de suggestie van de goddelijke monoloog!!! 'Zal ik voor Abraham verbergen wat ik ga doen?' Gods vrienden mogen zijn geheimen kennen, juist omdat het zijn vrienden zijn. God beschouwt Abraham als iemand die het recht had te weten wat hij ging doen (Psalm 25:4; Amos 3:17).
- God openbaarde zichzelf als een plan voor Abraham en toen werden de steden Sodom en Gomorra vernietigd. De nakomelingen van Abraham werden uiteindelijk de natie Israël. Tijdens het millennium zal Israël de grote natie zijn die in de Bijbel wordt voorafgeschaduwd. De hele aarde (gelovigen) werd gezegend toen de afstammeling van Abraham, Jezus genaamd, stierf voor de zonden van de wereld. Andere zegeningen zullen vervuld worden bij de Wederkomst van Jezus. Degenen die deel uitmaken van het verbond met God hebben een speciale band met Hem.
Genesis 18:20-33

Verzen 20 en 21 beschrijven op dramatische wijze de zonde van Sodom en de rechtvaardige tussenkomst van een heilige God. De zonde van de stad is zo groot dat ze praktisch tot de Hemel smeekt om vergelding (v. 20). Gods persoonlijke belangstelling en aandacht worden beschreven als "neerkomend" om de zaak aan te pakken. Dit betekent niet dat de tekst Gods alwetendheid overbrengt, want Hij weet alles. God "daalt niet neer" om de feiten te vernemen, maar om persoonlijk voor hen te zorgen en het probleem op te lossen. Zo begreep Abraham dat God de stad zou vernietigen, hoewel dit niet expliciet wordt vermeld.
Zelfs in eerbiedige bewoordingen toonde Abraham een ongekende moed voor God.
"En Abraham trad nader en zeide: Zult Gij dan de rechtvaardige met de goddeloze verdelgen? Misschien zullen er vijftig rechtvaardigen in de stad zijn; zult Gij haar dan verdelgen, en aan de plaats geen vergiffenis schenken ter wille van de vijftig rechtvaardigen, die in haar zijn? Het zij verre van U, aldus te handelen, de rechtvaardige te doden met de goddeloze, zodat de rechtvaardige zou zijn gelijk de goddeloze; verre zij het van U; zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen?" (vs 23-25).
Abrahams voornaamste zorg was ongetwijfeld Lot en zijn familie. Hoewel dit niet expliciet wordt vermeld, wordt het wel geïmpliceerd (19:27-29). Zijn beroep was gebaseerd op Gods rechtvaardigheid. Rechtvaardigheid zou niet toestaan dat de rechtvaardigen de straf ondergaan die de goddelozen toekomt (v. 25). Abraham smeekte God om Lot te sparen, niet zozeer om de stad of de goddelozen te redden.
Zoals we echter in hoofdstuk 19 lezen, waren Abrahams verwachtingen groter dan de werkelijkheid.
Dit zou een tragedie zijn, ware het niet voor een grote goddelijke waarheid: Gods genade overtreft altijd onze verwachtingen. Uiteindelijk waren er slechts drie rechtvaardige mensen in Sodom: Lot en zijn twee dochters. Er kunnen vragen rijzen over de rechtvaardigheid van Lots dochters vanwege hun gedrag in het volgende hoofdstuk. Toch verhoorde God Abrahams verzoek. Hoewel God de stad Sodom niet spaarde, spaarde Hij de rechtvaardigen. Hij is in staat en bereid om veel meer te doen dan wij vragen of ons kunnen voorstellen, zoals de Schrift ons leert (vgl. Efeziërs 3:20).
Zonder de woorden van de apostel Petrus zouden we nooit zeker weten of Lot een ware gelovige was:
"maar de rechtvaardige Lot, die zwaar te lijden had onder de losbandige wandel dier zedelozen, heeft behouden want deze rechtvaardige heeft, onder hen wonende, dag aan dag zijn rechtvaardige ziel gekweld door het zien en horen van hun tegen alle wet ingaande werken" (2 Petrus 2:7-8).
Hoewel dit niet expliciet wordt vermeld, lijkt het erop dat Lots aandringen zowel ingegeven werd door angst voor de veiligheid van de vreemdelingen als door zijn vrijgevigheid. Hij moet zich terdege bewust zijn geweest van het lot van degenen die geen dak boven hun hoofd hadden. In elke andere stad zou slapen op het openbare plein niet ongebruikelijk of onverstandig zijn. De verdorvenheid van Sodom zorgde er echter voor dat Lot er vriendelijk op aandrong dat zijn gasten bij hem bleven en zijn tafel deelden.
Als Lot dacht dat zijn gasten ongemerkt zijn huis binnenkwamen, moet hij erg teleurgesteld zijn geweest. Hoe ziek ze ook leken, de mannen van de stad hadden een arendsoog voor elke vreemdeling behalve Lot. Hun motieven waren verdorven en hun interesses onbeschrijfelijk. Binnen korte tijd omsingelde de hele stad zijn huis en probeerde seks te hebben met de vreemdelingen. Wat er gebeurde was geen "liberale" houding van een stad waarvan de wetten dit soort consensuele en privé-handelingen tussen twee volwassenen toestonden. Het was zelfs geen onfatsoenlijk verzoek om te zondigen. Sterker nog, het was een poging tot verkrachting van de ergste soort. Stel je voor, een hele stad, van jong tot oud. Dat lokt toch een drastische reactie uit?
Lot ging naar buiten, sloot de deur achter zich en hoopte de situatie te kunnen beheersen. Hij smeekte hen om niet slecht te zijn en, net toen we op het punt stonden zijn moed te bewonderen, bood hij zijn dochters aan om de verdorven lusten van deze degeneraten te bevredigen. Het is gewoonweg onvoorstelbaar! Lots ijver (bezorgdheid voor zijn gasten) veranderde in losbandigheid (bereidheid om zijn eigen maagdelijke dochters op te offeren in plaats van de vreemdelingen). Toen de menigte zijn aanbod afwees, kon men zelfs opgelucht ademhalen; Het moet echter gezegd worden dat de gevolgen van deze concessie zich nog moesten openbaren.
Genesis 19:9-14

Lot woonde twintig jaar in Sodom, maar voor de mannen van de stad bleef hij een vreemdeling. Ik vermoed dat de reden dat hij al die tijd met rust werd gelaten, was omdat ze zich Abrahams militaire macht nog herinnerden. Als Lot aangevallen zou worden, zou zijn oom met hen afrekenen.
Al die jaren nam Lot blijkbaar genoegen met afstand houden van de zonde van de stad, maar deed niets om ertegen te strijden. Nu trad hij op als rechter en sprak hij zich uit tegen hun goddeloosheid. Dit was te veel voor die menigte. Toen hen uiteindelijk gevraagd werd te protesteren tegen hun verdorvenheid, werd de menigte woedend. Eerst willen ze met Lot afrekenen, dan met de andere twee bezoekers.
Lot, die meende dat het zijn plicht was om de vreemdelingen te redden, werd door hen gered. Door de woorden die ze tot hem spraken, onthulden ze hun identiteit en wat ze van plan waren. Wat de mannen van de stad betreft, zij waren ofwel verblind, ofwel hun zicht was vertroebeld en wazig; de waarheid is dat ze rondtastend naar de deur zochten totdat ze uitgeput waren (vgl. 2 Koningen 6:18).
Vers 12-13a. De engelen vroegen Lot: "Wie hebt gij hier nog meer? Schoonzoons, of uw zonen, uw dochters, of wie gij ook in de stad hebt, voer hen uit deze plaats, want wij gaan deze plaats verwoesten".
In de laatste uren van de vroege ochtend, vóór zonsopgang, was er in Sodom meer missionaire activiteit van Lot dan in alle voorgaande jaren. Zijn inspanningen waren echter niet gericht op de inwoners van die stad, maar op een vergeefse en wanhopige poging om zijn eigen familie te redden, wiens redding hij had verwaarloosd.
Zijn schoonfamilie werden op een ietwat surrealistische manier gewekt en gewaarschuwd. Het was alsof ze op het laatste moment het evangelie probeerden te prediken aan iemand die op sterven lag. Ongetwijfeld moet Lots houding een zeer bizarre indruk hebben gemaakt. Maar hij was in de ogen van zijn schoonzoons als iemand, die schertste (v. 14). Waarom? Waarom namen ze hem niet serieus? Merk op dat er niet staat dat ze hem niet wilden geloven, maar dat ze hem niet serieus namen. Er lijkt maar één mogelijke verklaring voor te zijn: hij had nooit over zijn geloof gesproken. Zijn woorden waren geen herhaling van een leven lang waarschuwingen over zonde en gerechtigheid – ze waren volkomen nieuw en ongekend.
Genesis 19:15-25

De dag brak aan zonder ook maar één bekeerling, laat staan een rechtvaardige ziel die aan Gods toorn kon ontkomen. De tijd was om. De engelen zeiden tegen Lot dat hij zijn vrouw en twee dochters moest meenemen en de stad moest verlaten voordat het oordeel zou komen.
Het ongeloof van de inwoners van Sodom is tot op zekere hoogte voorspelbaar, maar Lots tegenzin is ongelooflijk. Nooit heeft iemand zo hard zijn best gedaan om niet gered te worden. Er zijn vele redenen waarom hij aarzelde en talmde tijdens de redding. Ten eerste, in zijn vleselijke staat, begreep hij misschien niet volledig de realiteit en de ernst van Gods oordeel. Ten tweede, misschien hoopte hij dat door zijn vertrek uit te stellen, zijn vrienden en familie gespaard zouden blijven, want hij wist dat het oordeel niet zou komen voordat hij vertrok (vgl. vers 22). Ten derde, hij was zo gehecht aan zijn vrienden, zijn familie en de dingen "van deze tijd" dat hij de gedachte aan vertrek niet kon verdragen. Ten slotte werd hij letterlijk door de engels de stad uitgesleept.
De zon kwam op zodra Lot, zijn vrouw en zijn dochters in Soar aankwamen (vers 23). Toen hij veilig was, buiten het bereik van de verwoesting, liet de Heer vuur en zwavel uit de hemel regenen op de steden in de vallei. Er zijn veel suggesties gedaan over de oorzaken van deze verwoesting. Hoewel dat natuurlijke middelen, zoals bliksem, aardbevingen of vulkaanuitbarstingen, mogelijk een rol speelden, betekent dit niet dat er geen wonder heeft plaatsgevonden. Het oordeel kwam van de Heer (verzen 19:13-14; 24-25) kwam op DAT uur, en Hij had de volledige controle over zowel de omvang als de duur ervan (verzen 22, 24-25). De verwoesting vernietigde vier steden, inclusief het land waarop ze gebouwd waren. Het was een totale verwoesting.
TERUGKERENDE ZONDEN
We worstelen allemaal met terugkerende zonden. Ze zijn als een meubelstuk waar je steeds je scheenbeen tegenaan stoot. Op een gegeven moment denk je dat je het wel zult leren vermijden. Maar als de tijd verstrijkt en je er niet meer aan denkt – pats! Je stoot er weer tegenaan.
Genesis 20 laat ons Abraham, de vader van het geloof, zien die zijn scheenbeen tegen hetzelfde meubelstuk stoot. Hij maakt dezelfde fout als in hoofdstuk 12: hij beweert dat Sara zijn zus is en zij wordt opgenomen in de harem van een koning.
Na het hoogtepunt van Abrahams gemeenschap en gebed (hoofdstuk 18) zou je je niet kunnen voorstellen dat zoiets zou kunnen gebeuren. Als de Bijbel een sprookje was, zou het niet kunnen. Maar de Bijbel is een realistisch boek dat ons de menselijkheid van al zijn helden laat zien. Abrahams zwakheden tonen ons de worstelingen van het geloofsleven en geven ons hoop. Als God met een zondaar als Abraham kon werken, dan kan Hij ook met mij werken!
Het is hier een delicate balans. Als de tekst alleen Abrahams zonde en Gods genade zou beschrijven, zouden we geneigd zijn tot toegeeflijkheid: "Maak je geen zorgen over je zonde, want God is barmhartig". Maar het hoofdstuk laat deze foutieve interpretatie niet toe. Gods heiligheid en de schade die onze zonde aanricht, worden in evenwicht gehouden door Zijn genade, zodat we onze zonde niet lichtvaardig opvatten.
Waarom verscheen God aan Abimelech, maar niet aan Abraham? Waarom hield God Abraham niet tegen in zijn dwaze daad?De reden is dat God ons soms laat falen om ons te leren dat onze redding volledig afhangt van Zijn soevereine genade en niet van onszelf. Deze gebeurtenis vond plaats op de avond voordat Sara zwanger werd van Isaak. Dit zou niet gebeurd zijn als ze in Abimelechs harem was geweest. In zijn poging zichzelf te beschermen, dwarsboomde Abraham bijna Gods belofte om hem het volgende jaar een zoon te schenken via Sara (18:10). Deze ernstige mislukking, vlak voor de vervulling van de belofte, liet Abraham eens te meer zien dat als Gods belofte al vervuld zou worden, dit volledig aan God te danken zou zijn en niet aan Abraham.
Genesis 20:3-9

Hoe vreemd het ook mag lijken, Abimelech overtrof Abraham in dit gedeelte ruimschoots. We moeten toegeven dat er geen zonde is waarin een christen niet kan vervallen in momenten van ongehoorzaamheid en ongeloof. Op zulke momenten kunnen ongelovigen de christen te schande maken wat betreft zijn integriteit en moraliteit.
Wat dit gedeelte zo verrassend maakt, is niet het feit dat Abraham zo'n grote terugval kende in zijn geestelijke groei en rijpheid. Hoewel Abrahams ontrouw geen verrassing is, is Gods trouw aan hem in dit moment van falen bewonderenswaardig.
Zelfs als het karakter zou vereisen om trouw te blijven aan beloften, zou ik Abimelech niet hebben verteld dat Abraham een gelovige was, zij het een vleselijke. En toch openbaarde God dat Abraham het voorwerp was van Zijn bijzondere zorg. Sterker nog, Abraham werd geïdentificeerd als een profeet (vers 7). Hij was Gods vertegenwoordiger en de tussenpersoon via wie Abimelech genezen zou worden.
Dit moet Abimelech hebben verbaasd. Hoe kon Abraham een man van God zijn en tegelijkertijd een leugenaar? Abimelech had echter niet de mogelijkheid om strafmaatregelen te nemen, ondanks de problemen die Abrahams ongehoorzaamheid zijn koninklijk huis had bezorgd. Abraham was weliswaar de bron van Abimelechs lijden, maar hij was ook de oplossing. Abimelech en Abraham bevonden zich in een zeer delicate situatie.
De volgende dag haastte Abimelech zich om Sara terug te brengen en gaf Abraham een vreselijke berisping. In vers 9 zegt hij: "Wat hebt gij ons aangedaan, en waarin heb ik tegen u gezondigd, dat gij over mij en mijn koninkrijk een grote zonde hebt gebracht? Gij hebt tegenover mij dingen gedaan, die niet gedaan mochten worden".
Abraham is hier als een van onze kinderen die op heterdaad betrapt wordt. Hij klaagt dat hij betrapt is, maar heeft geen berouw van het kwaad dat hij heeft gedaan.
Vers 17 zegt dat Abraham tot God bad, en God genas Abimelech, zijn vrouw en zijn dienstmaagden, zodat zij kinderen konden krijgen. Neem even de tijd om na te denken over de lessen van dit verhaal.
De gebeurtenissen in verzen 1-7 kunnen vanuit drie verschillende perspectieven worden bekeken. In verzen 1 en 2 zien we de goddelijke dimensie in de geboorte van de zoon als een geschenk van God. Verzen 3-5 beschrijven Abrahams reactie op de geboorte van deze zoon. Ten slotte zien we in verzen 6 en 7 de vreugde van Sara over de komst van haar langverwachte zoon, die de vreugde van haar leven is.
Maar de geboorte van Isaak bedreigt Ismaël, Abrahams zoon bij Hagar. Dertien jaar lang was hij de enige erfgenaam, het middelpunt van de aandacht van zijn vader, de hoop van zijn vaders dromen. Maar nu wordt hij opzijgeschoven ten gunste van deze nieuwkomer. Zo begint de spanning in Abrahams gezin toe te nemen. Deze bereikt een hoogtepunt tijdens het feest ter ere van Isaaks speen, waarschijnlijk toen hij ongeveer twee of drie jaar oud was. Ismaël bespot Isaak, en Sara stelt een ultimatum: "Jaag die slavin met haar zoon weg [Sarah noemt hun namen niet eens], want de zoon van deze slavin zal niet erven met mijn zoon, met Isaak" (21:10). Abraham stort van de hoogten van vreugde in de diepten van verdriet vanwege zijn liefde voor zijn zoon.
Abraham zat in tweestrijd; Ismaël was immers net zo goed zijn zoon als Isaak. Soms is het moeilijk om afscheid te nemen van degenen van wie we houden. Maar let goed op dit principe: net zoals de duisternis aan de dageraad voorafgaat, zo gaat moeilijkheid vaak vooraf aan de overwinning. Problemen kunnen verschillende oorzaken hebben... maar God zal een uitweg bieden.
Het is duidelijk dat Ismaël Isaak provoceerde (verbaal, fysiek of beide, dat weten we niet), hem bespotte en hem belachelijk maakte, en dit trok de aandacht van Sara. Ismaël is al een tiener, waarschijnlijk 13 jaar oud. Abraham stond voor de moeilijkste beslissing van zijn leven. Moest hij Sarah confronteren met de realiteit en haar leren leven met Hagar en Ismaël? Of moest hij toegeven aan haar verzoek, dat duidelijk op jaloezie was gebaseerd, en Hagar en Ismaël wegsturen? Op dat moment greep de Heer in en zei tegen Abraham dat hij moest doen wat Sarah had gezegd (21:12). En waarom koos God de kant van Sarah?
Genesis 21:12

Eerlijk gezegd is dit een beetje verrassend. Vanuit het perspectief van Hagar en Ismaël leek het oneerlijk. Hagar had geen keuze wat betreft de verwekking van Ismaël met Abraham. Ismaël had er niet om gevraagd om in die omstandigheden geboren te worden. Zijn jaloezie jegens Isaak is begrijpelijk voor een tiener. Hoewel Sarah's houding ook begrijpelijk was, was die niet prijzenswaardig. Dus waarom koos God de kant van Sarah?
Gods reden wordt gegeven: "want door Isaak zal men van uw nageslacht spreken" (21:12). God keurde Sarah's jaloezie niet goed, maar in Zijn soevereine plan koos Hij Isaak uit om degene te zijn door wie Zijn zegen over alle volken zou uitstorten. Als God heeft Hij het recht om zulke soevereine keuzes te maken zonder ons de redenen te geven (zie Romeinen 9). Maar in dit geval kunnen we de reden achter Gods keuze afleiden.
Isaak vertegenwoordigt datgene wat alleen God kan doen. Sarah was altijd onvruchtbaar geweest. Nu waren Abraham en Sarah, vanwege hun leeftijd, fysiek niet meer in staat om een kind te krijgen. Isaak was dus het resultaat van Gods kracht, onafhankelijk van menselijk vermogen. Maar Ismaël vertegenwoordigt wat de mens kan doen zonder God. Abraham en Hagar verwekten Ismaël op natuurlijke wijze (Galaten 4:21-31). Paulus zegt dat dit verhaal een geestelijke les bevat. Ismaël werd geboren naar het vlees, maar Isaak werd geboren naar de Geest (Galaten 4:23, 29). Abraham en Sara konden niet roemen in Isaak, maar ze konden God alleen door hem verheerlijken. Abraham kon echter wel roemen in Ismaël, omdat hij de vader van hem was.
God koos Isaak zodat we zouden weten dat een leven van geloof totale afhankelijkheid van God vereist, zodat alle vrucht van Hem komt. Wat uit ons vlees voortkomt, wat we onafhankelijk van God kunnen doen, zal Hem nooit behagen. Het verheft menselijke trots en steelt Gods glorie. Wat de Geest in ons en door ons voortbrengt, brengt God de glorie die Zijn naam toekomt. Hoewel het dus onrechtvaardig lijkt dat Hagar en Ismaël werden verdreven, was dit noodzakelijk voor Gods plan en glorie.
Genesis 21:13-16

We moeten opmerken dat zowel Hagar als de jongen belangrijke figuren in Abrahams hart waren. Tot dan toe werd Hagar aangeduid als Sarahs dienstmaagd, maar hier wordt ze door God "zijn dienstmaagd" genoemd. Sarah was, zoals we ons herinneren, erg jaloers op Hagar en haar zoon (vgl. Genesis 16:5). Het is onmogelijk voor een man om een intieme relatie aan te gaan zoals Abraham die met Hagar had en die vervolgens zomaar te beëindigen. Sarah wist dit, en God ook. Op een manier die verder ging dan het fysieke, was Abraham één geworden met Hagar, en Ismaël was het bewijs van die verbondenheid.
In hoofdstuk 17 weigerde God Ismaël als Abrahams erfgenaam te erkennen. Isaak, zo hield God vol, zou de erfgenaam van de belofte zijn (17:19). Daarom was het noodzakelijk dat Ismaël werd weggestuurd en voorgoed van de status van erfgenaam werd uitgesloten. Om deze reden moest aan Sarahs eisen worden voldaan en moest Ismaël worden weggestuurd. De beloften die God aan Hagar (16:10-12) en aan Abraham (17:20) had gedaan met betrekking tot Ismaël zouden echter vervuld worden: "Maar ook de zoon van de slavin zal Ik tot een volk stellen, omdat hij uw nakomeling is." (vers 13).
Abraham stond vroeg op om afscheid te nemen van Hagar en Ismaël. Vroeg vertrekken was zeker verstandig in de woestijn, aangezien reizen in de koelte van de dag gemaakt moesten worden. Bovendien zou een vroeg vertrek het afscheid vergemakkelijken zonder de inmenging van Sara. Waarschijnlijk wilde Abraham zijn diepe liefde voor Hagar en Ismaël uiten zonder een vijandig publiek te treffen.
Sommigen suggereren dat Hagar verdwaald raakte in de woestijn en dat dit verklaart waarom ze "rondzwierf in de woestijn van Beerseba" (v. 14). Ten slotte raakten de voorraden die Abraham hen had gegeven op en leek de dood nabij. De jongen was geen baby, zoals we misschien zouden denken, maar een tiener, aangezien hij bijna veertien jaar ouder was dan Isaak (vgl. 17:25). Omdat Hagar hem niet wilde zien sterven, liet ze Ismaël een eindje verderop achter, in de schaarse schaduw van de struiken. Toen verhief ze haar stem en huilde. Zelfs in de moeilijkste momenten van pijn verzacht God in zijn genade het lijden van hen die tot Hem roepen.
Genesis 21:17-21

Vaak groeit de wanhoop zo in onze gedachten dat we blind en verlamd raken voor de oplossing, die soms zo dichtbij is. Dit overkwam Hagar.
De oplossing voor Hagars probleem was er al. Door haar tranen kon ze de nabijgelegen put niet zien. Waarschijnlijk was de put geen zichtbaar bouwwerk, maar slechts een kleine waterbron verborgen tussen de struiken. God liet haar toen de dingen zien zoals ze werkelijk waren, en zij en de jongen werden verfrist en kregen nieuwe kracht.
We zien ook Gods mededogen met Hagar en Ismaël. Ze had hem in de steek gelaten, denkend dat hij op sterven lag. Ze begon te snikken. Maar in vers 17 staat dat God niet Hagar, maar de jongen hoorde roepen. Vervolgens riep Hij Hagar en liet haar de waterput zien die ze nog niet had gezien.
Het punt is dat we vaak denken dat wij de enigen zijn die om onze lijdende geliefden geven. We roepen tot God. Maar God heeft hun roep al gehoord, nog voordat Hij de onze hoorde! Hij geeft veel meer om hen dan wij! Zelfs in de moeilijkste momenten van pijn verlicht God in Zijn genade het lijden van hen die tot Hem roepen.
Genesis 21:22-34

Verzen 22-34 beschrijven een specifieke gebeurtenis in Abrahams leven. De overeenkomst die hij met Abimelech sloot, is belangrijk, zowel voor hem als voor ons. De overeenkomst zegt veel over Abrahams angsten en geloof.
In die tijd zeiden Abimelech en Phicol, de bevelhebber van zijn leger, tegen Abraham: "God is met u in alles wat u doet. Nu dan, zweer mij toch hier bij God, dat gij niet bedrieglijk met mij zult handelen, noch met mijn kroost, noch met mijn nageslacht; naar de vriendschap, die ik u betoond heb" (Genesis 21:22-23).
Ze beseften dat de belangrijkste reden waarom ze Abraham benaderden, was omdat hij een geliefd persoon van God was.
Abimelech wilde een overeenkomst met Abraham sluiten omdat hij nooit tegen hem wilde vechten. Tegen Abraham strijden betekende Abrahams God aanvallen en met Hem in conflict komen. Een verbond sluiten met Abraham daarentegen betekende dat God aan zijn zijde stond. Geen wonder dat Abimelech zo graag deze overeenkomst wilde sluiten.
Maar zie je de les die Abraham hieruit moet hebben geleerd? Hij had tegen Abimelech gelogen over Sara, omdat hij dacht dat er in die streek geen ontzag voor God was en dat hij daarom in een heidens volk geen bescherming genoot (vgl. 20:11). God berispte zijn ongeloof door middel van dit getuigenis uit Abimelechs mond.
Als les uit dit gedeelte leren we dat de meeste van onze angsten volkomen ongegrond zijn. Abraham maakte zich zorgen om zijn eigen veiligheid en die van zijn vrouw. Hij geloofde dat God alleen gehoorzaamd en Zijn volk beschermd zou worden waar Hij gekend en gevreesd werd. Abraham zou door de overeenkomst met Abimelech leren dat God zorgt voor hen die Hem toebehoren. Als Abimelech het al niet durfde om een waterput te nemen, hoeveel te minder een vrouw of een leven. Al Abrahams plannen waren tevergeefs. Geloof is gebaseerd op de beloften van Gods verbond; angst is zinloos.
Behoor jij Hem toe, mijn vriend? Als je gelooft in het verlossende werk van Jezus Christus voor jou, dan hoor je erbij. En als je erbij hoort, zorgt God voor je. Wie Hem toebehoort, hoeft niet te vrezen, want Hij is met hen; ja, Hij is in hen. En, het grootste van alle wonderen, Hij behandelt ons met genade. Hij is trouw.
Om deze test goed te begrijpen, moeten verschillende factoren in acht worden genomen. Ten eerste moeten we een sterke vooringenomenheid in deze kwestie erkennen. Wij, als ouders, walgen al bij de gedachte alleen al onze kinderen op een altaar te offeren. Daarom projecteren we onze afkeer op God, ervan uitgaande dat Hij er ook nooit aan heeft gedacht. Ten tweede bekijken we dit gebod vanuit het perspectief van de cultuur van die tijd, waar kinderoffers daadwerkelijk werden gebracht. Als heidenen het deden en God hen daarvoor veroordeelde, dan moet de praktijk in elke context verkeerd zijn.
Maar we moeten concluderen dat het offer van Isaak niet verkeerd kon zijn, of het nu slechts een poging was of daadwerkelijk werd uitgevoerd, omdat God niet in staat is kwaad te doen (Jakobus 1:13 e.v.; 1 Johannes 1:5). Sterker nog, het kon niet verkeerd zijn om een enig kind te offeren, omdat God werkelijk Zijn enige Zoon heeft geofferd:
"Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft" (Johannes 3:6; vgl. Matteüs 26:39, 42; Lucas 22:22; Johannes 3:17; Handelingen 2:23; 2 Korintiërs 5:21; Openbaring 13:8).
In die zin vroeg God Abraham niet iets te doen wat Hijzelf niet zou doen. Gods gebod was juist bedoeld als een voorafschaduwing van wat Hij eeuwen later aan het kruis van Golgotha zou doen.
Alleen door het typologische belang van het "offer van Isaak" te begrijpen, kunnen we inzien dat Gods gebod heilig, rechtvaardig en zuiver is. Abrahams bereidheid om zijn enige zoon te verzaken, illustreerde op menselijke wijze Gods liefde voor de mensheid, die Hem ertoe bracht Zijn eniggeboren Zoon te geven. De diepe smart die Abraham ervoer, weerspiegelde het hart van de Vader in het aangezicht van het lijden van Zijn Zoon. De gehoorzaamheid van Isaak was een voorafbeelding van de onderwerping van de Zoon aan de wil van de Vader (vgl. Matteüs 26:39, 42).
Abrahams geloof werd ruimschoots bewezen door zijn volledige bereidheid om Gods wil te volbrengen. Zonder twijfel zou Isaak geofferd zijn als God niet had ingegrepen. In feite was Isaak al geofferd, dus de daad was overbodig.
Mogen wij dezelfde gehoorzaamheid, hetzelfde geloof en dezelfde moed hebben als Abraham om alles zonder voorbehoud aan God over te geven.
REALISTISCH OMGAAN MET DE DOOD
Hoe moeten we over de dood denken en ermee omgaan, of het nu gaat om de dood van geliefden of onze eigen dood?
Deze vraag heeft voor verwarring gezorgd onder Gods volk. Sommigen zeggen dat we, omdat Christus de dood heeft overwonnen, vreugdevol en zegevierend moeten zijn te midden van alles. Zij ontkennen het rouwproces. Anderen leggen snel uit hoe God alles ten goede zal laten werken, wat waar is. Maar we voelen nog steeds verdriet en pijn.
De dood is de ultieme beproeving van ons geloof. Trouwe christenen zijn niet vrijgesteld van de dood, tenzij we nog leven wanneer Christus terugkeert. We kunnen er niet aan ontkomen, noch het uitstellen wanneer onze tijd komt. Als christenen moeten we de dood realistisch onder ogen zien.
Er is de realiteit van verlies en verdriet. Hoewel Sara relatief lang leefde (zij is de enige vrouw in de Bijbel van wie de leeftijd bij haar dood wordt genoemd), rouwde en huilde Abraham toen zij stierf. Het is nooit gemakkelijk. Er is niets onmannelijks of onbijbels aan huilen in een tijd van verdriet. Jezus zelf huilde bij het graf van Lazarus (Johannes 11:35). Paulus zegt ons te huilen met hen die huilen (Romeinen 12:15). Er is ook de realiteit van eenzaamheid, omdat de geliefde er niet meer is.
De dood brengt de harde emotionele realiteit van verlies en eenzaamheid met zich mee, zelfs voor iemand die een bijzondere vriend van God is. Het is geen probleem om te zeggen: "Zelfs met God zal het moeilijk zijn!"
De dood, zelfs voor gelovigen, brengt harde realiteiten met zich mee. Het doet altijd pijn, het laat ons altijd achter met een leegte in ons hart. Vaak brengt het ook harde financiële realiteiten met zich mee. De Here spaart ons deze dingen niet alleen omdat we in Hem geloven. Maar naast de pijn, die ons herinnert aan onze zonde als de reden waarom de dood in deze wereld is gekomen, geeft Hij ons de hoop van Zijn beloften. Christus stierf voor ons, zodat de angel van de dood niet langer zou bestaan. Ja, we lijden onder de dood van geliefden, maar we lijden niet zoals zij die geen hoop hebben. Hij ging heen om een plaats voor ons te bereiden. We zullen herenigd worden met onze geliefden die in Jezus zijn ontslapen!
Abraham was already quite old, Sarah had died some years before, and now came the concern of a father who did not know how much longer he had to live and wanted to leave his son married with a settled family.
Abraham's servant stood out for his fervent obedience and attention to the instructions given to him. He diligently carried out his task, without eating or resting until it was completed. There was a sense of urgency, perhaps the perception that his master believed time might be short.
We see that God guides His children, once in motion, through "his angel" (v. 7). All true Christians are guided by the Holy Spirit (Romans 8:14). He prepares the way for us to walk according to His will and feel His direction. We must proceed in faith, just as Abraham did, knowing that God guides us.
God's will was discerned through prayer. The servant presented a plan to God, by which the woman who would be Isaac's wife would become evident. It was not about a fleece of wool, but rather a test of character. The servant could thus determine the character of the women he would meet. God, providentially (through circumstances), brought the right woman to the servant, and, by her generous act of giving water to the camels, she proved to be the one chosen by God to be Isaac's wife.
Humbly, he prayed for guidance, but wisely proposed a plan that would test the character of the women he would meet. There was no spectacular revelation, nor did there need to be. Wisdom could discern a woman of great worth.
If you are in this phase of life, seeking marriage, invite God to participate in your search; don't despair thinking that all is lost and you should marry just anyone outside of God's will. Pray, wait, trust, and when you find someone, put them to the test with God, ask for discernment, and know that God is very interested in helping you with the person to be chosen.
Genesis 24:12-28

Abrahams geloof had duidelijk invloed op de dienaar, die zelf ook een diep vrome man was. Net voordat de jonge vrouwen water kwamen halen, stond hij bij de put en verhief zijn stem in gebed. Zijn grootste wens was dat de keuze van een vrouw voor Isaak niet zijn beslissing zou zijn, maar die van God.
Om Gods leiding te kennen, moeten we onze eigen wil opzij zetten en de wil zoeken van de God die ons geroepen heeft. Dit is het basisprincipe om Gods wil in elke situatie te bepalen: jezelf zoveel mogelijk ontdoen van je eigen wil en je toewijden aan het zoeken en gehoorzamen van Gods wil.
Wetend hoe moeilijk het voor hem was om Gods wil te onderscheiden, vroeg hij de HERE om Zijn wil te openbaren door middel van een reeks gebeurtenissen. Deze gebeurtenissen zouden een tweede doel hebben: het karakter van de jonge vrouw onthullen.
De dienaar was op de juiste plaats, op het juiste moment, en legde zijn behoeften voor aan God. Nog voordat hij uitgesproken was, ontvouwde het antwoord op zijn gebed zich voor zijn ogen. Rebekka, Abrahams nicht, verscheen bij de put. Sprakeloos zag Eliezer hoe zijn verzoek tot in de puntjes werd vervuld. Hij informeerde naar de familie van de jonge vrouw. Toen hij vernam dat ze van Abraham afstamde, was hij zeer verheugd; vers 26 zegt dat de man zich voor hem neerboog en de Here aanbad.
Gods daden in het leven van hen die Hem volgen, komen overeen met de beloften die aan hen zijn gedaan. Maar er was nog een verrassend gevolg. De dienaar gedroeg zich gehoorzaam en volledig openlijk op het pad om door de Here geleid te worden.
Maar wees gewaarschuwd! Net zoals het voor Abraham moeilijker was om een vrouw voor Isaak te vinden onder zijn eigen volk dan onder de Kanaänieten, zal het ook voor jou moeilijker zijn om een partner te vinden die toegewijd is aan Gods plan. Laten we eerlijk zijn, er zijn veel mooie en aantrekkelijke alleenstaande heidenen. En er zijn ook veel mooie en aantrekkelijke kerkgangers die voor zichzelf leven, maar niet voor Christus. Maar het kan behoorlijk moeilijk zijn om een alleenstaande en godvrezende persoon te vinden.
En als je ziet dat andere alleenstaande christenen trouwen met mensen die niet zo toegewijd zijn aan de Here, is het makkelijk om te denken: "Misschien ben ik wel te streng. Misschien zijn er wel mooie Kanaänitische meisjes (of jongens) te vinden." Maar als je Gods leiding wilt bij de keuze van een partner, moet je onwankelbaar toegewijd zijn aan God en Zijn plan.
Genesis 24:67

Niet alle liefde die snel ontstaat, begint goed. Het verhaal van Isaak en Rebekka laat een ander pad zien dan we tegenwoordig gewend zijn. Het was niet impulsief, het was niet alleen gebaseerd op gevoelens. Het werd geleid, beproefd en afgestemd op God.
Isaak ging niet zomaar op zoek naar iemand. Rebekka was niet op zoek naar gevonden te worden. Toch vonden ze elkaar.
Wanneer God erbij betrokken is, hangt de juiste ontmoeting niet af van haast, maar van afstemming.
Voordat Isaak Rebekka ontmoette, was er iemand aan het bidden. Vóór de ontmoeting was er richting. Vóór de verbinding was er afhankelijkheid van God.
Meestal beginnen we andersom. Eerst raken we betrokken, dan bidden we dat het goed komt. Eerst leggen we contact, dan vragen we ons af of het Gods wil was.
Relaties beginnen niet bij de ontmoeting, ze beginnen met de beslissingen die je daarvoor neemt. Als je niet duidelijk hebt wat je zoekt, lijkt iedereen geschikt. Het gaat dieper dan dat: als je niet in harmonie bent met God, kan zelfs de juiste relatie op het verkeerde moment komen.
Relaties lopen stuk omdat ze gebouwd zijn op interpretaties, niet op de waarheid. Je kunt geen relatie in stand houden met een aangepaste versie die in het begin alleen maar waar leek. En nog ernstiger: je hebt geen perfecte persoon nodig. Je hebt iemand met karakter nodig.
Karakter komt niet tot uiting in het openbaar, maar in de kleine details, in woorden die in privé worden gesproken, in uitnodigingen, in de manier waarop je de mensen om je heen behandelt in alledaagse situaties. Let daarop, op de details. Op hoe je mensen behandelt die niets terug kunnen geven. Op hoe je reageert als niemand iets te bieden heeft.
Wat betekent "Hij kreeg haar lief"? Dit vers is opmerkelijk omdat het een duidelijke dynamiek laat zien: liefde ontstond na verbintenis en samenleven. In plaats van een blinde en puur impulsieve passie te zijn, ontwikkelde Isaaks liefde voor Rebekka zich door toewijding, waarmee het begin van een nieuw gezin in de lijn van de belofte werd gemarkeerd.
Wat betekent "Hij nam Rebekka en zij werd hem tot vrouw"? Isaak had seksuele gemeenschap met haar. Dat betekent dat seksuele gemeenschap is een huwelijk. Er bestaat niet zoiets als het naar bed gaan, vrije seks. Ga je naar bed daarna met een ander, dan is dat echtscheiding en een nieuw huwelijk. God haat dit.
Evalueer je relatie (of toekomstige relatie). Wees eerlijk: heeft die een duidelijke richting of draait het alleen om emotie? Is er een doel of alleen om gezelschap? Hoort God centraal te staan in je leven, of wil je gewoon niet alleen zijn?
We zijn Hagar al eerder tegengekomen (Genesis 16:1-16 en 21:8-21), en nu maken we kennis met Ketura. "Abraham nam wederom een vrouw, Ketura geheten" (v. 1). Net als veel gelovige mannen in het Oude Testament had Abraham meer dan één vrouw. Het was gebruikelijk om meerdere vrouwen te hebben om kinderen te krijgen. Maar deze praktijk was in strijd met Gods wil voor het huwelijk, die zegt: "Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn" (Genesis 2:24). Deze praktijk was een aanpassing aan culturele normen die in strijd waren met Gods norm. Het was in strijd met Gods bedoeling voor het huwelijk, net als echtscheiding.
Het is belangrijk om op te merken dat Abraham van Sara hield en rouwde om haar heengaan, dat hij op Sara's verzoek bij Hagar bleef.
Het is echter belangrijk op te merken dat deze bijvrouwen nooit dezelfde status genoten als Sara, wat wellicht verklaart waarom hun zonen geschenken van Abraham ontvingen (Genesis 25:6), maar niet met Isaak deelden in de erfenis.
Naast Ketura's naam weten we eigenlijk alleen de namen van de zes zonen, zeven kleinkinderen en drie achterkleinkinderen die zij Abraham baarde (25:2-4). We weten weinig meer dan de namen van deze nakomelingen van Abraham. Wat we wel weten, is dat Abraham hen "oostwaarts, naar het Oosterland" stuurde (25:6b), waarschijnlijk naar Syrië of Arabië (vergelijk de zonen van Ismaël, Genesis 25:18), waar zij de voorouders werden van zes Arabische stammen (vergelijk 1 Kronieken 1:32-33). We weten ook dat de nakomelingen van Midian (de Midianieten) geduchte vijanden van Israël werden.
Een Bijbelse les die dit verhaal over het einde van Abrahams leven ons leert, is dat godvrezende ouders niet altijd godvrezende kinderen voortbrengen.
Het is toch triest dat een godvrezende en trouwe man als Abraham nakomelingen voortbracht die zo goddeloos en zo gekant tegen Gods volk werden? Hieruit leren we dat godvrezende ouders hun kinderen kunnen opvoeden in de "tucht en het onderwijs van de Here" (Efeziërs 6:4). Maar ze kunnen niet bepalen hoe die kinderen zich geestelijk zullen ontwikkelen. Daarvoor moeten we onze kinderen toevertrouwen aan de soevereine zorg en controle van God. Het is weer een fruit van het vlees en het niet beheersen van de seksuele verlangens en dat op hoge leeftijd.
Genesis 25:21

Isaac, de zoon van Abraham, trouwde op 40-jarige leeftijd. Rebeca, zijn vrouw, was onvruchtbaar en hij bad twintig jaar voor haar. Toen Izak 60 jaar oud was, werd Rebekka genezen in antwoord op zijn gebed, werd zij zwanger en baarde zij de tweelingzonen, Esau en Jacob.
Lessen over het gebed van Isaac:
- Het is geen verloren zaak als we het in de handen van God leggen.
- Overwinning in gebed vereist doorzettingsvermogen. Isaak bleef niet nalaten op God te hameren.
- Hij was specifiek in zijn gebed.
Het is tijd van gebed voor nodig, om de kracht van God door gebed te ervaren!
Genesis 25:21-23

Nadat Ismaëls stamboom en levensverhaal zijn afgerond, komen Isaak en zijn nakomelingen centraal te staan in de rest van het Bijbelse verhaal. Een andere stamboom begint, anders dan die van Ismaël. Ismaëls stamboom wordt in samenvatting verteld. Al zijn zonen worden opgesomd, evenals de gebieden waar ze zich vestigden. Dan begint Isaaks stamboom: "Dit zijn de geslachten van Isaak, de zoon van Abraham" (vers 19).
Net als haar schoonmoeder Sara had Rebekka echter moeite om kinderen te krijgen: ze was onvruchtbaar. In plaats van te proberen kinderen te krijgen via bijvrouwen of andere vrouwen, wendde Isaak zich tot God voor hulp: "Isaak bad tot de HEER voor zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar". Gods ingrijpen lijkt onmiddellijk te zijn geweest: "De HERE verhoorde hem, en Rebekka, zijn vrouw, werd zwanger" (vers 21).
Er waren echter problemen tijdens de zwangerschap. Rebekka voelde dat "de kinderen in haar buik aan het worstelen waren" (vers 22). Ze was zwanger van een tweeling en die bewogen zo hevig dat het haar verontrustte. Het leek alsof ze met elkaar aan het vechten waren. Ze wist echter niet precies waarom ze zo onrustig waren, noch dat ze een tweeling droeg in plaats van één kind. Een zwangere vrouw die zoveel beweging in haar buik voelt, zou natuurlijk angstig zijn en zich afvragen of er iets mis was. We kunnen ons voorstellen dat Rebekka, die moeite had met zwanger worden, bang was dat haar zwangerschap zou eindigen in een miskraam.
Daarom raadpleegde ze God om de reden te achterhalen. Het antwoord van de Here bevestigde het belang van de activiteit in Rebekka's baarmoeder:
En de Heer zei tegen haar: "Twee volken zijn in uw schoot, en twee natiën zullen zich scheiden uit uw lichaam; de ene natie zal sterker zijn dan de andere, en de oudste zal de jongste dienstbaar wezen" (vers 23).
Zonder alle geavanceerde medische onderzoeken die tegenwoordig worden gebruikt, deelde God Rebekka mee dat ze een tweeling zou baren. Hij vertelde haar ook dat deze tweeling twee naties zou vormen die tegen elkaar zouden strijden. En Hij vertelde haar dat de jongere de oudere zou dienen.
Deze profetie is een zeer belangrijke openbaring, niet alleen voor Rebekka, maar ook voor christenen van onze tijd, omdat ze het principe van goddelijke uitverkiezing illustreert.
Genesis 25:23

Ze zocht een verklaring van de Heer voor de strijd die zich in haar baarmoeder afspeelde.
"De Heer zei tegen haar: 'Twee volken zijn in uw schoot, en twee natiën zullen zich scheiden uit uw lichaam; de ene natie zal sterker zijn dan de andere, en de oudste zal de jongste dienstbaar wezen'" (Genesis 25:23).
God openbaarde vervolgens aan Rebekka dat ze twee zonen zou krijgen, twee volken, dat wil zeggen, twee naties. Dit was een bijzondere "openbaring" van God zelf. De twee naties en de twee volken zouden uit Rebekka's baarmoeder voortkomen. Ze zou meer dan alleen twee baby's krijgen; ze baarde twee grote groepen mensen.
Elke zoon zou opgroeien en de vader van naties worden: de naties Edom (Esau) en Israël (Jakob). De twee naties zouden door de geschiedenis heen vele veldslagen tegen elkaar voeren. De twee broers zouden ook gedurende hun eigen leven conflicten met elkaar ervaren, wat de basis legde voor een voortdurende strijd tussen Edomieten en Israëlieten. Uiteindelijk zegt God: "Het ene volk zal sterker zijn dan het andere." Het sterkere volk zouden de Israëlieten (Jakob) zijn, en de Edomieten (Esau) het zwakkere.
In Romeinen 9 verwijst de apostel Paulus naar dit voorval als een illustratie van het principe van de uitverkiezing:
"En niet alleen dat, maar ook Rebekka, toen zij zwanger was van een tweeling van één man, onze vader Isaak, en de tweelingen nog niet geboren waren en niets goeds of kwaads hadden gedaan, opdat het voornemen van God, overeenkomstig zijn uitverkiezing, zou standhouden, niet door werken maar door Hem die roept, werd tot haar gezegd: De oudste zal de jongste dienen" (Romeinen 9:10-12).
Hoewel we moeten erkennen dat God in zijn alwetendheid alle werken van beide zonen van eeuwigheid af kende, bevestigt Paulus dat de keuze voor Jakob boven Esau geen enkele invloed had op de werken die zij zouden verrichten. Jakob werd uitverkoren terwijl hij nog in de baarmoeder van zijn moeder was, ongeacht de werken die hij in de toekomst zou doen. Met andere woorden: Gods uitverkiezing.
Esau werd als eerste geboren en kwam rood en behaard ter wereld. Jakob kwam uit de baarmoeder tevoorschijn terwijl hij de hiel van zijn broer Esau vastgreep. De naam Jakob is afgeleid van het Hebreeuwse woord voor 'hiel'.
Genesis 25:29-31

Leven in de jacht op onmiddellijke bevrediging zal je beroven van geestelijke zegeningen.
1. Je kunt grote zegeningen mislopen als je ze niet waardeert.
Esau werd geboren in een situatie vol grote zegeningen. Hij werd niet geboren in een heidens gezin waar zijn ouders afgoden aanbaden en hem slecht behandelden. Hij was de zoon van Isaak en Rebekka, kleinzoon van Abraham, de vriend van God.
Het is een feit dat ieder van ons grote geestelijke voorrechten bezit: we horen het evangelie, we hebben de Bijbel, we leven in een vrij land waar we naar een kerk kunnen gaan waar de Bijbel wordt onderwezen, waar we andere christenen kunnen ontmoeten die ons kunnen helpen groeien in onze wandel met God. Maar net als Esau die zijn geboorterecht verachtte, kunnen we al deze geestelijke zegeningen mislopen als we ze niet waarderen.
2. Kleine keuzes kunnen drastische gevolgen hebben.
Esau's beslissing was impulsief, maar kwam voort uit jarenlange verwaarlozing van geestelijke zaken. Hebreeën 12:16 noemt Esau een goddeloze (= profane) persoon. Hij miste Gods perspectief op het leven. Hij was niet begaan met geestelijke zaken. Hij leefde voor het hier en nu. "Wie heeft het eerstgeboorterecht nodig?" dacht hij. "Ik kan immers morgen sterven. Wat ik nu nodig heb, is een goede maaltijd. Wat heb ik aan een eerstgeboorterecht als ik van de honger omkom?"
Degenen die Gods morele normen verwerpen, rechtvaardigen zich vaak door te zeggen dat ze hun "behoeften" moesten bevredigen. We accepteren daarmee het idee dat onze behoeften voorrang heeft. Sterker nog, dat als je jezelf niet eerst liefhebt, je God en anderen niet kunt liefhebben! Maar Jezus zegt: "God kent je behoeften, en je kunt erop vertrouwen dat Hij ervoor zal zorgen. Je ware behoefte is om eerst Zijn koninkrijk en Zijn gerechtigheid te zoeken" (zie Matteüs 6:31-33).
3. Het is gemakkelijk om iets wat niet echt essentieel is, ten onrechte als essentieel te beschouwen.
Esau dacht dat hij voedsel nodig had. Dat klinkt als een essentiële behoefte, maar dat is het niet. Zijn essentiële behoefte was om God te gehoorzamen en Zijn doel te zoeken.
4. Het is gemakkelijk om je vast te klampen aan de juiste dingen om de verkeerde redenen en op de verkeerde manier. Jakob had gelijk dat hij het eerstgeboorterecht wilde. Maar zijn motief en de manier waarop hij het probeerde te verkrijgen, waren verkeerd.
Genesis 25:32

Het eerstgeboorterecht was het recht om over het gezin te heersen. Door zijn eerstgeboorterecht te verkopen, toonde Esau zijn desinteresse in zijn toekomstige erfenis. Hij zei eigenlijk: "De toekomst interesseert me niet, ik wil alleen mijn honger stillen vandaag." Esau's fundamentele houding, waarbij hij een toekomst en een grote erfenis verruilde voor een maaltijd die hem slechts een paar uur zou bevredigen, wordt gebruikt als voorbeeld van een houding die gelovigen zorgvuldig moeten vermijden:
"Ziet daarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden. Laat niemand een hoereerder zijn, of onverschillig als Esau, die voor één spijze zijn eerstgeboorterecht verkocht. Want gij weet, dat hij later, toen hij (toch) de zegen wilde erven, afgewezen werd, want toen vond hij geen plaats voor berouw, hoewel hij het onder tranen zocht" (Hebreeën 12:15-17).
De grootste beloning voor trouw lijkt te zijn het delen in Christus' koninkrijk met Hem (Openbaring 3:21; Filippenzen 2:5-10; 2 Timoteüs 2:12). De manier waarop we de beloning van onze erfenis ontvangen, is door te leven als trouwe getuigen die moeilijkheden verdragen, maar blijven wandelen in gehoorzaamheid aan Christus (Kolossenzen 3:23; Openbaring 1:3; 3:21). Alle gelovigen zijn kinderen van God en hebben God onvoorwaardelijk als hun erfenis, simpelweg door in Jezus te geloven (Romeinen 8:17a). Maar sommige gelovigen zullen de beloning ontvangen om "mede-erfgenamen met Christus" te zijn in het rijk over de nieuwe aarde. Het verkrijgen van deze beloning is verbonden aan een voorwaarde; gelovigen in Jezus zijn:
"erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking" (Romeinen 8:17b).
"Mede-erfgenamen met Christus zijn" betekent dat we met Hem Zijn eerstgeboorterecht delen, als de eerstgeborene over de hele schepping (Kolossenzen 1:15). Het beeld van Esau laat ons zien dat als we de gemakken van deze wereld voorrang geven boven het wandelen in trouw aan Christus, Hem volgen in Zijn lijden en de verwerping door de wereld omdat Hij de waarheid leefde en sprak, we ons eerstgeboorterecht verkopen voor een tijdelijk genot.
Maar wat interessant is om op te merken, is dat er hongersnood heerste in dat land. Welk land? Het beloofde land! Het land dat God aan Abraham en zijn nakomelingen had beloofd, later beschreven als een land dat overvloeide van melk en honing. Er heerste hongersnood in dat land. Hoewel God Isaak gemakkelijk van overvloedig voedsel had kunnen voorzien, ondanks de hongersnood om hem heen, deed Hij dat niet. De man die door God was uitverkoren, moest lijden samen met al zijn heidense Kanaänitische buren.
Beproevingen zijn het lot van Gods volk; dat is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven, tot de Wederkomst van Jezus. Isaak vroeg zich niet af: "God, waarom laat U deze hongersnood toe in het beloofde land?" Isaak bestrafte de hongersnood niet in de naam van de Here. Het is waar dat hij niet op de juiste manier reageerde. Maar dit was niet de eerste en zou ook niet de laatste beproeving van dit soort zijn die Gods volk in het beloofde land zou overkomen.
Beproevingen zijn een normale ervaring voor Gods volk, zelfs wanneer ze zich precies bevinden waar Hij hen wil hebben. Op de een of andere manier hebben we het idee geïnternaliseerd dat als God ons naar een bepaalde plek of bediening heeft geroepen, we geen problemen zullen tegenkomen. Alles zal vanzelf gaan. Wanneer het pad moeilijk wordt, vragen we ons af wat er mis is. "Misschien volg ik Gods wil niet."
Beproevingen zijn een veelvoorkomende ervaring voor Gods volk. En na een passage waarin herhaalde conflicten over waterputten met de plaatselijke herders worden beschreven, verscheen de Here aan Isaak en zei (v. 24): "Vrees niet, want Ik ben met u". De Heer zegt nooit "Wees niet bang" tenzij iemand bang is. Isaak had veel angsten.
Heb jij angsten? We zouden onze angsten in gebed tot de Heer moeten brengen en open moeten staan voor gebed voor onze angsten. De mensen die God gebruikt, zijn gewone mensen met gewone angsten.
Als Isaak geen moeilijkheden in Gerar had ondervonden, zou hij daar waarschijnlijk zijn hele leven tevreden zijn geweest. God gebruikte de moeilijkheden om hem terug te leiden naar waar hij moest zijn.
Genesis 26:2-11

In vers 3 gebood God Isaak om een tijdlang in Gerar te blijven. In vers 2, beloofde God Isaak dat Hij hem zou leiden naar het land waarheen hij moest gaan op Gods vastgestelde tijd. De rest van Gods openbaring is een herhaling van het verbond met Abraham.
Herhaling van Abrahams zonde (26:7-11)
Wat? Alweer? Ik ben bang van wel. Hoe vreemd het ook mag lijken, dezelfde oude zonde van bedrog steekt voor de derde keer de kop op in hoofdstuk 26. Als niets anders het bewijst, dan is het dit wel: Isaak is de zoon van zijn vader. Uit angst voor zijn eigen veiligheid bezwijkt Isaak voor de verleiding om zijn vrouw voor te doen als zijn zus. Daarmee was hij bereid Rebekka's reinheid op het spel te zetten als prijs voor zijn persoonlijke bescherming.
Er wordt ons niet verteld wat Rebekka's rol hierin was. Het is mogelijk dat ze weigerde actief mee te werken, waardoor er argwaan ontstond bij de Filistijnen. Abimelech ontdekte het bedrog door Isaaks gedrag jegens Rebekka te observeren. Hij behandelde haar niet als een zus, maar als een vrouw. Er was wellicht al een zweem van twijfel aanwezig bij Abimelech en misschien ook bij andere Filistijnen, want toen hij Isaak Rebekka zag strelen... zei hij:
"...Zij is zowaar uw vrouw!..." (vers 9).
We weten dat liegen verkeerd is (Psalm 34:13). Maar als we goed kijken, kunnen we hier een nog diepere zonde ontdekken. Zowel Abraham als Isaak logen omdat ze bang waren. Beiden vreesden voor hun veiligheid, wat begrijpelijk is in de cultuur waarin ze leefden. In beide gevallen had God echter net beloofd dat Hij met hen zou zijn en hen zou zegenen. God komt ALTIJD Zijn beloften na. Als God beloofd had met hen te zijn en hen te zegenen, zou Hij dan toestaan dat ze gedood werden door goddeloze mannen die hun vrouwen wilden stelen? Natuurlijk niet. We weten dat beiden mannen van groot geloof waren – Abraham wordt zelfs de vader van het geloof genoemd. Maar in moeilijke tijden verloren Abraham en Isaak Gods belofte uit het oog en richtten hun aandacht op de gevaren om hen heen.
Genesis 26:13-25

Ondanks Isaaks bedrog, overlaadde God hem met Zijn zegeningen. Om redenen die we later zullen bespreken, zag Abimelech Isaaks voorspoed niet als een zegen van God. Hij wist alleen dat Isaak een machtig figuur was – iemand met wie hij geen conflict wilde. Abimelech wist ook dat de Filistijnen onrustig werden door Isaaks aanwezigheid in het land.
Alle putten die de dienaren van zijn vader in de tijd van Abraham, zijn vader, hadden gegraven, waren door de Filistijnen dichtgegooid en met aarde gevuld (Genesis 26:15).
De gevoelens van de Filistijnen werden treffend verwoord in Abimelechs korte suggestie dat Isaak Gerar zou verlaten (vers 16). In plaats van te vechten voor het bezit van dat land, trok Isaak zich terug. De zachtmoedigen zouden dat land erven, maar op Gods perfecte tijd.
Het lijkt erop dat Isaak een strategie ontwikkelde om te bepalen waar hij zich zou vestigen. In wezen weigerde Isaak te blijven waar conflict en vijandigheid heerste.
In de verzen 23-25 gebeurt iets heel bijzonders. Tot dan toe was Isaaks beslissing over waar te blijven gebaseerd op de overvloed aan water en de afwezigheid van vijandelijkheden. Maar nu hij een put had gegraven die niet werd betwist, zouden we verwachten dat Isaak daar zou blijven. In plaats daarvan lezen we dat hij naar Beerseba trok, zonder duidelijke reden voor deze verandering: "En hij trok vandaar op naar Berseba" (vers 23).
Isaak wist dat God hem het land had beloofd dat aan zijn vader Abraham was beloofd (26:3-5). Eindelijk begreep hij dat God hem, ondanks alle tegenstand met betrekking tot de putten die hij had gegraven, terugleidde naar het beloofde land, terug naar de plaatsen waar Abraham in gemeenschap met God had gewandeld. Mogelijk dat Isaak naar Beerseba ging omdat hij op een geestelijk niveau voelde dat God hem daar wilde hebben. Als God hem voorheen door tegenstand heen "leidde", was Isaak nu bereid zich te laten leiden. Hier is een belangrijke les over geloof en leiding. De plaats van Gods volk is de plaats van Gods aanwezigheid. De plaats van intimiteit, aanbidding en gemeenschap met God is waar we zouden moeten blijven.
Wat was deze veelbesproken zegen?
De patriarchale zegen was een vorm van testament. Mondelinge zegeningen werden door alle partijen als even onherroepelijk beschouwd als een schriftelijk contract. De ontvanger van de zegen zou beschermd worden door Goddelijke gerechtigheid; wie met hem in contact kwam, zou een vloek ontvangen voor het vervloeken van hem en een zegen voor het hem genadig zijn.
"IK BEN OUD GEWORDEN, IK WEET DE DAG VAN MIJN DOOD NIET"... Het lijkt erop dat Isaak hier ziek was en haast had. En omdat Esau de favoriete zoon was, negeerde Isaak met deze actie Gods boodschap aan Rebekka dat "De oudere zal de jongere dienen" (25:23), en Isaak wist dit zeker. Hij negeerde ook de verkoop van het eerstgeboorterecht aan Jakob. Isaak was echter nog lang niet dood, want we lezen in Genesis 35:28 dat hij meer dan veertig jaar later stierf op de hoge leeftijd van 180 jaar!
De tweede indruk van de verzen 1-4 is er een van geheimzinnigheid. Normaal gesproken zou de zegen in het bijzijn van de hele familie zijn uitgesproken, aangezien het in feite een mondeling testament was dat wettelijk de bestemming van alles wat de vader bezat bepaalde. Zonder de aandacht van Rebekka zou de hele zaak kennelijk met slechts twee partijen zijn opgelost.
Het lijdt geen twijfel dat Isaak tijdens dit geheime feestmaal zijn zegen aan Esau wilde overbrengen, en Jakob volledig wilde buitensluiten (Daarom had Isaak geen zegen meer om aan Esau over te brengen, zie verzen 37-38).
Of het nu uit een oprecht of geveinsd gevoel van urgentie was, Isaak probeerde in het geheim Gods geopenbaarde wil en Jakobs rechtmatige bezit te ondermijnen door in het geheim een mondelinge zegen over te brengen. Door zijn bewuste deelname negeerde Esau de wettelijke overeenkomst die hij met zijn broer had gesloten. In beide gevallen bood een diner de gelegenheid voor dergelijk bedrog. Aan tafel zitten bij Abraham (en zelfs bij Lot) betekende gastvrijheid en bescherming genieten, maar aan tafel zitten met Isaak en zijn zonen betekende de gevaren van bedrog en leugens onder ogen zien.
Genesis 27:5

Isaak probeerde zijn eigen belangen te behartigen door list en bedrog. Gods oplossing was om Isaak een vrouw te geven die veel bedrevener was in manipulatie dan hijzelf. Wat een meesteres in misleiding was deze vrouw!
Rebekka had gemakkelijk aan de eisen voor een functie bij de CIA kunnen voldoen. Ze fungeerde als contraspion in dienst van haar zoon. Ze deed zich voor als een trouwe en liefdevolle echtgenote, maar achter die façade probeerde ze Jacobs belangen te dienen, zelfs als dat betekende dat ze haar man, Isaak, moest schaden. Rebekka, en niet Jacob, was het brein achter de "onmogelijke missie" om Isaak te bedriegen en zijn zegen voor Jacob te verkrijgen.
Een dergelijk plan kan nauwelijks in een opwelling bedacht zijn. Mogelijk had Rebekka al enige tijd overwogen en dat veel van de rekwisieten voor het plan al klaar lagen, omdat ze wist dat Isaak zijn zoon Esau zou zegenen. Hoe kon ze in zo'n korte tijd aan zulke minuscule details denken als de geitenleren handschoenen en sjaals? En hoe konden ze in zo'n korte tijd zo meesterlijk vervaardigd zijn dat ze Isaak misleidden? Had ze misschien de kleren van Esau bij de hand, ook al was hij getrouwd en woonde hij misschien niet meer thuis? Rebekka was te slim om deze zaken aan het toeval over te laten of op het laatste moment te laten beslissen. Daarom dat het plan al lang van tevoren was bedacht.
Het is verbijsterend door de volledige afwezigheid van morele overwegingen. Jakob berispt zijn moeder niet voor het kwaad dat ze van plan was. Een simpele opmerking zou de zaak bondig hebben samengevat: "Het is niet goed."
Eén vraag blijft over: "Wat had Rebekka in deze omstandigheden moeten doen?" Isaak maakte een fout met zijn plan. Jakob was de zoon die God had uitgekozen om de "erfgenaam van de belofte" te zijn. Kwaad moet echter niet met kwaad bestreden worden; het moet overwonnen worden door het goede (Romeinen 12:21).
Het eerste wat Rebekka had moeten doen, was eerlijk en openhartig met haar man te praten over de zonde die hij overwoog. Onderwerping aan gezag betekent nooit zwijgen in het aangezicht van het kwaad. We moeten "de waarheid in liefde spreken" (Efeziërs 4:15), zelfs tegenover hen die gezag over ons hebben (vgl. Handelingen 16:35-40).
Genesis 27:18-24

Adolf Hitler geloofde in het gebruik van de 'grote leugen'. Kleine verdraaiingen en leugens konden argwaan wekken, maar de 'grote leugen' moest zo ongeloofwaardig zijn dat mensen ervan uitgingen dat hij wel waar moest zijn. Toen Jakob zich voordeed als zijn oudere broer, was dat niets minder dan een oeroude toepassing van het principe van de 'grote leugen'.
Misschien had Jakob nooit de bedoeling dat deze leugen zo groot zou worden, maar toch werd hij met elke uitspraak groter. Het begon allemaal met de woorden: "Ik ben Esau, uw eerstgeborene" (vers 19). Van daaruit stapelde de ene leugen zich op: "Ik heb gedaan, zoals gij tot mij gesproken hebt" (vers 19); "eet van mijn wildbraad" (vers 19). Op Isaaks indringende vraag: "Zijt gij inderdaad mijn zoon Esau zelf? En hij zeide: Ja (vers 24). De leugen die echter de rillingen over de rug bezorgt, staat in vers 20:
En Isaak zei tegen zijn zoon: "Wat hebt gij het spoedig gevonden, mijn zoon?" En hij antwoordde: "Omdat de Here, uw God, mij deed slagen."
Voordat je Jakob nu meteen bekritiseert, bedenk dan eens hoe christenen vandaag de dag precies hetzelfde doen. Jakob rechtvaardigde zijn zonde door te beweren dat God zijn medeplichtige was. We zeggen vaak: "De Here heeft mij ertoe geleid...", terwijl het vaak iets is wat we altijd al wilden doen en waar we eindelijk de moed (of de dwaasheid) voor hebben verzameld. "De Here heeft mij gezegd dat ik..." "De Here heeft ons gezegend met..." Pas op voor deze uitspraken. Ze kunnen getuigen van hetzelfde soort denken dat Jakob ertoe bracht zijn vader te vertellen dat God hem voorspoed had gebracht door hem een geit in plaats van wild te geven. Met wat voor vrome woorden proberen we onze zonde te verbergen!
Genesis 27:25-30

Het valt niet te ontkennen dat Isaaks beslissing gebaseerd was op al zijn vijf zintuigen: zien, horen, voelen, proeven en ruiken. De kleren die Rebekka bij zich had, waren van Esau, en ze roken ook naar hem.
Het was niet de geur van Esau's deodorant, maar de geur van zijn afwezigheid die hem verraadde. Zelfs Isaaks afgestompt gevoel kon de geur van zijn zoon niet negeren. Stel je voor: Isaak liet zich uiteindelijk leiden door zijn neus.
Isaak´s vergissing is verhelderend in het licht van ons wetenschappelijke tijdperk, waarin beslissingen uitsluitend gebaseerd moeten zijn op empirisch bewijs. Als we iets niet kunnen zien, horen, voelen of ruiken, dan bestaat het niet. Laat ik vooropstellen dat de zondeval van Adam en Eva in de Hof van Eden (Genesis 3) alle mensen tot zondaren heeft gemaakt. Elk aspect van ons wezen is besmet door de zonde: intellect, emoties en wil. Iemand wiens hart vijandig staat tegenover God kan naar empirische feiten kijken en tot een volkomen verkeerde conclusie komen. Het probleem zit hem niet in de feiten; het probleem zit hem in de mens, wiens geest en hart hem misleiden. Zo was het met Isaak; zo is het ook vandaag de dag.
We worden tot het allerlaatste moment in spanning gehouden om te zien of Jakob de ondervraging en inspectie van zijn vader zal overleven. De zegen wordt pas aan het einde uitgesproken, waardoor we vrezen dat Esau elk moment de kamer binnen zal stormen, de bedrog van zijn broer zal ontmaskeren en een vloek over hem zal uitspreken, terwijl Jakob de zegen voor zichzelf ontvangt. Mozes vertelt ons dat Jakob net vertrokken was toen zijn broer met de maaltijd bij hun vaders huis aankwam (vers 30).
Terwijl Isaak genoot van de smaak van het 'spel', genoot Jakob van de smaak van zijn overwinning op Esau. Hij vertrok triomfantelijk met een zucht van verlichting. Esau moet met een verwachtingsvolle blik aan het bed van zijn vader zijn aangekomen, in de wetenschap dat de zegen bijna in zijn handen was. Wat een zelfvoldaan gevoel van voldoening en wraak moet Esau wel niet gekoesterd hebben! En Isaak? Uiteindelijk had hij zijn vrouw bedrogen en Esau gezegend, althans dat dacht hij.
Genesis 27:31-45

Esau moet verbijsterd zijn geweest toen hij de angstige blik van zijn vader zag en het hevige beven dat hij op zijn bed vertoonde. Wat kon er mis zijn gegaan? Een gevoel van angst moet Esau langzaam hebben bevangen toen het steeds duidelijker werd dat zijn broer hem opnieuw te slim af was geweest. De ironie was dat, omdat Isaak alles aan Esau had willen geven, er niets meer overbleef dat als een zegen voor zijn favoriete zoon kon worden beschouwd, want alles was aan Jakob gegeven.
De gevolgen voor Rebekka en Jakob worden beschreven in de verzen 41-45, maar de tragische gevolgen van de samenzwering tussen Isaak en Esau zijn al eerder zichtbaar. Isaak had geprobeerd alles aan zijn favoriete zoon Esau te geven ten koste van Jakob. In plaats daarvan gaf hij alles aan Jakob ten koste van Esau. Isaak had zijn hart gericht op iets wat indruiste tegen Gods geopenbaarde wil, en daardoor stortte zijn wereld in toen Gods bedoelingen zegevierden. Esau verachtte geestelijke zaken en verkocht zo zijn lot voor een maaltijd. Vervolgens probeerde hij het terug te winnen door zijn plechtige eed te verbreken en samen met zijn vader te spannen om op oneerlijke wijze terug te krijgen wat hij door zijn eigen godslastering had verloren. Esau leerde dat er in ieders leven een punt komt waarop er geen terugkeer meer mogelijk is, waarop berouw geen beslissingen uit het verleden meer kan terugdraaien. Volgens deze interpretatie van de Bijbel zullen allen die Christus als Verlosser hebben verworpen, eeuwig in spijt en wroeging leven, maar dit heft de gevolgen van het leven met de beslissing om onafhankelijk van God te leven niet op (vgl. Lucas 16:19-31; Filippenzen 2:9-11; 2 Thessalonicenzen 1:6-10; Openbaring 20:11-15).
Het toont ook aan hoe gevaarlijk het is om een kind boven een ander kind voor te trekken.
Genesis 27:46

MANIPULATIE - Manipulatie vindt zijn oorsprong in trots en egoïsme. Het houdt in dat anderen als objecten worden beschouwd, niet als individuen. De Bijbel staat vol met treffende voorbeelden van manipulatie; Rebekka is er één van. Zij manipuleerde haar man Isaak, en ook haar zoon Jakob, om haar persoonlijke doel met haar favoriete zoon te bereiken. En in dit voorbeeld, net als in vele andere, bracht manipulatie meer verdriet dan vreugde.
In vers 42 lezen we over Esau's verlangen om Jakob te doden; dit verlangen bereikte Rebekka's oren, wat angst veroorzaakte en leidde tot nieuwe plannen. Ze adviseerde Jakob om van huis te vertrekken en een veilige plek te zoeken. Misschien dacht ze dat deze reis van korte duur zou zijn, omdat Esau's woede van korte duur zou zijn. Het was niet haar bedoeling om Jakob te verliezen nadat haar bedrieglijke plan Esau volledig van haar had vervreemd.
Rebekka's grootste probleem was het rechtvaardigen van Jakobs reis naar Haran. Esau kon onmogelijk vermoeden dat deze ontwijkende actie bedoeld was om zijn plan om Jakob te doden te dwarsbomen, anders had hij wellicht al vóór de dood van zijn vader gehandeld. Rebekka's eerste zet was klagen over Esau's vrouwen, de dochters van Heth (vers 46), en vervolgens haar mening uiten dat Jakob met lokale vrouwen moest trouwen, en dat als dat zou gebeuren, de dood beter voor haar zou zijn. De list was slim en zeer effectief bedacht.
Rebekka's kritiek overtuigde Isaak ervan dat er geen heidense schoondochters meer mochten komen. En Isaak besefte niet dat Rebekka erin slaagde Jakob te redden. Ze vertelde Isaak nooit wat hij moest doen; ze legde de zaken alleen zo uit dat Isaak geen andere keuze had.
Toen riep Isaak Jakob bij zich, zegende hem en gaf hem dit bevel: ‘Neem geen vrouw uit de Kanaänitische gemeenschap. Sta op, ga naar Paddan-Aram, naar het huis van Bethuel, de vader van je moeder, en neem daar een vrouw uit de gemeenschap van Laban, de broer van je moeder’ (Genesis 28:1-2).
Het lijkt erop dat dit de laatste keer was dat Rebekka met Jakob was.
Tijdens zijn reis naar Haram werd Jakob alleen vergezeld door zijn staf (32:10) en zijn gedachten. Het is niet moeilijk om met redelijke zekerheid te speculeren over de inhoud van die gedachten. Hij moet zeker hebben nagedacht over de wijsheid van zijn daden, namelijk het bedriegen van zijn vader. Hij moet zijn verwachtingen over dit plan hebben vergeleken met de uitkomst. Hij moet zich schuldig hebben gevoeld over hoe hij zijn broer en zijn vader had behandeld. Ongetwijfeld betreurde hij het dat hij zijn moeder moest verlaten. Hij moet zich hebben afgevraagd hoe Laban hem zou ontvangen. Hij kon er niet omheen dat hij Laban niets als bruidsschat voor een vrouw kon bieden. Hoe zou zijn vrouw zijn? Wanneer zou hij naar huis kunnen terugkeren?
Wat zijn gedachten ook waren, waarschijnlijk had Jakob eindelijk zijn breekpunt bereikt. Hij besefte dat hij nooit succesvol zou zijn met zijn plannen en inspanningen. Dit was het ideale moment voor God om in te grijpen in zijn leven, want Jakob wist nu hoezeer hij Gods zegen nodig had.
De nacht viel en Jakob zocht een plek om te slapen. In zijn slaap had hij een indrukwekkend visioen (verzen 12-13). De woorden die God sprak, lijken sterk op de eerdere verklaringen aan Abraham en Isaak.
Alle pogingen van Jakob om Gods zegen te verkrijgen, waren tevergeefs. Alleen door een relatie aan te gaan met de God van het verbond tussen Abraham en Isaak kon Jakob Gods zegeningen ervaren. De basis voor zo'n relatie was Gods geopenbaarde woord.
Merkwaardig dat Jakob, hoewel hij God niet door eigen inspanningen vond, door God werd gevonden terwijl hij sliep. God probeert ons hier ongetwijfeld iets mee te vertellen. Door in Hem en in Zijn Woord te rusten, kunnen we gezegend worden. Dit betekent niet dat we zelf geen actie hoeven te ondernemen, maar wel dat onze eigen inspanningen altijd vruchteloos zullen zijn.
Een ander punt is dat een geloofsbelijdenis ons niet altijd een leven van voorspoed zal bezorgen. Na Jakobs bekering worstelde hij twintig jaar lang, proefde hij zijn eigen medicijn en werd hij door Laban bedrogen.
Genesis 28:15-22

Jacobs reactie op deze dramatische openbaring van Gods goddelijke plannen en beloften kan in drie zinnen worden samengevat.
1. Jakob richtte een gedenksteen op.
Toen stond Jakob 's morgens vroeg op, nam de steen die hij onder zijn hoofd had gelegd, zette die rechtop als gedenksteen en goot er olie over. Hij noemde die plaats Bethel; maar voorheen heette de stad Luz (verzen 18-19).
De gedenksteen zou dienen als een gedenkteken. Hij zou de plaats markeren waarheen hij zou terugkeren om een altaar te bouwen en God te aanbidden.
2. Jakob beleed zijn geloof.
Toen legde Jakob een gelofte af en zei: "Indien God met mij zal zijn, en mij behoeden zal op deze weg, die ik ga, mij zal geven brood om te eten en klederen om aan te trekken, en ik behouden tot mijns vaders huis wederkeer, dan zal de Here mij tot een God zijn" (verzen 20-21).
Sommigen interpreteren de "als" woorden in deze tekst als bewijs van Jacobs onderhandelingsdrang. Het is alsof Jakob een deal sloot met God. Hoewel Jakobs geloof op dit punt zeker nog onvolgroeid was, neig ik, net als anderen, ertoe de "als" woorden eerder te interpreteren in de zin van "aangezien", als een tegenspraak.
3. Jakob deed een belofte.
"En deze steen, die ik tot een opgerichte steen gesteld heb, zal een huis Gods wezen, en van alles wat Gij mij schenken zult, zal ik U stipt de tienden geven" (vers 22).
Jakob was van plan terug te keren, overeenkomstig het doel van het visioen dat hij had gehad. Op dat moment zou hij een altaar bouwen en tienden aan God geven. Hoewel de Schrift de bouw van het altaar beschrijft (35:7), wordt er geen melding gemaakt van het geven van tienden. Het is echter mogelijk dat deze tiende was inbegrepen in de offers die op het altaar zouden worden gebracht. Er was geen gebod om tienden te geven; dit was een vrijwillige daad van Jakob.
Wat benadrukt moet worden, is dat de plaats belangrijk is. Het was zeker belangrijk in Jakobs geval. Gods zegen ervaren betekende aanwezig zijn op de plek waar God had beloofd te zegenen. Ik hoor mensen wel eens zeggen: "Ik kan God net zo goed aanbidden bij het meer als in een kerk." Maar Gods Woord zegt ons: "...laten we niet nalaten samen te komen, zoals sommigen de gewoonte hebben..." (Hebreeën 10:25). Er zijn zeker bepaalde plaatsen waar het moeilijk, zelfs onmogelijk, zou zijn voor een christen om aanwezig te zijn tot Gods eer.
God gebruikt in Zijn genade moeilijke omstandigheden, gevolgen en mensen door de eeuwen heen om Zijn volk te vormen.
God belooft iedereen te zegenen die op Christus vertrouwt. Net als Jakob zeggen we: "Dat klinkt als een geweldig plan! Natuurlijk, ik laat de Heer mijn God zijn als de Here mij zegent!" Maar we lezen niet tussen de regels door dat Gods zegeningen altijd voortkomen uit Zijn tuchtiging. Om ons te zegenen en ons te gebruiken om anderen te zegenen, moet God ons bevrijden van onze afhankelijkheid van het vlees en ons vormen naar het beeld van Zijn Zoon, die gehoorzaamheid leerde door lijden.
Bedenk dat Jakob naar zijn oom gaat met alleen de kleren die hij aanheeft (32:10). Hij heeft geen geschenken, zoals Abrahams dienaar meebracht, dus hij heeft een onderhandelingspositie nodig. Deze herders lijken nogal lui en passief. Dan ziet Jakob zijn kans. Wanneer Rachel aankomt, komt hij in actie. Hij verwijdert de grote steen van de putmond en geeft water aan haar schapen. Terwijl ze probeert deze held te begrijpen, kust hij haar, barst in tranen uit en stelt zich vervolgens voor. Het is een bliksemsnelle toenadering!
Een maand lang ging alles goed voor Jacob. Hij werd smoorverliefd op Rachel. Het hoeden van de schapen samen met haar gaf het herderswerk een nieuwe dimensie voor Jacob. Het leven ging beter. Zijn verleden lag achter hem. Oom Laban leek hem aardig te vinden – hij noemde hem zelfs "mijn eigen vlees en bloed" (vers 14). Hij was onderdeel van de familie. Tot dan toe leek het erop dat Jacob ongeschonden uit zijn vroegere zonden was gekomen.
Maar God laat ons nooit zondigen en ermee wegkomen. Hij vergeeft de eeuwige straf voor onze zonde wanneer we op Jesus Christus vertrouwen, maar Hij neemt niet alle tijdelijke gevolgen weg. Als Hij dat wel deed, zouden we de zonde licht opvatten en de wortels ervan in ons leven niet aanpakken. Het kan even duren voordat de zaden die we zaaien ontkiemen, maar ze zullen ontspruiten.
Genesis 29:14c-15

Laban is een sluwe man die altijd aan zijn eigen voordeel denkt. Hij waarschuwt Jakob dat hij niet voor altijd op zijn kosten zal kunnen leven. Hij zal moeten werken om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Hoewel de sluwe Laban Jakob zijn broer noemt, maakt hij ook duidelijk wie wie dient ("dien mij"). Laban heeft Jakob op een listige manier onder zijn heerschappij geplaatst!
Zo begint Jakob de vruchten te plukken van wat hij gezaaid heeft. Hij had nog nooit voor iemand gewerkt. Hij had ongetwijfeld geholpen met het hoeden van de kuddes van zijn vader en deed huishoudelijke klusjes. Maar hij was de zoon van een rijke man. Dienaren dienden hem. Als hij zijn vader en broer niet had bedrogen en was gevlucht om zijn eigen leven te redden, had hij genoeg geld gehad. Net als Abrahams dienaar die Rebekka voor Isaak veiligstelde, had Jakob zijn geschenken kunnen aanbieden, zijn bruid kunnen nemen en zijn eigen weg kunnen gaan. Maar door zijn bedrog had hij niets. Hij zou moeten werken voor zijn bruid.
Daarom vertelt hij Laban dat hij zeven jaar voor Rachel zal dienen. Laban stemt in met de deal, maar onthult de voorwaarde niet: na zeven jaar voor Rachel zou hij zeven jaar voor haar oudere zus moeten werken, omdat het de gewoonte was dat de oudste dochter eerst moest trouwen. Jacob zou dus zeven jaar moeten werken voor een vrouw voor wie hij, als hij had kunnen kiezen, nog geen zeven dagen zou hebben gewerkt.
Erken Gods hand in de dagelijkse gebeurtenissen van je leven en onderwerp je eraan. Dingen gebeuren niet zomaar. Je maakt niet zomaar een moeilijke periode door. God regisseert je omstandigheden om je te vormen naar het beeld van Jezus Christus. We zien Gods hand vaak in grote crises, maar we moeten die ook zien in kleine ergernissen – autopech, een ziek kind waardoor we onze plannen moeten wijzigen, onderbrekingen. Ik heb gemerkt dat als ik Gods hand in deze dingen herken en me aan Hem onderwerp, ik erdoor kan groeien. Maar als ik mopper, veracht ik de tuchtiging van de HERE (Hebreeën 12:5) en mis ik de kans om te groeien.
Genesis 29:16-29

Eindelijk waren Jacobs zeven jaar voorbij. Hij moest Laban hieraan herinneren (vers 21). Het is waar dat beiden telden (om verschillende redenen), maar Laban zou Jacob er niet aan herinneren als hij daardoor een paar dagen extra kon werken. Jacob was klaar voor zijn huwelijksnacht, maar hij was niet voorbereid op Labans verraad. De tekst beschrijft de situatie subtiel: "Het gebeurde 's morgens, zie, het was Lea!" (vers 25) Het was donker toen Jacob haar de tent binnenbracht. Lea's gezicht was bedekt met een sluier, waarschijnlijk gekleed in Rachels kleren en geparfumeerd met hetzelfde parfum. Ze moet dezelfde lichaamsbouw als Rachel hebben gehad. Er bestaat controverse over de betekenis van "zwakke ogen" (vers 17); waarschijnlijk had ze niet de sensuele fonkeling in haar ogen die Rachel bezat. Maar in het donker merkte de nietsvermoedende en bezorgde Jacob de details niet op. Toen hij zich echter 's morgens omdraaide om zijn bruid te omarmen, kreeg hij een enorme schok!
Zo werd de bedrieger zelf bedrogen! Hij vond zijn gelijke in Laban. Er zijn duidelijke parallellen tussen Jacobs bedrog jegens Isaak en Labans bedrog jegens Jacob. Jacob bedroog zijn blinde vader; hij wordt zelf bedrogen in het donker. Hij bedroog zijn vader; hij wordt zelf bedrogen door de vader van zijn bruid. Hij ontnam zijn broer zijn eerstgeboorterecht; hij wordt zelf bedrogen vanwege het eerstgeboorterecht van de eerstgeborene.
Jakobs "oogst" eindigt hier niet. Laban zou later misbruik van hem maken door zijn loon te veranderen (31:41), net zoals Jacob misbruik had gemaakt van Esau met zijn eerstgeboorterecht. Jacob bedroog zijn vader met betrekking tot zijn favoriete zoon (Esau) door zijn handen met geitenhuiden te bedekken. Later zou Jacob zelf bedrogen worden door zijn zonen met betrekking tot zijn favoriete zoon (Jozef) toen zij zijn kleren in het bloed van een geit doopten (37:31). Jacob zaaide bedrog; hij zou bedrog oogsten. God gebruikt de gevolgen van zonde om Zijn volk te vormen.
God gebruikt niet alleen omstandigheden; Hij gebruikt mensen zoals Laban als Zijn leermeesters. Dit rechtvaardigt Labans zonde niet. Hij was van meet af aan een hebzuchtige, egoïstische man. Maar het is juist dit soort mensen dat God vaak in het leven van Zijn volk gebruikt om hun ruwe kantjes bij te schaven.
Genesis 29:20

Tegenwoordig wordt in veel landen over de hele wereld Valentijnsdag gevierd. Er zijn veel versies over de oorsprong van deze dag. Maar de meest gepubliceerde is:
Degene die hulde brengt aan een Romeinse priester die in liefde geloofde. De meest geaccepteerde versie van dit verhaal zegt dat keizer Claudius II in de 3e eeuw huwelijken verbood. En toch bleef Valentine ceremonies uitvoeren, omdat hij geloofde dat het huwelijk betekenis aan het leven geeft.
Maar de keizer kwam erachter en beval de priester te arresteren. En dan komt het meest romantische detail: de blinde dochter van een gevangenbewaarder, genaamd Artes, ging op bezoek bij Valentine in de gevangenis. De twee werden zo verliefd dat de jonge vrouw weer kon zien. Maar het kon de keizer niets schelen en op 14 februari 270 onthoofde hij Valentijn.
Maar wat is liefde? In eerste instantie is liefde actie, geen woorden. Liefde is wat liefde doet. Vandaag is dus een goede dag om een Bijbelgedeelte te gedenken dat ons niet laat meeslepen door de stroom van lege romantiek. 1 Korintiërs 13:4-13:
"De liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen, zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe. Zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blijde met de waarheid. Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij. De liefde vergaat nimmermeer; maar profetieën, zij zullen afgedaan hebben; tongen, zij zullen verstommen; kennis, zij zal afgedaan hebben.”
Zoals we zien in de tekst van Genesis 29:20 werkte Jakob zeven jaar voor Rachel en het leek maar een paar dagen vanwege hoeveel hij van haar hield.
De meisjes zijn vooral zeer alert op de woorden, beloften en genegenheid van de jongen, maar letten niet op wat hij werkelijk voor haar doet. Hij praat bijvoorbeeld veel over trouwen, maar je hebt nog nooit een verlovingsring gekocht of een formeel aanzoek gedaan, of hi praat veel over trouwen, maar hij krijgt geen baan. Of hij geeft een ring met belofte, ze hebben seks, maar trouwen nimmer. Meisjes willen trouwen, maar soms weten ze niet hoe ze een ei moeten bakken en hebben ze niet de wil om het te leren. Let op de details.
Ten laatste: heb God boven alles lief. Als God het middelpunt van deze eenheid is, zal het goed gaan. Als we God eerst liefhebben, gehoorzamen we zijn geboden.
Genesis 29:30

God neemt de tijd om Zijn volk te vormen
Toen Jakobs moeder hem wegstuurde, zei ze dat hij 'enige tijd' in Haran zou blijven (27:44). Jakob verwachtte geen 20 jaar intensieve training, maar dat is precies wat er gebeurde. Gedurende 14 van die jaren kreeg hij niets anders dan voedsel, onderdak en twee vrouwen, van wie hij er één niet eens wilde. God leek echter geen haast te hebben om Jakob in Zijn plan te brengen om alle volken te zegenen door Abrahams nakomelingen.
God neemt altijd de tijd die Hij nodig acht om Zijn dienaren te vormen. Jozef bracht zijn twintig jaren door in een Egyptische gevangenis. Israël bracht 400 jaar in slavernij door in Egypte. Mozes hoedde 40 jaar schapen in de woestijn en bracht nog eens 40 jaar door in de woestijn met een koppig volk. David bracht zijn jaren door op de vlucht voor koning Saul de Waanzinnige. Zelfs de apostel Paulus bracht ongeveer tien jaar na zijn bekering in de anonimiteit door voordat zijn bediening tot bloei kwam. God heeft een eeuwig perspectief. Zijn training bestaat niet uit cursussen van negen weken. Het vergt een lange reis om Zijn volk te vormen naar het beeld van Jezus Christus.
God gebruikt in Zijn genade omstandigheden, gevolgen en moeilijke mensen in de loop der tijd om Zijn volk te vormen.
Neem je voor om op de lange termijn vol te houden. Christendom is geen sprint van 100 meter, maar een marathon. Veel mensen willen direct antwoord op hun problemen, en als ze dat niet vinden, geven ze het op en zoeken ze een andere oplossing. Het vereist een leven van discipline.
In plaats van te klagen omdat God je niet geeft wat je wilt, wees dankbaar dat Hij je niet geeft wat je verdient! Hij gebruikt in liefde en genade de omstandigheden van je leven, de gevolgen van zonde en moeilijke mensen, uiteindelijk "maar Híj doet het tot ons nut, opdat wij deel verkrijgen aan zijn heiligheid" (Hebreeën 12:10). Het mag dan wel militaire training zijn, maar het is veel beter dan ver verwijderd te leven van Zijn beloften van genade in Christus!
Genesis 29:31-35

DE STRIJD VAN DE VROUWEN
Toen zag de HEER dat Lea onbemind was, opende Hij haar schoot; maar Rachel was onvruchtbaar. Lea werd zwanger en baarde een zoon, en zij noemde hem Ruben, zeggende: ‘De HERE heeft mijn ellende gezien, nu zal mijn man mij liefhebben’ (v 32).
Wat een trieste situatie bevond Lea zich. Ze was getrouwd met een man die haar nooit als vrouw had gewild en die haar de liefde weigerde die ze zo wanhopig nodig had. God reikte in zijn barmhartigheid naar Lea uit en schonk haar een langverwachte zoon, Ruben. Ruben betekent zoiets als ‘zie, een zoon’. Het was een grote vreugde voor Lea dat ze Jakob een zoon kon schenken, die zijn erfgenaam zou worden. Dit kind deed Lea's hoop herleven dat Jakob haar zou liefhebben, terwijl zijn liefde voor Rachel zo sterk was dat hij Lea's bestaan nauwelijks erkende. Rachels onvruchtbaarheid bracht Jakob er in ieder geval toe om naar Lea's tent te gaan, zodat zij kinderen zou baren die hem voorspoed zouden brengen.
Lea's hoop op zelfs maar een klein beetje van Jakobs genegenheid werd niet vervuld, zoals blijkt uit haar reactie op de geboorte van haar tweede zoon:
"Toen werd zij opnieuw zwanger en baarde een zoon, en zij zei: 'De HERE heeft gehoord, dat ik niet bemind ben, en heeft mij ook deze geschonken' En zij noemde hem Simeon" (vers 33).
Lea had geen verandering in Jakobs houding of gedrag opgemerkt, en daarom herkende zij de geboorte van haar tweede zoon als het tedere antwoord van een liefdevolle God die de gedachten van haar hart kende. De naam Simeon, "hij die hoort", getuigde van Lea's besef van de genade van haar God.
Met de geboorte van haar derde zoon werd Lea's hoop op Jacobs tederheid en genegenheid opnieuw aangewakkerd:
En zij werd opnieuw zwanger en baarde een zoon, en zei: ‘Nu zal mijn man zich ditmaal aan mij hechten, omdat ik hem drie zonen gebaard heb’ Daarom noemden zij hem Levi (vers 34).
En zij werd opnieuw zwanger en baarde een zoon, en zei: ‘Nu zal ik de HEER loven.’ Daarom noemde zij hem Juda. Daarna kreeg zij geen kinderen meer (vers 35).
Op dat moment beseft Lea dat Gods liefde beter is dan de liefde van welke man dan ook. En zij prijst God.
Voor Lea was het gemakkelijk om God te prijzen met haar vier zonen; maar de zegen van haar zus wekte bij Rachel alleen maar jaloezie op.
Toen Rachel zag dat ze Jacob geen kinderen schonk, werd ze jaloers op haar zus en zei tegen Jacob: "Geef mij kinderen; zo niet, dan sterf ik! Toen ontbrandde Jakobs toorn tegen Rachel, en hij zeide: Neem ik de plaats van God in, die u de vrucht van de schoot ontzegd heeft?" (vs. 1-2).
Op die gelegenheid reageerden noch Rachel noch Jacob op een manier die als vroom beschouwd kon worden. Rachel, wanhopig jaloers op Lea's vruchtbaarheid, eiste kinderen van Jacob. In plaats van haar onvruchtbaarheid als Gods werk te erkennen, probeerde ze de schuld op Jacob af te schuiven. Het was allemaal zijn schuld, hield ze vol.
Jacob reageerde niet goed op zo'n eis. Natuurlijk had hij gelijk in de logica van wat hij zei. Het was God die Rachel ervan had weerhouden kinderen te krijgen. Jacob kon Gods wil niet negeren. Jacobs houding is echter verdacht. Zijn impulsieve reactie lijkt verre van oprechte, rechtvaardige verontwaardiging. Ik denk dat het veel meer een uiting van woede was: "Geef mij niet de schuld van je onvruchtbaarheid, Rachel, geef God de schuld." Haar eis was een klap voor Jacobs viriliteit en mannelijke ego. Jacob reageerde met dezelfde felheid. Het feit dat hij geestelijke taal gebruikte en God aanriep om haar terecht te wijzen, betekent niet dat zijn intentie juist was. We gebruiken vaak vrome woorden om mensen diep te kwetsen.
Net als Rachel was ook Rebekka onvruchtbaar, maar Isaaks reactie was heel anders dan die van Jacob. Hij bad voor Rebekka, en God schonk zijn vrouw kinderen (Genesis 25:21).
In haar wanhoop stelde Rachel voor om een kind te krijgen via haar dienstmaagd Bilha. Uit de verbintenis tussen Jacob en Bilha werd Dan geboren (v. 6). Rachel dankte God voor de zoon, maar nergens zien we haar Gods wil raadplegen voordat ze dit briljante idee kreeg. Dat is het... veel mensen doen alles zelf en zeggen dan: "God heeft het me gegeven."
En Bilha gaf Jakob nog een zoon, Naftali. Haar voornaamste belang en zorg was dat ze bij de geboorte van deze tweede zoon... Lia te slim af zou zijn (v. 8).
Genesis 30:9-21

Rachels suggestie dat Jakob met Bilha moest slapen, kan, hoewel ongetwijfeld onjuist, op zijn minst worden begrepen als een reactie op haar onvruchtbaarheid; maar Lea had al vier zonen. Er was geen noodzaak om haar dienstmaagd Zilpa aan Jakob als vrouw te geven – ware het niet dat Rachel precies dat deed. Lea en Rachel staan lijnrecht tegenover elkaar. Als Rachel haar dienstmaagd in dit conflict kan gebruiken, kan Lea dat ook.
En zij noemde hem Gad. En Zilpa, Lea's dienstmaagd, baarde Jakob een tweede zoon. Toen zei Lea: "Ik gelukkige! Voorzeker zullen de jongedochters mij gelukkig prijzen; en zij gaf hem de naam Aser (vv. 9-13).
Lea's woorden verraden haar hier. God wordt geen enkele keer genoemd. In de felle strijd tussen twee vrouwen wordt er weinig aandacht besteed aan de ethiek van hun daden, alleen aan de verwachte gevolgen. De vrouw die haar kinderen ooit als een geschenk van een barmhartige en liefdevolle God beschouwde, zag ze nu als louter geluk: "Wat heb ik toch een geluk," "Wat ben ik toch bevoorrecht," en "Wat ben ik toch gelukkig." Religieuze toewijding werd opzijgezet. Voor wie het verhaal volgde, lag Lea met 4 tegen 2 voor op Rachel, maar dat was niet genoeg. Nu voegde ze daar nog twee punten aan toe. Maar in haar streven om haar zus in te halen, liet ze de vroomheid varen die ze eerder had getoond. Haar gedachten verschoven van Gods beoordeling van haar daden naar de lof die ze van andere vrouwen zou ontvangen (vers 13).
We zouden dit verhaal over de strijd tussen Lea en Rachel kunnen lezen en denken dat het iets is "van lang geleden" en "ver weg", en daarom weinig relevant voor ons. Niets is minder waar. Er zijn verschillen tussen de cultuur van die tijd en de onze, maar zoals een vriend van mij opmerkte, is het enige verschil tussen Jacobs praktijk in zijn tijd en de onze dat hij met zijn vier vrouwen tegelijk leefde, terwijl wij met de onze achter elkaar leven. Wij doen met echtscheiding wat Jacob met polygamie deed.
Deze verhalen worden in de Bijbel beschreven als voorbeelden voor ons, zodat we kunnen leren om niet te leven volgens onze wereldse en egoïstische verlangens, die leiden tot problemen, ruzies en kopzorgen. Maar zoek altijd Gods leiding.
Genesis 30:22-24

Nadat al Rachels plannen en pogingen waren mislukt en ze geen kinderen kon krijgen, vervulde God haar hartenwens.
oen gedacht God Rachel, en God verhoorde haar; Hij opende haar schoot, en zij werd zwanger en baarde een zoon. Toen zeide zij: God heeft mijn smaad weggenomen; en zij gaf hem de naam Jozef, zeggende: Moge de Here mij er nog een andere zoon bijvoegen" (verzen 22-24).
Gebed lijkt voor Rachel niet direct de oplossing voor het stigma van onvruchtbaarheid, maar eerder haar laatste redmiddel. Het verbaast me nooit dat anderen gebed nog steeds als een "laatste redmiddel" beschouwen. Ik hoor mensen vaak zeggen: "Ach! Ik heb alles gedaan wat ik kon, nu hoef ik alleen nog maar te bidden." En dan denk ik: "Waarom hebben ze niet eerst gebeden, voordat ze iets anders deden?"
Pas nadat al deze vergeefse pogingen vruchteloos bleken, opende God Rachels baarmoeder, en dit was wellicht een antwoord op haar gebeden. Rachel zal nog een zoon krijgen, maar dat zal haar haar eigen leven kosten (35:16 e.v.).
Een observatie die we maken, is dat in die tijd de waarde en vervulling van een vrouw werden afgemeten aan haar vermogen om kinderen te baren. Tegenwoordig worden kinderen gezien als een last die professionele en persoonlijke vervulling in de weg staat. Daarom worden anticonceptiemethoden gezien als essentieel voor de vrijheid van een vrouw, en abortus als noodzakelijk voor haar geluk.
De zin van het leven niet gelijkgesteld moet worden aan een van deze zaken. We zouden onze waarde, betekenis en goedkeuring in God moeten zoeken, en niet in een man, inclusief de echtgenoot. De aanbidding van God is het hoogste en edelste doel van de mens. Noch kinderen, noch een carrière kunnen dat vervangen. De Bijbelse opvatting lijkt te zijn dat moeders die hun kinderen opvoeden tot trouwe aanbidders van God hun roeping in het leven hebben vervuld (vgl. 1 Timoteüs 2:15).
Genesis 30:25-36

Rachel baarde Jozef (vers 25) tegen het einde van Jacobs tweede zevenjarige periode als dienstknecht van Laban. Nadat hij zijn verplichting had vervuld, begon Jacob ernaar te verlangen naar huis terug te keren, dus zocht hij Laban op om zijn terugkeer naar Kanaän te bespreken. Laban was het type man dat volledig toegewijd was aan de Heer, zolang dat maar voorspoed betekende. Maar hij had ook andere goden, om er zeker van te zijn dat hij aan alle eisen voldeed. Hij is net als mensen in onze tijd die Jezus graag aan hun lijst van goden toevoegen, zolang Hij hen maar succes en geluk brengt. Toen zei Laban tegen Jacob: Blijf hier nog even, Jacob! Ik heb gemerkt dat de Heer mij gezegend heeft vanwege jou. Zeg me hoeveel je wilt ontvangen (verzen 27-28).
Jacob had al veertien jaar met deze man te maken, dus hij was niet naïef. Eerst argumenteerde hij door alles op te sommen wat hij voor Laban had gedaan; maar er kwam een tijd dat Jacob zijn eigen gezin moest onderhouden (verzen 29-30). Laban zei: "Goed, wat is het voorstel?" Jakob deed een aanbod dat te mooi leek om waar te zijn. Hij zei: "Ik zal nog een tijdje voor je kudde blijven zorgen. Wat ik ervoor terug wil, zijn alle gespikkelde, gevlekte en zwarte schapen, en alle gespikkelde en gevlekte geiten." Blijkbaar waren deze dieren zeldzamer. Laban wist een goede deal te herkennen, dus stemde hij snel toe, denkend dat hij niets te verliezen had. Maar om er zeker van te zijn dat hij niets zou verliezen, ging hij naar de kudde, scheidde al deze dieren en plaatste ze onder de hoede van zijn zonen, drie dagen reizen verwijderd van Jakob en de rest van Labans kudde (vs 35-36).
Laban veranderde de afspraak al, want Jakob dacht dat al die schapen die dag van hem zouden zijn (vers 32). Maar Laban zei eigenlijk: "Goed, later, als ik ze allemaal heb meegenomen, mag je hebben wat er overblijft." (Sommigen begrijpen dat de kudde die aan Labans zonen was toevertrouwd, van Jakob was, maar door Laban werd weggenomen zodat Jakob die niet voor de veeteelt kon gebruiken.) Later zou Laban de voorwaarden van de overeenkomst wijzigen wanneer hij de gelegenheid had ("tien keer", 31:7-8, een uitdrukking die "vele malen" betekent).
Jakob begon toen te werken.
Genesis 30:37-38

Jacob was niet iemand die bij een tegenslag bleef stilstaan. Dus ging hij aan de slag en paste hij de nieuwste veeteeltmethode toe. Hij nam een paar verse takken en verwijderde de kale plekken, zodat het witte hout eronder zichtbaar bleef. Vervolgens legde hij ze voor de drinkbakken waar de schapen en geiten paarden. De theorie was dat een visuele indruk op de moeder op het moment van de conceptie de verschijning van het nageslacht zou beïnvloeden.
(31:10, 12). De Heer vestigt Jacobs aandacht hierop, alsof Hij zegt: "Het is niet jouw gekke plan dat werkt. Ik ben het die ervoor zorgt dat deze geiten paren, want Ik heb gezien alles wat Laban u aandoet" God had bepaald dat de schapen en geiten waarvoor Laban Jacob had willen betalen, zich zouden vermenigvuldigen volgens de natuurlijke genetische wetten. Jacobs kale takken hadden daar niets mee te maken. Het is opnieuw Jacob die zelf tracht te werken en weer NIET de Here zoekt.
Noch Jacobs harde werk, noch zijn integriteit, hoe belangrijk ze ook waren, waren voldoende. Jakob was een harde werker, en hard werken leidt vaak tot financieel succes. De Bijbel prijst hard werken. Maar zelfs als we hard werken, moeten we beseffen dat elk succes dat we genieten van de Heer komt, niet van ons harde werk. Laten we eerlijk zijn, sommige mensen werken hun hele leven hard en worden nooit rijk. En hoewel integriteit belangrijk is voor ons getuigenis als Gods volk, bevordert het succes vaak niet, maar belemmert het het juist. De oneerlijken floreren vaak, terwijl de oprechte man de kans mist om gemakkelijk geld te verdienen. Daarom is de conclusie altijd dezelfde: welvaart komt alleen van de Here.
Dit geldt ook voor ons. Het is het principe van rentmeesterschap, dat we niets bezitten, maar slechts beheerders zijn. God bezit alles, en als eigenaar bepaalt Hij hoe het gebruikt moet worden. Als we werkelijk gul zijn, geven we God tien procent (de tiende voor de kerk) en onze offerte (zending, etc.). En de rest verkwisten we aan onszelf. Maar dat is niet Gods visie op welvaart. Het moet gebruikt worden voor Gods doeleinden.
Jacobs succes met de kuddes gaf Labans zonen aanleiding om kwaadaardige opmerkingen te maken over de eerlijkheid van hun zwager. Ze weigerden zijn vaardigheid als veehouder of Gods voorzienigheid in Jacobs leven te erkennen. Het probleem was niet dat Jacob had gestolen; het probleem was dat Labans zonen vol jaloezie waren. Jaloezie verdraait de waarheid. Jacob had niets van Laban gestolen, maar jaloezie maakt mensen tot liegen. Daarom zeiden Labans zonen: "Jacob heeft alles van onze vader afgenomen."
Labans houding tegenover hem was niet langer dezelfde als voorheen: de jaloezie van Labans zonen vergiftigde zijn hart tegen Jacob. Eerder was Laban tevreden geweest met zijn overeenkomst met Jacob (Genesis 30:34).
Laban geloofde zijn zonen, negeerde het feit dat hij zelf oneerlijk was en werd vijandig tegenover Jacob. Jacob vreesde kennelijk voor zijn leven en zocht leiding bij God. De Here gaf toestemming om terug te keren en herhaalde de belofte: IK ZAL MET JULLIE ZIJN.
Omdat Jakob de mensen in het kamp niet vertrouwde, vroeg hij Rachel en Lea om naar het veld te gaan voor een familiebijeenkomst.
Jakob legde zijn vrouwen alles uit wat er gebeurde en gaf God alle eer voor de verkregen voorspoed en de leiding om naar Kanaän te vluchten.
En ongelooflijk genoeg waren Rachel en Lea het hierover eens. Ze waren het erover eens dat hun vader onrechtvaardig was geweest. Ze herinnerden zich met duidelijke wrok hoe Laban hen had vernederd door hen als bezit te verkopen en het geld dat van hen en hun kinderen was, te gebruiken. Ze stemden er vrijwillig mee in om te vertrekken.
Jaloezie is niet alleen op zichzelf slecht, maar ook vanwege het gezelschap dat ermee gepaard gaat. Ongeestelijke inspanningen, verdeeldheid en levens gaan vaak gepaard met jaloezie (1 Korintiërs 3:3). Eigenbelang, verwarring en kwaad volgen erop (Jakobus 3:16). Aan de andere kant is liefde niet jaloers (1 Korintiërs 13:4), en God wil Zijn volk van jaloezie bevrijden (Titus 3:3).
Genesis 31:22-24

WE HEBBEN GODS GENADIGE BESCHERMING NODIG, WANT DE WERELD IS EEN SLUWE VIJAND.
Laban vertegenwoordigt de wereld en hij is een sluwe kerel. Hij is het type dat je vriendelijk op de rug klopt en tegelijkertijd je portemonnee steelt. Hij gebruikt spirituele taal alsof hij in de Here gelooft, maar overduidelijk is hij een polytheïst die de god aanbidt die hem op dat moment het beste uitkomt. Hij is een vrome hypocriet die je wil laten geloven dat hij de meest liefdevolle vader ter wereld is, terwijl hij in werkelijkheid alleen maar om zijn eigen portemonnee geeft.
Jakob moest vluchten omdat hij al begreep dat afscheid nemen van Laban niet gemakkelijk zou zijn. Laban was waarschijnlijk van plan geweld tegen Jakob te gebruiken, maar God greep in en zei in een droom tegen Laban dat hij Jakob geen kwaad mocht doen. "Neem u wel in acht, dat gij met Jakob niet ten goede of ten kwade spreekt" (31:24, 29) is een Hebreeuwse uitdrukking die betekent: "Gebruik geen vleierij of dreigementen om Jakob over te halen terug te keren." Als de Here Laban niet had tegengehouden, zou Jakob waarschijnlijk op zijn best met lege handen naar huis zijn teruggekeerd.
Laban beschuldigt Jakob ervan zijn afgoden te hebben gestolen; Jakob, ervan overtuigd dat niemand het gedaan heeft, laat Laban zoeken. Wanneer Laban niets vindt, is het Jakobs beurt om al zijn jarenlange opgekropte woede de vrije loop te laten. Uiteindelijk kust Laban zijn zonen ("kleinkinderen") en dochters, zegent hen en keert terug naar huis. Het laatste beeld dat we van hem hebben, is het opmerkelijke schouwspel van een man die zijn zonen en dochters kust nadat hij hen al die jaren kwaad heeft gedaan.
Wat een beeld van sluwheid! Maar zo is de wereld nu eenmaal, nietwaar? De god van deze wereld is een meester in bedrog en verraad. Zij die de god van deze wereld dienen, zijn als Laban: egoïstisch, bereid alles te doen om te krijgen wat ze willen, en tegelijkertijd dreigend en vroom klinkend. De wereld beschuldigt kerkleden van hypocrisie, maar ze zijn zelf niet beter en vaak zelfs veel erger. Omdat de wereld zo'n sluwe vijand is, zouden we zonder Gods genadige bescherming niet kunnen overleven.
Sinds Laban vijandig tegenover Jakob werd, werd hij gevoeliger voor Gods handelen en kreeg hij hulp en leiding. Nu maakte een bezoek van engelen God hem weer wakker en bereidde hem tot op zekere hoogte voor op wat zou komen. Mahanaim betekent: twee kampen of twee groepen. Het gaat om het kamp van Jacob en het onzichtbare, omringende kamp van Gods engelen die Jacob en zijn gezin beschermden. Hier zien we dat:
- Engelen van God ontmoeten ons op de stoffige weg van het gewone leven. Je weet wel, die kritieke momenten in het leven als we zeggen: "alleen God voor mij"... ja... Hij kijkt... Hij vindt ons.
- De engelen van God ontmoeten ons stipt in tijd van nood. Weet je, in situaties waarin ik mensen heb horen zeggen: "Ik dacht, ik ga dood, er is geen uitweg en hulp kwam op het juiste moment!".
- De engelen van God verschijnen in de vorm die we nodig hebben: in het geval van Jacob, het leger van God.
Genesis 32:1-2

Jacob maakte een moeilijke tijd door; hij wilde al een tijdje terugkeren naar zijn geboorteland, maar zijn schoonvader hield hem tegen. Toen veranderde de situatie en werd hij lastiggevallen en belasterd door zijn zwagers, de zonen van Laban.
Op dat moment wilde Jacob niet langer onderhandelen en, gebruikmakend van Labans afwezigheid, vluchtte hij met zijn hele gezin. Laban achtervolgde hen, maar God waarschuwde hem Jacob geen kwaad te doen. Ontwapend door God probeerde Laban een deal te sluiten. Jacob greep de kans en vertelde Laban alles wat hij jarenlang had opgekropt. Na al die spanning sloten hij en Laban een niet-aanvalsverdrag en Laban vertrok eindelijk.
Tijdens zijn reis kreeg Jacob een wonderbaarlijk visioen van Gods engelen en hij noemde de plaats Mahanaim, omdat het duidelijk was dat er twee kampen waren: een voor Jacob en zijn familie, en een voor Gods engelen.
Zo is het ook met ons; Gods engelen ontmoeten ons op de stoffige weg van het gewone leven. Soms maken we moeilijke tijden door, en hoewel Gods woord ons belooft dat we niet alleen zullen zijn, voelen we ons soms toch zo.
Maar laat je niet misleiden, laat angst je gedachten niet beheersen, want Gods engelen ontmoeten ons juist in tijden van tegenspoed. Het was niet Jakob die om de aanwezigheid van de engelen vroeg; zij vonden hem. God vergeet je niet, weet je? Voor twee van Jakobs vijanden zond God een menigte engelen. En als dienaren van God zorgt Hij ook voor ons. Je ziet ze misschien niet, maar ze zijn overal om je heen.
Jakob was niet moedig, want hij moest zijn broer Esau nog vinden, die hij jaren eerder had bedrogen. Hij wist dus niet hoe Esau zou reageren; de laatste keer dat hij hem zag, wilde Esau hem doden! Wat zou er nu gebeuren? Gods engelen verschijnen in de vorm die we nodig hebben. In Jacobs geval een heel leger engelen. Maar voor ons verschijnt het soms als een persoon die ons helpt in een moeilijk moment, iemand die ons een helpende hand biedt, iemand die ons leidt en ons de weg wijst. Iemand die ons waarschuwt voor gevaren. Iemand die ons beschut en beschermt, ons redt van de dood.
Het is Gods trouwe en verbondsmatige liefde die ons nooit in de steek laat, geloof het! Je bent niet alleen.
Genesis 32:22-30

Zoals Bijbelgeleerden door de eeuwen heen hebben opgemerkt, blijft een groot deel van deze episode in mysterie gehuld.
We zouden kunnen denken dat Jakob een tijdje alleen in het kamp wilde zijn om te bidden, om God om hulp te vragen, omdat hij Esau op het punt stond te ontmoeten en bang was voor diens reactie; Jakob zou zelfs door zijn broer gedood kunnen worden. Toen Jakob terug wilde keren naar zijn groep, verscheen deze engel/man en belette hem de oversteek? We weten het niet zeker. We weten alleen dat er vanaf dat moment een gevecht ontstond tussen Jakob en de engel tot de ochtend aanbrak. Tijdens het gevecht raakte Jakobs heup ontwricht, maar hij hield vol dat hij niet zou stoppen met vechten totdat hij gezegend zou worden. Jakob had dringend hulp nodig, maar voordat hij die kreeg, moest hij de zonde belijden die gesymboliseerd werd door zijn naam: "HIELGRIJPER OF BEDRIEGER".
Meer dan een gewone engel, was deze persoon de Engel van Jehovah, de pre-incarnatie Zoon van God, die in menselijke gedaante verscheen. Dit klopt gezien Jacobs woorden: "ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht en mijn leven is behouden gebleven" (vers 30).
We zouden ons moeten verwonderen over Mozes' verhaal dat de engel niet van Jacob, een man van bijna 100 jaar oud, kon winnen. Hoe was het mogelijk dat God niet van Jacob won?
Als reactie op de strijd veranderde God zijn naam in Israël, "hij die met God strijdt of overwint". De naamsverandering, net als bij Abraham en Sara, duidde op een verandering van status en een verandering van innerlijk wezen.
In Genesis 32:22-30 zien we hoe Jacob Israël wordt.
Jacob moest niet alleen Esau onder ogen zien; hij moest eerst God onder ogen zien. God confronteerde hem te midden van zijn schuldgevoel om hem te leiden tot een volledig besef van de zondigheid van zijn wezen en de noodzaak van een radicale verandering.
De les die Jacob hier leerde, is van vitaal belang voor elke christen. Het is een transformerende waarheid, want het verklaart waarom Gods zegeningen alleen door eerlijke middelen verkregen kunnen worden. Het onthulde aan Jacob de reden waarom al zijn eerdere "overwinningen" in feite rampen waren geweest, die hadden geleid tot onenigheid, haat en vijandigheid.
In dit hoofdstuk zien we de langverwachte ontmoeting tussen Esau en Jakob, na vele jaren.
In het vorige hoofdstuk worstelde Jakob met de engel en werd zijn naam veranderd in Israël. We dachten dat Jakob na die ontmoeting niet meer dezelfde zou zijn, dat hij volledig getransformeerd zou zijn. Maar in hoofdstuk 33 beseffen we dat Jakob helemaal niet zo getransformeerd was. Zijn hele voorbereiding op de ontmoeting met Esau – eerst de dienaren met hun kinderen, dan zijn minder geliefde vrouw met haar kinderen, en Rachel, zijn favoriete en geliefde vrouw, als laatste – en zijn woorden tegen Esau, waarin hij hem 'mijn heer' noemde terwijl Esau authentieker was en hem 'mijn broer' noemde, laten zien dat Jakob nog steeds een manipulator en bedrieger was.
Dit gebeurt ook in ons leven als christenen; op onze reis maken we dramatische beproevingen en zegeningen mee die ons zouden kunnen veranderen, maar als mensen een paar uur met ons doorbrengen, beseffen ze dat we dezelfde blijven.
Op zijn best was dit een oppervlakkige verzoening, aangezien Jakob nooit verbaal bekende welke misdaden hij tegen Esau had begaan, noch om vergeving vroeg.
Het is net als wanneer een man zijn vrouw kwetst. Om het goed te maken, brengt hij bloemen en een cadeau mee naar huis. Maar als het enige dat gebeurde het cadeau was, is er geen sprake van een echte verzoening. De man moet specificeren hoe hij zijn vrouw heeft gekwetst en om vergeving vragen.
Jakobs zondige aard komt ook tot uiting in zijn reactie op Esau's aanbod om samen te reizen (vv. 12-16). Het zou niet juist zijn geweest voor Jakob om met Esau mee te gaan, aangezien God hem duidelijk had opgedragen naar Kanaän te gaan, niet naar Seïr. Jakob had dus gelijk om te weigeren, maar hij maakte een fout in de manier waarop hij dat deed. Hij verzon een excuus door te beweren dat zijn zonen en kudden te zwak waren om Esau's tempo bij te houden. Hij had hen onder grote druk gezet om Laban te ontvluchten, maar nu gebruikt hij hun zwakheid als excuus om niet met Esau mee te hoeven gaan. Hij liegt en vertelt Esau dat hij hem naar Seïr zal volgen (vers 14).
We hebben allemaal wel eens in vergelijkbare situaties gezeten, waarin ons gevraagd werd deel te nemen aan iets dat ons geloof in gevaar zou brengen. Maar het juiste is om direct en vriendelijk te zijn.
Genesis 33:16-17

In Genesis 31:3 zei God tegen Jakob: "Keer terug naar het land uwer vaderen en naar uw maagschap, en Ik zal met u zijn.". In plaats daarvan vestigde Jakob zich in Succoth en kocht later land in Sichem.
De tekst geeft ons geen reden voor Jakobs onvolledige gehoorzaamheid, maar suggereert er wel een. Het zou kunnen zijn dat hij nog steeds bang was voor Esau. Ondanks Esau's hartelijke ontvangst vertrouwde Jakob hem waarschijnlijk niet. Zij die verraderlijk zijn, zoals Jakob, denken vaak dat anderen dat ook zullen zijn.
Observaties van christenen (inclusief mezelf) leren me dat Jakob deed wat wij allemaal doen. Hij probeerde de Here te volgen, maar tegelijkertijd gehoorzaamde hij Hem niet volledig. Door het altaar "God, de God van Israël" te noemen, betuigde hij zijn dankbaarheid aan God voor zijn veilige terugkeer naar het beloofde land. Maar door niet naar Bethel te gaan, gaf hij toe aan zijn vleselijke angst voor Esau. Hij was de nieuwe mens, Israël; maar hij was nog steeds de oude mens, Jakob. Wij doen hetzelfde. We beginnen met geloof in de Here, maar vervolgens leven we naar het vlees.
Wees je bewust van je eigen neiging tot het vlees. We hebben allemaal onze zwakheden. Jakob had de neiging om te complotteren. Abraham en Isaak waren geneigd te liegen onder druk. Mozes handelde doorgaans vastberaden, maar met zijn eigen kracht, zoals te zien was toen hij de Egyptenaar doodde en later toen hij op de rots sloeg. David had een zwak voor vrouwen. Wij hebben onze eigen neigingen. Het is net als de standaardmodus van mijn computer – de modus waarin je automatisch terechtkomt. Je moet waakzaam zijn en je aan de Here vasthouden, vooral op dit gebied. Verdiep je in het Woord – het zal je de gedachten en bedoelingen van je hart openbaren (Hebreeën 4:12), zodat je op je hoede kunt zijn.
Josef was trouw aan een visioen. Zijn leven bewijst dat een visioen mensen wegjaagt van zonde (Sp 29:18). Omdat hij geloofde in wat God hem had laten zien, bleef hij in al zijn relaties stevig trouw en loyaal, vooral met God.
Mensen die trouw zijn aan Gods project, zullen de bereidheid van God en de naaste genieten en zullen succesvol zijn in hun inspanningen. Ze zullen de beloning ontvangen ondanks eventuele moeilijkheden die ze onderweg hebben ondervonden.
- CLAIM HET VISIE VAN DE GOD AAN JOU Genesis 37:5-10.
- VERWACHT GODS GUNST IN HET VOLGENDE GEZICHT. HIJ GARANDEERT GUNST EN SUCCES AAN DE GETROUWEN! (Genesis 39:4).
- BLIJF TROUW AAN GOD IN ALLES WAT JE DOET. DOE GEEN CONCESSIES, vooral niet als het even duurt voordat jouw visie vervuld wordt (Genesis 39:9).
- GELOOF DAT GOD VOLDOENDE IS! Hij heeft je de gaven gegeven die je nodig hebt om je doel door jou te bereiken (Gen 41:14, 57).
Vertrouw op de soevereine voorzienigheid van God! Hij zorgt ervoor dat alle dingen voor jouw welzijn gehoorzamen als je TROUW BLIJFT aan jouw roeping en doel (Gen. 45:7).
God kan vandaag tot ons spreken door middel van dromen, net zoals Hij deed in de tijd van Jozef, maar we moeten evenwichtig zijn in onze benadering omdat veel van onze dromen Niet van God zijn. Ik ken mensen die elke week dromen hebben, en het zijn domme dromen en mensen gaan naar websites op internet op zoek naar wat het betekent en om iets goeds te zijn, wachten ze erop dat het gebeurt. Als het iets slechts is, zijn ze bang! Zo werkt het echt niet bij een droom van God. We moeten evenwichtig zijn in onze benadering omdat veel van onze dromen niet spiritueel zijn. Als God je iets probeert te laten zien of tot je spreekt door een droom, geloof ik dat Hij het in je hart zal bevestigen als je Hem om wijsheid vraagt, onderscheidingsvermogen gebruikt en in harmonie blijft met Zijn Woord en God je ook de betekenis uitlegt. Want dat is Z|ijn Doel.
































