Preek 8 Wilfred - Wat is het geven van tienden?

Het geven van tienden is een vraagstuk voor vele gelovigen. Doch de Bijbel is zeer duidelijk. Zo laten wij kijken wat de Bijbel zegt over het geven van tienden. Er is eigenlijk geen oorsprong, want het geven van tienden was mogelijk een normaal bestaand gebruik welke wij voor het eerst beschreven vinden in Genesis 14. Lot, de neef van Abraham woonde in de zondige stad Sodom en de alle inwoners van deze stad waren in gevangenschap weggevoerd. Toen Abraham dit vernam, trok hij met zijn geoefende krijgslieden hen achterna en versloeg hen.

Genesis 14:12 Ook namen zij Lot mede, de zoon van Abrams broeder, en zijn have, en trokken af – hij nu woonde te Sodom.
Genesis 14:15-16 Abraham en zijn geoefenden, versloegen hen en achtervolgden hen ... En hij bracht al de have terug, en ook zijn broeder Lot en diens have bracht hij terug, evenals de vrouwen en het volk.
Genesis 14:18-20 En Melchisedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij nu was een priester van God, de Allerhoogste. En hij zegende hem en zeide: Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde, en geprezen zij God, de Allerhoogste, die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd. En hij gaf hem van alles de tienden.

Abraham bracht van alles de tienden. Waaruit mogelijk blijkt dat dit een normaal gebruik was. Dit feit wordt herhaald in Hebreeën 7:2-4.

Aan wie ook Abraham een tiende van alles gegeven heeft, is vooreerst, volgens de uitlegging (van zijn naam): koning der gerechtigheid, vervolgens ook: koning van Salem, dat is: koning des vredes; zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en, aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos. Merkt dan op, hoe groot deze is, aan wie de aartsvader Abraham een tiende gegeven heeft van het beste van de buit.

Daarmee een bewijs dat het ook Nieuw Testamentisch geldig is.

Zo waarom is het geven van tienden geldig voor zowel ongelovige als gelovigen?

Uit het voorgaande mogen duidelijk zijn dat het een normaal gebruik was nog voor de instelling door God en als "wet" geven aan Mozes op de berg Sinaï. Daar het een normaal gebruik was, en het geschiedde in die dagen van niet-Israëlieten, maar door het gewone volk is het een gaven door ongelovigen. Het is het tonen van dankbaarheid aan God de Schepper voor het op tijd geven en op de juiste tijd geven van regen zodat het voedsel, de koren, granen en rijst goed groeien. De bomen en wijngaard hun vruchten geven. Het is het tonen van de mens dat God in hun dagelijkse voedsel voorziet. Maar Wilfred er is zoveel honger in de wereld, hoe verklaar je dat? Wel de mens is verantwoordelijk voor de juiste voedselverdeling. Door de hebzucht en milieuvervuiling geschieden er natuurrampen en worden oogsten vernietigd. En hoevelen ongelovigen danken God voor hun dagelijkse voedsel en geven hun tienden? Zo wij kunnen God hiervan NIET de schuld geven.

Hoeveel bedraagt de tienden?

Ja, dat is een goede vraag, ik heb gelezen dat wanneer je de tiende volgens de Tora gaat berekenen je uitkomt op circa 33% van jouw loon. Dus iemand die wettisch zijn tiende geeft en letterlijk 10% van zijn of haar loon, geeft TE WEINIG! Laat dat een les zijn of degene die wettisch geeft. Kun je dat verdedigen, ja lees Levitus 27:30-34, Numeri 18:24-28, Numeri 29:1-11 en Ezechiël 45:14-17. Verder vinden wij de gaven in Ezra en Nemehia.

Lev. 27:30-34 Ook is alle tiende van het land, van het zaad des lands, van de vrucht van het geboomte, van de Here; het is de Here heilig. Maar indien iemand toch van zijn tiende zal willen lossen, dan zal hij het vijfde deel daarvan erbij voegen. En alle tienden van runderen of kleinvee, al wat onder de staf doorgaat, het tiende daarvan zal de Here heilig zijn. Men zal niet onderzoeken, of het goed of slecht is, en men zal het niet verruilen; indien men het toch verruilt, dan zal dit zowel als het verruilde de Here heilig zijn; het zal niet gelost worden. Dit zijn de geboden, die de Here Mozes gegeven heeft voor de Israëlieten op de berg Sinai.
Num 18:24-28 Want aan de Levieten geef Ik als erfdeel de tiende, die de Israëlieten de Here als heffing brengen; daarom heb Ik van hen gezegd: In het midden der Israëlieten zullen zij geen erfdeel verkrijgen. De Here nu sprak tot Mozes: Tot de Levieten zult gij spreken en tot hen zeggen: Wanneer gij van de Israëlieten de tiende ontvangt, die Ik u van hen als erfdeel geef, dan zult gij daarvan als een heffing voor de Here een tiende van de tiende brengen, en het zal voor u als een heffing beschouwd worden, als ware het het koren van de dorsvloer en de inhoud van de perskuip. Aldus zult ook gij van al de tienden die gij van de Israëlieten ontvangt, een heffing voor de Here brengen en gij zult daarvan de heffing voor de Here aan de priester Aäron geven.
Num 29:1-11 En in de zevende maand, op de eerste dag der maand, zult gij een heilige samenkomst hebben, gij zult generlei slaafse arbeid verrichten, het zal een jubeldag voor u zijn. Dan zult gij tot een brandoffer bereiden tot een liefelijke reuk voor de Here; één jonge stier, één ram, zeven gave, éénjarige schapen; en het bijbehorend spijsoffer: fijn meel, aangemaakt met olie, drie tienden bij de stier, twee tienden bij de ram en één tiende bij elk van de zeven schapen; en een geitebok als zondoffer om over u verzoening te doen, behalve het maandelijks brandoffer en het bijbehorend spijsoffer, en het dagelijks brandoffer en het bijbehorend spijsoffer en de bijbehorende plengoffers naar het desbetreffend voorschrift, tot een liefelijke reuk, een vuuroffer voor de Here. Op de tiende dag dezer zevende maand zult gij een heilige samenkomst hebben en u verootmoedigen, gij zult generlei arbeid verrichten. Dan zult gij de Here een brandoffer, een liefelijke reuk, brengen: één jonge stier, één ram, zeven éénjarige schapen; gaaf zullen zij zijn; en het bijbehorend spijsoffer: fijn meel aangemaakt met olie, drie tienden bij de stier, twee tienden bij de éne ram, telkens een tiende bij elk van de zeven schapen; één geitebok als zondoffer, ongeacht het zondoffer der verzoening en het dagelijks brandoffer en het bijbehorend spijsoffer en de bijbehorende plengoffers.
Ezechiël 45:14-17 Dit nu is de heffing die gij (de vorst) geven zult: een zesde efa van een homer tarwe en een zesde efa van een homer gerst; en het recht op de olie, de bath olie, bedraagt een tiende bath van elke kor – tien bath een homer, want tien bath is een homer –. Voorts één stuk kleinvee van elke kudde van tweehonderd uit de waterrijke weiden van Israël, tot spijsoffer, brandoffer en vredeoffers, om over hen verzoening te doen, luidt het woord van de Here Here. Al het volk des lands zal bijdragen aan deze heffing voor de vorst in Israël. Maar op de vorst rust de plicht van de brandoffers, het spijsoffer en het plengoffer, op de feesten, de nieuwemaansdagen en de sabbatten, op al de hoogtijden van het huis Israëls. Hij zal het zondoffer en het spijsoffer, het brandoffer en de vredeoffers brengen, om verzoening te doen voor het gehele huis Israëls.

Dit zijn bewijzen dat behalve de tienden aan de Levieten, en de Levieten hun tienden gaven aan de HogePriester, de tiende meer inhield dat de deze aan de Levieten. Het was een tiende over de opbrengst van het land, de oogst, de vruchten van de bomen en er was een offer brengen voor elke eerstgeboren zoon en dier. Dat totaal brengt het op circa 33%.
Laten wij kijken wat Jezus zegt in Lukas 21:1-4

Toen Hij opkeek, zag Hij de rijken hun gaven in de offerkist werpen. Hij zag ook een behoeftige weduwe twee koperstukjes daarin werpen, en zeide: Waarlijk, Ik zeg u, deze arme weduwe heeft meer dan allen daarin geworpen. Want deze allen hebben van hun overvloed iets bij de gaven geworpen, maar zij heeft van haar armoede haar ganse levensonderhoud erin geworpen.

De behoeftige weduwe toont haar dankbaarheid door een groot deel van haar levensonderhoud in de offerkist te werpen. De rijken kunnen met gemak 33% betalen over hun rijkdom. Jezus prijst daarom de behoeftige weduwe.
In 2 Cor. 9:5-7 zegt de apostel Paulus:

Ik achtte het dus noodzakelijk de broeders op te wekken, van tevoren tot u te gaan en uw vroeger toegezegde milde gave vooraf in gereedheid te brengen, zodat zij klaar ligt als een milde gave en niet als een afgeperste gift. (Bedenkt) dit: wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten. En ieder doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever.

Dit is het Nieuwe Testament, Paulus roept op tot een gave voor de gemeente in Jeruzalem. Een vrijwillige bijdrage, een vrijwillige "tiende", echter geldig voor elke gelovige christen. En hij voegt daar aan toe GOD HEEFT DE BLIJMOEDIGE GEVER LIEF. Niets geen verplichting, niets geen wettisch geven van tienden, een exact geven van tienden. En ja, waar geeft men de tiende wettisch over? Over het bruto of netto salaris, na inhouding van alle belastingen en sociale verplichtingen door de wet?

Waarover geeft men de tiende?

Wel men geeft geen tiende, dat is wettisch. Men geeft met een blijmoedig hart. Maar ik wens toch een toelichting te geven. In het Oude Testament wordt de tiende aan de Levieten geven en die gaven een tiende over wat zij ontvingen aan de HogePriester. Waarom werd een tiende aan de Levieten gegeven? Omdat zij door God vrijgesteld waren van "arbeid". Hun arbeid bestond voor 100% werken voor God, hun arbeid in de tabernakel en later de tempel. Later lezen wij dat de Israëlieten hun verplichtingen van tiende niet nakwamen en daarom de Levieten moesten gaan werken. Het gevolg was geen onderwijs door de Levieten aan het volk en het volk God niet meer dienden. En Gods straf en verbanning kwam.
De tiende heden dienen tot betaling van het loon van de voorganger en bij grotere kerken van de fulltime oudsten en zondagsschool onderwijzer(s), het onderhoud van de kerk (huur of hypotheek), stoelen, geluidsinstallatie, projectie, heilig avondmaal, koffietafel, bloemen, huismeester, schoonmaak, materiaal, evangelisten en zendelingen.
Naast de tiende in het Oude Testament waren er de gaven voor de drie feesten per jaar ingesteld door God, de gave over de oogst en vruchten en andere instellingen. Dat zie ik als de gaven, offertes, die de gelovige geeft aan evangelisatie campagnes, materiaal hiervoor, zendingsactiviteiten, materiaal die de zendeling nodig heeft, de hulp aan hulpbehoeftigen, bouw van huizen voor de armen, sociaal werk en hulp aan het zendingsveld in de derde wereld. Verder opleidingen van voorgangers, evangelisten en zendelingen.
Mogelijk kwam jouw geloof in Jezus Christus door evangelisatie en groeide je niet op in een gelovig gezin. Dat kost geld. En voor iedere gelovige, ook die opgroeide in een gelovig gezin, heeft Jezus Christus een hoge prijs betaald. Denk aan het feit dat gedurende heel het leven van Jezus gaf Jezus niet toe aan verleidingen. Op de avond van Heilig Avondmaal zweette Jezus bloed in het hof van Getsemane, wetende Zijn verschrikkelijke dood aan het Kruis van Golgotha. En bedenk de prijs die verkondigers betalen in de vervolgde landen, zelfs tot de dood toe met hun eigen leven.
Zo wees dankbaar en geef met een blijmoedig hart. Het is aan een ieder persoonlijk wat hij of zij wenst te geven. MAAR dat is een VRIJWILLIGE gave. Niets van wat in sommige kerken wordt beweerd geef grote gaven, want God zo jou rijkelijk belonen, Maleachi 3:10. DAT is GROVE MISLEIDING en menigeen is daardoor in grote armoede en ellende gekomen. God beloont NIET, omdat men er zelf beter van wenst te worden, op de valse belofte van voorgangers. God WENST EEN BLIJMOEDIGE en VRIJWILLIGE GAVE vanuit een dankbaar hart.
Persoonlijk laat ik mij leiden wat de Heilige Geest mij ingeeft voor offertes. Hoe? Wel, er zijn verschillende wijzen. Ten eerste is daar de noodzaak van zending, de zendeling die betaald dient te worden en wat hij of zij nodig heeft op het zendingsveld. Er is de sociale hulp die de zendeling geeft aan de bevolking. Juist door die sociale hulp ziet de bevolking dat het geloof in Jezus Christus praktisch is en komt tot geloof. Er is de nood van een behoeftige broeder of zuster in Jezus Christus. De hulp die gevraagd wordt door een bedelaar op straat of in de krottenwijk. En soms spreekt de Heilige Geest direct en leidt naar een project of persoon.
Broeders en zusters, het geven van tiende en offertes is een blijmoedige zaak, "zonder verplichting". Jouw verplichting komt voort uit JOUW LIEFDE voor de Here Jezus Christus. Geef NIET vanuit verplichting, maar vanuit liefde. Moge God je zegenen en duidelijk maken wat Hij wenst.