Preek Wilfred - Openbaring 2

De openbaring van Jezus Christus aan de 7 gemeenten

7 Gemeente in AsiaIn de hoofdstukken 2 en 3 vinden wij de openbaring van Jezus Christus gegeven aan de 7 gemeenten in Asia, deze 7 gemeenten worden bij name genoemd in Openbaring 1:11. De apostel Johannes was bekend met deze 7 gemeenten en waren dus fysiek bestaande gemeenten. Elke gemeente had haar specifieke problemen. Sommige commentaren beweren dat de beschrijving van de eerste zes gemeenten reeds zijn gepasseerd en geven dateringen. De laatste gemeente zal de huidige zijn waarin wij nu leven. Persoonlijk ben ik het daarmede oneens. Deze 7 gemeente zijn een duidelijke afbeelding van de verschillende gelovigen, door de afgelopen twee eeuwen en van alle individuele gelovigen die heden leven.
In het Nieuwe Testament komt het getal 7 maar liefst 88 keer voor, waarvan 56 keer in Openbaring. Daarmee is duidelijk dat 7 in Openbaring een bijzondere functie heeft: 7 sterren, 7 gouden kandelaars, 7 gemeenten, 7 boodschappen, 7 zegels, het Lam heeft 7 horens en 7 ogen, 7 engelen, 7 bazuinen, 7 schallen met plagen, 7 geesten voor de troon, 7 koppen zijn zeven bergen, 7 vurige fakkels, 7 Geesten Gods, grote rossige draak met 7 koppen met 7 kronen, enz.
Zie ook Bijbelstudie Openbaring.

Openbaring 2, De gemeente van Efeze

Efeze was een belangrijke handelsplaats aan de westkust van Klein-Azie in het tegenwoordige Turkije, in de huidige provincie İzmir. In de tijd van het Nieuwe Testament lag Efeze in de Romeinse provincie Asia. De apostel Paulus schreef een brief aan de gemeente te Efeze. Behalve een handelscentrum was Efeze ook een belangrijk godsdienstig centrum in de Grieks-Romeinse wereld. De tempel van de godin Artemis trok vele pelgrims naar Efeze, en was zo van groot economisch belang.
De apostel Paulus was de stichter van de christelijke gemeente in deze stad. Zijn eerste korte bezoek aan deze stad was in het voorjaar van 54 na Chr. Hij kon niet lang blijven want hij moest op een vastgestelde datum in Jeruzalem zijn om een gelofte in te lossen. (Hand. 18:19-20) Maar later bracht hij bijna drie jaar door in Efeze, jaren van toegewijde en intensieve evangelieverkondiging (Hand. 19:8-10). Vanuit Efeze schreef de apostel Paulus een brief aan de Corinthiërs, waarin hij aankondigde via Macedonië naar hen te zullen reizen. Maar hij wilde tot pinksteren in Efeze blijven.
De Griekse naam in de brontekst van het Nieuwe Testament is Εφεσος, Ephesos (klemtoon op de eerste lettergreep).
Efeze is het belangrijkste archeologische gebied in Turkije en een van de grootste opgravingen van het oude Griekenland. Het bestond oorspronkelijk, circa 1100 v.Chr., uit een groep inheemse nederzettingen rondom het heiligdom van de grote oud-Griekse vruchtbaarheidsgodin Artemis van Efeze. Griekse kolonisten, onder wie de Ioniërs, hadden er de overhand en vestigden zich er. Zij stelden de plaatselijke godin met hun Artemis gelijk. Als hun leider wordt Androclus genoemd, die ook als de stichter van Efeze geldt. Efeze deelde het wisselvallig lot der Ionische steden. Het werd na de verovering in 560 v.Chr. door koning Croesus van Lydië werd Efeze door synoikisme tot één stad verenigd. Er werd tien jaar later, in 550 v.Chr. begonnen met de bouw van de eerste tempel ter ere van Artemis, die in 436 v.Chr. werd voltooid. Onder Perzisch bewind nam Efeze in 499 v.Chr. deel aan de Ionische Opstand en na de Perzische oorlogen aan de Delische Bond. Efeze stond na 415 v.Chr. in de Peloponnesische Oorlog aan de kant van Sparta. Na de koningsvrede van 387 v.Chr. kwam de stad weer onder bewind van Perzië. De eerste tempel van Artemis werd in 356 v.Chr. wordt, volgens de legende op de geboortedag van Alexander de Grote, waarna met de bouw van de tweede tempel werd begonnen. De stad groeide uit, vooral na Alexander de Grote, tot een van de belangrijkste steden van het hellenisme, waartoe de in 323 v.Chr. voltooide grote tempel van de Efezische Artemis zeer bijdroeg. Deze nieuwe tempel was een van de zeven wereldwonderen. Deze tempel had een afmeting van 105 bij 50 meter, met 127 Ionische zuilen van 18 meter hoog. Lysimachus, één van de diadochenen, die na het overlijden van Alexander koning werd, verlegde de stad en haven, maakte haar tot administratief centrum en noemde haar naar zijn vrouw Arsinoeia. De inwoners van Colophon werden rond 298 v.Chr. naar Efeze overgebracht, waardoor het aantal bewoners toenam tot 100 000. Efeze was wisselend bezit van de Ptolemaeën en de Seleukiden. Het kwam in 187 v.Chr. door het Verdrag van Apamea aan de Attaliden toe, de heersers van Pergamon, en na 133 v.Chr. aan Rome. Het theater was geschikt voor 24 000 toeschouwers.
Efeze beleefde een bloeitijd gedurende het Romeinse Rijk. De stad is vooral bekend door twee van de Bijbelboeken: de Brief van Paulus aan de Efeziërs en Handelingen van de apostelen. De stad was het centrum van de verering van de godin Artemis. De grote tempel van Artemis in Efeze werd in 262 vernield en door de Goten leeggeroofd. De stad was in 431 de plaats van het Concilie van Efeze, die vanwege de controverse rond de leer van Nestorius van Constantinopel door keizer Theodosius II bijeengeroepen werd.
Efeze raakte in verval nadat de Turken in 1420 de stad hadden ingenomen. Men vindt iets verderop, in Selçuk, overblijfselen uit de Turkse tijd terug, waar een moskee uit de late tijd van de Seltsjoeken en op een heuvel erboven een citadel van de Seltsjoeken uit de tijd van het Byzantijnse Rijk staan. De Johannesbasiliek staat in de citadel, waar volgens een oude overlevering het graf van de apostel Johannes ligt. Op de heuvel Aladağ, aan de andere kant van Efeze, staat het huis van Maria, Turks: Meryemana, dat op instigatie van een visioen van Anna Catharina Emmerich werd gevonden. De grot van de heilige Zevenslapers is er te bezichtigen.

De woorden van Jezus Christus aan de gemeente te Efeze. Hij, die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt, die tussen de zeven gouden kandelaren wandelt, is een herhaling van het laatste vers in Openbaring 1. De kandelaar met de 7 armen vinden wij terug in het Heilige van de tabernakel en de Tempel. Slechts de priesters, en de gelovige is een koninklijke priester, mocht het Heilige betreden.
De ware apostelen waren de door Jezus uitgekozen 12 apostelen tijdens Zijn leven op aarde. Judas verraadde Jezus en verhing zich. In zijn plaats kwam de apotel Paulus, persoonlijk door Jezus geroepen en aangesteld op de weg naar Damascus. In de gemeente te Efeze waren gelovigen die zichzelf apostel noemden. Zij waren valse apostelen, NIET door Jezus aangesteld en mogelijk zelfs Jezus nimmer in levende lijfe gezien. Zij brachten een valse leer. De ware gelovigen in de gemeente te Efeze stelden hen aan de kaak, en bestraften hen en bevonden hen leugenaars. Ook in onze tijd noemen gelovigen zichzelf apostelen, terwijl zij nooit Jezus hebben gezien, die 2000 jaar terug op aarde leefde. Zijn zijn leugenaars en velen brengen een valse leer en verheffen zichzelf boven mede gelovigen. Jezus prijst de gelovigen in de gemeente te Efeze, die volharden in het beproeven van deze valse apostelen. Zij volharden in de zuivere leer en zij zijn niet moede geworden in de bestraffing van de valse leringen. Echter mogelijk is er een verkilling opgetreden. Zij vermanen niet meer in liefde, maar met harde liefdeloze woorden. Op zich misschien begrijpelijk. Kijken wij naar onze tijd waarin vele valse prekingen en valse tolerantie is. Zonde en bekering worden in vele kerken niet meer gepreekt. Want Jezus is immers voor alle zonden gestorven. Hel bestaat niet. Dit alles is in tegenspraak want Jezus en de Bijbel leert. Het gezin bestaat man en vrouw, maar kerken preken dit niet meer. Tolerantie ten aanzien van abortus, euthanasie, genero, communisme, etc.
Jezus roept op om terug te keren naar de eerste liefde, omdat ook zij uit de verdorven wereld tot geloof gekomen zijn. Ook zij hebben in die wereld geleefd van satan met prostitutie, verlangen naar een werelds leven, geen aanbidding van God de Vader.
MenoraAls zij echter niet terugkeren tot die eerste liefde, dan zal Jezus de kandelaar (=menora) wegnemen. Exodus 25:31-32 U moet ook een ​kandelaar​ van zuiver goud maken. Als gedreven werk moet de ​kandelaar​ gemaakt worden, zijn schacht en zijn armen; zijn bloemkelken, zijn knoppen en zijn bloesems moeten er één geheel mee vormen. En zes armen moeten uit de zijkanten ervan uitsteken: drie armen van de ​kandelaar​ uit zijn ene kant, en drie armen van de ​kandelaar​ uit zijn andere kant. Zacharia 4 De engel die met mij sprak zeide tot mij: Wat ziet gij? Daarop antwoordde ik: Ik zie daar een kandelaar, geheel van goud, met een oliehouder aan zijn top; hij heeft zeven lampen, en telkens zeven toevoerbuizen voor de lampen erbovenop; 3en twee olijfbomen steken boven hem uit, de ene rechts en de andere links van de oliehouder. Wat betekent dit, mijn heer? Dit is het woord des Heren, niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest! zegt de Here der heerscharen. Wat betekenen de twee olijftakken, die door twee gouden buizen het goud van zich doen uitvloeien? Zij zijn de twee gezalfden die vóór de Here der ganse aarde staan.
De menora was één van de voorwerpen in de tabernakel en later in de tempel. Het is een voortdurende herinnering voor het Joodse volk om een licht voor de wereld te zijn, zoals God dat van hen verwacht (Jesaja 42:6).
De menora wordt ook wel de ets chaim genoemd. Dat is Hebreeuws voor boom des levens en verwijst naar de boom in het paradijs waardoor Adam en Eva eeuwig leven hadden kunnen krijgen. Jezus noemt Zichzelf het Brood des levens. In Hem is de boom des levens weer beschikbaar voor de mensen. Jezus is ook het Licht der wereld. Daarmee is Hij de èchte belichaming en betekenis van de menora.
Indien dus de gelovige niet bekeert terug tot de eerste liefde, dan zal Jezus de innerlijke vrede van die gelovige wegnemen en zal zijn of haar licht in de wereld niet meer schijnen (mijns inziens geen evangelie meer verkondigen). Want werken zonder liefde is dood.

Nikolaïet is een samengesteld woord: Nikos: overwinning, triomf, het dominant zijn over de verslagenen. Laos: iemand, die over het volk zegeviert. De betekenis van Nikolaïeten is dat de bisschoppen en prelaten van de Kerk dominant zijn over de kerkleden, omdat zij verplicht werden om zich te onderwerpen aan de arbitrale en absolute heerschappij van de voorgangers, wat God haat. Dit gaat lijnrecht in tegen 1 Petrus 5:1-3 De oudsten onder u vermaan ik (Petrus) dan, hoedt de kudde Gods, die bij u is, niet gedwongen, maar uit vrije beweging, naar de wil van God, niet uit schandelijke winzucht, maar uit bereidwilligheid, niet als heerschappij voerend over wat u ten deel gevallen is, maar als voorbeelden der kudde. Jezus prijst de gelovigen te Efeze dat zij het werk van de Nikolaïeten haten. Laat dat een les zijn voor voorgangers die zichzelf op de borst slaan, dominant hun kerk regeren en zelf een slecht voorbeeld zijn en de geboden van Jezus en de Bijbel niet ten toon spreiden.

Openbaring 2, De gemeente van Smyrna

Smyrna (= mirre) was een belangrijke stad in Klein-Azië, aan de westkust van het huidige Turkije. Ligging en economische betekenis. De stad lag aan de Egeïsche Zee, ongeveer 65 km ten noorden van Efeze, op een machtige handelslocatie aan de Egeïsche Zee. Ze had een prachtige haven, met een nauwe monding die goed verdedigbaar en afsluitbaar was in oorlogstijd. Naar het oosten liep een belangrijke handelsroute. Na Efeze was ze het tweede belangrijkste exportcentrum.
Cultuur. Smyrna herbergde een beroemd stadion, een bibliotheek, en het grootste publieke theater in Azië. De beroemde ‘Gouden Straat’ liep rond de berg Pagus. Bij begin en eindpunt was een tempel voor een plaatselijke god en voor Zeus. De acropolis op de berg Pagus werd ‘de kroon van Smyrna’ genoemd.
De stad met ca. 220.000 inwoners kende een hoogstaande cultuur met veel godsdienstigheid. Ze gaf geldstukken uit met het opschrift: “De Eerste van Azië in schoonheid en grootte”. Ze stond dan ook bekend als ‘het sieraad van Klein Azië’.
Band met Rome. Smyrna had een speciale band met Rome en met de keizercultus. Aan de zijde van Rome streed de stad tegen Carthago. Het was de eerste stad in de antieke wereld die een tempel bouwde voor de Dea Roma (de Romeinse beschermgodin bij uitstek). Ze werd boven tien andere steden verkozen om er een tempel te bouwen voor keizer Tiberius.
Smyrna's trouw aan Rome en de grote joodse gemeenschap aldaar, die bijzonder vijandig stond tegenover de christenen, maakten het moeilijk om als christen in Smyrna te leven. In haar stierven bekende martelaren en vloeide veel martelaarsbloed, onder andere dat van Polycarpus, die verbrand werd omdat hij de keizer niet als Heer wilde erkennen.

De woorden van Jezus Christus aan de gemeente te Smyrna. Dit zegt de eerste en de laatste, die dood geweest is en levend geworden. Een herhaling uit Openbaring 1:18. Jezus heeft de aarde geschapen in Genesis 1 met de mens op de zesde dag, Hij was de Eerste. Hij is de laatste, Hij zal de Nieuwe Aarde en Nieuwe Hemel schepen en voor eeuwig regeren. Hij is gestorven aan het Kruis van Golgotha en is opgestaan als eerste uit de dood en zal voor eeuwig leven.
De vervolgingen van de christenen in Smyrna was groot, zowel door heidenen als Joden. De Joden hadden Jezus als hun Messias verworpen, en daarmede hadden zij gekozen om satan te dienen. Johannes 8:39 Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Onze vader is Abraham. Jezus zeide tot hen: Indien gij kinderen van Abraham zijt, doet dan de werken van Abraham 43 Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne. Daarom wordt hier hun synagoge des satans genoemd.
Jezus troost de gelovigen in Smyrna dat zij niet bevreesd behoeven te zijn. Zij kunnen gemarteld worden en zelfs de dood vinden. Maar dat is slechts het menselijke lichaam op aarde. Hun ziel en geest gaan na de dood op aarde naar het paradijs en bij de Opname van de Gemeente naar de Hemel. Daarom wees niet bevreesd.
Mogelijk begonnen de vervolgingen toen deze brief te Smyrna werd voorgelezen en eindigde door een bevel van de keizer Nerva. Een goede verklaring van deze tien dagen hebben wij niet.

Jezus belooft dat wie getrouw is tot de dood, wat zeker zal gelden in de Grote Verdrukking en het merkteken van het Beest weigeren, de kroon des levens zullen ontvangen. Wie standvastig blijft, zal de tweede dood (=de poel des vuurs Openbaring 20:11-15) niet ervaren.

Openbaring 2, De gemeente van Pergamum

Pergamon (Oudgrieks: τὸ Πέργαμον; het Pérgamon of ἡ Πέργαμος; de Pérgamos, Latijn: Pergamum), het huidige Bergama in Turkije, was in de oudheid een stad in Mysia in Klein-Azië, die zich na het uiteenvallen van het rijk van Alexander de Grote ontwikkelde tot een rijke en machtige stad. De naam is mogelijk afkomstig van een vóór-Grieks woord dat burcht betekende, want ook de burchtheuvel van Troje werd in de Oudheid zo genoemd.
Oorspronkelijk was Pergamon een kleine heuvelburcht in Mysia (het noordwestelijke deel van Klein-Azië). De eerste aanwijzingen van bewoning stammen uit de achtste eeuw v.Chr. Volgens overleveringen was Pergamon gesticht door Griekse kolonisten, maar dit is onwaarschijnlijk, omdat het 26 kilometer landinwaarts ligt. Pergamon werd voor de hellenistische periode maar sporadisch genoemd. In 480 v.Chr. schonk de Perzische koning de plaats aan de Spartaan Demaratus. In 339 v.Chr. werd Pergamon vermoedelijk geregeerd door een tiran.
Na de dood van Alexander de Grote in 323 v.Chr. trad Pergamon uit de anonimiteit. Lysimachus, een van zijn generaals, had er een miljoenenschat opgeslagen onder de hoede van Attalus Philetaerus. Deze eigende zich na Lysimachus' dood het geld toe en stichtte, gebruikmakend van de onderlinge verdeeldheid der diadochen, in 283 v.Chr. het rijk Pergamon (ook wel koninkrijk van de Attaliden genoemd). Dit rijk stond aanvankelijk onder controle van de Seleuciden. Eumenes I, neef en adoptiezoon van Philetaerus, wist in 262 v.Chr. de Seleuciden-koning Antiochus I Soter te verslaan en zo een daadwerkelijk onafhankelijke staat van Pergamon te maken. Het rijk Pergamon omvatte op het toppunt van zijn macht bijna het gehele westen van Klein-Azië. Het bleef wel nodig dat Eumenes I herhaaldelijk naar de wapens greep, tegen zowel de Seleuciden als de Galaten, aan wie hij schatting betaalde om van hun plundertochten verlost te blijven. Zijn neef Attalus I die hem in 241 v.Chr. opvolgde was de eerste die ook officieel de koningstitel aannam. Onder zijn regering werden de Galaten in 230 v.Chr. verslagen. Deze overwinning leverde hem de bijnaam Soter (d.i. Verlosser) op. Na een eerder terugdrijven van de Kelten (onder Brennus) uit Delphi in 279 v.Chr. was door de Grieken als herdenking aan hun redding al het festival van de Soteria ingevoerd.
Attalus I koos voor een andere politiek, gericht op het westen en op Rome. Door om Romeinse interventie te vragen tegen Macedonië, bracht hij Pergamon geleidelijk onder Romeinse invloed, haalde hij Rome in de Griekse wereld en maakte aldus de facto een einde aan de zelfstandigheid van de hellenistische diadochenrijken. Koning Eumenes II (197 – 159 v.Chr.) ging verder op de ingeslagen weg. Pergamon werd een regionale grootmacht, maar bleef ook niet meer dan een pion in het politieke schaakbord waarin Rome het spel leidde en de zetten bepaalde. Als trouwe bondgenoot van Rome zegevierde het in 190 v Chr. mee tegen Antiochus III de Grote, en breidde daardoor zijn grondgebied uit met de kustgebieden van diens rijk. Eumenes II wist de Romeinen opnieuw te bewegen tot een militair optreden tegen Macedonië (172 - 171 v.Chr.). Dezelfde politiek bepaalde ook het beleid van de opvolgers Attalus II Philadelphus (159 – 138 v.Chr.) en Attalus III Philometor Euergetes (138 – 133 v.Chr.). Van de korte regering van deze laatste is enkel het einde vermeldenswaardig. Hij stelde namelijk bij testament de SPQR aan als universele erfgenaam van zijn rijk, en maakte daarmee een einde aan het zelfstandige Attalidenrijk. In 25 stond Tiberius de inwoners van Pergamon toe een tempel op te richten ter ere van hem én van de senaat.
Pergamon werd dankzij de rijkdom en kunstzin der vorsten een centrum van hellenistische cultuur een van de fraaiste steden van de oude wereld, met een rijkdom aan monumentale tempels, fonteinen, gymnasia en andere bouwwerken. De stad bevond zich in een gebied dat rijk was aan graan, olijven, druiven en vee en was gebouwd op een hoogte van 335 meter. De drie oorspronkelijke stadjes waaruit Pergamon bestond, waren met elkaar verbonden via trappen en terrassen, waarop overdekte zuilengangen van twee etages waren gebouwd. Op het bovenste gedeelte van de stad bevonden zich de publieke gebouwen, zoals de agora, het koninklijk paleis, wapenarsenaal, bibliotheek, het theater, de tempels van Dionysos en Athena Polias en het altaar van Zeus. Daaronder bevonden zich een gymnasium, de tempels van Demeter en Hera Basileia, en het Prytaneion. Het laagste gedeelte van de stad was een veelzijdig handelscentrum, waar o.a. parfum, lakens en perkament werd gemaakt.

Pergamum tempelDe tempel van Pergamum staat in Berlijn. Daarom gaan er geruchten dat het Beest hier aanbeden zal worden, omdat satan in deze tempel te Pergamum werd aanbeden.
De woorden van Jezus Christus aan de gemeente te Pergamum. Dit zegt Hij, die het tweesnijdende scherpe zwaard heeft. Een herhaling uit Openbaring 1:16. Het tweesnijdende scherpe zwaard maakt een definitieve scheiding tussen ware christenen die onder de controle van de Heilige Geest leven (de wijze maagden) en de valse christenen wiens leven hangt aan de wereldse lusten (de dwaze maagden).
Pergamus was een stad, waar zoveel zonde en slechtheid was dat de Heer er over zegt dat satan er zijn aardse hoofdkwartier had. En juist in het midden van die stad had God Zijn gemeente geplaatst. Antipas was iemand die stond voor de waarheid van God, zelfs als betekende dat hij alleen moest staan. Hij was een man van overtuiging en niet iemand die mensen naar de mond praatte. Zij die God kennen hoeven niet om zich heen te kijken om te zien hoeveel mensen geloven wat zij wensen te geloven. Ze zijn bereid om alleen te staan voor de Here, en als het nodig is zelfs tegenover iedereen in de wereld. Antipas was zo’n man. En als resultaat werd hij gedood. Als hij een allemansvriend was geweest, dan had hij aan de dood kunnen ontsnappen. Hij werd gedood omdat hij vast hield aan de geopenbaarde waarheid van God en geen concessies deed. Mensen noemden hem waarschijnlijk bekrompen, eigenwijs, moeilijk-in-de-omgang en niet goed bij zijn hoofd. Maar dat maakte hem allemaal niets uit. Hij stond in waarheid voor Zijn Heer, tegenover alle zonde, wereldgelijkvormigheid, compromissen, ongehoorzaamheid aan Gods Woord en tegenover de duivel. Hier hebben we het over een man die een bedreiging vormde voor het koninkrijk van Satan. Satan zou ook jou moeten zien als zulk een grote bedreiging. Na zijn dood ging het snel achteruit met de gemeente te Pergamum, en nam niemand zijn taak over. Dat is de verdrietige geschiedenis van vele kerken.
Hoewel de waarzegger Bileam vroom sprak was zijn hart gericht op beloning door de koning Balak (Judas vers 11). Hoewel door God gedwongen Israël te zegenen, raadde Bileam daarna Balak aan de Israëlieten te verleiden door hoererij met Moabitische vrouwen. Hij is een toonbeeld van goddeloosheid en afvalligheid. Hoewel vele christenen Jezus als hun Verlosser hebben aangenomen, blijft hun hart hangen aan de wereld. Van een daadwerkelijke bekering tot Jezus Christus als Heer is geen enkele sprake. Het lot van Bileam was zijn dood door de Israëlieten. De christen die zich niet waarlijk bekeert en het wereldse leven verlaat, zal zijn of haar dood vinden in de poel des vuurs (bij heel veel geluk op de Nieuwe Aarde). De waarschuwing in vers 16: Bekeer u dan, maar zo niet, dan zal Ik (Jezus) je bestrijden met het zwaard mijns mond. Mijns monds is de Bijbel. Tweesnijdend omdat geloof eeuwig leven geeft, anderzijds brengt ongeloof en ongehoorzaamheid de dood in de poel des vuurs (Johannes 6:60-66).
Het manna was het voedsel welke de Israëlieten dagelijks moesten verzamelen in de woestijn. Elke dag werd het opnieuw gegeven. Het verborgen manna is het Nieuwe Testament, het Woord van Jezus, de bevrijding van de zonde door Jezus Christus. Het was verborgen manna in het Oude Testament. Echter dit verborgen manna moet wel dagelijks door de christen te worden gelezen en bestudeerd, een vol zijn van de Heilige Geest. Het is het dagelijkse geestelijke voedsel voor de gelovige.
De witte steen is een allesreiniger uitermate geschikt om alle gladde oppervlakken te reinigen zonder krassen te maken. De efficiënte werking van de witte steen is zeer doeltreffend. De witte steen kan moeiteloos, roestvrij staal, chroom, glas, sanitair, badkuipen, wastafels schoonmaken. Voor in de keuken kunnen alle potten, tegels, kookplaten en keramische kookplaten zonder probleem en op een veilige manier gereinigd worden. Daarnaast zal het gebruik van de witte steen ook de levensduur van uw oppervlakken aanzienlijk verlengen. Wat een beschrijving! Het is Jezus Christus Die op volmaakte wijze de christen reinigt van alle verontreiniging. Mag ik zeggen de Heilige geest, Die overtuigt van zonde. Jezus Christus die de levensduur verlengt en jou eeuwig leven geeft.

Openbaring 2, De gemeente van Tyatira

Thyateira (ook Thyatira) was de naam van een Oud-Griekse stad (polis) in Klein-Azië, de huidige Turkse stad van Akhisar ("wit kasteel"). De naam is vermoedelijk van Lydische origine. Het ligt in het uiterste westen van Turkije, ten zuiden van Istanboel en min of meer ten oosten van Athene. Het is ongeveer 80 kilometer verwijderd van de Egeïsche Zee.
Deze Oud-Griekse stad, "Pelopia" (Oudgrieks: Πελοπία / Pelopía) genaamd, werd tijdens het Hellenistische tijdperk, in 290 v.Chr., hernoemd in Thyateira (Θυάτειρα/Thyáteira) door koning Seleucus I Nicator. Hij was in een oorlog verwikkeld met Lysimachus toen hij vernam dat zijn vrouw van een dochter was bevallen. Volgens Stephanus Byzantius hernoemde hij daarop deze stad "thyateira" naar het Griekse woord θυγατήρ, θυγατέρα (thygatēr, thygatéra), dat "dochter" betekent, maar het is waarschijnlijk dat het een oudere, Lydische naam was. In de klassieke periode bevond Thyateira zich op de grens tussen Lydië en Mysië. Tijdens de Romeinse periode (1e eeuw n.Chr.) stond de stad bekend om haar textielverfindustrie en vormde een handelscentrum van paarse textiel. Tussen de oude ruïnes van de stad zijn inscripties gevonden met betrekking tot het gilde van de textielververijen in de stad. Er zijn zelfs meer gilden bekend uit Thyateira dan uit eender welke andere stad uit de Romeinse provincie Asia uit die tijd (inscripties vermelden de volgende gilden: wolbewerkers, linnenbewerkers, makers van gewaden, textielververs, leerbewerkers, leerlooiers, pottenbakkers, bakkers, slavenhandelaars en bronssmeden).
In vroeg-christelijke tijden huisde Thyateira een belangrijke Christelijke kerk, die wordt vermeld als een van de zeven gemeenten in het boek Openbaring.[5] Volgens Openbaring had een vrouw genaamd Izebel (die zichzelf een profetes noemde) de Christenen van Thyateira geleerd hoe en verleid tot het plegen van seksuele immoraliteit en voedsel, dat aan de afgoden werd geofferd, te eten.
De apostel Paulus en Silas zouden Thyateira tijdens Paulus' tweede of derde reis hebben bezocht, hoewel het bewijs hiervoor slechts indirect is. Ze bezochten verschillende kleine naamloze steden in deze streek tijdens de tweede reis. Toen ze in Philippi waren, verbleven Paulus en Silas bij een vrouw, genaamd Lydia van Thyateira, die hen bleef helpen, zelfs nadat ze waren gevangen genomen en terug vrijgelaten.
In 366 versloeg in een slag bij Thyateira het leger van de Romeinse keizer Valens de Romeinse usurpator Procopius.

De woorden van Jezus Christus aan de gemeente te Tyatira. Een herhaling van Openbaring 1:14-15. Izebel was de echtgenote van de Israëlische koning Achab. In 1 Koningen wordt ze geschetst als een heerszuchtige vrouw, die ten koste van alles haar zin doorzet. Izebel had haar man en koning volledig onder haar macht en verleidde tot verering van Baäl en Astarte. Israëls profeten liet ze voor een goed deel doden. De naam van Izebel gebruikt hier voor valse profetes die zich niet stoort aan de door God gegeven orde, en Gods knechten verleidt tot allerlei afgoderij. De valse profeten die verleiden tot hoererij en eten van afgodenoffers. Hoe zien wij dit niet terug in onze tijd. Voorgangers die beweren dat alles is toegestaan, zoeken naar eigen rijkdom, zich niet bekommeren om hun naasten, een tolerantie van alles, ook wat duidelijk in de Bijbel is verboden. Gods Woord, de Bijbel wordt niet meer letterlijk genomen. Het God zijn van Jezus wordt ontkend. Het Zoonschap van Jezus wordt ontkend. De opstanding uit de doden van Jezus wordt ontkend. Zo wat is nog de waarde van het geloof? Als er geen vergeving van zonde is, geen leven na de dood?
Zie ik werp deze valse leraars en voorgangers op het ziekbed, en BRENG HEN IN GROTE VERDRUKKING. Deze voorgangers zullen achterblijven op de Opname van de Gemeente en door de Grote Verdrukking gaan. En hun volgelingen zullen met hen door de Grote Verdrukking gaan en de dood sterven.
Ik zal nieren en harten doorzoeken, en vergelden een ieder naar zijn of haar werken. Bekeren zij zich niet in de Grote Verdrukking en gaan zij het Beest volgen, dan is hun lot de tweede dood, de poel des vuurs. Bekeren zij zich, dan zullen zij waarschijnlijk sterven middels de hand van het Beest, maar eeuwig leven verkrijgen op de Nieuwe Aarde. De oproep is om te volharden en vast te houden tot de Tweede Wederkomst van Christus aan het einde van de Grote Verdrukking. Dan zal het 1000-jarige Koninkrijk van Christus beginnen. Als zij vast houden tot het einde, dan zullen zij als koningen met Jezus regeren (de macht gegeven over de heidenen).