Preek Wilfred - Openbaring 3

Openbaring 3, De gemeente van Sardes

Sardis, (ook Sardes) was de hoofdstad van het oude koninkrijk Lydië, de zetel van een conventus onder het Imperium Romanum, de metropool van de provincie Lydia in laat-antieke en Byzantijnse periode, en ligt in het midden van de Hermusvallei, bij de voet de Tmolusberg, een steile helling die de citadel vormde en ligt 20 km ten zuiden van de Hermus. Sardis was via de Perzische koningsweg verbonden met onder andere Susa en Persepolis in Iran.
Sardis lag enkele tientallen kilometers landinwaarts van de Middellandse Zee in wat nu West-Turkije is, ongeveer 10 km ten westen van Salihli bij het tegenwoordige dorpje Sart. Het lag aan de voet van de berg Tmolos in de vruchtbare vlakte van de Hermosrivier, in de vallei van de Pactolosrivier. De Hermosvlakte was een natuurlijke corridor tussen de Ionische steden in Klein-Azië en Anatolië. Sardis was de hoofdstad van het Koninkrijk Lydië waarover Herodotos al schreef. Later werd het de hoofdstad van de satrapie Lydië in het Perzische rijk. In de Hellenistische en Romeinse tijd was het, hoewel vaak in oorlog betrokken, nog steeds een belangrijk administratief en handelsknooppunt waar zich ook een grote joodse en later christelijke gemeenschap vestigde. De neergang kwam er zowel door de opkomst van de oostelijke hoofdstad Byzantium waardoor het met de aanleg van een nieuw wegennet zijn strategische positie deels verloor, als door de opkomst van de Turken.
De grote rijkdom van de stad (zo rijk als Croesos) kende waarschijnlijk zijn oorsprong in zijn strategische positie tussen Ionië en Anatolië. Alle karavanen en handelaars passeerden langs dit strategische knooppunt en zo werd Sardis dan ook al gauw een stad waar Griekse en Oosterse rijkdom overvloedig aanwezig was. Ook de wol- en tapijtverfindustrie die in de stad gelegen was, vormde een bron van grote rijkdom. Maar de belangrijkste oorzaak van de mythische rijkdom was waarschijnlijk de Pactolosrivier, die erg rijk was van goud. Dat volgens Herodotos de eerste munten hier geslagen werden, heeft dus ook waarschijnlijk te maken met het goud dat hier gevonden werd.
Onder de Romeinen verloor Sardis zijn plaats als administratief centrum aan Efeze, maar het bleef wel een belangrijk regionaal centrum, onder andere als juridische hoofdplaats. De joodse gemeenschap was er zeer machtig en hieruit ontstond later ook een belangrijke christelijke gemeenschap. In 17 n.C. werd Sardis getroffen door een zware aardbeving, die hele delen van de stad in puin legde. Keizer Tiberius schonk 10 000 000 sestertiën voor de wederopbouw van de stad. Sardis bleef een belangrijk knooppunt tot in de 6e eeuw n.C. Vanaf dan ging het echter, zowel wat het politiek belang betreft, als het bevolkingsaantal, langzaam bergaf, ook al overleefde het prestige van de stad zijn daadwerkelijk belang. Zo bleef Sardis de bisschopszetel van Lydië bezitten (vanaf 295). In 616 werd de stad geplunderd door de Sassanidische Pers Chosroes. Dit markeert waarschijnlijk het einde van de antieke stad Sardis. Door de uitbouw van een nieuw wegennet door de Byzantijnse keizer verloor Sardis aan betekenis en dit bleek een trend te zijn die niet te keren viel.
Grote vondsten waren o.a. : De Lydische marktplaats. Deze marktplaats is een van de weinige overblijfselen die uit de Lydische tijd stammen. De meeste ruïnes behoren tot de Hellenistische en Romeinse tijd. De Lydische grafheuvels in Bin Tepe (Turks voor 1000 heuvels). Ook zij vormen een indrukwekkend overblijfsel van de vroegere periode. Een gedicht van Hyponax suggereert zelfs dat de middelste en ook grootste grafheuvel de tombe van Gyges bevat. Het grote gymnasium met de synagoge. Dit werd gebouwd onder keizer Septimus Severus rond 200 n.C. Het grote complex toont het belang van de stad en van zijn joodse gemeenschap in die tijd. Het werd vernietigd door de Sassaniden in 616. De tempel van Artemis, waaraan men in de tijd van de Seleuciden begon te bouwen, was zo groots bedoeld, dat de constructie ervan verschillende eeuwen duurde, aangezien er vaak geen geld was.

Wie is een dode christen?

De kerk van Sardis stond bekend om zijn werken, maar het was naar buiten gericht. Het had een uitstekende reputatie voor leven en vitaliteit, maar in de ogen van God was het dood. Het is een beeld van het nominale christendom, uiterlijk welvarend, bezig met de uiterlijke kenmerken van religieuze activiteiten, maar verstoken van geestelijk leven en macht. De christen die volledig bezig is in de kerk, met het werk van God, maar die zijn of haar persoonlijke relatie met God vergeet van Bijbellezen en gebed.
Een meer letterlijke vertaling voor "wakker" zou zijn "kijken". Deze vermaning was bijzonder relevant in Sardis, want in de stad was een onneembare acropolis die nooit door een frontale aanval was ingenomen; twee keer echter in de geschiedenis was de acropolis heimelijkheid ingenomen vanwege een gebrek aan waakzaamheid van de zijde van de verdedigers. Een voorbeeld van de christen die in slaap is gevallen in zijn of haar spirituele leven. Volledig bezig met wereldse dingen, misschien zelfs in de zorg voor de buurman, in sociaal werk en druk bezig met sociale media. Maar geen tijd besteden aan het lezen van de Bijbel, aan het bidden en zoeken naar de Wil van God.
Deze kerk werd door mensen geprezen om haar goede werken, maar die voor God veroordeeld stond omdat ze onvolmaakt waren. Ze waren onvolledig, ontoereikend. De kerk had geen last van vervolging; het werd niet gestoord door ketterij; het was niet verontrust door Joodse tegenstand: het stond bekend als een actieve, krachtige christelijke gemeente, gekenmerkt door goede werken en liefdadigheidsactiviteiten. Maar in de ogen van God waren al deze religieuze activiteiten een mislukking omdat ze alleen formeel en extern waren, en niet door de Heilige Geest geïnjecteerd.
Johannes herinnert de kerk aan haar eerste ervaring van liefde en toewijding aan Christus. Hij herinnert zich de vroege dagen dat ze het evangelie ontvingen, om vast te houden aan hun eerste toewijding en om zich te bekeren van de onverschilligheid waarin ze waren gevallen. Zo niet, vers 3, dan zal Jezus 's-nachts als een dief komen. Veel christenen lezen de Bijbel niet, weten niet wat er aan de hand is met dit Covid-19-virus. Weten niet dat dit de voorbereidingen zijn van de komst van de AntiChrist en de Grote Verdrukking. De Opname van de Gemeente zal voor hen als als een dief in de nacht komen en ze zullen merken dat er personen worden vermist en dat zij zijn achtergebleven. Zij zullen het uur niet hebben gekend waarop Jezus terugkwam. Dit is brief vijf, dus je kunt niet zeggen dat deze kerk de afgelopen twee eeuwen al gepasseerd is. NEE, VANDAAG is deze brief zeer actueel, we naderen de Opname van de Gemeente. Nu is het tijd voor de christenen om wakker te maken en hen te waarschuwen om BEROUW te hebben. Vers 4 In Sardis zijn er nog enkele namen bewaard gebleven. Een groep christenen is zich volledig bewust van de aanstaande Opname, zo ook NU. Maar vreemd genoeg OOK GEEN CHRISTENEN. Niet-christenen die zich ervan bewust zijn dat er iets heel vreemds aan de hand is met dit Covid-19, dat het NIET normaal is. Ze hebben onderzocht en zij onderzoeken. En komen tot de conclusie dat het boek Openbaring zich aan het vervullen is. Dingen beschreven in het boek Openbaring zijn al of bijna ontwikkeld. In mijn volgende preken zal ik het uitleggen. Dat gaat te ver in verband met dit hoofdstuk.
Vers 5 Hij of zij die aldus in witte kleding gekleed wordt, betekent dat hoewel werken goed waren, hun geest nog steeds verlangt naar de luxe en plezierige wereldse dingen. Ze leefden niet helemaal onder de controle van de Heilige Geest. De belofte van Jezus is ALS je trouw blijft aan MIJ, de wereldse dingen verlaat, DAN zal IK je naam NIET uit het boek des levens wissen (Op. 20:12) en Ik Jezus zal jouw naam belijden voor Mijn Vader. Laat christenen aandacht besteden aan de woorden die ik aan de kerk van Sardis heb gegeven.

Openbaring 2, De gemeente van Filadelfia

Alaşehir in Antiquity en de middeleeuwen staat bekend als Philadelphia (Grieks: Φιλαδέλφεια), is een stad en district van de provincie Manisa in de Egeïsche regio van Turkije. Het is gelegen in de vallei van de Kuzuçay (Cogamus in de oudheid), aan de voet van de Bozdağ-berg (Mount Tmolus in de oudheid). De stad is verbonden met Izmir door een spoorlijn van 105 km (65 mijl). Het staat op een verhoogde grond die de uitgestrekte en vruchtbare vlakte van de rivier de Gediz domineert (Hermus in de oudheid) en een indrukwekkend uiterlijk geeft vanuit de verte.
Alaşehir begon als een van de eerste oude steden met de naam Philadelphia. Het werd in 189 voor Christus opgericht door koning Eumenes II van Pergamon (197–160 voor Christus). Eumenes II noemde de stad vanwege de liefde van zijn broer, die zijn opvolger zou zijn, Attalus II (159–138 v.Chr.), Wiens loyaliteit hem de bijnaam "Philadelphos" opleverde, wat letterlijk betekent "iemand die van zijn broer houdt".
Attalus III Philometer, de laatste van de Attalid-koningen van Pergamum, had geen erfgenaam en schonk zijn koninkrijk, inclusief Philadelphia, aan zijn Romeinse bondgenoten toen hij stierf in 133 voor Christus. Rome vestigde de provincie Azië in 129 voor Christus door Ionia en het voormalige koninkrijk Pergamum te combineren.
Roman Philadelphia lag in het administratieve district Sardis (Plinius NH 5.111). In 17 na Christus leed de stad zwaar onder een aardbeving en de Romeinse keizer Tiberius ontlastte haar van het betalen van belastingen. Als reactie daarop verleende de stad Tiberius eer. Uit munten blijkt dat Caligula de stad heeft geholpen; onder Vespasianus ontving Philadelphia zijn cognomen, Flavia. Onder Caracalla huisvestte Philadelphia een keizerlijke cultus; op de munten stond het woord Neokoron (letterlijk "tempelveger" - verzorger van de tempel). Een klein theater aan de noordelijke rand van de Toptepe-heuvel is het enige dat overblijven is van Roman Philadelphia.

Christenen van Philadelphia zijn echte volgelingen van Jezus Christus?

Philadelphia was de jongste van de zeven steden van Azië. Blijkbaar verkeerde de kerk in een gezonde toestand, want de brief bevat geen afkeurende woorden of kritiek. De kerk was zwak en bezat slechts een klein beetje kracht, maar ze was trouw gebleven aan haar Heer.
De woorden van de Heilige, de Waarachtige, die de sleutel Davids heeft, die opent en niemand zal sluiten, en Hij sluit en niemand opent. De vermelding van David in dit vers plaatst het in een messiaanse context. Op een dag zal Jezus Zijn autoriteit uitoefenen over alle geredde individuen, zowel wedergeboren heidenen als geredde Joden, en toestaan Zijn aardse 1000-jarige koninkrijk binnen te gaan. Hij zal ook de sleutel gebruiken om alle ongelovigen buiten te sluiten. Omdat Jezus de zoon van David is, heeft Hij het onbetwistbare recht op de koninklijke lijn van David. Als de beloofde koning van Israël, zal Hij de naties regeren vanaf de troon van Israël. Hij heeft ook de sleutel van de dood. Hij stierf aan het kruis, maar had ook de sleutel om te leven en stond op de derde dag op uit de dood. Alleen JEZUS heeft de sleutel van leven en dood, zie ook Openbaring 20:11-15.
Ik weet je werken, Ik weet dat je maar kleine kracht hebt. Nog steeds in deze brief geen berisping, alleen lof. Hoewel deze kerk weinig kracht had (weinig leden, niet veel rijkdom om te delen?), deden zij toch veel goede werken. Laat dat een voorbeeld zijn voor kleine kerken/gemeenschappen met weinig leden, ze kunnen veel goed werk doen. Ze kunnen het evangelie verkondigen, maatschappelijk werk doen, geld inzamelen om maaltijden voor de armen te kopen en uit te delen. Ze zijn in staat om de zieke mensen aan te moedigen. In vers 8 vertelt Jezus dat HIJ KENT hun werken. Ik weet dat je MIJN WOORD VERKONDIGT en HOUDT. Ze verkondigen niet alleen het evangelie EN de woorden van de Bijbel, maar zij leven er ook naar, (on)gelovigen ZIEN wat ze onderwijzen, ze OOK UITOEFENEN.
Ook in dit vers 9, wordt zoals in Openbaring 2: 9 de synagoge van de joden, een synagoge van satan genoemd. De joden noemden zichzelf kinderen van Abraham, maar Abraham werkte middels geloof in God. Terwijl de werken van de Joden niet geloof en berouw waren, maar werken, het doen van de wet (Thora en 10 geboden).
Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, wat verwijst naar Matteüs 24:3-13, 32-34 Leert dan van de vijgeboom deze les: Wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is. Zo moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet, weten, dat het nabij is, voor de deur. Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt. Het bevel van Jezus in Matteüs 24 is om op de signalen te letten. Welnu, de signalen zijn heel duidelijk zichtbaar bij de Covid-19, maar er is nog veel meer aan de hand waarover ik je zal informeren in mijn volgende preken. Als de christen het evangelie blijft verkondigen, de woorden van de Bijbel, de woorden van de Bijbel beoefent, onder controle blijft leven, DAN is de belofte hier in vers 10 waar, Ik zal je bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal. Dat is de Opname van de Gemeente, voordat de Grote Verdrukking begint, zullen deze christenen van de aarde worden verwijderd en in de hemel worden opgenomen. De anderen zullen op aarde worden achtergelaten.
Vers 11, Jezus zegt dat Hij spoedig komt. Zoals gezegd, voor God is 2000 jaar 2 dagen. MAAR WE WETEN dat het BINNENKORT is. We zijn aan het einde van 2000 jaar. De sinalen zijn er allemaal. We WETEN DAT HET BINNENKORT IS. Houd daarom vast aan het leven onder controle van de Heilige Geest, zodat niemand jouw kroon grijpt (Openb. 2:10).
Vers 12 Ik zal hem (haar) tot een zuil maken in de tempel mijns God (de Vader). Een christen is verzegeld met de Heilige Geest en een koninklijke priester. Hij of zij is lid van de tempeldienst. Aangezien Openbaring weinig vertelt over de Nieuwe Hemel, kan ik je niet meer informeren over de betekenis van dit vers. Dat zal de christen ontdekken in de Nieuwe hemel.

Openbaring 2, De gemeente van Laodicea

Laodicea aan de Lycus (Grieks: Λαοδίκεια πρὸς τοῦ Λύκου; Latin: Laodicea ad Lycum) was een oude stad gebouwd aan de rivier de Lycus (Çürüksu). Het bevond zich in de Hellenistische regio's Caria en Lydia, die later de Romeinse provincie Phrygia Pacatiana werden. Het is nu gelegen nabij de moderne stad Denizli, Turkije.
Laodicea ligt op de lange uitloper van een heuvel tussen de smalle valleien van de kleine rivieren Asopus en Caprus, die hun water in de Lycus lozen. De stad heette oorspronkelijk Diospolis, "Stad van Zeus", en daarna Rhodas. Laodicea, waarvan het gebouw in 261-253 voor Christus wordt toegeschreven aan Antiochus II Theos ter ere van zijn vrouw Laodice, werd waarschijnlijk gesticht op de plaats van de oudere stad. Het was ongeveer 17 kilometer (11 mijl) ten westen van Colossae en 10 kilometer (6,2 mijl) ten zuiden van Hierapolis. Het lag ongeveer 160 kilometer (99 mijl) ten oosten van Efeze en volgens Strabo lag het aan een hoofdweg. Het was in Phrygia, hoewel sommige oude auteurs Laodicea in verschillende provinciale gebieden plaatsen - niet verwonderlijk omdat de precieze grenzen van deze gebieden zowel slecht gedefinieerd als wisselend waren; Ptolemaeus en Philostratus noemen het bijvoorbeeld een stad Caria, terwijl Stephanus van Byzantium het beschrijft als behorend tot Lydia.
In het begin was Laodicea niet van groot belang, maar het kreeg al snel een hoge mate van welvaart. In 220 voor Christus was Achaeus de koning. In 188 voor Christus ging de stad over naar het koninkrijk Pergamon en na 133 voor Christus viel het onder Romeinse controle. Het leed zwaar tijdens de Mithridatische Oorlogen, maar herstelde snel onder de heerschappij van Rome. Tegen het einde van de Romeinse Republiek en onder de eerste keizers, werd Laodicea, dankzij zijn gunstige ligging aan een handelsroute, een van de belangrijkste en bloeiende handelssteden van Klein-Azië, waar grote geldtransacties en een uitgebreide handel in zwart wol werd gedragen.
Het gebied leed vaak onder aardbevingen, vooral door de grote schok die plaatsvond tijdens het bewind van Nero (60 na Christus), waarbij de stad volledig werd verwoest. Maar de inwoners weigerden de imperiale hulp om de stad te herbouwen en herstelden deze uit eigen middelen. De rijkdom van zijn inwoners zorgde onder hen voor een smaak voor de kunst van de Grieken, zoals blijkt uit de ruïnes, en dat het heeft bijgedragen aan de vooruitgang van wetenschap en literatuur wordt bevestigd door de namen van de sceptici Antiochus en Theiodas, de opvolgers van Aenesidemus en door het bestaan van een geweldige medische school. De rijke burgers verfraaiden Laodicea met prachtige monumenten. Een van de hoofden van deze burgers, Polemon, werd koning van het Armeense Pontus (naar hem genoemd "Polemoniacus") en van de kust rond Trebizond. De stad sloeg haar eigen munten, waarvan de inscripties getuigen van de aanbidding van Zeus, Æsculapius, Apollo en de keizers. Het kreeg van Rome de titel van vrije stad. Tijdens de Romeinse tijd was Laodicea de belangrijkste stad van een Romeins klooster, dat naast zichzelf nog vierentwintig steden omvatte; Cicero records houdt assists daar ca. 50 voor Christus.

Paulus had deze kerk niet bezocht ten tijde van zijn eerste gevangenschap (Kol. 2: 1). De kerk werd mogelijk opgericht door Epafras (Kol. 1:7). Paulus kende deze kerk want hij schreef een brief aan de Laodiceeërs vanuit Rome (Kol. 4:16) die verloren is gegaan. In Sardis bleef een kern die een vitaal geloof had behouden, terwijl de hele Laodicea-kerk doordrongen was van zelfgenoegzaamheid. Waarschijnlijk waren ze zwaar betrokken bij de economische zaken die een dodelijke invloed op de kerk hadden.
Vers 14 De woorden van de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige, het begin van Gods schepping. Oorspronkelijk was AMEN een Hebreeuws bijvoeglijk naamwoord dat letterlijk "zeker, trouw" betekent. Het geeft aan wat zeker is, dat is waar. Het was Jezus die aanwezig was bij de schepping van de aarde, en Hij keek naar de aarde vanaf het begin van de schepping door de eeuwen tot vandaag. Hij weet alles wat er door de jaren heen gebeurde.
Vers 15 De kerkleden in Laodicea waren koud noch heet. Ze hadden geen kritiek op valse leer of immoraliteit. Hoe waar voor veel christenen tegenwoordig. Velen gaan naar de kerk, maar ze protesteren NIET tegen abortus, vrije seks, immoraliteit, aanvaarden wetten van de regering die in strijd zijn met de geboden van de Bijbel, accepteren valse leerstellingen op scholen en universiteiten, geweld en corruptie. Ze zijn onverschillig. Ze hebben het goed, hebben wat ze willen, ze gedijen, zij zelf hebben niets nodig. Maar ze zijn blind en arm, weten niet wat er in de wereld gebeurt. Ze zijn zich er niet van bewust dat satan en door satan geleide mensen de wereld vernietigen. Dat het vijf op de zes mensen dood wenst. Want in de toekomst is geen werk voor mensen, omdat er wordt gewerkt middels computers en robots, gestuurd door menselijke hersenen die verbonden zijn met supercomputers. Ze zijn beklagenswaardig en naakt (zonder spirituele waarde, zonder spirituele kleding, leeg zonder Heilige Geest). En Jezus Christus zal deze christen uit zijn mond spuwen. Als lauw water dat in een maand weerzinwekkend is en men uitspuugt. Het klinkt definitief, maar de verzen 18-20 geven nog een glimp van hoop als men zich bekeert.
Gold semeltingHet advies van Jezus Christus is om wakker te worden, je te realiseren waarin je je bevindt. Begin met het kopen van door vuur verfijnd goud. Goud dat in het vuur wordt verhit en daardoor alle onzuiverheden worden verwijderd. Verwijder je onverschilligheid, verwijder de immoraliteit, de onzuiverheden van de wereld, je hang aan rijkdom, jouw leven in de wereld en geen leven tot Mijn eer en glorie, satan tolereren. Het goud dat Jezus Christus aanbiedt is puur, stof van witte klederen, zalf je ogen zodat je de zonden in jouw leven duidelijk kunt zien. Kijk wat er in de wereld gebeurt en hoe je misleid wordt door mensen. Het doel van de Covid-19. Zie duidelijk dat de Opname van de Gemeente spoedig komt. Als iemand zich bekeert en Jezus Christus uitnodigt om aan zijn of haar tafel te zitten, zal Jezus Christus komen. ECHTER moet Hij worden uitgenodigd in jouw huis en plaatsnemen aan jouw tafel en aan het hoofd van de tafel komen te zitten. Hij moet de controle over je leven overnemen en je moet Hem toestaan je geest te openen en je te vullen met Zijn Heilige Geest.

Dat is het einde van de preken over de zeven kerken in Openbaring 2 en 3. De volgende preek zal hoofdstuk 4 van Openbaring zijn en heeft de Opname reeds plaatsgevonden. Laat de afgelopen drie preken een les zijn. Neem een besluit en beslis waar je heen wilt.