Openbaring 7 De 144.000 verzegelden uit Israël - Preek Wilfred

Voor een verklaring van de vier engelen die op de vier hoeken van de aarde staan, moeten we naar Zacharia 6 gaan, waar we ook de rode, zwarte, witte en gevlekte paarden tegenkomen, daar in het meervoud. Zij doorkruisen de aarde, maar er wordt geen uitleg gegeven over hun werk. Hier in Openbaring wordt onthuld dat ze de macht hebben om schade aan de aarde en de zee toe te brengen. Maar eerst moeten de dienstknechten van God verzegeld worden voordat er geen wind op aarde zou waaien.

Wie zijn de 12.000 uit elke stam van Israël?

De 144.000 verzegelden komen uit de 12 stammen van Israël, maar merkt op dat de stam van Dan niet aanwezig is maar vervangen wordt door de stam Manasse (eerste zoon van Jozef), men zegt vanwege zijn zonde van seksuele gemeenschap met Bilha, zijn stiefmoeders dienstmaagd en de bijvrouw van zijn vader. De stammen worden bij naam genoemd in de verzen 5 tot 8. Het betekent dat niet alleen de twee stammen van Joden die heden naar de staat Israël zijn teruggekeerd, maar ook het momenteel onbekende verblijf van de 10 stammen op aarde, uit deze 12 stammen zullen 144.000 gekozen worden.
Zoals het bloed dat op de deurpost moest worden gestreken om de Israëliet te beschermen tegen de dood van elke eerstgeborenen in Egypte, ook dat was een zegel. Of het een fysiek teken zal zijn, wat men kan zien, vertelt de bijbel niet. Het kan onzichtbaar zijn, zoals ook de gelovige onzichtbaar verzegeld is met de Heilige Geest, maar de kracht van de Heilige Geest ervaart, als de gelovige dat toelaat.

Wat zullen deze 144.000 verzegelden verkondigen?

Deze 144.000 verzegelde personen zullen samen met de twee getuigen in Openbaring 11 het Koninkrijk van God verkondigen. Ja, ze zullen het evangelie NIET verkondigen. De ware gelovigen, de wijze maagden, zijn reeds opgenomen in de hemel. Degenen die een christelijk leven in het vlees hebben geleefd, blijven achter. De verkondiging van het Koninkrijk van God zal zijn om berouw te hebben over de zonde, te erkennen dat men een zondaar is en God de Vader te accepteren en het merkteken 666 van het Beest te weigeren. Dat betekent hoogstwaarschijnlijk marteling en dood. Maar eeuwig leven op de Nieuwe Aarde.

Wie is de grote menigte die niemand tellen kan?

De grote menigte die niemand tellen kan, denk ik, verwijst terug naar hoofdstuk vier met de 24 oudsten en de 4 vier levende wezens. Zij stonden duidelijk voor de troon en voor het Lam in de Hemel, maar hier staan zij in de tempel. Zij zijn samen met de engelen die God aanbidden.
Nu komt het probleem in vers 13 met de vraag: "Wie zijn dezen, die bekleed zijn met de witte gewaden, en vanwaar zijn zij gekomen?". Het antwoord is: "Dezen zijn het, die komen uit de grote verdrukking; en zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams".
Verschuiven we een geweldige tijd? Dat kan zijn omdat hoofdstuk 6 eindigde aan het EINDE van de Grote Verdrukking. Dus vers 7 tot en met 17 is aan het einde van de Grote Verdrukking. Aan het einde van de Grote Verdrukking worden degenen die stierven tijdens de Grote Verdrukking opgewekt uit de dood. En nu zijn ze samen met de 24 oudsten en de 4 vier levende wezens die God aanbidden.
Dat is logisch, want vers 15 stelt dat ze in zijn tempel dienen. De derde tempel werd gebouwd en was tijdens de Grote Verdrukking. Daarom moet dit vers zijn wanneer de Grote Verdrukking voorbij is.
Blijft de vraag dat ze hun kleren hebben gewassen en ze wit hebben gemaakt in het bloed van het Lam. Het Lam verwijst naar Jezus Christus. Maar het koninkrijk van God werd gepredikt, niet het evangelie, de redding door het kruis van Golgotha. Dus hoe kunnen ze dan gewassen hebben in het bloed van het Lam? Persoonlijk leg ik dit uit, dat de prediking van het Koninkrijk van God, de prediking is van de komst van de Messias, deze prediking was door Johannes de Doper in Marcus 1:1-5

Begin van het Evangelie van Jezus Christus. Gelijk geschreven staat bij de profeet Jesaja: Zie, Ik zend mijn bode voor uw aangezicht uit, die uw weg bereiden zal; de stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden, geschiedde het, dat Johannes doopte in de woestijn en de doop der bekering tot vergeving van zonden predikte. En het gehele Joodse land liep tot hem uit en alle inwoners van Jeruzalem, en zij lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan onder belijdenis van hun zonden

Deze verzen in Marcus verwijzen duidelijk naar de prediking van het Koninkrijk van God. En ja, de vergeving door het Lam en de Messias Jezus.
Ze dienen Hem in zijn tempel. Vers 17 Want het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens. De bronnen van levend water stromen uit het Nieuwe Jeruzalem in hoofdstuk 22 op de Nieuwe Aarde. Conclusie deze verzen 9 tot 17 zijn aan het einde van de Grote Verdrukking of op de Nieuwe Aarde.