God is kennis  

EVANGELISCHE ZENDING BEM DO BRASIL
Roterende Bijbelstudie

Bijbelstudie van Mattheüs 21-26

  1-10    11-20    21    22    23    24    25    26    27-28  

Bron: Het evangelie naar Mattheüs ISBN 9026607660; New Testament Commentary ISBN 0851511929

Jeruzalem - Mattheüs 21

BethphageVers 1-11 Jezus heeft vele wonderen gedaan en de schare is buiten zichzelf. Zij verwachten een Messias die hen gaat verlossen van de bezetter, de Romeinen. Nog steeds zijn zij niet tot het inzicht gekomen dat de Messias de Verlosser is van zonde. Het zonde besef ontbreekt nog steeds. De intocht maakt de menigte enthousiast en de leden van het Sanhedrin woest. Dit alles tot vervulling van het Plan van God de Vader, welke leidt tot de kruisdood van Jezus. Later zal de menigte, teleurgesteld omdat niet de verlosser van het juk van de Romeinen bevrijdt, roepen "Kruisig Hem".
Het spreiden van de kleding en takken van de bomen, kunnen we zien als het uitrollen van de rode loper voor de koning, zoals heden ten dage gebruikelijk is.
Let op wat de schare zegt in vers 11: Dit is de profeet, Jezus van Nazareth. Geen erkenning van Jezus als Messias, geen kennis van de geboorte van Jezus te Bethlehem.

Geestelijke les: Velen nemen Jezus Christus spontaan en enthousiast aan met hoge verwachtingen. Daarna komen de teleurstellingen en de aanvallen van satan. Velen houden het leven in de wereld vast en komen niet tot een leven onder leiding van de Heilige Geest, met als gevolg dat men het geloof in Jezus Christus loochent en als nog voor de eeuwigheid verloren gaat.

Verzen 12-13 Jezus was de heilige stad Jeruzalem binnengegaan en kwam nu in het heilige huis van Zijn Vader: de tempel. Wat Jezus aantrof was niet een heilige plaats van aanbidding, maar een ontheiliging, namelijk een marktplaats waar de kooplieden grove winst maakten. Het was de tijd van Pasen, en vele Joden uit vele landen en uit Israël zelf, kwamen voor Pasen naar Jeruzalem. De Joden wonende in Israël zelf, namen vaak niet de moeite om een offer (een gaaf lam) mee te nemen op hun reis naar Jeruzalem, met de kans dat het niet goedgekeurd werd door de priesters. Dus werd het gekocht op de marktplaats, welke zich in de tempel bevond. Hier een samenwerking tussen de priesters en kooplieden? Het offer (lam en duiven) werden met grove winsten verkocht. Een duif die als goedkoop plaatsvervangend offer van een lam diende voor de armen, werd hier voor een hoge prijs verkocht. Dat moest heiligheid voorstellen! De marktlieden behaalden grove winsten. Ook de wisselkantoren (de wisselaars) maakten grove winsten. Er moest namelijk in Israëlische valuta worden betaald, en het buitenlandse geld van de Joden die buiten Israël woonden, moest omgewisseld worden. Terecht dat Jezus boos wordt en alle deze uitbuiters de tempel uitdreef.
Je kunt je afvragen waarom de tempelwacht niet ingreep en Jezus stopte. Bedenk dat Jezus met triomf Jeruzalem was binnengehaald en de Joden zelf deze uitbuiting verafschuwde. Waarschijnlijk behield vrees voor de menigte, de tempelwacht om in te grijpen.
Jezus zegt terecht met aanhaling van Jesaja 56:7 "Want mijn huis zal een bedehuis heten voor alle volken" en jullie hebben het gemaakt tot een plaats van dieven.

Wat een tegenstelling. Enerzijds drijft Jezus de rovers uit de tempel, terwijl anderzijds Zijn Goddelijke natuur toont en de blinden en lammen die ook in de tempel zijn, geneest. Jezus is de ware Verlosser, de ware aanbidder van God. Hij duldt geen zonde, geen dief die het Koninkrijk van God binnengaat, die de heilige tempel berooft van zijn heiligheid. Anderzijds zondaars die werkelijk berouw hebben van hun zonde, zijn van harte welkom en ontvangen genezing.

Vers 15 De overpriesters en schriftgeleerden, ondanks hun geschil in meningen, verenigen zich en keren zich gezamenlijk tegen Jezus.
1. Jezus ontneemt hun winsten door de uitdrijving van de marktlieden.
2. Jezus toont Zijn gezag door de genezingen van blinden en lammen.
3. Jezus pleegt in hun ogen Godslastering door Zich "Zoon van David" (de Messias) te laten noemen en dat nog wel in de tempel, Gods huis.
Wat een schijnheiligheid. De overpriesters en schriftgeleerden zien de tempel, Gods huis, als een plaats van offeren. Het offer moet de zonde wegnemen. Het offer werd voor veel geld gekocht op de marktplaats (een marktplaats hoort NIET thuis in de tempel). Alsof geld je vrij kan kopen van de straf op de zonde! Ondanks de genezingen, weigeren zij tot erkenning te komen dat God hier door Jezus aan het werk is. Zij zijn de ware blinden en lammen, die blind zijn voor de werken van Jezus en dat Jezus het ware lam is, Die bevrijding van zonden brengt.

Vers 16 Jezus antwoordt hen: Kleine kinderen en zuigelingen geven God lof. Kinderen en zuigelingen zijn nog onbevangen en zij eren God. De overpriesters en schriftgeleerden, die een grondige kennis van de Schrift (het Oude Testament) moeten hebben, zij plegen Gods lastering door hun deelname in het toestaan dat er een marktplaats is BINNEN de tempel. Een marktplaats waar grove winsten werden behaald. Zij zijn degenen die de tempel onteren.

Vers 17 Jezus verlaat verontwaardigd Jeruzalem en keert terug naar Betanië, waar Hij de nacht doorbrengt, voordat Zijn komende Kruisdood begint. Een afscheid van Zijn vrienden en kennissen?

Vers 18 Jezus keert terug naar Jeruzalem. Waarom Hij hongerig is, weten we niet, maar het toont Zijn menselijk natuur.

Vers 19 De eerste kleine vijgen verschenen eind maart (soms voordat de bladeren kwamen) en waren rijp in mei of juni. De grote vijgen kwamen pas in augustus tot oktober. Pasen was in april. Daarom kon de vijgenboom nog geen rijpe vijgen hebben. Jezus zag van verre dat deze vijgenboom vol van bladeren was, en daarom zou men rijpe vijgen verwachten. Echter deze vijgenboom had geen enkele vijg. Jezus berispt de vijgenboom middels de woorden: Nooit groeit er meer een vrucht aan u. We kunnen ons verwonderen over deze uitspraak van Jezus. Heeft een boom een verantwoording? De mens kent de natuur niet, wel weten wij dat de natuur mede vervloekt is door de zondeval. Slechts Jezus met Zijn Goddelijke natuur, kan een oordeel vellen. De boom verdort.
Maar er is een diepere geestelijke gedachte: De overpriesters en schriftgeleerden zijn vol van uiterlijke religie (vol van bladeren), maar hun aanbidding van God is schijn (geen vijg: geen diepe zonde kennis, geen ware aanbidding van God). Ook in onze tijd is er veel schijn, zowel van de voorgangers die hun eigen eer tot doel hebben. Als van de individuele gelovige die trouw naar de kerk gaan, maar door de weeks in de wereld leven en geen geestelijke vruchten dragen. Geen vruchten van de Heilige Geest in hun leven zichtbaar zijn, maar soms een religieus leven leiden (vol van bladeren, zonder vrucht). Resultaat de vijgenboom verdort, de Heilige Geest wordt uitgedoofd en geen toegang tot de Bruiloft (Matt. 25) en tot de Hemel. De gelovige sterft zoals de vijgenboom.

Vers 20 De eigen discipelen van Jezus staan versteld, hoe is deze verdorring zo snel mogelijk? Vaak neemt een ongelovige Jezus snel aan als Verlosser, maar valt spoedig terug in de wereldse lusten en rijkdom, en hun geestelijk leven verdort spoedig.

Verzen 21-22 Jezus antwoordt dat geloof bergen kan verzetten. Deze berg wijst op de Olijfberg en de zee naar de Dode Zee. Een verschil in hoogte van circa 1200 meter. De voorwaarde voor het onmogelijke is geen twijfel in je hart en het moet Gods Wil zijn. De belofte dan zul je ontvangen wat je vraagt. Vaak komt twijfel voort uit over de macht van God, niet weten of het Gods Wil is.

Vers 23 Jezus zet Zijn arbeid voort, Hij onderwijst het volk in de tempel. De overpriesters en de oudsten zijn jaloers op Zijn aanhang onder het volk. En komen met de vraag: Krachtens welke bevoegdheid doet u deze dingen? Deze dingen kan slaan op de intocht in Jeruzalem met het toestaan van het roepen: Zoon van David, de reiniging van de tempel, de genezing van zieken, maar ook op Zijn onderwijzing en uitlegging van de Schrift in de tempel. De overpriesters en oudsten willen Jezus voor het blok zetten tegenover het volk. Als Hij Zijn bevoegdheid ontkende, verloor Jezus Zijn geloofwaardigheid onder het Joodse volk. Als Hij antwoordde door God, dan zou het Godslastering zijn.

Vers 24 Jezus doorziet echter hun sluwheid en antwoord met een tegenvraag. Vaak stellen ongelovige sluwe vragen aan gelovige. Niet omdat zij echt geïnteresseerd zijn in het christelijke leven, maar slechts om de gelovige ongeloofwaardig en belachelijk te maken. Wees op je hoede en laat de Heilige Geest in leiden in een goede tegen vraag om je tegenstanders het zwijgen op te leggen.

Verzen 25-26 Jezus doorziet hun boze hart. En komt met de vraag: Van wie is de doop van Johannes? De mensen hielden Johannes de Doper voor een profeet die het Koninkrijk van God predikte, namelijk de erkenning van een zondaar te zijn en berouw te hebben van zonde. Dit ontbrak volkomen bij de overpriesters en oudsten.
Uit de Hemel, dan waarom erkende de overpriesters en de oudsten niet de oproep tot berouw en de erkenning van Jezus' gezag?

Vers 27 De overpriesters en oudsten hebben angst voor het volk. Want als zij antwoorden dat Johannes de Doper niet vanuit God preekte, dat zouden zij hun eigen gezag ondermijnen. Hun antwoord is neutraal: Wij weten het niet. Zij proberen een uitweg. Hoe is het mogelijk dat overpriesters en oudsten die een uitstekende kennis van de Schrift moesten hebben, het NIET weten? Hoe vaak zien wij heden ten dage niet dat vragen door ongelovige gesteld, het laten afweten op vragen op hun vakgebied. Veel op hun vakgebied is veelal gebaseerd op veronderstellingen, die geen basis hebben, slechts aannames.
Jezus antwoordt: Dan zeg Ik u ook niet, volgens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe. Zeer terecht. Faroa zag de 10 plagen, desniettemin, wenste hij het gezag door God gegeven aan Mozes niet te erkennen als zijnde van God. Farao volhardde in zijn ongeloof, evenals deze gezaghebbers. Helaas zien wij vele ongelovigen die het blijven zoeken in yoga, oosterse religies en in eigen kracht en verlossing: ik leef goed, aanbidding van eigen gemaakte stenen beelden. Verwerpen van de schepping door God, geloven in de oerknal. Bedenk dat je de waarheid zult ervaren na je dood, en dan zal jouw verwerping van Jezus te laat zijn en zul je de gevolgen zelf moet dragen met als resultaat de straf op jouw zonde door God, de poel des vuurs.

Verzen 28-30 Gebied de Bijbel ons niet dat ons Ja dient Ja te zijn, en ons Nee dient Nee te zijn (Mat. 5:37). Ook heden zien deze gelijkenis terug, zowel bij de kinderen als bij volwassenen. Men vraagt iets en men krijgt een bevestiging, ja, als antwoord. Soms uit beleefdheid of omdat men niet de moed heeft om nee te zeggen, om te weigeren. Maar men doet niet wat men zegt. Een ander (heeft de moed) zegt nee, maar achter af, bedenkt zich (heeft er misschien over nagedacht) en doet wat geweigerd is.

Verzen 31-32 De vraag wie heeft de wil gedaan, is logisch met het antwoord, degene die gedaan heeft met wat gevraagd werd. Logisch niet degene die loog.
Nu volgt een opmerkelijk antwoord van Jezus: De tollenaars en hoeren zullen voorgaan in het Koninkrijk van God. De meest verachte personen door de Joden en mensen, de tollenaars (afpersers) en hoeren (minderwaardige mensen en zondaars) gaan het Koninkrijk van God binnen. Waarom? Omdat zij erkennen zondaar te zijn en vergeving van zonde nodig te hebben. Denk aan Mattheüs de tollenaar en de hoer Maria van Magdalena. Dit in schil contrast met de overpriesters, schriftgeleerden en oudsten die zichzelf op de borst slaan en van geen berouw willen weten. Voorgangers, priesters en de Paus mogen zichzelf op de borst slaan over een religieus leven en kennis van de Schrift, de Bijbel, echter zonder berouw over de zonde en geloof in Jezus Christus als Verlosser, zullen zij niet het Koninkrijk van God, de Hemel binnen gaan. Slechts de mens die erkent zondaar te zijn en Jezus Christus als Verlosser erkent, komt na de dood in de Hemel.
Johannes de Doper (en Jezus) preekte het Koninkrijk van God, een diep berouw van zonden en bekeer, het loslaten van het leven in de wereld en een nieuw leven tot eer en glorie van God, heden een leven onder leiding van de Heilige Geest en de vruchten van de Heilige Geest zichtbaar in het dagelijkse leven op aarde.

WijngaardVers 33 Het bouwen van een wijngaard was een duur en arbeidsintensief proces. Allereerst werd de heg en de wijnplanten geplant. Vervolgens de wijnpers, die bestond uit een steen met afvoer voor de wijn. Gewoonlijk werden de druiven met de voeten geperst en vloeide het sap naar een lager gelegen reservoir. De toren diende om de wijngaard te bewaken tegen dieven en wilde dieren zoals vossen. De toren diende tevens als opslag van de wijn(flessen). Na deze investering door de eigenaar, werd deze aan pachters verhuurd, die een deel van de opbrengst aan de eigenaar moesten afstaan.
In het Oude Testament: De heer des huizes is God (Jahweh). De pachters zijn de overpriesters, schriftgeleerden, Farizeeën en oudsten van het volk.
Heden: Jezus Christus is de heer des huizes van de wijngaard. Hij heeft het volbracht met Zijn kruisdood op aarde en Hij is nu buitenlands, namelijk in de Hemel. De pachters (evangelisten, voorgangers, zendelingen, etc.) zijn de gelovigen, die nu verantwoordelijk zijn voor de verzorging van de wijngaard (verkondiging van het evangelie) en de oogst (de zorg en groei van de gelovige).

Verzen 34-35 De eigenaar vraagt een deel van de vruchten, van de opbrengst. Echter de pachters (huurders) wensen de volle winst. Zij slaan en doden de afgezanten van de eigenaar. Zij zijn vergeten de investering die de eigenaar gedaan heeft in de wijngaard. O.T.: God zond profeten en koningen als afgezanten van Hem. Echter het Israëlische en Joodse volk wensten niets te weten, en mishandelden de profeten, ja zelfs werden profeten gedood. Heden wensen de ongelovigen niets te horen van het evangelie, wordt verboden het evangelie te verkondigen, worden door Islamieten vermoord, velen zijn op de brandstapel verbrand, de Bijbel wordt verkeerd uitgelegd en het evangelie van zijn Verlossing en zonde ontdaan.

Verzen 36-37 De eigenaar is geduldig, hij grijpt niet in en komt niet met een leger om deze slechte pachters te bestraffen. God is geduldig met Zijn volk en bleef profeten sturen om Zijn volk te onderwijzen. Ten laatste zond de eigenaar zijn zoon. Na eeuwen van het zenden van profeten, zond God Zijn Zoon Jezus naar de aarde. Jezus verkondigde het evangelie, onderwees het volk, echter de overpriesters, schriftgeleerden, Farizeeën en oudsten wilden niets van Jezus weten, zagen Hem als een bedreiging van hun eigendom en macht over het Joodse volk.

Vers 38 De pachters zien de zoon, de erfgenaam. Nu grijpen zij hun kans om eigenaar te worden van de wijngaard en doden de zoon. De oversten over Israël zien met leden ogen de wonderen die Jezus doet en hoe groot de aanhang van Jezus is onder het volk. Zij zeggen laten wij Jezus doden, dan krijgen wij ons gezag terug over het volk.

Vers 39 De pachters grijpen de zoon en werpen hem buiten de wijngaard waar zij hem doden. De overpriesters hebben Jezus laten kruisigen buiten de stad Jeruzalem. De Zoon van God werd buiten de stad gevoerd en opgehangen aan het Kruis.

Verzen 40-41 Jezus vraagt de menigte (en waarschijnlijk waren de overpriesters en schriftgeleerden hier aanwezig) wat men moet doen met deze pachters? Het goede antwoord volgt: De kwade pachters dienen een kwade dood te sterven. Hoe goed was de reactie van koning David toen de profeet Nathan zijn gelijkenis vertelde, en daarna bleek dat koning David de kwade was. Mogelijk dat in eerste instantie de overpriesters en schriftgeleerden zich onbewust waren van het feit dat de slechte pachters op hun sloeg.
Jezus volgt hier het onderwijs van de rabbijnen, die de vraag-en-antwoord methode gebruikte bij het onderwijs aan hun leerlingen om de aandacht bij de les te houden. Daarom is deze manier van onderwijs door Jezus niet zo verwonderlijk.

Vers 42 Jezus verwijst naar Psalm 118:22-23 De hoeksteen die bij de bouw van de tempel is afgekeurd, is later gebruikt als hoeksteen. Jezus is de hoeksteen, het fundament van de Tempel Gods (1 Cor. 3:10-23), de Verlosser. Op geen ander fundament kan de mens bouwen, Jezus is de Enige Weg tot de Hemel.

Vers 43 De wijngaard, het volk Israël, was bestemd tot het Koninkrijk Gods. Voor Pilatus roept (een deel van) het volk: weg met Hem (=Jezus), daar wijzen de priesters en het volk Jezus af. Met als gevolg dat het Koninkrijk Gods weggenomen wordt van het Joodse en Israëlische volk en aan een ander volk, de Gemeente, wordt gegeven. Maar laat de gemeente, de individuele gelovige, oppassen, dat ook zijn/haar toegang tot het Koninkrijk Gods, de Hemel, wordt weggenomen. De Gemeente, elke gelovige, is geroepen tot een heilig leven onder leiding van de Heilige Geest en de vruchten van de Heilige Geest dienen zichtbaar te zijn in het dagelijkse leven van de Gemeente, de gelovige. Hoe treurig is het helaas heden ten dage gesteld. Laten wij ons als kerk en gelovige serieus onze gesteldheid onderzoeken.

Verzen 44-46 Degenen die deze boodschap negeert, zal ten val komen. Zal verloren zijn voor alle eeuwigheid en zal door God, de eigenaar van Hemel en aarde, bestraft worden. Na het horen van deze laatste uitspraak, beseffen de overpriesters en Farizeeën, dat zij met de pachters worden bedoeld. Hun ogen blijven gesloten, zoals bij Farao. Zij willen Jezus nu doden. Komen niet tot inzicht dat zij de Zoon (van God) willen doden, en zij zelf verpletterd zullen worden. Maar zij durven niet nu onmiddellijk de hand te slaan aan Jezus, uit angst voor de menigte.

Return naar bovenTerug naar boven


De koninklijke bruiloft - Mattheüs 22:1-14

Vers 1 Jezus gaat door met in gelijkenissen te spreken. Gelijkenissen spreken het meest tot de verbeelding van mensen, omdat zij voorbeelden uit het dagelijkse leven bevatten. Maar men dient er wel open voor te staan en niet eigenwijs zijn en het voorbeeld afwijzen.

Vers 2 Het koninkrijk der Hemelen (Gods) is bestemd voor mensen die waar berouw tonen over hun zonden en zich bekeren voor hun foute levenswijze. De koning kunnen wij zien als God, de Vader, en de zoon, als de Zoon van God Jezus Christus. De Vader heeft een eigen bruiloft bereid voor Zijn Zoon met als bruid: de Gemeente.

Vers 3 In eerste instantie was het joodse volk uitgenodigd tot de bruiloft van God. God zond zijn slaven (de profeten zoals Mozes, Elia, Jeremia, Samuël, enz.) uit om het joodse volk zich tot God te bekeren. De eerste uitnodiging. Echter zij sloegen deze uitnodiging af.

Vers 4 De tweede uitnodiging ging weer uit naar het joodse volk, met een zeer krachtige boodschap: Zie, ik heb de maaltijd bereid met ossen en gemeste beesten, alles is gereed. Deze andere slaven, zouden wij kunnen vergelijken met allereerst Johannes de Doper, gevolgd door Jezus zelf, die allerlei wonderen verrichten om Zijn Woorden kracht bij te zetten en in Zijn gevolg Jezus' discipelen, die na Christus Hemelvaart zich in eerste instantie tot de joden richten om tot bekering te komen. Echter Jezus' discipelen werden vervolgd, mishandeld en gedood.

Vers 5 Dit zeer onwillige volk was meer geïnteresseerd in materialistische dingen dan in goddelijke zaken. Maar dit volk kunnen wij geen verwijt maken, hoe is het niet gesteld met de mens heden ten dagen, wilde feesten, materialisme, seks en drugs op grote rock festivals die duizenden jonge mensen aantrekken, aanbidding van satan, verwerping van Gods geboden. Menig christen leeft in de wereld, leest en bestuderen de Bijbel niet, geniet van wereldse dingen en leeft geen leven onder leiding van de Heilige Geest.

Vers 6 Vele profeten (zijn slaven) gezonden gedurende het Oude Testament werden gegrepen, mishandeld en gedood. Heden is het niet veel beter, Bijbelse normen worden niet meer gerespecteerd, wetten worden aangenomen die christenen het zwijgen moeten opleggen, verbod tot evangelie verkondiging, verbod tot spreken tegen homoseksualiteit met hoge boetes en gevangenisstraf als men dit toch doet, de terreuraanslagen en gaat maar door.

Vers 7 Na 4000 jaar van geduld, komt er een einde aan het geduld van God. Dit leidde tot Gods toorn, zodat in 70 na Christus de Romeinen (zijn legers) de stad Jeruzalem (hun stad) vernietigde en de joden in Jeruzalem werden vermoord en Jeruzalem (hun stad) in brand staken. De Joden waren wel uitgenodigd tot de bruiloft gedurende vierduizend jaar, maar zij wezen Gods genade af, zij wilden niet naar het bruiloftsfeest. De bruiloft (Jezus komst en leven op aarde) was wel gereed, maar de genodigden waren niet gereed. Het joodse volk was het niet waard.
In 70 na Christus verwoestte Titus, de zoon van keizer Vespasian Jeruzalem en de tempel werd met de grond gelijk gemaakt, zoals Jezus had voorspeld (Mattheüs 21:1-2). Aangenomen wordt dat meer dan een miljoen joden de dood vonden.
Volgens een ooggetuige, Josephus (zie het boek Flavius Josephus), hadden de Romeinse soldaten geen enkel respect voor ouderen of rang, integendeel, kinderen en ouderen, en priesters werden afgeslacht.

Vers 8 De bruiloft was wel gereed: Jezus preekte de bekering van zonde, maar de Joden wenste zich niet te bekeren tot de Messias die verlossing van zonde bracht. De genodigden waren de Joden.

Verzen 9-10 De slaven (Jezus' discipelen en Paulus en vele anderen, en heden al diegene die het evangelie verkondigen) gingen op weg, naar de kruispunten der wegen (alle wegen en uithoeken van de wereld) en preken het evangelie aan slechten (misdadigers, moordenaars, dieven, hoeren, etc.) en goeden (zij die normaal leven?). En velen hebben Jezus Christus als hun persoonlijke Verlosser aangenomen, inclusief bekeerde joden!

Vers 11 Toen de koning binnentrad om hen, die aanlagen te overzien, zag hij daar iemand, die geen bruiloftskleed aanhad. En hij zei tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier gekomen zonder bruiloftskleed? En hij verstomde.
In de dagen van Jezus was het de gewoonte, dat als iemand bij de koning werd uitgenodigd, de persoon een kleed (robe) werd aangeboden, zodat hij in alle eer voor de koning kon verschijnen. Ook was het de gewoonte als een persoon voor de koning wenste te verschijnen, hij verplicht was kleding te dragen die de monarchie hem toezond. In deze vergelijking, wordt de koning dus zeer terecht toornig, omdat hij het koninklijk gewaad (robe) had geweigerd, en zijn eigen kleed (werken) voldoende waardig achtte. De man realiseert zich nu wat een misstap hij heeft begaan, en verstomd. Het was zijn eigen keuze, verantwoording en schuld. Iedereen behalve hij, had het koninklijk aanbod aanvaard, echter hij had bewust het koninklijk aanbod afgewezen. Terecht wordt dus deze persoon uitgeworpen.
Het koninklijk gewaad kunnen wij misschien vergelijken met het aanbod van God om Jezus Christus als Verlosser en Heer aan te nemen. Diegene die het evangelie verwerpt (het bruiloftskleed) kan niet deelnemen aan de Bruiloft, die wordt aan handen en voeten gebonden, ontvangt Gods toorn en komt in de buitenste duisternis voor alle eeuwigheid.
En hoe gaan wij zondags gekleed naar de kerk? De kerk is de plaats waar de mens voor God verschijnt. Zijn wij waardig gekleed? Of sportief, of met de borsten zichtbaar, met minirok, met korte broek? Zou je in deze kleding voor de president of koning verschijnen? Of worden wij naar buiten geworpen vanwege onze onwaardige kleding?

Vers 14 Velen zijn geroepen, want God wil niet dat iemand verloren gaat. Alle mensen, Amerikanen, Europeanen, Aziaten, Joden, iedereen is welkom om Jezus Christus als Verlosser en Heer aan te nemen. Echter weinigen zoeken God en Jezus, ondanks dat velen de toegang hebben tot de Bijbel (vrij op internet) en de evangelie verkondiging op de televisie. Niemand heeft een excuus van ik heb het niet geweten. Maar weinige wensen iets te weten van de bevrijding van zonden door het bloed van de Here Jezus Christus en hun wereldse leven op te geven. Aan het einde van deze gelijkenis wordt de grote EIGEN verantwoordelijkheid benadrukt. Iedereen had het bruiloftskleed aanvaard, behalve hij. De mens is ZELF verantwoordelijk voor wat er met hem/haar gebeurt na de dood. Die schuld ligt NIET bij God. Ieder mens is genodigd, de vrije keuze is aan de mens. Ieder mens is geroepen tot een berouw, geloof in Jezus Christus als Verlosser en Heer, een geestelijk leven onder leiding van de Heilige Geest en het loslaten van het wereldse leven. De keuze is aan de mens.

Wat betekent dit in het kort?

Alleen door het geloof in Jezus Christus als Verlosser, kan men in de Hemel komen. Er is totaal niets wat de mens kan bijdragen. Eerst dient de zondige mens al zijn kleding af te leggen en afstand te doen van zijn eigen werken. Het is een gift van genade dat de zondige mens door het bloed van Jezus Christus verlost wordt van de straf op de zonde. Alleen Jezus Christus heeft dit werk verricht. Pas als de zondige mens dit erkent en Jezus Christus als zijn/haar persoonlijke Verlosser aanneemt, dan alleen ontvangt hij/zij het goddelijke kleed (bij wijze van spreken: de Heilige Geest).
Geen goede werken, geen wekelijks bezoek aan de kerk, niets van eigen kunnen en werken kan een zondig mens in Gods Koninkrijk (de Hemel) brengen. Als men op valse voorwendselen binnentreedt, wordt men naar buiten geworpen.
Alleen op grond van Jezus Christus' bloed krijgt men toegang tot het eeuwige leven in de hemel. En anders wordt men buiten geworpen in de poel des vuurs, waar het geween en tandengeknars is!

Het recht des keizers - Mattheüs 22:15-22

Vers 15 De Farizeeën zijn niet tot inkeer gekomen aan het eind van Matteüs 21, in tegendeel, zij zijn woest en proberen een hinderlaag te leggen. Ze wagen niet om zelf te gaan, maar sturen hun leerlingen, in de hoop dat Jezus minder ruw tegen hen is. En gaan zover dat zij de hulp inroepen van hun vijanden de Herodianen. Farizeeën waren Joden die strikt Gods Wet wilden naleven. Terwijl de Herodianen het minder nauw namen met Gods wetten en Goddelijke geboden. Deze twee groepen herenigen zich om Jezus met een strikvraag te vangen. De Herodianen gingen er vanuit dat het volkomen terecht was om belasting te betalen. Terwijl de Farizeeën het als Godslastering zagen. Als Jezus JA zou zeggen dat zouden de Joden Hem verwerpen, want de Joden haten de belasting geheven door de Romeinen. Als Jezus Nee zou zeggen, dan kon Jezus van landverraad worden beschuldigd, immers de Romeinen hadden de belasting opgelegd.

Vers 16 Wat een huichelaars, ze spreken Jezus aan met "Meester". Terwijl zij hebben niet als Meester erkennen maar komen om Jezus in de val te lokken. Zij beginnen met vleitaal: "Wij weten dat U waarachtig bent en de weg tot God in waarheid leert". Kortom zij zeggen U bent een onderwijzer waarvan mensen op aan kunnen, U bent betrouwbaar. Als dat hun innerlijke overtuiging was, waarom volgen zij Hem dan niet? Hoe vaak wordt een gelovige christen niet misleidt met vleitaal, de ongelovige begint met lovende woorden, om hem tenslotte in de valkuil te lokken. Hoe vaak zien wij dit niet in televisiedebatten?
Zij gaan verder met "U stoort zich aan niemand, want U ziet de mensen niet naar de ogen". Kortom zij zeggen, U bent onpartijdig. En vervolgen alsof zij een oprechte vraag hebben.

Vers 17 Is het geoorloofd de keizer (te Rome, de bezetter) belasting te betalen? Deze vraag geldt ook vandaag, moet een gelovige eerlijk zijn belasting betalen? Ja, want de regering gebruikt de belastingen om het land te besturen, voor orde en gezag, onderwijs en gezondheidszorg, onderhoud en aanleg van wegen. Wat de gelovige betaalt, is aan God, want de regering is immers door God aangesteld. Indien een politicus het geld misbruikt en in zijn eigen zak steekt, daarover zal hij/zij verantwoording moeten afleggen tegenover God. De gelovige dient gehoorzaam aan de wetten van zijn/haar land, ZOLANG deze NIET in gaan tegen Gods wetten (Handelingen 5:29).

Vers 18 Jezus doorziet hun sluwheid en antwoordt met "Wat verzoeken jullie Mij, jullie huichelaars". Wees als gelovige op je hoede om je niet te laten misleiden. Bidt om hulp van de Heilige Geest. Ga niet in eigen kracht een uitweg trachten te verzinnen bij een valstrik. De Heilige Geest is jouw kracht. Hij is God en weet een antwoord op alle valstrikken.

Schelling muntVerzen 19-21 Het was Pasen, vele Joden uit Rome waren aanwezig, dus was het niet moeilijk om aan een Romeinse schelling te komen.
Op de schelling stond aan de voorkant een afbeelding van de keizer met de inscriptie (vertaald): TIBERIUS CAESAR AUGUSTUS ZOON VAN DE GODDELIJKE AUGUSTUS
En aan de achterkant was de keizer gezeten op een troon en droeg een diadem op zijn hoofd, gekleed als hogepriester met de inscriptie (vertaald): HOGEPRIESTER
Jezus vraagt aan de Farizeeën en Herodianen: ""Van wie is de beeltenis op de munt?" Hun antwoord: "Van de keizer". Dus de munt behoorde toe aan de keizer. Daarom antwoordt Jezus, geeft aan de keizer terug wat van de keizer is. Maar voegt toe: en wat van God is, aan God. Kortom Jezus ontkent niet dat men belasting dient te betalen en daarmede kan Jezus niet van landverraad worden beschuldigd. Echter de tiende van alles, komt God toe, vandaar de toevoeging. De keizer staat onder God, God staat boven de mens.

Vers 22 De Farizeeën en Herodianen zijn uit het veld geslagen, zij hadden niet gerekend met de Goddelijke natuur van Jezus en zijn verwonderd over zulk een wijs antwoord. Zij komen niet tot inzicht en durven Hem verder geen vragen meer te stellen. Zij verwijderen zich en gaan weg.

Opstanding en leer - Mattheüs 22:23-40

Verzen 23-24 De Sadduceeën gaan nu een poging wagen om Jezus onderuit te halen. De Sadduceeën geloofden niet in een opstanding, zij hechten veel waarde aan de Thora (Pentateuch), maar minder aan de overige boeken van het Oude Testament. Zij beginnen met Mozes, aan wie door God de 10 geboden en de wet was gegeven. Mozes gold als hoogste gezag voor de Joden. Hun vraag komt voort uit Deut. 25:5-6 de wet van het broederlijk nakomelingschap. Als een broeder kinderloos stierf, dan moest de broer de weduwe tot vrouw nemen, en het eerst geboren kind gold dan als erfgenaam van de overleden broer, zodat de geslachtslijn niet uitstierf.
Voorbeeld van ongehoorzaamheid vinden wij bij Onan (Genesis 38:8-10), die gedood wordt door God vanwege zijn ongehoorzaamheid. Tamar en Juda in Genesis 38:12-26. De gehoorzaamheid van Boaz door het huwelijk met Ruth (Ruth 4:1-8).

Verzen 25-28 Of dit een werkelijk geschiedenis was of verzonnen door de Sadduzeeën, is niet belangrijk. Het toont de belachelijkheid van hun vraagstelling ten aanzien van de opstanding. Twee echtgenoten had het punt reeds duidelijk gemaakt. Maar zeven maakt het alleen interessanter. Want de wet schreef voor dat de vrouw slechts aan één man behoorde. Zo van welke mannen zou deze vrouw de man worden na de opstanding?

Verzen 29-30 De Sadduzeeën hadden de Schrift beter moeten kennen. God wekt een verheerlijkt lichaam op voor de gelovige, een lichaam met een eeuwig leven. Daarom is een huwelijk niet meer nodig, omdat er geen noodzaak meer bestaat om nakomelingen te verwekken. Het huwelijk heeft daarmede afgedaan. Daarmee worden de gelovigen als engelen, die ook niet trouwen, ook hun leven is eeuwig. De Sadduzeeën ontkennen het bestaan van engelen, terwijl de Thora in Genesis 19:1, 15; 28:12 en 32:1 duidelijk spreekt over engelen. Dit toont hun gebrek aan kennis danwel ontkenning van de leer van de Thora.

Verzen 31-33 Ofschoon de Sadduzeeën niet het Nieuwe Testament hadden, waar de opstanding in Corinthiërs en Openbaring duidelijk wordt onderwezen. Heeft het Oude Testament voldoende aanwijzingen over de opstanding: Ik ben de God van Abraham, Isaak en Jakob. Psalm 16:9-11; 73:24-26 spreken over leven na de dood. Daniël 12:1-2 Al wie in het boek geschreven wordt bevonden. Velen van hen die slapen in het stof der aarde, zullen ontwaken tot eeuwig leven. Dus de Sadduzeeën hadden beter moeten weten.
Opnieuw staat de scharen versteld van de leer van Jezus. Jezus bewijst vanuit de Schrift.

Verzen 34-36 Hoewel een deel van de Farizeeën blij kunnen zijn geweest van de terechtwijzing aan de Sadduzeeën over de opstanding, zal een groot deel niet blij zijn geweest met de toename van de invloed en leer door Jezus. Daarom volgt een vraag door een wetgeleerde om Jezus weer te verzoeken: Een test van de wetskennis van Jezus. De wet betrof de gehele Thora (Pentateuch): de eerste vijf boeken van het Oude Testament. Zo waarschijnlijk volgens de wetgeleerde onmogelijk om deze in één gebod samen te vatten.

Verzen 37-40 Maar opnieuw is Jezus superior. Op de eerste plaats moet de mens God lief hebben. Het grote woord is LIEFDE. Liefde doet geen kwaad, steelt niet van zijn naaste, moordt niet. Het hart is de bron van gedachten, lieve woorden en daden. De ziel is de bron van emoties. Het verstand de bron van bewust zijn en gedachten (wie een vrouw aanziet om te begeren, heeft reeds overspel met haar gepleegd). Heeft men God niet lief, dan respecteert men Gods wetten en geboden niet. Door het respecteren van Gods wetten en geboden, toont de mens zijn liefde aan God, zijn Schepper. Dit is een inspanning, niet iets wat de mens gemakkelijk afgaat. Ook binnen een huwelijk vereist het inspanning om de partner lief te hebben. Het tweede ligt besloten in het eerste gebod. Als je God lief hebt, dan doe je ook geen kwaad aan je naaste. Wat je niet wil dat een ander jou aandoet, dat doe jij niet je naaste aan. Hoe anders zou de wereld er uitzien als niemand kwaad zou doen aan de ander. Een wereld zonder haat, zonder afgunst, zonder diefstal, zonder moord en doodslag. God de Vader en Jezus Christus weten wat belangrijk is in het leven van een mens!

Wie is de Christus? - Mattheüs 22:41-46

Verzen 41-43 De Farizeeën zijn nog steeds aanwezig te midden van de scharen. Jezus weet dat Zijn kruisdood nabij is en benut deze laatste gelegenheid door de vraag te stellen: Wie is de Christus? Van wie is Hij de Zoon? Christus is het Griekse woord voor Messias. Zo de vraag aan de Joden is, wie dunkt u dat de Messias is? Vanuit de Schrift was het duidelijk dat de Messias zou komen uit het geslacht van David. Het antwoord van de Joden dat de Messias is Davids Zoon, is dus volkomen terecht. David was geïnspireerd door de Heilige Geest, toen hij deze Messiaanse Psalm schreef en zijn zoon HEERE noemde.

Verzen 44-45 De aanhaling is uit Psalm 110:1. Zet U aan mijn rechterhand, is het feit dat nu Jezus Christus gezeten is aan de rechterhand van God. Uw vijanden onder uw voeten heb gelegd: Wanneer de vijand verslagen is, werd de voet van de overwinnaar gezet op de nek van de vijand, die op de grond lag.
Hoe kan David zijn zoon dan HEER noemen? Want als de Messias de zoon is, dus nakomeling, dan kan hij op dat ogenblik nog niet bestaan. En desondanks noem David hem HEER, dus op dat moment moet de Messias reeds in leven zijn, dus eeuwig, dus God. Tevens wijst dit op de aardse natuur, zoon (nakomeling) van David, als op de Goddelijk natuur, HEER, van Jezus.

Vers 46 Dit is de laatste confrontatie van de vijanden van Jezus, voordat Hij voor de Raad geplaatst zou worden (Matteüs 26:57-68). Zijn vijanden hadden van alles geprobeerd om Zijn gezag te ondermijnen, inclusief met strik vragen. Maar waren er niet in geslaagd.

Return naar topTerug naar boven


Rede tegen schriftgeleerden - Mattheüs 23

Verzen 1-4 Jezus richt Zich direct tot de scharen en Zijn discipelen. Hij onderwijst dat de schriftgeleerden en de Farizeeën zichzelf de plaats van Mozes hebben toegeëigend. In de synagoge was een speciale stoel waar vanaf de Thora werd uitgelegd. Een plaats/stoel die ook Jezus vaak gebruikte om het volk te leren. Jezus begint met lofprijzing van de schriftgeleerden en Farizeeën met de woorden: "Alles dan, wat zij u zeggen, doet dat en onderhoudt dat". Op zichzelf niet zo raar, want het is een uitlegging van de 10 geboden en de wet (de Thora). Echter er volgt een waarschuwing: "Volg hen NIET na, doet niet naar HUN werken! Waarom? Want zij zeggen het wel (wat men moet doen volgens de Thora), maar doen het niet. Kortom hun levenswijze getuigt niet van datgene wat zij zelf onderwijzen.
Hoe zien wij dat vandaag niet terug in het leven van voorgangers. Voorgangers die de Bijbel onderwijzen en uitleggen, terwijl hun eigen levenswijze een schande is, overspel het zich toeëigenen van tienden, een luxe leven, priesters die kinderen seksueel misbruiken om slechts enkele voorbeelden te noemen. Maar ook bij de individuele gelovige zien we vaak een leven in de wereld terug, stelen, overspel, wilde feesten, dronkenschap, etc. Voorgangers en gelovigen die mooie woorden spreken tegenover ongelovigen, echter wanneer de ongelovige kijkt naar het dagelijkse leven van die gelovige, is dat een blamage en soms een leven erger dan die van een ongelovige. Met vers 4 zij binden zware lasten bijeen, maar zelf roeren zij die met geen vinger aan.

Verzen 5-7 Hun werken doen zij om eer te krijgen van mensen, zitten op de voornaamste plaatsen bij een maaltijd, erezetels in de synagogen, lopen in prachtige kleding om gezien en begroet te worden op straat. Hun werken zijn NIET gericht op werk voor de Here God, maar gericht op eigen eer door mensen.
Hoe zien we dit niet terug bij mensen en organisaties die grote sommen geld schenken (op de televisie) aan welzijnsorganisatie en hulp aan Afrika. Alles voor de publiciteit en niets in het verborgen. Soms zijn hun producten duur en hun product en service slecht, hun giften worden door hun kopers betaald!

Verzen 7-9 Zij wensen zich "Rabbi"" te laten noemen. Rabbi is ontleend aan het Hebreeuws welke letterlijk "Mijn heer" betekend, maar gewoon geworden was om hoge personen, zoals een onderwijzer in Gods Woord, te begroeten tonende respect.
Jezus wijst er terecht op dat er slechts één Meester is, namelijk de Here God, de Vader. En niemand is verheven boven de andere mens, want in Gods ogen, zijn alle mensen gelijk, zijn allen broeders. Jezus spreekt hier in de zin van de geestelijke Vader. De schriftgeleerden en andere leden van het Sanhedrin, zagen zichzelf als vaders van het volk.
Toch zien we dit terug bij de apostel Paulus, die zich de vader noemt van de Corinthiërs, de vader van Timoteüs en de moeder van de Galaten. Echter hij gebruikt dit altijd "in Christus Jezus".

Vers 10 Leiders in de kerk mogen zich geen leidslieden laten noemen, want alleen Jezus Christus is de ware Leidsman. Al het onderwijs door kerkleiders moet gebaseerd zijn op de Bijbel, op de Woorden en Onderwijs van Jezus, en zijn niet voor eigen uitleg vatbaar. Mat. 5:19 Wie dan één van de kleinste geboden ontbindt en de mensen zo leert. Laat dat een ernstige waarschuwing zijn!

Verzen 11-12 Jezus is HET voorbeeld van nederigheid. Hij is dienaar, stierf aan het Kruis voor de zonden van de mens. Hij werd door God Zijn Vader verhoogd, verhoogd tot in de Hemel, gezeten aan de rechterhand van Zijn Vader.

Vers 13 Hier beginnen de zeven WEEs. De schriftgeleerden en Farizeeën hadden een zeer grote aanhang onder het Joodse volk. Nu begint de waarschuwingen tegen hen. Gezien vers 1 waarbij Jezus spreekt tot de scharen, kunnen we aannemen dat zij niet meer onder de scharen aanwezig waren, en Jezus direct het Joodse volk aanspreekt. Huichelaars zijn mensen die het één zeggen, maar hun eigen woorden niet waar maken, fraudeurs, bedriegers, een wolf in schaapskleding, een adder in het gras.
De eerste WEE begint met de misleiding dat door hun onderwijs van het onderhouden van de Thora, men in de Hemel komt. Niemand komt door goede werken en een goed leven in de Hemel. De enige weg tot de Hemel is de erkenning een zondaar te zijn, en dat men zichzelf niet kan bevrijden van Gods toorn op de zonde. Dit slechts door het geloof in Jezus Christus als Verlosser van jouw zonden.
De schriftgeleerden en Farizeeën beletten door hun valse leer de toegang tot de Hemel, ja erger nog, zij beletten de mens die in Jezus Christus willen geloven als Messias, als Verlosser. Zij doen van alles om de Jood te doen geloven middels hun valse beschuldigingen en het trachten van het belachelijk maken van Jezus, mede door hun strikvragen.

Vers 14 Het staat in het NBG tussen haken omdat het buiten de zeven WEEs valt. De Farizeeën spraken lange gebeden uit tegen betaling, en lieten zich zelfs hiervoor betalen door de armen de weduwen. De weduwen waren een groep die beschermd werd door de Thora. Hier weer de schijnheiligheid, de schriftgeleerden respecteerden de beschermde groep niet, en vroegen geld voor hun lange gebeden.

Vers 15 De tweede Wee. Bekeerling (proselyte) waren de niet-Joden die zich bekeerd hadden van hun heidense levenswijze. Te onderscheiden in twee groepen. De groep die het heidendom hadden verlaten, de aanbidders van de God van de Joden, die de synagoge bezochten. De tweede groep, die verder gingen, zoals het brengen van offers in de tempel, besnijdenis en het onderhouden van de Thora, inclusief de rabbijnse geboden.
De schriftgeleerden en Farizeeën trachten deze bekeerling zware lasten op te leggen door middel van een nauw gezet onderhouden van de wet. Een hel want geen aards mens is in staat om de Thora te volbrengen.

Verzen 16-17, 21 De derde Wee. Een wegwijzer die de juiste richting naar de vermelde plaats dient aan te geven. De schriftgeleerden en Farizeeën wijzen echter niet de juiste weg naar God, zij waren blind. Blind omdat zij het goud van de tempel belangrijker achte, dan de tempel, (Het Heilige der Heilige) het huis waar God woonde. Niet het bouwmateriaal was belangrijk, de woonplaats van God was belangrijk. Een eed bij een gebouw van goud, betekent niets, een eed bij de God, de tempel, heeft waarde.

Verzen 18-20 Zweert men bij het altaar, dat betekent niets, want het is een voorwerp. Zweert men echter bij het offer wat men aan God brengt, dat zweert men bij God. De schriftgeleerden en Farizeeën zijn blinden omdat zij meer waarde hechten aan materiële dingen, dan aan de heilige God Zelf. Zij zijn de blinden die de verkeerde wegwijzer zijn.

Vers 22 Zweert men bij de Hemel, dan zweert men bij de woonplaats van God, waar de troon van God is. We dienen te kijken naar het onderwijs van Jezus in Matteüs 5:33-37 waarbij Jezus onderwijst in het geheel niet te zweren. Ons Ja dient ja te zijn, en ons Nee nee.

Verzen 23-24 Het vierde Wee. De schriftgeleerden en Farizeeën gaven nauwgezet en gewetensvol hun tienden volgens Lev. 27:30-33 en Deut. 14:22-29. Volgens de wet gold de tiende slechts over de drie opbrengsten van het land: graan, wijn en olie. De schriftgeleerden en Farizeeën overdreven, zij gaven ook een tiende van alles, zoals de smaakstoffen de dille en komijn. Hun inflexibel gedrag ten opzichte van het verplicht geven van de tiende over alles, leidde tot een grove zonde van de overtreding van de wet, namelijk het nalaten van gerechtigheid, barmhartigheid en trouw.
Hoe wordt in de kerken niet aangedrongen, ja verplicht, tot het geven van de tienden. Echter 1 Cor. 16:2 zegt Ieder geeft naar zijn vermogen en 2 Cor. 9:7 zegt: Een ieder doe, naar wat zijn hart ingeeft, want God heeft de blijmoedige gever lief. De tiende van de gelovige is een gave die uit het hart voortkomt, of omdat de Heilige Geest een gave op het hart legt. OK de gave van tiende zijn noodzakelijk voor de huur van het kerkgebouw, salarissen van voorgangers en zendelingen en evangelisatie werk. Maar de één kan meer geven, dan de ander. Ieder doe naar wat zijn of haar hart ingeeft. Het mag nimmer wetmatig worden zoals bij de schriftgeleerden en Farizeeën, een wettisch iets. De gave moet een blijmoedige gave zijn uit dankbaarheid van het werk van Jezus aan het Kruis, de schenking door God van het eeuwige leven en vergeving van zonde, en het bewust zijn van de noodzaak om de tiende te geven.
De mug en de kameel waren beide onreine dieren (Lev. 11). De schriftgeleerden en Farizeeën wilden zich niet verontreinigen, daarom voordat zij dronken, werd het drinken eerst door een doek gezeefd om alle insecten uit het drinken te halen. Een mug een klein wezen, terwijl de kameel een groot onrein dier. Zij achten het nauwgezet naleven van de wet van groter belang, dan Gods gebod tot rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw aan God.

Verzen 25-26 Het vijfde Wee. Zie Marcus 7:1-13 hoe de schriftgeleerden en Farizeeën zich opstelden over de reiniging van beker en schotel. Het onderhouden van de geboden door oudsten (overlevering) achten zij veel hoger dan het gebod Gods. Hun harten waren niet geconcentreerd op God, maar op het onderhouden van de Thora en geboden van oudsten. Zij waren volstrekt blind voor het waarom van Gods geboden. Jezus zegt begin eerst met jullie harten te reinigen van zonden en in een gezonde relatie met God te komen.
Hoe zien wij niet vele christenen met een religieus leven, trouw naar de kerk gaan elke zondag, het stipt geven van tienden. Maar door-de-weeks zien wij nauwelijks een leven met vruchten van de heilige Geest terug. Dan zien we een egoïstisch leven vol van roof en bedrog, zonder het onderhouden van Gods geboden van naastenliefde en barmhartigheid.

Verzen 27-28 Het zesde Wee. Vaak voor Pasen werden de graftombes schoon gemaakt zodat zij blinkend wit waren. Uiterlijk schijnen de graven schoon en wit, echter onder de grafsteen lag de doodskist met doodsbeenderen en een ontbindend lichaam (allerlei onreinheid). De schriftgeleerden en Farizeeën leken o zo God dienend van buiten, van buiten voor de mensen rechtvaardig, echter hun harten waren vol van huichelarij en wetsverachting. God en Jezus kennen de innerlijke gedachten van de mens, voor Hen is niets verborgen. God en Jezus Christus kennen de ware motieven waarom een gelovige bepaalde dingen doet, God doorgrondt het hart van de mens en kijkt niet naar het uiterlijk en de uiterlijke daden.

Verzen 29-32 Het zevende Wee. Of Jezus hierbij verwees naar nieuwe grafmonumenten die ten tijde van Jezus werden gebouwd, of de restauratie van de bestaande, is niet duidelijk vanuit de tekst. Genesis 35:20 spreekt van de oprichte steen boven het graf van Rachel, die er is tot heden. Handelingen 2:29 spreekt van het graf van David, die er is tot heden. Men vermoedt dat het grafmonument van de profeet Zacharia gebouwd is ten tijde van Jezus. De schriftgeleerden en Farizeeën huichelden door te zeggen in vers 30 hadden wij in die dagen van de profeten geleefd, dan zouden wij geen deel hebben gehad met hun dood, terwijl zij nu de dood beramen van de grootste Profeet aller Tijden, de Zoon van God: Jezus. Zij zijn het die de maat van hun vaderen vol gaan maken, door te roepen: Kruisig Hem! Zij doden Jezus aan het Kruis! Zij getuigen dat zij zonen zijn van degenen die de profeten vermoorden. Huichelaars zijn het in 22:16 spreken zij in tegenwoordigheid van de Joodse bevolking Jezus aan met "Meester wij weten dat U de weg van God in waarheid leert", terwijl hun hart erop gericht is om Jezus belachelijk te maken en te doden.

Vers 33 De schriftgeleerden en Farizeeën hebben de waarschuwingen gehad middels de profeten, Johannes de Doper en tenslotte Jezus heeft hen gewaarschuwd. Alles ten spijt, zij wensen Jezus te doden en nu is er voor hen geen ontkomen meer aan, hun lot zal zijn een eeuwig leven in de hel, de poel des vuurs.
Ondanks dat zij zich beroepen kinderen van vader Abraham te zijn, zegt Jezus dat deze geestelijke leiders van het volk in de poel des vuurs komen. Laat dit een les zijn voor de christelijke geestelijke leiders, dat zij juist onderwijs geven. Soms horen we GOD IS LIEFDE en daarom zendt God niemand naar de hel. Gods liefde is geopenbaard door Jezus Die aan het Kruis is gestorven voor de zonde van de mens (Joh. 3:16) echter God is ook een verterend vuur (Hebr. 12:29) Die de zonde straft. Heel het onderwijs van Jezus is gericht op de erkentenis van zonde en de noodzaak van verlossing. Het oordeel van Jezus hier, moeten wij serieus nemen. Mat. 7:22-23 is heel duidelijk, geestelijke leiders die dachten in de Hemel te komen, worden hier afgewezen, Jezus zegt: IK ken u NIET! Laat dit een ernstig les zijn voor gelovigen, diakenen, oudsten, evangelisten, voorgangers en alle geestelijke leiders!

Vers 34 Profeten, wijzen en schriftgeleerden is een zienswijze vanuit verschillende hoeken: de Oudtestamentische profeten en doorgezet in het Nieuwe Testament met de 12 apostelen (waarbij de verrader Judas Iskariot vervangen werd door de apostel Paulus). Allen wijs door de Heilige Geest. Schriftgeleerden: zij hebben het op Schrift gesteld door inspiratie van de Heilige Geest.
Sommigen zijn gemarteld, gedood, anderen gegeseld en vervolgt van stad tot stad in de synagoges (dit alles heeft de apostel Paulus ondergaan). Hoe wonderlijk is dit alles in vervulling gegaan wanneer wij het boek Handelingen lezen. God is het die dit alles toestaat. Met beloning voor de martelaars. Met een eeuwige straf voor de vervolgers.

Vers 35 Het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar. Hier ligt een probleem. De referentie naar II Kronieken 24:20-22 spreekt over Zekarja, de zoon van priester Jojada. Deze werd gestenigd in de voorhof van het huis des Heren op het bevel van de koning. Hij leefde in de negende eeuw voor Christus. Dus de verwijzing naar Kronieken is een foute referentie.
Zacharia 1:1 spreekt over de profeet Zacharia, de zoon van Berekja, de zoon van Iddo (=kleinzoon van Iddo). Zacharia leefde in de zesde eeuw voor Christus, dus als laatste profeet van het Oude Testament, driehonderd jaar later dan de Zacharias in Kronieken. Jezus zegt dat Zacharia werd vermoord tussen het tempelhuis (Heilige der Heilige) en het altaar, een plaats waar alleen priesters mochten komen. De eerste Zacharia werd gestenigd op het voorhof, waar iedereen mocht komen. Wij dienen er dus vanuit te gaan dat de verwijzing door Jezus, als de zoon van Bereja (Zach. 1:1) correct is, ofschoon in de Bijbel hoe hij gestorven is, niet vermeld is. Maar de Targum (Rabbijnse literatuur) vermeld dat hij een gewelddadige dood is gestorven.

Vers 36 Jezus spreekt nu het oordeel uit. Ondanks alle O.T. profeten met hun waarschuwingen geven door God, is dit geslacht het allerlaatste: zij doden de Zoon (21:38-39). Het geduld van God, de Vader, met Zijn bruid het Joodse volk, is ten einde gekomen. Dit geslacht heeft alles in de weer geslagen, alle prediking van Johannes de Doper en Jezus. Nu zal dit geslacht na vele malen te zijn gewaarschuwd, de straf van God moeten dragen: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht.
LET OP: Jezus zegt OP DIT GESLACHT en dus NIET op generaties later zoals sommige "christenen" zeggen dat de holocaust en moord op de zes miljoen Joden in de Tweede Wereld oorlog, de straf was van God op de kruisiging van Jezus!

Vers 37 Jeruzalem het hart van de Joodse staat en hoofdstad. De stad waar de tempel staat en God woont. Het uitverkoren volk door de Here God. Echter de Joden wilden niet luisteren naar de profeten en naar Jezus. De moederhen roept haar keukens wanneer er gevaar dreigt. Hoe vaak had God Zijn volk, zijn keukens niet gewaarschuwd om trouw aan Hem te zijn en niet de afgoden na te lopen? Echter de keukens, het Joodse volk, wilde niet luisteren, erger nog ze doden de profeten en uiteindelijk zouden de Joodse leiders roepen: kruisig Jezus. Zij wilden hun zonden niet erkennen en Jezus niet als de Verlosser van zonde erkennen!

Verzen 38-39 Uw huis slaat op de tempel, de stad Jeruzalem en de staat Israël, die nu wordt overgelaten aan dit onwillige volk. Zij zullen Jezus niet meer zien, geen onderwijs meer van Hem ontvangen totdat Jezus terugkomt bij Zijn Tweede Wederkomst op aarde en alle volken Hem zullen zien die zij doorstoken hebben (Zach. 12:10, Mat. 24:30). Dit is dus niet bij de eerste Wederkomst van Christus, wanneer de gemeente wordt opgenomen naar de Hemel. Eerst zal het Joodse volk door de Grote Verdrukking gaan en aan het einde van de Grote Verdrukking zal Jezus Christus terugkomen (Tweede Wederkomst) om Zijn volk te bevrijden van de Anti-Christ en satan verslaan en binden.

Return naar bovenTerug naar boven


Eindtijd: Rede over de laatste dingen - Mattheüs 24

Jezus heeft in het vorige hoofdstuk zijn vermaningen, de WEEs, en oordeel over de geestelijke leiders van het Joodse volk uitgesproken, Zijn laatste rede voor Zijn dood aan het Kruis. Nu volgt belangrijke informatie over de eindtijd: de rede over de laatste dingen, wat gaat gebeuren na Zijn dood: De Eerste en Tweede Wederkomst van Christus na Zijn Opstanding en hemelvaart. Vers 23:37 de val van Jeruzalem in 70 n.C., nu het oordeel over de wereld bevolking. Mat. 23 voor de scharen, Mat. 24 alleen voor de discipelen. Informatie bestemd voor de gelovigen alleen.

Tempel ten tijde van JezusVers 1 Jezus verlaat met Zijn discipelen Jeruzalem en vanaf de Olijfberg een goed gezicht op de tempel. De discipelen wijzen Jezus op het machtige gebouw van de tempel met zijn enorme stenen (steengewicht circa 6,5 ton).

Vers 2 Jezus voorspeld de afbraak van dit enorme gebouw, de tempel. Welke zich voltrekt in het jaar 70 na Christus, wanneer de Romeinse bezetter Jeruzalem inneemt en de tempel volledig afbreekt. Geen steen wordt op een steen overgelaten, een volledige verwoesting.

Vers 3 Vanuit de Olijfberg heeft men een schitterend gezicht op de witte stenen van marmer en het gouden dak van de tempel, wat het zonlicht weerkaatst.
De discipelen begrijpen Jezus heel goed en hun logische vraag is: Wanneer gaat dit alles gebeuren? Let op hun gedetailleerde vraag: 1. Wanneer; 2. Wat is het teken van Uw Komst; 3. Wanneer de voleinding der wereld. Zij leggen een verband tussen de verwoesting van Jeruzalem met het einde van de wereld. Op zich geen onlogische gedachte. De discipelen waren nog niet bekend met Gods Plan dat eerste een ander volk, de christenen, het evangelie zouden horen, en tijdelijk de heilsboodschap van de Joden zou worden weggenomen.
Het woord PAROUSIA (Komst) wordt hier en in de verzen 27, 37 en 39 gebruikt. Dat in de profane spraakgebruik van die tijd de betekenis had van het bezoek van een koning of de verschijning van een godheid. Bij de apostel Paulus heeft het de betekenis gekregen van de Wederkomst van Christus.

Verzen 4-5 Jezus begint de discipelen te corrigeren. Er zullen vele komen, die zeggen IK ben de Christus. Vele hebben zich de laatste twee eeuwen uit gegeven als zijnde de Christus (vele sektes, waarvan de leiders, die zeiden Ik ben de Christus) met hun sekteleden zijn omgekomen. Zij verleidden vele mensen binnen hun sekte en menigeen vond de dood met hun valse Christus als sekteleider. Hoe is men niet in voorbereiding om op diverse plaatsen te aarde een hologram te projecteren in de lucht, die Christus voorstelt en de mensen tot gehoorzaamheid aan hem moeten bewegen (terwijl het de Anti-Christ is). Jezus waarschuwt ernstig om zich niet te laten misleiden, echter ook voorspeld Hij dat velen in deze misleiding zullen vallen.
Andere leiden van de gelovigen van de goede weg af (liberale theologie, zonde is geen zonde meer, geen eerbied meer voor de geboden van God, vrijheid van godsdienst, we geloven allemaal in dezelfde God, enz.).

Verzen 6-7 Het is duidelijk dat wij in een tijd van (geruchten van) oorlogen leven, de oorlogen in Afrika, Noord-Korea. De verdeling van Rusland in de verschillende landen. De roep van groeperingen die zich binnen een land wensen af te scheiden. De hongersnood is groot en neemt alleen maar schrikbarend toe, eveneens stijgen de prijzen van granen en rijst.
Zie de lijst van krachtige aardbevingen gedurende de laatste twee eeuwen, waarbij duidelijk te zien is dat de aarbevingen in intensiteit en frequentie toenemen, wat erop duidt dat wij in de eindtijd leven en de Eerste Wederkomst voor de christenen nabij is.

Verzen 8-10 Toch dit is nog niet het einde van de wereld, eerst komt de Grote Verdrukking, waarbij achtergebleven "christenen" en tot geloof gekomen mensen in de Grote Verdrukking aan vele martelingen en vervolgingen worden onderworpen, velen zullen beproefd worden of hun geloof echt is en zelfs om hun geloof ter dood worden gebracht (wat wij reeds heden zien door de Islamieten die christenen vermoorden). Velen zullen ten val komen en het merkteken van Het Beest (Openbaring 13:16-18) aannemen om in leven te blijven en voedsel te kunnen kopen. Echter zij verkopen zichzelf aan satan (Het Beest, de Anti-Christ) en hun lot zal niet de hemel zijn, maar de poel des vuurs.

Verzen 11-12 Vele valse profeten zullen opstaan en de meeste verleiden. Een goede profeet herkennen wij aan de vruchten van de Heilige Geest in het dagelijkse leven van die profeet. AL zijn profetieën komen uit, NIET ÉÉN blijft onvervuld. Tekenen van grote wonderen, genezingen komen voor bij zowel de valse als de ware profeet, maar juist door die wonderen en genezingen worden vele misleid. Dat zien wij reeds terug in onze huidige tijd.
Een ware profeet spreekt over zonde, spreekt stichtend, vermanend en bemoedigend. De valse profeet spreekt niet over zonde, niet over Jezus Christus als HEER en de Zoon van God. Spreekt over een alles verzoenende liefde van God, geloof in eenzelfde God (verzoening van christenen met andere geloven zoals Islam, Boeddhisme, yoga). De valse profeet heeft een sterke wetsverachting en vecht alles aan, ten denken valt aan het man-en-vrouw huwelijk, seks alleen binnen het huwelijk, toestaan van seks met minderjarige kinderen, seks met gelijk geslacht, seks met dieren, geen opvoeding meer met specifieke kenmerken voor jongens en meisjes, iedereen is gelijk, communisme, een slechts een paar voorbeelden te noemen. Geen enkel respect meer voor de wet, geen enkele naastenliefde meer, machtswellust zoals in de drugsoorlogen en drugsbendes, met vele doden per dag zoals in Rio de Janeiro.

Vers 13 Volharden heeft de betekenis van standhouden, uithouden te midden van beproevingen, het standvastig blijven van de martelaar, zoals we dat terugzien bij Job. Hoe werden de christenen niet gemarteld in het communistische Rusland, hoe worden heden niet vele gemarteld in China en andere Islamitische landen, velen ondervinden reeds de haat en martelen heden. Jezus zegt, houdt vol tot het einde, dan zal je behouden worden en komen in het Koninkrijks Gods.

Vers 14 Let op het woord "dit". Dit evangelie van het Koninkrijk zal in de hele wereld worden gepredikt. Dit evangelie van het Koninkrijk slaat op de prediking van de Messias. Eerst moet volgens Marcus 13:10 aan alle mensen op aarde dit evangelie zijn gepredikt, voordat er een einde aan de wereld (Grote Verdrukking) komt. Niet het christelijke evangelie zal aan alle mensen op de aarde gepredikt zijn voor de Eerste Wederkomst van Christus. En ja, aan alle mensen en alle volken op aarde zal dit evangelie van de Messias zijn gepredikt voor de Tweede Wederkomst van Christus en zullen alle stammen op aarde (vers 30) Jezus, de Zoon des mensen, zien.

Verzen 15-16 De gruwel der verwoesting, zie Daniël 11:31; 12:9-13. Daniel 12 spreekt duidelijk over de Grote Verdrukking. Duizend tweehonderd en negentig dagen en duizend driehonderd vijfendertig dagen zijn beide ongeveer 3 1/2 jaar. Duidelijk is dat in de Grote Verdrukking de tempel weer is herbouwd (en zal weer worden geofferd op het altaar). Daniël 12:11 zegt dat het dagelijkse offer wordt gestaakt en een gruwel (de aanbidding van Het Beest, de Anti-Christ ?) wordt opgericht. 1 MACC 1:54 wordt aangenomen dat de ontwijding van de tempel en van het tempelaltaar bedoeld is 168 voor Christus door de Syrische koning Antiochus IV. De God des hemels, die naamloos in de tempel te Jeruzalem werd vereerd, werd geregistreerd als Zeus Olympios. Waarschijnlijk werd zijn beeld in de tempel opgericht. Het oprichten van de gruwel der verwoesting is mogelijk niet anders geweest dan het plaatsen van een steen op het altaar, zodat offeren niet meer mogelijk was en het altaar verlaagd werd tot een voetstuk. Het altaar bestemd voor de eredienst van die ene God van Israël, werd een heiligdom van Zeus waar die als algemene God werd aanbeden.
Wanneer het afgodsbeeld in de Heilige Tempel te Jeruzalem door de Anti-Christ is geplaatst, dan is dat het teken voor de Joden wie in Judea zijn, te vluchten naar de bergen. De bergen golden in het O.T. als het gebied waarheen men kon vluchten in tijden van nood (Ezech. 7:16).

Verzen 17-18 Wanneer het de tijd is om te vluchten, vlucht onmiddellijk. Ga niet eerst huisraad meenemen, keer niet terug van het veld als je daar bezig bent om te werken om kleding mee te nemen van thuis. NEE, vlucht direct vanaf de plaats waar je bent en gaat onmiddellijk naar de bergen met slechts datgene waarmee je gekleed bent en wat je bij je hebt.

Vers 19 Het moet zo snel mogelijk gebeuren, in die eindtijd zullen de bewoners van Judea moeten rennen voor hun leven naar de bergen. Of dit ook een gevolg is van de grote aardebeving in Openb. 16:17-21, is een gissen. Wee de moeders die zwanger zijn of een baby hebben om te zogen, zij zullen het zeer zwaar hebben om te rennen met hun zwangere buik dan wel om hun kind aan de borst mee te dragen.

Vers 20 Een vlucht in de winter, een periode van regen, kou en sneeuw, bemoeilijkt de vlucht. Het Joodse standpunt was om zichzelf liever te laten doden dan de sabbat te schenden, een voorbeeld hiervan is de Maccabeese opstand. Vluchten op een sabbat, was het verrichten van werk, dat verboden was. Want op de sabbat mocht men niet meer dan 2000 el (circa 1400 meter) afleggen. De Jood respecteert dit en zal niet vluchten.
Echter hoe strikt dit is, komt aan een vraag aan Rabbi Eleazar (omstreeks 110) of men mocht vluchten. Hij antwoordde kijk naar Jakob die naar het veld van Aram vluchtte (Hosea 12:13), Mozes die voor Farao vluchtte (Ex. 2:15) en David voor Saul (1 Sam. 19:18).
Daarom met Jezus moeten de christenen bidden voor het Joodse volk dat de Here God, deze verschrikkelijk dag niet laat vallen in de winter of op de sabbat. En God de zwangeren en zogende gedenkt.

Vers 21 Jezus kondigt een tijd aan, zoals die nimmer in het verleden en heden is geweest. Het zou de meest verschrikkelijk tijd zijn die er ooit op aarde komt. Hoe afschuwelijk weten wij nu door het boek Openbaringen. De tijd van de verschrikking door de Anti-Christ en Het Beest voor de gelovigen en het Joodse volk, maar ook voor de ongelovigen wanneer God zijn bekers vol van gramschap over de aarde uitstort. Ook Daniël 12:1 spreekt over een tijd van grote benauwdheid (=verdrukking) zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan. Dan. 12:7 spreekt over: een tijd (één jaar), tijden (twee jaar) en een halve tijd (een half jaar) totaal 3 1/2 jaar, gevolgd door Dan. 12:11 1290 dagen (circa 3 1/2 jaar). Dit komt overeen met de 7 jaren in Openbaringen. De tijd van Het Beest gedurende 42 maanden (=3 1/2 jaar) in Openb. 13:5. Het woord Grote Verdrukking is ontleend aan de tekst in dit vers. Met de woorden "zoals er niet geweest is en ook nooit meer wezen zal, geeft Jezus de volkomen unieke situatie aan. Deze periode zal ook nooit meer komen, omdat aan het einde satan gebonden wordt en een einde aan zijn macht komt.

Vers 22 Het is God Zelf, Die redding brengt. In Jezus Christus heeft de mens vergeving van zonde, voor die gelooft in de Zoon van God als Verlosser. God weet dat een mens een beperkt uithoudingsvermogen heeft en beperkt is in het volharden als men gemarteld wordt. Daarom beperkt God deze periode van Grote Verdrukking, omdat anders ook de uitverkoren bezwijken zouden en verloren gaan.

Verzen 23-25 Vers 5 wordt herhaald, geloof niet in degene die zich in deze periode zich als Christus voordoet. Vanuit Openbaringen weten wij nu dat de Anti-Christ en Het Beest grote wonderen en tekenen zullen doen. Heden kennen we de robots die spreken en spraakherkenning met intelligentie, bijna al geheel lijkend op een mens. Het is overduidelijk dat wij leven in het laatst der dagen, de technische ontwikkelingen gaan snel, ook met het kweken van organen. Maar denk ook aan de ontwikkelingen van kwaadaardige virussen die afschuwelijk pijnen veroorzaken, die in de Grote Verdrukking door de Anti-Christ gebruikt zullen worden bij de marteling van gelovigen. We kunnen er niet onderuit om te erkennen dat de Grote Verdrukking aanstaande is.

Vers 26 Volgens Rabbijnen en Flavius Josephus komt de Messias vanuit de woestijn. Vanuit de woestijn wordt de Messiaanse redding verwacht. Dat ook Johannes de Doper optrad in de woestijn, heeft met ditzelfde verwachtingspatroon te maken. Vandaar de waarschuwing: Laat je NIET misleiden door valse profeten met de boodschap de Messias is in de woestijn.
Hetzelfde geldt voor de binnenkamer. Een Joodse opvatting is dat de Messias zich eerst op een verborgen plaats (binnenkamer) zal schuilhouden, alvorens zich te openbaren. De Anti-Christ zal trachten gelovigen in de val te lokken, door te zeggen dat de Messias zich in een zekere binnenkamer zich schuil houdt, omdat vervolgens de gekomen gelovigen te martelen en te doden.

Vers 27 De Parousia van de Zoon des Mensen wordt vergelijken met de bliksem: helder, duidelijk zichtbaar, onverwachts en plotseling. Niemand die het verwachte, zoals in de dagen van Noach, de mensen feest vierden, zich niet om God bekommerden. Gelijk de mensen de Anti-Christ en Het Beest achter nalopen en aanbidden, zo onverwachts (Openb. 16:15) komt een einde aan hun macht, en verschijnt de Messias aan alle volkeren (vers 30).

Vers 28 Mogelijk dat het hier om een spreekwoord gaat, welke wij heden niet kennen. Gieren zijn vogels die feilloos van grote hoogte het aas detecteren. Zo feilloos zal voor iedereen zichtbaar zijn de Parousia (komst) van de Zoon des mensen, niemand op aarde uitgezonderd. Hoe dat weten we niet. Het kan zijn door middel van de televisie en internet. Maar God is de Schepper, voor Hem is niets te wonderlijk om Jezus fysiek te laten verschijnen tegelijker tijd op alle plaatsen ter wereld. Jezus is God, en niet aan één plaats gebonden (zoals de mens en satan beperkt zijn tot één plaats), maar is ALOM vertegenwoordigd.

Jezus op wolkenVers 29 Aan het einde van de Grote Verdrukking zal de zon haar licht niet meer geven, dus ook de maan niet. Een pikke donkere aarde, een volkomen duisternis, wat een contrast als de bliksem verschijnt, Jezus Christus, een blinkend licht. Dat moet een geweldig effect hebben en duidelijk zichtbaar.
De sterren vallen van de hemel, zien wij terug in Openbaringen. Dat betekent dat ook de sterren hun licht niet meer geven.
Machten der hemelen, met Efeze 6:12 de hemelse gewesten, verwijzen naar de wereldbeheersers van de duisternis, satan en boze geesten.

Vers 30 Het teken door Matteüs gegeven, wordt door hem niet verder uitgelegd. We kunnen denken aan het KRUIS TEKEN zoals bij gelovigen gewoon is. Zach. 12:10 Zij zullen Hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben. Jezus is doorstoken aan het Kruis van Golgotha, dus Jezus met Zijn zichtbare wonden van Zijn handen en voeten genageld aan het Kruis en Zijn Zijde doorstoken door de Romeinse soldaat, iedereen (alle stammen) op aarde zal het ZIEN.
Met grote macht en heerlijkheid: Jezus komt niet alleen, met Hem komt de Gemeente terug voor de grote slag van Armagedon (Openb. 16:16) voor de strijd tegen satan en alle volkeren die zich verzameld hebben om Israël aan te vallen (Openb. 17:14).

Vers 31 Bazuingeschal is een bekend Joods signaal bij de oorlogsvoering. Hoewel we meestal spreken van een ramshoorn, kunnen sjofars ook gemaakt worden van de horens van geitenbokken of zelfs antilopen. Wanneer het merg uit de hoornen verwijderd is, blijft een meer of minder gebogen, holle pijp over. Via het mondstuk, aan de spits van de hoorn, wordt geblazen om de klank te produceren. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het blazen van de sjofar vergt veel oefening, inspanning en lucht. Aparte noten kunnen niet geblazen worden, dus hangt de melodie af van de aaneenschakeling van korte en lange stoten. Die van een ram heeft echter de voorkeur, omdat de sjofar herinnert aan de ram die werd geofferd door aartsvader Abraham in plaats van zijn zoon Isaak. In Jozua (6:4) lezen we dat het een taak van de priesters was de sjofar te blazen. Dat gebeurde bij feestelijke bijeenkomsten maar ook ten tijde van oorlog en strijd. De traditie uit Exodus 19:16 zegt dat toen de Torah door God aan Mozes werd gegeven op de berg Sinaï, te midden van bliksemschichten en donderslagen een luid geschal van de sjofar klonk, waardoor het volk beefde van ontzag en angst. Het verhaal wil verder dat op de rechter hoorn van deze ram geblazen zal worden als de Messias komt. Jesaja 27:12-13 Te dien dage zal het geschieden dat de Here de kinderen Israëls zal verzamelen en op de grote bazuin geblazen zal worden. 1 Thess. 4:16-17 Bij het geklank ener bazuin Gods zullen zij, die in Christus gestorven zijn, het eerst opstaan en daarna de levenden. Verder de zeven bazuinen in Openbaringen 8 en 9 .
Het Joodse en Israëlische volk (tezamen de 12 stammen) zijn nu uiteengedreven naar de vier windstreken (is Noord, Zuid, Oost en West, overal ter aarde) Zach. 2:6. Het ene uiterste der hemelen tot het andere, vinden we terug in Deut. 4:32.
Het is God Zelf Die zijn volk , Zijn uitverkorenen (de Joden, Israëlieten, en de gelovigen uit de Grote Verdrukking) bijeen zal brengen en zal redden. Deze actie zal worden uitgevoerd door de engelen Gods.

De zon zal verduisteren en de maan haar glans niet meer gevenJes. 13:10, Ezech. 32:7
De sterren zullen van de hemel vallenJes. 34:4, Openb. 6:13
De machten van de hemel zullen wankelennJes. 34:4, Joel 2:10, Op-enb. 6:13
Het teken van de Zoon des mensen zal verschijen aan de hemel
en alle stammen zullen Hem zien komen
Zach. 12:10,12; Openb. 1:7
Zal zijn engelen uitzenden met bazuingeschalJes. 27:13, 1 Cor. 15:52, 1 Thess. 4:16
Zij zullen de uitverkorenen verzamelen van de vier windstrekenDeut. 30:4, Zach. 2:6

Verzen 32-33 Het tijdstip van de Parousia, wanneer dit alles zal geschieden, wordt niet beantwoord. Er wordt slechte een indicatie gegeven, maar DUIDELIJK dat de gelovige er acht op MOET slaan. Zie ook de verzen 43-50 waarin tot waakzaamheid wordt opgeroepen, en zich moet voorbereiden (Mat. 25:1-13). De bladeren doet uitspruiten en de zomer nabij is, de tekenen zijn gegeven door Jezus in de verzen 4-15. We weten nu dat wij in deze tijd leven, zodat we weten dat de zomer nabij is. We zien met onze eigen ogen, dat het nabij is, het staat voor de deur. De komst van de Anti-Christ en de Grote Verdrukking is nabij!

Beloofde LandRivier EufraatVers 34 Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan. Een geslacht telt 70 of 80 jaar Psalm 90:10 De dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, en, indien wij sterk zijn, tachtig jaren. De staat Israël is in 1948 opgericht. 1948 + 70=2018. De Grote Verdrukking duurt 7 jaren, dus 2018 - 7=2011 zijn wij reeds gepasseerd. De Grote Verdrukking beschreven voorafgaande, moet eerst geschieden (voordat DIT ALLES geschiedt). Betekent dit dat de Eerste Wederkomst (waarbij de Gemeente wordt opgenomen naar de Hemel) zal geschieden in 1948 (oprichting staat Israël) + 80 jaar (Psalm 90:10 sterk geslacht, wat het Joods volk zeker is, gezien de vele overleveringen van de oorlogen tegen de Arabieren)=2028 - 7 jaren van Grote Verdrukking=2021? De tekenen en de huidige enorme wetsverachting, geen respect meer voor Gods wetten en geboden wijzen er sterk op. Zeker is dat de Wederkomst spoedig zal zijn.
Na de Tweede Wereldoorlog keurde de V.N. de oprichting van een Joodse staat, van Israël goed. In 1948 is Ezech. 37:1-8 in vervulling gegaan. De beenderen (het Joodse volk) is van de vier windstreken (de gehele aarde) gekomen naar het land Israël. Spieren en vlees kwamen op de beenderen en er trok huid overheen. De staat Israël is gegroeid en nog steeds komen Joden vanuit de wereld om zich in Israël te vestigen. Nog thans Ezech. 37:9-10 de geest is er NIET. Er is door het gehele Joodse volk nog geen aanbidding van God (Jaweh), dat komt pas in de Grote Verdrukking of na de Tweede Wederkomst van Christus. Het zullen de 144.000 uit de stammen Israëls zijn die het Koninkrijk van God over de gehele wereld zullen verkondigen. Na deze Komst van Christus, zal Jezus Christus de belofte waar maken en zullen de twaalf stammen wonen in het beloofde land volgens de belofte aan Abraham gegeven in Genesis 15:18 Aan uw nageslacht zal IK dit land geven, van de rivier van Egypte tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat: De Keniet, de Kenizziet, de Kadmoniet, De Hethiet, de Perizziet, de Refaieten, de Amoriet, de Kanaaniet, de Girgasiet en de Jebusiet. De rivier van Egypte zou niet wijzen naar de rivier de Nijl, maar naar de rivier Sichor, welke Egypte van Kanaän scheidt, Num. 34 :5, Joz. 13 :3, 1 Kron. 13 :5. De Eufraat heeft nu een lengte van 2735 kilometer. Zij begint in noordoost-Turkije en stroomt via Syrië naar Irak, waar ze ten noorden van de stad Basra samenvloeit met de Tigris en vandaar heet de ene rivier Sjatt al-Arab. Vervolgens mondt deze verenigde rivier door moerasachtig gebied via Abadan uit in de Perzische Golf. De Eufraat speelt een belangrijke rol in Openbaring. In de toekomstige tijd dat het aardrijk geoordeeld zal worden, maakt een engel dat het water van de Eufraat opdroogt, opdat de weg van de koningen uit het Oosten bereid wordt ten oorlog.
LET OP hoe enorm deze nieuwe staat zal zijn, inclusief de Sinaï woestijn (de woestijn zal weer bloeien Jes. 51:3), Jordanië en Iran.
Meer informatie over Israël.
Zonder enige aanduiding sluit met dit vers de boodschap en informatie over de Tweede Wederkomst af. En gaat verder met de boodschap en informatie over de Eerste Wederkomst (verzen 40-41) bestemd voor het nieuwe volk van Jezus, de Gemeente.

Vers 35 Jezus bevestigd hier nadrukkelijk dat het voorafgaande met zekerheid zal geschieden. De hemel en aarde zullen voorbij gaan, maar alles wat Ik jullie hebt gezegd, zal gebeuren. Welke verschrikkingen er zullen gebeuren, is later aan de apostel Johannes geopenbaard in het boek Openbaringen met groter gedetailleerdheid. De hemel en aarde zullen voorbij gaan voordat dit alles is geschied en de Nieuwe Aarde en Nieuwe Hemel komen (Openb. 21:1-8).

Vers 36 Niemand weet de dag en het uur waarbij de Wederkomsten zullen geschieden. Dit is een zeer belangrijke uitspraak van Jezus, want ook de engelen en Jezus Zelf weten het niet. Recent weten wij van de voorspelling door een Amerikaanse astroloog, die voorspelde de datum 23 september 2017 als de dag van de Opname van de Gemeente, omdat de sterren gelijk stonden zoals bij de geboorte van Jezus en de laatste bazuin zou klinken op het Israëlische nieuwjaar. Daar Jezus hier zegt: van die dag en van die ure weet niemand, wisten wij reeds dat deze voorspelling vals moest zijn. Kijken we naar mijn commentaar van vers 34, dan is dat een mogelijkheid, want Jezus zegt nadrukkelijk dat wij acht moeten slaan op de tijd (verzen 32-34) en Jezus wijst erop dat we geen kennis hebben van dag en uur, houdt dit dan in dat wij dan wel de kennis hebben van het jaar?
Hoe het ook wezen, de volgende verzen en Mat. 25:1-13 is een sterke les door Jezus Zelf om waakzaam te zijn. Eén ding is zeker, gezien de vele tekenen, is de Wederkomst van Jezus en de Opname van de Gemeente zeer nabij. De tijd is zeer kort dat de christenen nog het evangelie kunnen verkondigen, dus rust op elke individuele christen een zware taak om nog zoveel mogelijk ongelovigen het heil in Jezus Christus te verkondigen! En te onderwijzen in het onderhouden van Gods geboden en wetten, een christelijke levenswandel (Gal. 5:16, 22), om niet achter te blijven (dwaze en wijze maagden Mat. 25:1-13) en te moeten volharden in de Grote Verdrukking en uitgesloten te zijn aan de bruiloft van het Lam!

Verzen 37-39 Daar niemand weet wanneer de Zoon des mensen terugkomt, is waakzaamheid geboden, daarbij wordt verwezen naar de dagen van Noach (Gen. 6:5-7, 11; Gen. 7). De mensheid in de dagen van Noach dachten dat zij zichzelf van alles konden permitteren, zoals heden geen enkel respect voor God en ontkenning van God, men vierde feest, denk heden aan de grote rock festivals, men eet en dronk zich te rijk (heden vele dikke mensen die zich niet bekommeren om de armen), huwende (heden de vrije seks en seks voor het huwelijk). Niemand in de dagen van Noach was zich bewust dat Gods oordeel er aan kwam en iedereen de dood zou vinden behalve de aparte gezette door God, Noach en zijn gezin, en een bepaalde hoeveelheid van dieren door God. Zo onverwachts als de zondvloed kwam, zo zal voor velen onverwachts de Grote Verdrukking en Wederkomst van Christus komen. Maar één, Noach sloeg acht op de raad van God, hij luisterde naar God, en werd gered met de zijnen. Slechts de christen die acht slaat en de Bijbel leest en Gods geboden en inzettingen onderhoudt, zal gered worden en bij de Eerste Wederkomst van Christus naar de Hemel gaan.

Jouw browser ondersteunt geen canvas.Verzen 40-41 Het een en ander valt moeilijk te verklaren. Persoonlijk denk ik dat vanaf vers 32 gericht wordt op de christenen. De Joden lezen het Nieuwe Testament niet, en het is de christen die vanuit het N.T. de tekenen der tijd (de vijgenboom) kan leren. Voor mij slaat die dag en die ure dan ook op de Eerste Wederkomst van Christus en zal de wegneming van de gelovige christen als zijnende de zondvloed, volkomen onverwachts zullen mensen worden weggenomen. De wereld zal zich verbazen dat er ineens buren, collega's, man of vrouw, kinderen, familieleden en naasten verdwenen zijn.
Twee in het veld slaat misschien op de mannen, die in de tijd van Jezus op het veld werkte, terwijl duidelijk twee vrouwen worden genoemd die aan het malen zijn. Duidelijk is dat het geldt voor zowel het mannelijke als het vrouwelijke geslacht. De één wordt opgenomen, de ander wordt achtergelaten. Zie mijn commentaar op Matteüs 25.
In de verzen 39-42 is dus gericht op gelovigen. Dat betekent dat de ene gelovige wordt aangenomen en de andere gelovige wordt achtergelaten. Let op vers 42: want gij weet niet op welke dag uw HERE komt. Dat heeft dus duidelijk betrekking op gelovigen in de HERE Jezus Christus. Voor die gelovigen die Jezus Christus als hun HERE erkennen en dus onder de controle van de Heilige Geest (de olie in Mat. 25:4) leven, dus een geestelijk leven. Zij zijn degenen die aangenomen worden en met Jezus naar de Hemel (bruiloftszaal Mat. 25:10) gaan. De gelovigen die in de wereld leeft, zijn of haar eigen leven leeft, zij blijven achter (de deur van de bruiloftszaal werd gesloten) en gaan door de Grote Verdrukking. Waar zij een nieuwe keuze voor Jezus Christus mogen maken, wel of niet het merkteken 666 van het Beest aanvaarden, dus satan en de poel des vuurs. Of het merkteken 666 weigeren, dat betekent pijn, verdrukking of dood gedurende het dan nog maximale 4 jaar van leven op aarde, maar eeuwig leven bij God.
Vers 42, 44 Waakt dan, wees waakzaam, behoor niet tot de dwaze maagden die in de wereld leefden en niet onder leiding van de Heilige Geest (hun olie was op) leefden. De wijze maagden leven volledig onder leiding van de Heilige Geest (hadden voldoende olie tot aan het bruiloftsfeest), zij gingen mee met de bruidegom, gingen met Hem de bruiloftszaal binnen, dat is zij gingen met de Bruidegom Jezus Christus de bruiloftszaal, de Hemel, binnen.
Opnieuw het ernstige advies, want je weet NIET op welke dag de Here komt. Want Jezus Christus komt! Dat is een vaststaand feit, echter wees waakzaam en behoor tot de groep van gelovigen die met Christus naar de hemel gaat (1 Thess. 4:13-17)!

Vers 43 Jezus gebruikt een voorbeeld uit het dagelijkse leven. Men is alert en beschermd zijn huis tegen inbrekers. Zeker als men vantevoren is geïnformeerd in welke nacht de inbrekers te werk zullen gaan. Jezus heeft voldoende aangegeven wat de tekenen zijn van Zijn Wederkomst, en in de verzen 42 en 44 wijst Hij duidelijk op de onverwachte komst van de Zoon des mensen. Men behoeft niet onvoorbereid te zijn. De huidige tekenen in de wereld, wetsverachting, (geruchten van oorlog, denk aan Noord-Korea), oorlogen, de vele aardbevingen en natuurrampen (tyfonen) wijzen duidelijk op de spoedige wederkomst. Het kan 2012 (zie mijn commentaar op vers 34) zijn het kan eerder zijn (vandaag), het kan later zijn, maar een feit is beslist, het is NABIJ.

Verzen 45-51 Jezus sluit Zijn "rede over de laatste dingen" af met een laatste voorbeeld met vers 51 als zeer ernstige waarschuwing. De trouwe en verstandige slaaf die op tijd voor eten en drinken zorgt. Heden de trouwe en verstandige christen die zorgt voor eten en drinken (letterlijk aan de armen geeft), is het evangelie verkondigt en Bijbels onderwijs geeft aan de ongelovigen. Zalig is die slaaf, de christen, die Jezus Christus bij Zijn Komst zo werkend en zorgdragend aantreft. Die slaaf zal over zijn bezit worden gesteld. Die christen zal als koning regeren in het duizendjarige Rijk van Christus (Rom. 5:17).
Maar de slechte slaaf of slavin (Lucas 12:45) die zich niet bekommert tot de dienst door zijn meester aangesteld, zijn of haar lot is vers 51. De slechte slaaf/slavin die zijn verleende macht misbruikt voor eigen doeleinden (misbruik van tienden ten eigen gunste), zich niet bekommert om het evangelie te verkondigen en correct Bijbels onderwijs te geven, tegen betaling bidt en genezingen verricht, zichzelf een luxe leven toe eigent (dronken, rijkelijk eten en drinken), voor die komt Jezus Christus onverwachts terug, op een uur dat hij/zij niet weet.
Zijn medeslaven te slaan was iets wat alleen aan de Heer was toebedeeld. Hier neemt de slaaf de rol over van zijn heer en stelt zich daarmede gelijk aan hem.
Het einde is gelijk aan de waarschuwing aan de geestelijke leiders van Israël (23:33 hoe zult gij ontkomen aan het oordeel van de hel), ook deze slechte slaaf/slavin ontkomt niet, hem/haar wacht foltering in de hel (geween en tandengeknars). Zie ook 7:22-23. Het is de dodelijk schrik die ontstaat bij mensen, die achtergelaten zijn bij de Komst van Christus, als zij merken dat zij het zich tot op dat moment gevormden beeld van God en Jezus naar hun eigen gedachten en denkbeelden, een eigen misleiding was. Het geween en tandengeknars is daarom beide een uiting van zich bewust zijn dat zij door eigen schuld uitgesloten zijn van het Koninkrijk van God.
De gelijkenis van de trouwe en slechte slaaf/slavin is hoe de mens/gelovige zelf verantwoordelijk is hoe hij/zij omgaat met het Woord van God, de Bijbel. De volgende twee gelijkenissen in Mat. 25:1-13 en 14-30 geven mogelijk een nog duidelijker illustratie van de persoonlijke verantwoordelijkheid. Iedereen heeft een vrije keuze, die hij of zij met het verstand kan maken. Niemand heeft een excuus van ik heb het niet geweten, Jezus is heel duidelijk in Zijn voorbeelden en gelijkenissen uit het dagelijkse leven. De keus is aan jou.

Return naar bovenTerug naar boven


De wijze en dwaze maagden - Mattheüs 25

Vroeger dacht ik dat een nieuwe gelijkenis begon, totdat een commentaar erop wees dat Matteüs 25 een voortzetting is van de rede over de laatste dingen in Matteüs 24. Dat werpt een ander licht op Matteüs 24:40-41. Dacht ik vroeger dat deze verzen degenen die aangenomen werden, ALLE gelovigen betrof die Jezus Christus als hun persoonlijke Verlosser hadden aangenomen, en degenen die achterbleven de ongelovige betrof. Daar Matteüs 25 een voortzetting is van hoofdstuk 24, werpt dat een geheel ander licht op hoofdstuk 25. Broeders en zusters in Jezus Christus, dit is een zeer serieuze zaak, waarvan ik zelf zeer geschrokken ben. Er wordt heel veel gepreekt in de kerken, maar waar is het onderwijs?
De gelijkenis van de vijf dwaze maagden en vijf wijze maagden slaat op de gelovigen in de Gemeente. Het zijn notabene allen die Jezus Christus als hun persoonlijke Verlosser hebben aangenomen. De vijf dwazen zijn degene die achterblijven en door de Grote Verdrukking gaan en de vijf wijze zijn degene die aangenomen worden en met Christus naar de Hemel gaan voor de Bruiloft. Deze vijf wijze maagden zijn de gelovigen die een leven leiden onder controle van de Heilige Geest (Galaten 5:22) en vrucht dragen (Mat. 13:23), zij hebben voldoende olie om met de Bruidegom Jezus Christus de Bruiloftszaal, de Hemel, binnen te gaan. De dwaze maagden zijn degenen uit Mat. 13:20-22, die de Heilige Geest uitdoven (1 Thes. 5:19) en het plezier en rijkdom van de wereld prettiger vinden (Gal. 5: 19-21) dan om de geboden en inzettingen van God te respecteren. Zij vinden de bruiloftszaal gesloten en blijven achter en in de Grote Verdrukking krijgen zij een tweede kans en zal hun geloof in Jezus Christus getest worden en die volharden komen alsnog in de Hemel.
Waarom deze eis tot een leven van wijze maagden en vol van de Heilige Geest? Dat was een vraag die ik mijzelf stelde. Het antwoord is logisch. De gelovige is een zoon van God, die gehoorzaam dient te zijn aan God, de Vader. De gelovige behoort tot een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap (1 Petrus 2:9). De gelovige dient als middelaar (voorbede) op te treden voor de ongelovige om tot geloof te komen. Dat gaat moeilijk als die gelovige zelf in de wereld leeft, dan is hij/zij geen getuige en bidt niet. Vervult zijn/haar priesterlijke dienst niet. De gelovige zal als koning regeren, dus moet de Wil van zijn Meester, Jezus Christus, kennen. Oftewel hij/zij dient geleid te worden door de Heilige Geest. Die koninklijke taak kan niet vervuld worden als men niet gewoon is zich te laten leiden door de Heilige Geest en volop geniet van de aardse dingen en zonde. Hierop aarde kan de gelovige zich wijs gedragen en zich laten voorbereiden op zijn/haar koninklijk priesterschap, dan kan men mee bij de Wederkomst van Christus naar de Hemel.

Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergelijken worden met tien maagden, die haar lampen namen en vertrokken, de bruidegom tegemoet. En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs. Want de dwazen nemen haar lampen mee, maar geen olie; doch de wijze namen olie en haar kruiken, met haar lampen. Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, ga uit hem tegemoet! Toen stonden alle maagden op en brachten hun lampen in orde. En dedwaze zeiden tot de wijze: Geef ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Maar de wijze antwoordden: Nee, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; ga liever naar de verkopers en koop voor uzelf. Doch terwijl zij heengingen , kwam de bruidegom, en zij die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten. Later kwamen de dwaze maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open! Maar hij antwoordde, en zei: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet. Waakt dan, want gij weet de dag niet noch het uur.

Wat betekent dit ?

Uit Mattheüs 22:1-14 blijkt dat de gemeente (alle gelovigen, die gelovigen dat Jezus Christus voor hun zonden aan het Kruis is gestorven) als Bruid wordt voorgesteld van de Here Jezus Christus, de Bruidegom. In deze vergelijkenis, zetten we de vergelijking voort en met een toevoeging, namelijk dat we de olie vergelijken met de Heilige Geest, Die na de wedergeboorte in de gelovige komt wonen (1 Corinthiërs 6:19).

Iedereen op aarde is gelijk, en iedereen krijgt de kans om God te erkennen. God is Alom vertegenwoordigt: in de natuur, het weer, het heelal, in de kerk, enzovoort. Wij weten allen, dat de komst van de Bruidegom uitblijft. Jezus Christus is reeds tweeduizend jaar geleden naar de Hemel opgevaren en is nog niet teruggekomen om de Zijnen te halen. Ook in deze vergelijking bleef de bruidegom uit. Het is dus niet zo verwonderlijk dat de maagden slaperig werden en insliepen. Vele gelovigen zijn enthousiast vlak na hun wedergeboorte, maar gaande weg, levend in de wereld, worden zij slaperig en beoefenen zij niet meer actief hun geloof.

En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, ga hem tegemoet! Keer op keer, dient de gelovige wakker geschud te worden, om zijn/haar geloof actief te blijven beoefenen. De gelovige leeft immers in de nacht, in de boze wereld vol van geweld. In de tijd tussen Christus hemelvaart en Christus' wederkomst: de nacht van duisternis waar satan en zijn engelen de mensen verleiden en proberen te heersen!

De wijzen weigeren om olie af te staan aan de dwazen. Is dat hard? Nee, het is midden in de nacht, de wijzen willen voldoende olie hebben op de nacht door te komen en kunnen dus niet delen, want anders hebben zij zelf onvoldoende olie om de nacht door te komen en kunnen zij de bruiloft missen. Zij geven de dwazen een wijs advies, ga liever naar de verkopers en koop voor uzelf.
Het is een ieder mens gegeven om voor Jezus Christus als zijn/haar Verlosser te kiezen. De olie, de Heilige Geest kan de gelovige niet delen. Het is aan een ieder voor zich om persoonlijk tot geloof in Jezus Christus als zijn/haar Verlosser te komen en dan de Heilige Geest te ontvangen. Gelovigen, die wederomgeboren zijn en de Heilige Geest hebben ontvangen, kunnen ongelovigen en kerkgangers slechts de weg tot Jezus Christus wijzen. Maar ieder mens is persoonlijk verantwoordelijk voor zijn/haar eigen zonden en dient ook zelf tot geloof te komen.

En de bruidegom kwam en zij die gereed waren gingen met hem de bruiloftszaal binnen en de deur werd gesloten.
Zij die Jezus Christus als hun persoonlijke Verlosser hebben aangenomen en vol zijn van de Heilige Geest (de werken en vruchten uitoefen van de Heilige Geest), zij zijn gereed om de bruiloftszaal (de Hemel) binnen te gaan. Zij zijn gereed als Jezus Christus komt om de Zijnen te halen (1 Thessalonicenzen 4:13-18).

Later kwamen de dwaze maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open! Maar hij antwoordde, en zei: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet.
Als Christus wedergekomen is en de Zijnen heeft opgekomen naar de Hemel (Johannes 14:1-3) bleven de ongelovigen achter, maar ook zij die dachten dat zij tot Jezus behoorden (de dwaze maagden). Velen gaan naar de kerk, doen plichtmatig geloofsbelijdenis, velen lezen de Bijbel, velen luisteren naar Gods Woord, echter weinigen komen tot een echt berouw van zonden, erkennen dat zij zondaar zijn en nemen daadwerkelijk Jezus Christus als hun Verlosser en Here aan. Here betekent te erkennen dat Jezus Christus Heer is over hun leven, een leven tot eer en glorie van God, een leven van geestelijk vruchtdragen, onder leiding staan van de Heilige Geest, en de dingen van de wereld loslaten, een ware omkeer van leven.
Een ieder beproeve zijn/haar eigen hart voor de waarheid!
Als degenen die achtergebleven zijn op de aarde, ineens merken dat de wijze wederomgeborenen (wijze maagden) naar de Hemel zijn gegaan en zij die achtergebleven zijn, voor hen is het te laat. De Bruidegom Jezus Christus zegt: Ik ken u niet. Dan is het te laat om de Bruiloftszaal binnen te gaan.

Daarom zegt Jezus Christus: Waakt dan, want gij weet de dag niet noch het uur, gelijk meerdere malen is gezegd in Matteüs 24.
Het is van belang om je beslissing niet uit te stellen om Jezus Christus als je Verlosser en Heer aan te nemen. Want niemand weet wanneer de Here komt om de Zijnen te halen. Maar de Bruidegom laat op zich wachten. Echter je kunt het ook anders bekijken. Niemand weet hoe lang hij/zij nog te leven heeft. Iedere seconde kun je je laatste adem uitblazen. Je kunt een hartaanval of hersenbloeding krijgen, dan is het te laat om voor Jezus te kiezen. Of je kunt een (auto) ongeluk krijgen of wat dan ook, dan is je beslissing te laat en ga je daarheen waar het geween en tandengeknars is Mat. 24:51)!

Conclusie: STEL JE BESLISSING OM JEZUS CHRISTUS ALS JE PERSOONLIJKE VERLOSSER AAN TE NEMEN NIET UIT EN STEL JE LEVEN ONDER LEIDING VAN DE HEILIGE GEEST!!!

Return naar topTerug naar boven


Mattheüs 25:14-30 (Talenten)

Want het is als een mens, die bij zijn vertrek naar het buitenland zijn slaven riep en hun zijn bezit toevertrouwde. En de een gaf hij vijf talenten, een ander twee talenten, en een derde één talent. Een ieder naar zijn bekwaamheid. En hij vertrok naar het buitenland. Terstond ging hij die vijf talenten had ontvangen op weg, en hij deed er zaken mee en verdiende er vijf bij. Evenzo hij die twee talenten had ontvangen, verdiende er twee bij. Maar die één talent had ontvangen, ging heen en groef een gat in de grond en verborg het geld. Na lange tijd kwam de heer van die slaven terug en vroeg rekeningschap van hen. Degene die vijf talenten had ontvangen, trad toe en bracht nog vijf talenten toe, zeggende: Heer, vijf talenten heeft u mij toevertrouwd, zie, ik heb er vijf talenten bij verdiend. Zijn heer zei tot hem: Wèl gedaan, uw goede en trouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer. Die met de twee talenten trad ook toe en zei: Heer, twee talenten heeft u mij toevertrouwd, zie, ik heb er twee talenten bij verdiend. Zijn heer zei tot hem: Wèl gedaan, uw goede en trouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer. Nu kwam ook hij, die één talent had ontvangen en zei: Heer, ik wist van u, dat u een hard mens bent, die maait waar u niet gezaaid hebt, en die bijeenbrengt van plaatsen, waar u niet hebt uitgestrooid. En ik was bevreesd en ben heengegaan en heb uw talent in de grond verborgen; hier heeft u het uwe. En zijn heer antwoordde: Gij slechte en luie slaaf, wist u dat ik maai, waar ik niet gezaaid hebt en bijeenbrengt van plaatsen waar ik niet heb uitgestrooid? Dan had u mijn geld aan de bankiers moeten geven en ik zou bij mijn komst mijn eigendom met rente hebben opgevraagd. Neem hem dan het talent af en geef het aan hem, die de tien talenten heeft. Want aan een ieder die heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben. Maar wie niet heeft ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden. En werp de onnutte slaaf uit in de buitenste duisternis. Daar zal het geween zijn en tandengeknars.

Wat betekent dit ?

Jezus vertelde deze vergelijkenis ter lering van het geestelijk leven. De voorwaarde om te behoren die worden aangenomen in Mat. 24:40-41. Eén talent in de tijd van Jezus, had een waarde van 6000 denars, en het kostte een arbeider bijna twintig jaar om één talent te verdienen.
Jezus Christus (de Heer) geeft aan een iedere gelovige gaven (talenten). De één heeft van nature meer gaven, dan een ieder. Echter de natuurlijke gaven zijn in Gods koninkrijk van geen enkel belang, het gaat erom wat een ieder met zijn gave doet. Jezus Christus heeft ons allen bijeen geroepen en in de Bijbel kunnen we duidelijk lezen, wat Hij van de gelovigen verwacht.

Jezus Christus is naar de Hemel (buitenland, vreemd voor de aarde) vertrokken en de gelovigen wachten nu reeds meer dan een tweeduizend jaar op Zijn terugkomst. Maar dat betekent geenszins dat de gelovigen mogen verslappen in hun werken. Want Hij heeft beloofd dat Hij zal terugkeren.

Het gaat erom hoe de Heer ons vindt bij Zijn terugkomst. Hebben wij gebruik gemaakt van onze talenten?
De slaaf (dienstknecht van de Here Jezus Christus) met de vijf en twee talenten, hebben ieder hun talenten verdubbeld, en zij werden door de Heer beloond, met lovenswaardige woorden: "Wèl gedaan, uw goede en trouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het (Bruilofts)feest van uw Heer."

Dan komt ook de slaaf, die één talent had ontvangen, naar voren en hij zegt daar zijn heer een hard mens was waarvoor hij erg bang was. Was dat gerechtvaardigd? Was zijn heer een mens die oogstte waar hij niet gezaaid had ?
We hebben gelezen dat deze slaaf een gat in de grond groef en de talent verborg, diep onder de grond afgedekt met aarde. De heer had aan een ieder persoon verschillende hoeveelheden geven, de één tien, de ander vijf, en deze slaaf één talent. Dus de heer hield zeer wel rekening met ieders zijn capaciteiten. Bij de terugkomst van de heer, antwoordt de heer nu zeer terecht: Als gij bang voor mij waart, dan had gij het geld aan de bankiers moeten geven, dan had ik mijn eigendom met rente kunnen opvragen. Want nu ontving de heer minder terug dan hij had geven (geldontwaarding). Als de heer twintig jaar was weggebleven, weten wij maar al te goed, want twintig jaar inflatie met het geld doet, maar anderzijds weten we ook wat twintig jaar lang rente op rente doet met geld.

Welke les kunnen wij hiervan leren?
Het doet er niet toe, hoeveel intelligentie een gelovige heeft of hoe begaafd of welke gave hij/zij heeft. Het gaat erom dat een ieder van ons zijn/haar gave ten volle benut en niet verslapt en blijft uitzien naar de wederkomst van de Here Jezus Christus.

Ja, maar ik heb maar één talent. Ik ben niet zo begaafd, ik ben maar een huismoeder, ik heb alleen maar lagere school, ik ben verlegen.

Dit is geen excuus! De Here Jezus Christus heeft een ieder naar zijn/haar vermogen talenten gegeven, en ALLEEN daarover vraagt Hij rekenschap. Mochten we bang zijn, dan kunnen we tenminste op de bank zetten en het aan andere overlaten om winst te maken. De Here vraagt van iedere gelovige om een tiende van zijn (netto) inkomen aan Hem (kerk, zending, hongerigen, etc.) te geven (Hebreeën 6:17-20, 7:1-10) . Door deze bijdrage, kan de evangelist, dominee, priester, zendeling zijn talenten gebruiken om mensen over het Koninkrijk Gods en de Verlossing door het bloed van Jezus Christus te vertellen. Dat zijn de bankiers die het geld van u en mij gebruiken om er winst voor de Here mee te maken.

En wat nu met de huismoeder, die geen inkomsten heeft?
Laten we eens kijken naar een huismoeder met kinderen. Het opvoeden van kinderen is een zware taak, wat de volle aandacht van de moeder vereist. Kinderen hebben voeding, kleding, liefde, aandacht nodig. De moeder kan de kinderen het goede voorbeeld geven, dient te voorkomen dat de kinderen criminelen worden en hen groot brengen in het christelijke geloof en waarden. Hen vertellen dat Jezus Christus is gestorven of hun zonden aan het Kruis van Golgotha. Zij kan een voorbeeld zijn van het werk van de Heilige Geest in haar leven, tonen hoe zij zich laat leiden. Dat is geen lichte taak, daar kan zij winst maken voor de Here!

En de huismoeder zonder kinderen? Zij zorgt voor haar man en huishouden. Maar zie Mattheüs 25:31-46 er zijn vele mogelijkheden om de Here te dienen, zoals het bezoeken van zieken, klaarmaken van eten, kleding maken, zorgen voor de armen, etc.

Welke lessen kunnen wij uit deze parabel (vergelijkenis) leren?

Lichaam van Christus
  1. Wij zijn rentmeesters, God is de Eigenaar (van alles). Dagelijks ontvangen wij uit Gods handen ons eten en drinken. God verwacht van ons dat wij zorg dragen voor de minder bedeelden, zieken en hongerigen (Zou er honger zijn in de derde wereld als een ieder van ons zijn tiende (eten) gaf aan de derde wereld ? Ik denk het niet) (Mattheüs 25:31-46).
  2. De Here geeft ons talenten naar ons kunnen, en Hij geeft ons de kansen om die talenten te gebruiken. De vraag is benutten wij ook onze talenten? Niet iedereen heeft gelijke kansen en gaven, maar tezamen maken de gelovigen het Lichaam van Christus (1 Corinthiërs 12:27 U nu bent het Lichaam van Christus en een ieder zijn een lichaamsdeel). De hand kan niet zonder de arm, en de arm kan niet zonder de schouder, en zij allen worden bestuurd door het hoofd. Iedere gelovige dient nuttig te zijn en gebruik te maken van zijn talenten in samenwerking met andere gelovigen onder besturing van het Hoofd Jezus Christus.
  3. Wat zijn nu de goede werken. Datgene wat wij niet moeten doen, zie Galaten 5:21 . Voor datgene wat wij tot Gods eer en glorie kunnen doen, zie Galaten 5:22, Mattheüs 25:31-46.
  4. Wij dienen te volharden in de goede werken, want Christus' Wederkomst laat lang op zich wachten, maar Hij heeft beloofd dat Hij zal komen om de Zijnen te halen (1 Thessalonicenzen 4:13-18).
  5. Ofschoon wij in de afwachting zijn van de Wederkomst van Christus, ligt op het ogenblik onze verantwoording op aarde. En dienen wij door de evangelie verkondiging en goede werken rekenschap te geven van onze Verlossing in de Here Jezus Christus.
  6. Er zullen vele slechte mensen zijn die ons willen verleiden en er zullen valse beschuldigingen worden geuit aan het adres van de Heer, echter de gelovige dient standvastig te blijven en zich niet laten misleiden en niet mee te doen aan de aardse weldaden. De aardse weldaden zijn van betrekkelijke korte duur (60-100 jaar?) en staan in geen verhouding tot de hemelse heerlijkheid die eeuwig duurt.

Return naar topTerug naar boven


Het oordeel over de mens - Mattheüs 25:31-46

Wanneer de Zoon des Mensen (de Here Jezus Christus) komt in Zijn heerlijkheid en al de engelen met Hem, dan zal Hij plaats nemen op de troon Zijner heerlijkheid. En al de volken zullen voor Hem verzameld worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals de herder de schapen scheidt van de bokken, en Hij zal de schapen zetten aan Zijn rechterhand en de bokken aan Zijn linkerhand. Dan zal de Koning (Jezus Christus) tot hen, die aan Zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, uw gezegenden Mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af. Want Ik heb honger geleden en u hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en u hebt Mij te drinken gegeven. Ik ben een vreemdeling geweest en u hebt Mij gehuisvest, naakt en u hebt Mij gekleed, ziek en u hebt Mij bezocht: Ik ben in de gevangenis geweest en u heeft Mij bezocht. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Here, wanneer hebben wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, of dorstig en hebben wij U te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en hebbenU gehuisvest, of naakt, en hebben U gekleed? Wanneer hebben wij U ziek of in de gevangenis gezien en zijn tot U gekomen?    En de Koning zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre u dit aan één van deze mijn minste broeders heeft gedaan, hebt u het Mij gedaan. Dan zal Hij ook tot hen, die aan Zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat wegvan Mij, u vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is. Want Ik heb honger geleden en u hebt Mij niet te eten gegeven. Ik heb dorst geleden geleden en u hebt Mij niet te drinken gegeven. Ik ben een vreemdeling geweest en u hebt Mij niet gehuisvest, naakt en u hebt Mij niet gekleed, ziek en in de gevangenis en u hebt Mij niet bezocht. Dan zullen ook zij Hem antwoorden: Here, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of als vreemdeling, of naakt, of ziek, of in de gevangenis, en hebben wij U niet gediend? Dan zal Hij antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre u dit niet aan één van deze mijn minsten niet  gedaan heeft, hebt u het ook aan Mij niet gedaan. En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven.

Wat betekent dit ?

Vers 31 Hier bij de tweede Wederkomst van Christus komt Jezus met zijn engelen van de Hemel naar de aarde en zullen alle volken Hem aanschouwen, Vers 32 en Mat. 24:30 . Bij de eerste Wederkomst, komt Jezus van de Hemel naar de wolken en alle gelovigen in het paradijs en alle gelovigen (vol van de Heilige Geest) op aarde gaan met Hem naar de Hemel, dus dan BLIJFT Jezus NIET op aarde en NIET ALLEN zullen Hem zien. Het doel van de tweede Wederkomst is om Israël te bevrijden tijdens de slag om Armageddon (Openb. 16:14-16; 17:14) en om de levende ongelovigen te oordelen. Het oordeel is universeel, niet slechts over Israël, maar over alle mensen op de aarde.

Verzen 32-33 Alle volken zullen voor Jezus Christus verzameld worden. De engelen zullen de schapen (verzen 34-40, Ezech. 34:17) van de bokken (verzen 41-46, Ezech. 34:17) scheiden (zie gelijkenis Mat. 13:24-30). Zach. 14:5 zegt de Here, mijn God, zal komen, alle heiligen (Hebreeuwse tekst) met Hem. Alle heiligen slaat volgens mij op de gelovigen die zijn opgenomen naar de Hemel bij de eerste Wederkomst van Christus. Waarschijnlijk bij de tweede Komst komt Jezus met de heiligen en de engelen naar de aarde. Aan het einde van de Grote Verdrukking komt een einde aan de macht van satan en demonen. Satan en de demonen worden in de afgrond geworpen (voor duizend jaar en daarna het eind oordeel voor hen: de poel des vuurs).
Volgens het jodendom en klassieke oudheid was de rechterkant, de kant van geluk en heil, terwijl links het tegenovergestelde was.
Bij deze scheiding weet de individuele mens, die de Grote Verdrukking heeft overleefd, gelijk of men tot de geredden behoort of tot de verlorenen.

Vers 34 Degene aan de rechterhand zullen het Koninkrijk beërven. De vraag rijst welke Koninkrijk. Het is bereid vanaf de grondlegging der aarde, en Jezus predikte het Koninkrijk Gods: erkenning van zonde, het Koninkrijk van de Messias. Slaat daarom dit Koninkrijk op het duizendjarig Koninkrijk van Christus?

Verzen 35-38 De tekst spreekt voor zichzelf. Al datgene wat de mens doet aan zijn naaste, zijn of haar medemens, dat wordt beschouwd als zijnde verricht voor Jezus. Heeft men zich bekommert om de mensen in de derde wereld landen, om hun ellende? Maar ook direct in eigen land. Kijken wij bijvoorbeeld naar Brazilië waar de politici zullen verrijken ten koste van onderwijs en gezondheidszorg. De welgestelde die hun eigen buik vol eten en zich niet bekommeren om de armen. Ja zeker, er zijn uitzonderingen, de goede schapen, die de zorg om zich nemen en scholen bekostigen en gezondheidszorg verlenen.

Verzen 39-40 Wanneer hebben wij u gezien? Hier zijn alle volken der aarde verzameld. Dus mogelijk zijn ook aanwezig de mens die nimmer van het evangelie hebben gehoord. Die nimmer Jezus hebben gezien, noch Gods geboden en inzettingen kenden.
Jezus antwoordt: Wat men doet aan zijn of haar naaste, daarmede beantwoord je of je Gods gebod hebt volbracht: Heb je naaste lief als jezelf. Broeder slaat op naaste, medemens (alle volken der aarde zijn hier verzameld) en niet slechts op de broeder of zuster van de kerk. De broeder is universeel, waar dan ook ter wereld.

Verzen 42-45 Ook deze tekst spreekt voor zichzelf. Wanneer men uitsluitend voor zichzelf heeft geleefd, kan je geen loon verwachten. Denk aan de gelijkenis van Lazarus en de rijke. Heeft men zich bekommert om het evangelie te verkondigen danwel om dit mogelijk te maken? Heeft men aandacht geschonken aan het Koninkrijk van God? Kennelijk hebben deze bokken zich niet druk gemaakt om het leven na de dood op aarde. Hebben God ontkent en Gods geboden en inzettingen met handen en voeten overtreden.

Gezwel
Gezwel tengevolge van nuclaire straling
Verzen 41 en 46 De bokken gaan heen naar de eeuwige straf, de plaats (die voor satan en zijn engelen=demonen is bereid) waar de satan en de demonen voor eeuwig zullen verblijven, genaamd de poel des vuurs. Wat wij ons daarbij dienen voor te stellen, is onmogelijk. Vuur geeft licht, maar de Bijbel zegt dat er duisternis heerst. Echter de atoombom gaf straling met enorme pijnen en verminkingen. Men spreekt over een brandende dorst en brandende koorts. De straf heet eeuwig, want het is tijdloos, er komt nimmer een einde aan, biljoenen en biljoenen jaren, zonder einde. Iedereen heeft zijn of haar persoonlijk plicht en naar zijn of haar verantwoordelijkheid, sociale rang, functie of positie. Zijnde politici, rechter, arts, agent, of welk beroep dan ook, een ieder is persoonlijk verantwoordelijk voor zijn of haar daden met grotere verantwoordelijkheden (vijf talenten) of minder verantwoordelijkheid (twee talenten) of een gewoon mens (één talent). Niemand ontkomt aan het oordeel van Jezus Christus, ieder wordt beoordeeld naarmate van capaciteiten.
HOE IS HET MET JOUW LEVEN GESTELD, KUN JE JEZUS CHRISTUS RECHT IN DE OGEN KIJKEN OF WORDT HET VOL SCHAAMTE?

Voor mijzelf is het een en ander moeilijk te begrijpen. Verzen 31-46 spreekt over een gerecht dat plaats vindt aan het einde van de Grote Verdrukking, na de tweede Wederkomst van Christus op AARDE en voor het begin van Zijn duizend jaar durende Koninkrijk op AARDE. Dit gerecht vindt dus plaats aan de dan levende mensen op AARDE. De bokken gaan op dit tijdstip reeds naar de eeuwige straf (verzen 41 en 46). De satan wordt gebonden en in de afgrond geworpen voor duizend jaar (Openb. 20:1-2). De schapen gaan door in het (duizendjarig?) koninkrijk (vers 34, Openb. 20:4 ?), de eerste opstanding (Openb. 20:5)? Openbaring 20:5 zegt dat de overige doden (ongelovigen) NIET weder levend werden, voordat de duizend jaren voorbij waren.
Dan volgt Openbaring 20:7-10, na die duizend jaar van het Koninkrijk van Christus, wordt de satan losgelaten en zal hij uitgaan om de volken over de gehele aarde te verleiden tot oorlog tegen Christus. Hun getal zal zijn als het zand der zee en trekken om naar de geliefde stad (Jeruzalem). Deze die met satan optrekken zijn uit de schapen? Wat gebeurd er met hen? Openbaring 20:10 zegt dat dan de satan voor alle eeuwigheden in de poel des vuurs wordt geworpen.
Na deze duizend jaar volgt (de tweede opstanding?), Openbaring 20:12-13. Wie zijn de doden wiens naam staat geschreven in het boek des levens? En zijn zij het die verder zullen leven op de Nieuwe Aarde (Openb. 21:1)? Geldt voor hen dezelfde voorwaarden als de schapen uit Matteüs 25? Verblijven zij momenteel in het paradijs? Zijn het mogelijk ook de Joden en Israëlieten (maar niet gelijk aan de schriftgeleerden en Farizeeën)?
Openbaring 20:13 Bij deze opstanding komen ook ten leven degenen die nu in de hel verblijven (het dodenrijk gaf de doden). Hun lot is de poel des vuurs (Openb. 20:15).
Een duidelijk antwoord heb ik niet. Het is ook heden niet van belang. Belangrijk is heden om te behoren tot degenen die geloven in Jezus Christus als Verlosser en Heer, en mee te gaan bij de eerste Wederkomst van Christus naar de Hemel. Belangrijk is om NIET te behoren bij degenen van de tweede opstanding uit de doden!

Return naar bovenTerug naar boven


Verraad, gevangenneming en veroordeling van Jezus - Mattheüs 26

Verzen 1-2 Jezus heeft Zijn instructies gegeven aan het Joodse volk, maar ook aan het toekomstige nieuwe volk, de Gemeente. Instructies omtrent de noodzaak van de erkenning om zondaar te zijn, het Koninkrijk Gods en eindigde met de rede over de laatste dingen, de Eerste en Tweede Wederkomst van Christus. Nu komt het eind van Zijn werk op aarde in zicht. Het Paasfeest was op de veertiende van de maand Nissan (Ex. 12:6-7). Er resten nog slechts twee dagen waarbij Jezus Zijn dood voorspeld, door wie Zijn dood zal geschieden, maar ook eerst de zalving en instelling van het heilige Avondmaal.
Het Paasfeest was de herinnering van de Uittocht uit Egypte, waarbij het bloed van het geslachte lam aan de deurpost moest worden gestreken, zodat de Engel des doods voorbij ging en niet de eerstgeborene zou doden. Zo is Jezus is het volmaakte Lam, dat voor eens en altijd het volmaakte offer zou brengen ter verlossing van de zonde van de mens, die dit wil erkennen en accepteren.

Verzen 3-4 De overpriesters en oudsten des volks (het Sanhedrin) beramen om Jezus te doden, maar NIET op het paasfeest. Dat is menselijke beraadslaging. God heeft Zijn Plan, Jezus is het Paaslam en dit juist op het Paasfeest te worden geofferd. Mensen kunnen dingen bedenken, God echter volvoert Zijn Wil en Plan.
Zij komen bijeen in het paleis van de hogepriester Kajafas. Een ongewone plaats, want het Sanhedrin kwam normaal samen een zuidelijk plaats van de grote tempelhal. Dit duidt reeds op hun samenzwering. Kajafas werd omstreeks 18 na Christus hogepriester, hij was de schoonzoon van Annas, die hogepriester was van circa 6-15. Kajafas was een slimme manipulator die geen middelen ongebruikt liet tot zijn eigen voordeel.
Niet op het feest, want er waren vele Joden van heinde en ver en in groten getale aanwezig in Jeruzalem. Het Joodse volk zou partij kunnen kiezen voor de Zoon van David en een opstand van het Joodse volk zou door de Romeinen zwaar bestraft worden.

Verzen 6-7 Het huis van Simon te Betanië. Wie Simon was, wordt verder niet verteld, waarschijnlijk had Jezus hem genezen van zijn melaatsheid. Bethanië lag op de zuidoostelijke helling van de Olijfberg, op enkele kilometers van Jeruzalem.
Gebruikelijk was dat mirre werd gedaan in een albasten kruik met een dunne lange hals, die werd gebroken bij het openen van de kruik. Lucas en Johannes vermelden dat ook de voeten werden gezalfd.

Verzen 8-9 De discipelen zijn verontwaardigd. Marcus vermeld dat sommige discipelen waren verontwaardigd, terwijl in het evangelie naar Johannes, het Judas Iskariot het is, die het zegt (Joh. 12:4-5).
De reden van hun verontwaardiging is dat het geld beter besteed had kunnen worden door verkoop van de mirre en het geld aan de armen gegeven had kunnen worden. De discipelen zijn nog steeds niet doordrongen van de naderende dood van Jezus, die Hij even tevoren in vers 2 had aangekondigd. Het was gebruikelijk dat doden werden gezalfd met mirre. Maria was een veel betere luisteraar (Lucas 10:38-39 zij zat aan de voeten van Jezus en LUISTERDE), zij had waarschijnlijk gehoord de woorden, die Jezus sprak in vers 2. Zij deed wat gewoon was, zalven voor de dood. Is dit ook niet gebruikelijk in de Rooms Katholieke kerk het zalven van de stervende? Zijn wij als de discipelen, slechte luisteraars, of zijn wij goede luisteraars die acht slaan en handelen naar de woorden van Jezus?
Een pond mirre had een waarde van 300 schellingen (Joh. 12:4). Een pond is circa 328 gram. Een flesje parfum heeft ongeveer 7 gram, dus een pond mirre is ongeveer 47 flesjes dure parfum, heel duur is. Deze nardusmirre kwam uit de Himalaya, echte parfum voor de hele rijke mensen, een echte luxe. Een schelling was het dagloon van een (land) arbeider (Mat. 20:2). 300 schelling zou dus overeenkomen met 300 werkdagen, dus 1 1/2 jaar salaris van een landarbeider (een jaar heeft 200 werkdagen).

Vers 10 Terecht wijst Jezus de discipelen terecht met de woorden "Waarom vallen jullie deze vrouw lastig?". Zij heeft inderdaad een goede daad verricht, daar waar de discipelen in gebreke blijven door goed te luisteren en te begrijpen dat zij de juiste daad als voorbereiding op het sterven van Jezus had verricht. Zij waren degenen die zich diep dienden te schamen.

Vers 11 De armen zijn door alle eeuwen aanwezig, in het verleden en in het heden. Jezus zou nog een twee dagen bij Zijn discipelen blijven en daarna sterven. Een einde aan Zijn aanwezigheid (en een definitief einde na Zijn hemelvaart naar de Hemel). Een einde aan Zijn onderwijs, een einde om eer te kunnen betonen aan hun meester Jezus. De zorg voor de armen kon na de dood van Jezus worden voortgezet en is onze plicht heden.

Vers 12 Jezus herinnert de discipelen aan vers 2, Maria heeft dit met een zeer goede reden gedaan: de voorbereiding van mijn begrafenis. Wat een schaamte: jullie denken materialistisch, geld aan de armen. Terwijl ik jullie heb verteld dat ik gekruisigd gaat worden en een afschuwelijk dood gaat sterven. Hoe zijn wij bewogen met stervenden en zieken, of denken wij slechts aan de kosten en nare gevolgen voor onszelf?

Vers 13 Deze gebeurtenis vinden wij terug in de vier evangeliën, iedereen die de Bijbel leest, kan kennis nemen van de bijzondere (en dure) daad die deze vrouw Maria heeft verricht. Jezus geeft haar alle lof en eer.

Verzen 14-16 Wat een contrast met de verrader Judas Iskariot, die een dief was en beheerder van de kas (Joh. 12:6). Het staat niet precies vast om welke munt het in het Bijbelverhaal gaat, maar het enige geld dat in de Joodse tempel gebruikt mocht worden was de sjekel, ook wel 'sikkel' genoemd, een zilveren munt van ongeveer 14 gram - en de halve sjekel. Het betreft hier dan de Joodse variant van de Tyrische sjekel uit de hellenistische tijd, die onder de Romeinse overheersing tussen 18 v.Chr. en 65 n.Chr. in Jeruzalem geslagen werd. Dertig zilverlingen (zilverstukken, zilveren sikkels) was de prijs die iemand moest betalen, als zijn os de slaaf of slavin van iemand anders had gestoten en hierdoor had verwond. De meester van de slaaf kreeg als schadevergoeding dertig zilverlingen (bron Wikipedia). Jozef werd door zijn broers verkocht voor 20 zilverlingen en Abraham kocht voor 400 sikkels de akker met de spelonk om zijn vrouw Sara te begraven. Lev. 27:4 Indien iemand een belofte aan de Here deed, dan was de heffing 30 sikkels voor iemand van het vrouwelijke geslacht. Jezus werd door Judas verraadde voor de prijs van een slaaf en daarmede werd Zach. 11:12-13 vervuld.
Door de ontvangst van het geld, had Judas geen andere keus meer, dan Jezus uit te leveren aan de overpriesters. Wat een triest einde voor een dief, stelen is iets, maar medeplichtigheid aan moord is een andere zaak. Het begint met een "kleine" zonde en eindigt in de dood/moord van persoon. Hoe zien wij dat vandaag niet terug, het begint met een overval, dan een gewapende overval en eindigt met schieten en moord. De kleine bandiet (ja soms 12 jaar) eindigt in een grote misdadiger en moordenaar. Les: denk niet licht over kleine zonde, want het opent de deur voor satan (satan voert in Judas Lucas 22:4) en laat grovere zonde toe.

Verzen 17-19 De eerste dag van het feest der ongezuurde broden sloot aan op het Pascha (de nacht van 14 op 15 van de maand Nissan), van het feest duurde van 15-21 in de maand Nissan. In dit vers gaat het om de dag dat in de Joodse huizen alles in gereedheid wordt gebracht om de bevrijding uit de Egyptische slavernij (Ex. 12:14-20) te vieren. De paasmaaltijd begon na zonsondergang en duurde tot diep in de nacht. Deze maaltijd moest gebruikt worden binnen Jeruzalem. Vandaar de grote aantallen Joden die van binnen Israël en daar buiten naar Jeruzalem kwamen. In die tijd was Jeruzalem het gemeenschappelijk bezit van alle stammen van Israël en mochten de pelgrims bij iedereen naar binnen gaan om het Pascha te vieren en ontvingen gratis logies.
Ga naar de stad (=Jeruzalem) tot die-en-die. Waarom hier niet de naam van de persoon wordt genoemd, weten wij niet. In elk geval, de discipelen weten wie er bedoeld wordt en de eigenaar weet met wie DE MEESTER wordt bedoeld. Jezus weet dat Zijn tijd nabij is, zoals Hij reeds gezegd heeft in vers 2. Mozes wist dat de uittocht uit Egypte komende was bij het Pascha, zo wist Jezus dat Zijn tijd nabij was om te sterven als volmaakte Paas offer.
Lucas 22:10 geeft meer details, jullie zullen een man tegenkomen die een kruik water draagt, volgt hem. Het was de gewoonte dat een vrouw of meisje de waterkruik droeg, daarom was het uniek en makkelijk om de juiste persoon (man) te volgen naar het huis waar Jezus het Pascha wilde gebruiken.
De discipelen maakten het Pascha gereed. Dit kon omdat het vereiste voorwaarde van minimaal tien personen voldaan werd. Het gereed maken bestond uit het kopen van een lam, welke in de tempel werd geslacht, de voorbereidingen van ongezuurde broden, bittere kruiden, de wijn, etc.

Verzen 20-23 Het is avond geworden en Jezus gebruikt met Zijn twaalf discipelen het Pascha. Jezus weet vanuit Zijn goddelijke natuur, wat er die avond en nacht met Hem gaat gebeuren. Ondanks dit is Hij rustig en waarschuwt Hij de discipelen, iemand van jullie gaat Mij verraden. Hoe goed kennen de discipelen de menselijke natuur en vragen Hem: "Ik ben het toch niet, Here?". Als gelovige kun je nog zo sterk zijn, in onze menselijke en zondige natuur, zijn wij helaas tot de meest verschrikkelijke dingen in staat. De discipelen zijn zich hiervan heel goed bewust, alhoewel in vers 35 Petrus hoogmoedig is. Alle discipelen hebben het ongezuurde brood gegeten. Het antwoord van Jezus "Die zijn hand met Mij in de schotel heeft gedoopt" geeft een aanwijzing. Elke discipel weet of hij degene was die tegelijk met Jezus in de schotel heeft gedoopt. Waarschijnlijk herinneren zij niet meer welke discipel het was die tegelijk met Jezus in de schotel doopte. Op één na, Judas. Judas krijgt hier een waarschuwing, Jezus zegt hem, jij bent het die Mij gaat verraden, vers 25. Echter Judas pakt de waarschuwing niet op. Jezus geeft Judas een kans tot berouw om zijn daad van verraad niet uit te voeren. Hoe vaak gaat een gelovige toch niet zijn of haar eigen weg, ondanks gewaarschuwd te zijn door andere (gelovigen) of door de Heilige Geest?

Verzen 24-25 De profeten hebben de wijze van de dood van de Messias voorspeld. Het is een noodzaak voor de verlossing van de mens van de zonde. Desondanks wee de mens door wie de Messias wordt verraden, het ware beter geweest dat hij niet was geboren. Enerzijds de noodzaak van de dood en profetie, dus is God schuldig, kon Judas niet anders dan Jezus verraden omdat het zo was voorbestemd? We weten dat God van alle dingen voorkennis heeft, Hij is de Kenner van de toekomst. Evenals Jezus wist wat er ging gebeuren. Hier toch benadrukt Jezus de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens. In dit geval Judas, Jezus zegt in vers 25, jij bent het. Judas kan nog terug, hij kan op dit ogenblik nog de dertig zilverlingen teruggeven aan de overpriesters. Hij kon na deze bevestiging door Jezus nog berouw en spijt krijgen. Maar Judas toont geen berouw maar als gevolg dat satan in hem voer (Joh. 13:27). Les: Na door God te zijn gewaarschuwd en de gelovige toch zijn of haar eigen wil doet (uitdoven van de Heilige Geest), is de gelovige aan zijn lot overgeleverd en stelt zichzelf open voor satan en de werken van satan en demonen. Dat is de persoonlijke verantwoordelijkheid van de gelovige, daarvan kunnen wij God niet de schuld geven. De gelovige heeft de vrije keuze van het vrijwillig dienen van God, het gehoorzamen en onthouden van Gods geboden, een vrije keuze van een leven onder leiding van de Heilige Geest. Judas koos verkeerd en ervaarde de consequentie van zijn daad. De gelovige die verkeerd kiest, ervaart de consequentie, ja zelfs tot het missen van de Opname in de Hemel bij de eerste Wederkomst van Christus.

Vers 26 Het Pascha is over met het eten van het bloedige geslachte Paaslam. Jezus stelt nu een nieuw verbond in: het Heilige Avondmaal, zonder het slachten van het paaslam door vele mensen elk jaar opnieuw. Jezus gaat het volmaakte en éénmalige Paaslam volbrengen: Zijn Kruisdood tot vergeving van zonde.
Jezus neemt het ongezuurde brood, breekt het in stukken en deelt het uit aan de discipelen met de woorden: "Neemt, eet, dit is mijn lichaam". Jezus staat in levende lijve voor de discipelen, dus transformeert het brood NIET in Zijn lichaam. Een ander argument dat we dit figuurlijk dienen te nemen is Johannes 6:35 en 51 waar Jezus zegt: IK ben het levende brood; Joh. 4:10-14 Hij zou u levend water hebben gegeven; Joh. 7:37 Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke. Het breken van het brood is dus een symboliek (herinnering) van het breken van het lichaam van Jezus aan het kruis van Golgotha.

Vers 27 Jezus neemt vervolgens de beker waaruit alle discipelen (behalve Judas die reeds op weg was) de wijn drinken. Persoonlijk zien ik niets verkeerds om de wijn te vervangen door druivensap (gezien de mogelijke ex-alcohol verslaafden) en het gebruik van plastic kopjes vanwege de mogelijke AIDs besmetting.

Vers 28 Jezus stelt hier een nieuw verbond in. Het oude verbond was met Abraham gesloten. Het nieuwe verbond is een verbond tussen Jezus en de individuele gelovige, die gelooft in Jezus Christus als Verlosser van zijn of haar zonde. Let op de woorden van Jezus: Het bloed van Mijn verbond dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonde. Het bloed is een symboliek (herinnering) dat Jezus Zijn bloed heeft vergoten aan het Kruis van Golgotha. Voor VELEN, niet voor ALLEN, ALLEEN voor degenen die geloven in de vergeving van zonde door de kruisdood van Jezus en Zijn opstanding uit Zijn dood.

Vers 29 Deze éénmalige gebeurtenis van het avondmaal met de discipelen is éénmalig voor de kruisdood van Jezus, Jezus als mens. Na Zijn opstanding uit de dood, met een nieuw onvergankelijk lichaam, zal Jezus het avondmaal opnieuw gebruiken met de discipelen (Ik zal de wijn opnieuw met u drinken in het Koninkrijk mijns Vaders). Het Koninkrijk mijns Vaders in de betekenis van het Koninkrijk van God is gekomen met en NA de verzoening door de kruisdood en opstanding van Jezus Christus.

Vers 30 Welke lofzang er gezongen werd, staat niet in de Bijbel. Mogelijk Psalm 115-118. Efeze 5:19 vermeldt ook het zingen van lofzangen, zonder dat het ons heden de tekst van deze lofzangen bekend is. Het Pascha en de instelling van het nieuwe verbond is ten einde. Jezus begint Zijn werk te volbrengen en Jezus en de elf discipelen vertrekken in de nacht naar Getsemane, aan de voet van de Olijfberg.

Vers 31 Opnieuw een voorspelling en vervulling van een profetie Zacharia 13:7. De discipelen zullen vluchten uit angst, vers 56.

Vers 32 Hoe slecht luisteren de discipelen. Maar hoe begrijpelijk, Jezus zegt eerst dat allen Hem in de steek zullen laten en vluchten. En geven weinig aandacht aan de woorden dat Hij zal opstaan uit de doden en hen weer levend zal ontmoeten in Galilea. Hoe vaak zijn wij niet in stress, en luisteren we slechts met een half oor naar de woorden van Jezus, de Bijbel, lezen slechts wat we wensen te lezen en lezen niet in context, niet volledig en onderzoeken niet wat de Bijbel werkelijk zegt. Het is laat, waarschijnlijk middernacht, de discipelen zijn moe en hebben slaap.

Vers 33 We behoeven niet te twijfelen aan de oprecht van de woorden die Petrus hier spreekt. Hoe vaak spreken wij niet woorden in oprechtheid en menen we wat wij zeggen, maar komen soms beschaamd te staan in tijden van nood en gevaar. Petrus onbewust begaat drie fouten.
1. Hij twijfelt aan de woorden van zijn Meester, Jezus.
2. Hij verheft zich boven zijn mede discipelen: Zouden alle (andere 10 discipelen) aanstoot nemen, maar ik (Petrus) nooit.
3. Hij was te zelfverzekerd en kende geen nederigheid.
Laat dit een les zijn voor ons als gelovige. Wij mogen oprechte woorden uitspreken, maar laten we bedacht spreken, zeker zijn dat wij in alle omstandigheden onze woorden gestand kunnen houden en waarmaken.

Verzen 34-35 Hoe moet Jezus bedroefd zijn geweest, kennende de zwakheid van Petrus. Binnen enkele uren zou Petrus Hem driemaal verloochenen (half drie in de ochtend? Het was in de derde nachtwake van 0.00 tot 3.00 uur) en zich vervloeken, vers 74. Grootspraak van Petrus: zelfs al moet ik met U sterven. Verloochenen in de zin van eerst Jezus erkennen en volgen en desondanks deze kennis daarna Jezus ontkennen.
Hoevelen zullen in de Grote Verdrukking wanneer zij gemarteld worden, honger en dorst lijden, Jezus Christus blijven erkennen als Verlosser? Zijn wij altijd even trouw in ons getuigenis van de Here Jezus Christus?

Verzen 36-41 Getsemane is een plaats van olijfbomen met mogelijk een wijnpers, die ligt aan de weg naar de Olijfberg. Daar laat Jezus acht van de discipelen achter en gaat verder met drie van zijn meest vertrouwde discipelen (Mat. 17:1-13). Daar zien zij hoe Hij bedroefd en angstig werd. Een terechte angst want Jezus weet dat Zijn geseling en afschuwelijk kruisdood aanstaande is, wetende dat Judas Hem zou verraden en Petrus Hem zou verloochenen, Zijn vrienden die Hem allen in de steek zouden laten op het uur dat Hij het meest behoefte had aan steun. Vers 40 vond Jezus hen slapende, inclusief Petrus die zo plechtig had gezegd Jezus niet in de steek te laten, hoe droevig. Nee, Zijn beste uitgekozen vrienden lieten Hem in de steek ondanks dat ze Zijn bedroefdheid en zeer grote angst hadden gezien. Jezus had één uur gebeden, de drie discipelen waren niet in staat om Hem gedurende één uur steun te verlenen. Les: Kunnen zendelingen in de zware strijd op het zendingsveld op de steun rekenen van de achterban? De evangelist op de steun van de achterban wanneer hij in gevaarlijke gebieden het evangelie brengt? Is de achterban van gelovige getrouw, bidden zij of slapen zij?
De geest is wel gewillig, met onze geest willen wij wel bidden, zijn we bereid. Maar het vlees is zwak, in moeilijkheden, vermoeidheid laat het menselijke lichaam het afweten. Zijn we vaak niet meer in staat om te strijden tegen de machten der duisternis, satan en demonen, gaan wij slapen. Hoe is het met ons? Als de Heilige Geest ons oproept tot gebed midden in de nacht, slapen wij verder? Of als we druk zijn met (wereldse) dingen en activiteiten, laten we het (onmiddellijk) in de steek en volgen wij de Heilige Geest en gaan over tot gebed?
Jezus wierp zich ter aarde en bad, indien mogelijk laat deze beker aan Mij voorbij gaan, doch Uw Wil geschiede. De beker van geseling en kruisdood, de bespotting door Zijn eigen volk, de Joden. De enorme aanvechting om van het Kruis af te komen en te tonen dat Hij de Zoon van God is, de enorme aanvechting om een legioen engelen te roepen om Hem te bevrijden. Persoonlijk denk ik dat deze aanvechtingen zwaarder zijn geweest dat het lichamelijk lijden. Jezus had de Macht, maar ondanks alle verzoekingen, mocht Hij geen gebruik maken. De eerste mens Adam had de keus, de verzoeking om van de verboden fruit te eten. De eerste mens faalde. God stelt nu weer de tweede mens voor de keus: sterven voor de zonde van de mens, of niet. Jezus bidt indien mogelijk laat dit proces voorbij gaan, MAAR Uw Wil geschiede. De tweede mens kies niet voor zijn gemak, maar KIES voor de Wil van Zijn Vader, God. De eerste mens faalde, de tweede mens neemt weg waar de eerste mens Adam faalde en volbrengt de Wil van God en geeft niet toe aan de verzoeking!
Hoe is het met de gelovige gesteld, als de eerste Adam en geeft de voorkeur om in de wereld te leven met het aardse genot (de verboden fruit)? Of kies de gelovige voor gehoorzaamheid aan God, en verlaat het aardse genot en kies voor een leven onder leiding van de Heilige Geest en strijdt tegen satan en demonen?

BloedzwetenVerzen 42-44 Jezus kon helaas niet op de steun rekenen van Zijn beste drie discipelen, Hij staat er helemaal alleen voor. Hij zoekt Zijn steun in gebed en gesprek met Zijn Vader, God. In het gebed wordt Jezus gesterkt om de Wil van Zijn Vader te volbrengen. Les: Zoeken wij steun bij onze zwakke beste vrienden of zoeken wij onze steun bij God, bij Jezus als ons een zware (wat voor ons onmogelijke taak schijnt) opdracht van de Here te volbrengen zodat wij kracht ontvangen om de opdracht uit te voeren? Ja, soms eerst het meerdere malen van gebed, soms uren van gebed voordat de gelovige zijn wil en zwakheid heeft overgegeven aan de Heer. Ik spreek uit persoonlijke ervaring, vroeger had ik uren van gebed nodig vanwege mijn angst om Gods opdracht uit te voeren, mijn menselijke zwakheid, maar toch te gaan in Gods kracht en dan de zegen te ervaren om de opdracht te volbrengen. Nu kost het mij enkele minuten, wetende dat God met mij gaat na eerst de zekerheid te hebben verkregen dat het inderdaad Gods Wil is.
Lucas 23:43-44 geeft meer details over dit bidden. Jezus werd dodelijk beangst en zijn zweet werd als bloeddruppels. Voor een medische verklaring, zie bloedzweten. En God, de Vader, zond een engel om Jezus bij te staan. Zijn Vader neemt de opdracht NIET weg, maar verhoord het gebed op een andere wijze, namelijk door bijstand te zenden door middel van een engel. Soms krijgt de gelovige een wat voor hem of haar schijnt een onmogelijke opdracht. Toch mogen wij gaan, en ervaren Gods hulp, echter voor ons is zijn Gods engelen onzichtbaar. Een enkele keer laat God de engelen zien, zoals bij de zesdaagse oorlog van Israël.

Vers 45-46 Jezus keert terug van Zijn derde gebed. Hij heeft Zijn Wil aan Zijn Vader overgegeven en is bereid Zijn opdracht uit te voeren. De discipelen heeft Hij niet meer nodig en zij mogen in hun nutteloosheid rusten. Jezus spreekt tot de discipelen "Laten wij gaan", wetende dat Judas, zijn verrader, komende is. De vraag rijst waarom heeft Jezus toch de discipelen wakker gemaakt en niet laten doorslapen? Zij waren immers van geen nut meer? Het antwoord is dat de discipelen moesten leren dat men in heftige verzoekingen waakzaam moet zijn. Hun les was hun eigen zwakheid te ontdekken, zij vluchten allen weg, Marcus 14:50.

Vers 47 Judas heeft haast gemaakt om te verraden. Wetende dat vele aanhangers van Jezus in Jeruzalem zijn en Hem zouden verdedigen, dus moet Jezus nog in de nacht gevangen worden genomen. Het Sanhedrin (overpriesters, schriftgeleerden en oudsten des volks) reageren snel, zij roepen een tempelwacht bijeen met stokken en toestemming van de Romeinse bezetter (hebben zij verteld dat Jezus de macht wil overnemen als Messias?) en krijgen een afdeling soldaten (Joh. 18:3) tot hun beschikking. Een volledige afdeling bestond uit 600 soldaten met zwaarden. Maar midden in de nacht zou dat waarschijnlijk minder zijn geweest. Verwachte het Sanhedrin verzet? In elk geval een grote groep bewapend trekt uit om Jezus gevangen te nemen.

Verzen 48-50 De kus was gebruikelijk in die dagen als een begroeting van eerbetoon tussen rabbijnen en hun leerlingen. Judas noemt Jezus Rabbi, terwijl de discipelen Jezus HEER noemde. Waarschijnlijk liep Judas voorop, gevolgd door Malchus (vers 51, Joh. 18:10) de slaaf van de hogepriester en de legermacht. Jezus zei "Vriend". Een mogelijke verklaring is dat Jezus wil benadrukken, Judas je pleegt verraad, dat Jezus niet misleid werd door de kus van Judas, maar wist van zijn verraad, een waarschuwing aan het adres van Judas denk goed na over wat je aan het doen bent. De legermacht trad toe op de persoon waarvan Judas had gezegd die ik kus, is het. Op zich toch een vreemde zaak, het was Jezus die preekte in de tempel (dagelijks was ik bij u in de tempel), Hij was bekend. Joh. 18:3 voorzien van lantaarns en fakkels, dus licht genoeg om Jezus te herkennen. Was het de noodzaak om zeker te zijn dat men de juiste persoon gevangen nam om vergissing te voorkomen?

Verzen 51-52 Lucas 22:49-51 Waarschijnlijk sloeg Petrus het oor van de slaaf eraf nog voordat Jezus geantwoord had op de vraag: "Here willen wij met het zwaard slaan?" Jezus antwoordde "Laat het hierbij" en genas het oor van de slaaf. Tegenover de gehele legermacht toont Jezus Zijn macht en genezing, Zijn goddelijkheid en vrede. Desondanks deinst niemand terug en komt niemand tot inkeer. Gehoorzaamheid is beter en ongehoorzaamheid wordt bestraft (de overheid draagt het zwaard niet tevergeefs Rom. 13:4).

Verzen 53-54 Jezus heeft zijn kleine groep van discipelen niet nodig tegenover deze overweldigende (Romeinse) legermacht. Jezus hoeft Zijn Vader slechts te vragen en meer dan twaalf legioenen (12 x 6000=72.000) engelen komen te hulp. En wie kan tegen een engel Gods op? Neen, Jezus is volledig bereid de Wil van Zijn Vader te doen en gaat VRIJWILLIG mee. Het schriftwoord (de profetieën van het Oude Testament) moeten vervuld worden, de Messias Jezus moet voor de zonde van de mens sterven aan het kruis.

Vers 55 Rover was een gebruikelijke diskwalificatie van de kant van de Romeinse bezetters voor een vrijheidsstrijder.
Jezus richt zich nu tot allen, de scharen, de slaaf, de overpriesters en tempelwacht, de Romeinse soldaten. Heb ik geen woorden van vrede gepreekt de afgelopen drie jaar, mensen genezen? Heb ik soms oproer gepreekt, niet gezegd belasting te betalen aan de Romeinse bezetters? Hoe fout en hardleers en leugenaars zijn jullie om Mij als een rover met zwaarden en stokken gevangen te nemen. Dagelijks in de tempel heb ik heb goede onderwijs en voorbeeld geven. Waar is jullie verstand, maar jullie hebben het niet begrepen!

Vers 56 De voorspelling in het O.T. gaan in vervulling: De dood aan het vervloekte hout (kruis) en de vlucht van de discipelen. Jezus staat er helemaal alleen voor. Geen Petrus, geen discipel, helemaal alleen naar de weg van de kruisdood.

Vers 57 Jezus wordt naar het paleis van de hogepriester Kajafas geleid. De bijeenkomst begon in de nacht en duurde tot het dag geworden was (Lucas 22:66). Kajafas behoorde tot de partij van de Sadduceeën, die in het algemeen geen sympathieën koesterden voor de Messiaanse ideeën, dat bracht hun positie in gevaar. Het feit dat hij achttien jaar in zijn functie verbleef, terwijl andere hogepriesters het een jaar uithielden, bewees zijn geslepen diplomatiek die goed wist om te gaan met het Joodse volk alswel met de Romeinse stadhouder. In 62, zou de veroordeling van Jacobus, de broer van Jezus, en steniging tezamen met andere christenen volgen.
Het proces bestond uit drie stages. Het eerste verhoor voor Annas, de schoonvader van Kajafas (Joh. 18:13), het tweede verhoor voor het Sanhedrin met Kajafas (vers 57), de derde stage met het oordeel (Mat. 27:1). Gevolgd door drie civiele beoordeling. De eerste door Pilatus, de tweede door Herodes (Lucas 23:6-12) en tenslotte het eindoordeel door Pilatus.

Vers 58 Petrus volgt op een afstand en slaagt er in het hof van de hogepriester binnen te komen. Waarschijnlijk zijn de Romeinse soldaten teruggekeerd naar hun afdeling en heeft de tempelwacht Jezus aan het Sanhedrin overgeleverd.

Verzen 59-60 Hoe kun je als mens je verdedigen als jouw rechter(s) reeds tot jouw doodvonnis hebben besloten (Joh. 11:49-50, 18:14 Het is nuttig dat één mens sterft ten behoeve van het volk). Toch was dit schijnproces een noodzaak want het Sanhedrin moest met goede argumenten komen voor de Romeinse civiele stadhouder. De Joden hadden geen recht om tot veroordeling en vonnis over te gaan, dat mocht uitsluitend uitgevoerd worden door de Romeinse bezetter. Volgens de Joodse wet was het een onwettig proces, omdat geen proces was toegestaan in de nachtelijke uren, geen doodsvonnis mocht worden uitgesproken voorafgaande aan een Joods feest. De arrestatie van Jezus was middels geld (verraad) gebeurd, de kruisiging mocht niet op dezelfde dag als het uitgesproken vonnis plaats vinden. Dit staat apart van de werkelijke reden van de veroordeling van Jezus. Het Sanhedrin wilde af van de profeet Jezus, Die zoveel aanzien en invloed had gewonnen onder het volk, en een einde had gemaakt aan hun winstdeling van de handel op het tempelplein. Het was koelbloedige en moord met voorbedachten rade. Maar let op, het waren de Joodse leiders (afgezanten van God, nog wel) die tot deze moord kwamen en niet het voltallige Joodse volk die juist Jezus in hoog aanzien hadden. Wij kunnen een volk nationaal niet als geheel verantwoordelijk stellen voor besluiten genomen door de volksvertegenwoordiging. Daarom is het absoluut verkeerd om te stellen, zoals sommige "christenen" zeggen dat de moord op de zes miljoen Joden in de Tweede Wereld oorlog, Gods straf was op de dood van Jezus. Deze "christenen" hebben werkelijk niets begrepen van het christelijk geloof!
Het Sanhedrin roept vele getuigen op (schijnbaar hebben zij zich goed voorbereid in de korte tijd van de gevangen neming), echter hun getuigenissen stemmen niet over een. Volgens de Joods (en Romeinse?) wet kon een doodsvonnis slechts uitgesproken worden op grond van twee of drie gelijke getuigenissen (Deut. 17:6, 19:5; Hebr. 10:28).

Verzen 61-62 Het zou een godslastering zijn om de tempel af te breken, zoals de twee getuigen zeggen in vers 61. Als Jezus deze woorden zou bevestigen dan zou dat voor Joodse begrippen een godslastering zijn vanwege de messiaanse pretentie die erin doorklonk. Daarom staat de hogepriester op en neemt het verhoor zelf over. Bij bevestiging door Jezus, zou de hogepriester een motief hebben om tot handelen over te gaan.

Verzen 63-64 Overduidelijk is dat de hogepriester Kajafas geïrriteerd is door het zwijgen van Jezus. Hij is de grip op het proces aan het verliezen, zijn plan valt bijna in deugen. En hij gaat tot actie over, zweer bij de levende God. Een plechtige eed die Jezus moet dwingen om de waarheid te vertellen! Jezus antwoordt met de waarheid: Gij hebt het gezegd. Volgens Marcus 14:62 (egoo eimi) Ik ben het. Jezus gaat niet in op het zweren bij God. Maar antwoord met "Gij hebt het gezegd" om mogelijk te vermijden dat in de betekenis van Messias als Verlosser van het Romeinse juk en dus een opstand en oproer wil bewerkstelligen. Een argument wat later voor de Romeinse stadhouder wordt gebruikt. Jezus' antwoord gaat verder en een verklaring Wie Hij is, namelijk in de toekomst zullen de aanwezigen Jezus Christus zien gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels (tweede Wederkomst). Let op dat Jezus het woord MACHT gebruikt en niet het woord God. Het is een waarschuwing van Jezus aan de aanwezige leden van het Sanhedrin, het oordeel welke jullie nu over Mij gaan vellen, zo zal IK straks over jullie oordelen!

Verzen 65-66 De hogepriester blijft hardnekkig Jezus als Messias en Zoon des mensen ontkennen, volkomen blind in zijn eigen haat. Geen enkele vrees voor de Zoon van God, ondanks de vele waarschuwing en deze laatste waarschuwing door Jezus.
Hij scheurt zijn klederen na het horen van deze, volgens hem, godslastering. Daarbij kunnen wij denken, dat zonder dat Kajafas het besefte, een einde kwam van zijn taak als hogepriester. Het Hogepriesterschap zou voor eens en altijd, voor eeuwig overgaan op de ware Hogepriester Jezus Christus.
Toch Kajafas gaat weer de fout in, met de woorden "Waartoe hebben wij nog getuigen nodig?". Volgens Joodse voorschriften, mogen rechters niet als getuigen optreden en getuigen niet als rechters. Door het hef in eigen handen te nemen, is Kajafas volledig schuldig aan de terdoodveroordeling van Jezus.
Het Sanhedrin spreekt een veroordeling uit, welke een dag had moeten wachten volgens de Joodse voorschriften. Maar er is haast geboden. De aanhangers van Jezus onder de bevolking was groot, zodat een opstand tegen de doodstraf van Jezus niet uitgesloten kon worden.

Verzen 67-68 Wat een beschaamdheid van een geestelijke rechtbank. Zij beheersen zich niet, maar gaan over tot volledige uiting van hun haat en jaloersheid. Had Jezus niet gezegd, als je vijand je op de ene wang slaat, keer de andere toe. Zij gaan over tot het slaan met vuisten en in het gelaat. Geen enkele angst voor het hun toegezegde oordeel door Jezus wanneer Hij komt op de wolken en gezeten is aan de rechterhand der Macht.
Hoe zien wij dit niet terug in onze huidige tijd. Geen enkel respect voor God, honende opmerkingen over christenen en de christelijke waarden en normen, het christelijke geloof is voor de armen, niet voor de gestudeerden. Hoe fout zijn zij, zij zijn de domme, blinde en dwazen die Gods Woord, de Bijbel, niet hebben bestudeerd. Straks zullen zij voor de rechter Jezus moeten verschijnen en verantwoording moeten afleggen over al hun daden en beschimpingen begaan tijdens hun leven op aarde. Dan zal Jezus Christus oordelen en is het voor berouw te laat en vallen zij onder het oordeel en eeuwige STRAF van God.

Verzen 69-70 Er komt een slavin naar Petrus die zegt: Ook jij was bij Jezus, de Galileeër. Petrus' positie is benauwd. De slavin kon Petrus naar de hogepriester brengen. Petrus verloochende echter in aanwezigheid van alle aanwezigen: Ik weet niet wat je zegt. Hij die gezegd had tot de dood met Jezus te gaan, verloochende Jezus te kennen. Was Petrus in paniek, hij was het die het oor van de slaaf van de hogepriester had afgeslagen. Angst om als zodanig herkend te worden en gevangenen genomen te worden?

Verzen 71-72 Petrus verliet het hof en ging naar het portaal. Helaas een andere slavin herkende hem en spreekt niet tot Petrus maar tot de aanwezigen: Die man was bij Jezus. Opnieuw een ontkenning, echter dit keer sterker, met een eed. Hij zweert bij God. Hoe jammerlijk is het gesteld met hem.

Verzen 73-74 De aanwezigen, opmerkzaam gemaakt door de slavin, komen naar Petrus toe. Zij herkennen aan de spraak van Petrus dat hij uit Galilea komt. De mensen uit Galilea hadden andere keelklanken en vaak slikten ze hele klinkers in bij hun uitspraak.
De positie van Petrus werd benauwder, Joh. 18:25 een verwant van de slaaf, wiens oor was afgeslagen, vroeg: Zag ik jou niet in het hof van Getsemane? Nu werd erger met Petrus, dit keer behalve te zweren, begon hij zichzelf te vervloeken: Ik ken de mens niet. Een climax in Petrus' reactie, hij beweerde nu dat hij zelfs Jezus niet kent en nimmer van Hem gehoord heeft.

Ver2 75 Terstond kraaide de haan en Petrus herinnerde zich wat Jezus gesproken had. Lucas 22:60-61 vermeld dat Jezus hem op dat ogenblik aankeek, Jezus met een bont en blauw geslagen gezicht. Een dubbele herinnering. Waarschijnlijk schaamde hij zich diep en verlaat het paleis. Buiten gekomen weende hij bitter. Toch kunnen we Petrus geen lafaard noemen, als enige discipel had hij de moed het paleis binnen te treden en het verhoor te aanschouwen. Zijn verloochening heeft hem tot inkeer gebracht, zijn eigen hoogmoed doen leren kennen. Na de opstanding van Jezus Christus, wordt hij in ere hersteld door Jezus.

Return naar bovenTerug naar boven


TerugTerug

Galaten 5:19-23

Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn: hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, veten, twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht, partijenschap, nijd, dronkenschap,brasserijen en dergelijken. Maar de vrucht van de  (Heilige) Geest is: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.

TerugTerug


1 Corinthiërs 6:19-20

Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die u van God ontvangen hebt, en dat u niet van uzelf bent? Want u bent gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam.

TerugTerug


1 Thessalonicenzen 4:13-18

Doch wij willen u niet onkundig laten, broeders, wat betreft hen, die ontslapen, opdat u niet bedroefd bent, zoals de andere mensen (ongelovigen) die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zo hen, die ontslapen zijn, door Jezus wederbrengen met Hem. Want dit zeggen wij u met een goed woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geengeval de ontslapenen voorgaan, want de Here Zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here zijn. Vermaant elkaar dus met deze woorden.

TerugMattheüs 25:1-13 (Bruiloft)  
TerugMattheüs 25:14-30 (Talenten)


Johannes 14:1-3

Uw hart worde niet ontroerd, u gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis mijn Vaders zijn vele woningen - anders zou Ik het u gezegd hebben - want Ik ga heen om uw plaats voor te bereiden; en wanneer Ik heengegaan benen uw plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moge, waar Ik ben.

TerugTerug


Mattheüs 21:1-2

En Jezus ging de tempel uit en vertrok. En zijn discipelen kwamen tot Hem om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. En Hij antwoordde en zei tot hen: Ziet udit alles niet? Voorwaar, Ik zeg u, er zal geen steen op de andere gelaten worden, die niet zal worden weggebroken.

TerugTerug